RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: AWB 14/3704 uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen [eisers], eisers (gemachtigde: mr. A.M. van Eik), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Overbetuwe, verweerder. Als derde-partij hebben aan het geding deelgenomen: [derde-partij] (gemachtigde: mr. drs. D.H. Pols). Procesverloop Bij besluit van 1 juni 2010 heeft verweerder de derde-partij op straffe van een dwangsom gelast hetgeen zonder bouwvergunning in, op en/of aan het pand aan de [perceel] (hierna: het pand) is gerealiseerd, uiterlijk op 1 januari 2012 te slopen en gesloopt te houden, alsmede uiterlijk op 1 januari 2012 het pand in de oorspronkelijke staat te herstellen en hersteld te houden en daarnaast om het illegale gebruik van het pand als woning met ingang van 1 januari 2012 te beëindigen en beëindigd te houden. Bij besluit van 16 november 2010 heeft verweerder het door de derde-partij daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, doch het besluit van 1 juni 2010 onder aanvulling van de motivering ervan in stand gelaten. Bij uitspraak van 24 mei 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door de derde-partij daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de derde-partij hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling). Bij uitspraak van 6 juni 2012, zaaknummer 201107360/1/A1 heeft de Afdeling – voor zover hier van belang – de uitspraak van de rechtbank van 24 mei 2011 vernietigd, voor zover daarbij het beroep van de derde-partij tegen het besluit van 16 november 2010 ongegrond is verklaard, voor zover daarbij is gelast om met ingang van 1 januari 2012 de illegale verbouwingen te slopen en gesloopt te houden en het pand terug te brengen in de oorspronkelijke toestand, en heeft de Afdeling die uitspraak voor het overige bevestigd. Voorts heeft de Afdeling bij die uitspraak vernietigd “het besluit van [verweerder] van 16 november 2010 […], voor zover daarbij is gelast om met ingang van 1 januari 2012 de illegale verbouwingen te slopen en gesloopt te houden en het pand terug te brengen in de oorspronkelijke toestand”. In een e-mail van 28 november 2013 hebben verzoekers naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling verweerder verzocht om binnen twee weken een nieuw besluit te nemen. In een brief van 9 december 2013 heeft verweerder aan eisers bericht dat hij hiertoe geen aanleiding ziet. Bij brief van 19 december 2013 hebben verzoekers verweerder in gebreke gesteld en hem wederom verzocht om een nieuw besluit te nemen. Bij besluit van 24 december 2013 heeft verweerder dit verzoek afgewezen. Bij besluit van 29 april 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard. Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting in de zaken AWB 14/107, 14/164, 14/3704 en 14/5343 heeft gevoegd plaatsgevonden op 23 september 2014. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door mr. A.M. van Eik. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.M. van Laar. Voor de derde-partij zijn verschenen [naam] en mr. drs. D.H. Pols. Overwegingen Het betoog van eisers komt erop neer (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.