← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2014:7968

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Promis II Parketnummer : 05/862743-13 Data zittingen : 23 mei 2014 (regie) en 3 november 2014 Datum uitspraak : 17 november 2014 TEGENSPRAAK Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen naam : [verdachte] geboren op : [geboorteplaats] adres : [adres 1] plaats :[woonplaats] 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 19 juli 2013 tot en met 09 december 2013 te Tiel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, laptops en (een)(nep)gouden voorwerp(en), in elk geval enig(

  1. e)goed(eren), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(
  2. s)ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(
  3. e)goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs moest(
  4. en)vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof (zaaksdossier 9); 2. hij in of omstreeks de periode van 30 oktober 2013 tot en met 09 december 2013 te gemeente Tiel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer notebook(s), Ipod(s), Iphone, Ipad, tablet, geheugenkaart, schoeisel, tas, in elk geval enig(
  5. e)goed(eren), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(
  6. s)ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(
  7. e)goed(eren) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof (zaaksdossier 16); 3. hij in of omstreeks 06 november 2013 tot en met 09 december 2013 te Herveld, gemeente Overbetuwe en/of Tiel in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer laptop(s)/computer(s), in elk geval enig(
  8. e)goed(eren), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(
  9. s)ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(
  10. e)goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs moest(
  11. en)vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof (zaaksdossier 40); 4. hij in of omstreeks de periode van 05 december 2012 tot en met 09 december 2013 te gemeente Tiel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer laptop(s)/notebook(s), in elk geval enig(
  12. e)goed(eren), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(
  13. s)ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(
  14. e)goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs moest(
  15. en)vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof (zaaksdossier 45); 5. hij in of omstreeks 29 december 2011 tot en met 09 december 2013 te gemeente Tiel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer laptop(s)/tablet(s), in elk geval enig(
  16. e)goed(eren), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(
  17. s)ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(
  18. e)goed(eren) wist(en), althans redelijkerwijs moest(
  19. en)vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof (zaaksdossier 46). 2Het onderzoek ter terechtzitting De zaak is laatstelijk op 3 november 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Als benadeelde partijen hebben zich schriftelijk in het geding gevoegd:  [benadeelde 1] (t.a.v. feit 1), [benadeelde 2] (t.a.v. feit 2), [benadeelde 3] (t.a.v. feit 3), [benadeelde 4] (t.a.v. feit 4), [benadeelde 5] (t.a.v. feit 5), en [benadeelde 6] Reisbureau. Als benadeelde partij is ter terechtzitting verschenen [vertegenwoordiger reisbureau], wettelijk vertegenwoordiger van [benadeelde 6] Reisbureau. De officier van justitie, mr. H.G. Kuipers, heeft gerekwireerd. Verdachte heeft het woord ter verdediging gevoerd. 3. De beslissing inzake het bewijs Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 1], pag. 1009-1010; - het proces-verbaal aangetroffen laptops [adres 2], gedateerd 17 december 2013, pag. 1050-1051; - het proces-verbaal verhoor aangever [benadeelde 1], pag. 1052-1053 inclusief de op pag. 1054-1055 bijgevoegde foto’s; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 november 2014. Conclusie De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat: hij in de periode van 19 juli 2013 tot en met 09 december 2013 te Tiel, laptops heeft verworven en voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(
  20. e)goed(eren) wist dat het door misdrijf verkregen goed(eren) betrof. Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 7], pag. 1167-1172; - het proces-verbaal bevindingen analyse verkeersgegevens, opgemaakt op20 november 2013, pag. 1217-1222; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 november 2014. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat: hij in de periode van 30 oktober 2013 tot en met 09 december 2013 te gemeente Tiel , een of meer notebook(s), Ipod(s), Iphone, Ipad, tablet, heeft verworven en voorhanden heeft gehad , terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld(
  21. e)goed(eren) wist dat het door misdrijf verkregen goederen) betrof. Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 3], pag. 2075-2081; - het proces-verbaal bevindingen in beslag genomen goederen Köse, opgemaakt op17 december 2013, pag. 2082; - het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming [adres 3], gedateerd9 december 2013, pag. 3424-3425 en 3551; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 november 2014. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat: hij in de periode 06 november 2013 tot en met 09 december 2013 te Tiel een laptop heeft verworven en voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van Voormeld goed wist, dat het (een) door misdrijf verkregen goed betrof. Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 4], pag. 2253-2255; - het proces-verbaal verhoor aangever [benadeelde 4] 2266-2267; - het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming [adres 3], gedateerd9 december 2013, pag. 3424-3425 en pag. 3530; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 november 2014. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat: hij in de periode van 05 december 2012 tot en met 09 december 2013 te gemeente Tiel, een laptop heeft verworven en voorhanden heeft gehad , terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeld goed wist, dat het (een) door misdrijf verkregen goed betrof. Ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 5], pag. 2319-2325; - het proces-verbaal herkenning in beslag genomen goed F.02.04.002, gedateerd21 januari 2014, pag. 2332-2333; - het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming [adres 3], gedateerd9 december 2013, pag. 3424-3425 en pag. 3530; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 november 2014. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat: hij in de periode 29 december 2011 tot en met 09 december 2013 te gemeente Tiel, een laptop heeft verworven en voorhanden heeft gehad en terwijl hij en/ ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voormeldgoed wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed betrof. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Ten aanzien van de feiten 1, 2, 3, 4 en 5, telkens: opzetheling De feiten zijn strafbaar. 5De strafbaarheid van verdachte Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar. 6De motivering van de sanctie(
  22. s)Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, en tot betaling van een geldboete van 750 euro, te vervangen door 15 dagen hechtenis. De officier van justitie is tot deze eis gekomen vanwege de ernst van de feiten, uitgaande van een maand gevangenisstraf per feit. Ook heeft de officier van justitie rekening gehouden met de omstandigheid dat een geldboete ook het gezin van verdachte treft. Het standpunt van de verdediging Verdachte heeft geen strafmaatverweer gevoerd. Beoordeling door de rechtbank Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met: - de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan; - de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd30 september 2014. De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het kopen, voorhanden hebben en verkopen van gestolen goederen. Hij heeft meermalen goederen aangenomen waarvan hij wist dat deze gestolen waren. Met deze gedragingen heeft verdachte een rol vervuld bij het in stand houden van diefstallen en inbraken. Het plegen van diefstal is immers alleen dan interessant indien de buit op lucratieve wijze kan worden verhandeld. Dit enerzijds in aanmerking nemende, en anderzijds rekening houdende met de geringe financiële armslag van verdachte, acht de rechtbank na te melden gevangenisstraf, geheel in voorwaardelijke vorm, en oplegging van na te melden geldboete passend en geboden. 6a. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel benadeelde partij [benadeelde 1] De benadeelde partij [benadeelde 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde feit. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk moet verklaard. Het standpunt van de verdediging De verdachte heeft geen verweer gevoerd. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de benadeelde partij [benadeelde 1] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard nu hij geen schadebedrag heeft opgegeven. benadeelde partij[benadeelde 2] De benadeelde partij[benadeelde 2] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 4319,00. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij[benadeelde 2]. Het standpunt van de verdediging De verdachte heeft zich onder meer op het standpunt gesteld dat hij niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de geleden schade. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank zal de benadeelde partij[benadeelde 2] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, nu de schade die de benadeelde partij stelt te hebben geleden onvoldoende direct verband houdt met het handelen van verdachte ter zake van het helen van de gestolen goederen.. benadeelde partij [benadeelde 3] De benadeelde partij [benadeelde 3] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 1434,50. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de vordering van benadeelde partij [benadeelde 3]. Het standpunt van de verdediging De verdachte heeft zich onder meer op het standpunt gesteld dat hij niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de geleden schade. De beoordeling van de rechtbank De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 3] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, nu de schade die de benadeelde partij stelt te hebben geleden onvoldoende direct verband houdt met het handelen van verdachte ter zake van het helen van het gestolen goed. benadeelde partij [benadeelde 4] De benadeelde partij [benadeelde 4] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 4 tenlastegelegde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 1150,00. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4]. Het standpunt van de verdediging De verdachte heeft zich onder meer op het standpunt gesteld dat hij niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de geleden schade. De beoordeling van de rechtbank De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 4] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, nu de schade die de benadeelde partij stelt te hebben geleden onvoldoende direct verband houdt met het handelen van verdachte ter zake van het helen van het gestolen goed. benadeelde partij [benadeelde 5] De benadeelde partij [benadeelde 5] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 5 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 600,00. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]. Het standpunt van de verdediging De verdachte heeft zich onder meer op het standpunt gesteld dat hij niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de geleden schade. De beoordeling van de rechtbank De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 5] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, nu de schade die de benadeelde partij stelt te hebben geleden onvoldoende direct verband houdt met het handelen van verdachte ter zake van het helen van het gestolen goed. benadeelde partij [benadeelde 6] Reisbureau De benadeelde partij [benadeelde 6] Reisbureau heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van € 90.700,00. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6] Reisbureau, nu de gevorderde schade in een te ver verwijderd verband staat ten opzichte van de bewezenverklaarde feiten. Het standpunt van de verdediging De verdachte heeft zich onder meer op het standpunt gesteld dat hij niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de geleden schade. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank zal de benadeelde partij [benadeelde 6] Reisbureau afwijzen nu verdachte zal worden veroordeeld voor opzetheling en niet voor schending van bedrijfsgeheimen. De rechtbank is van oordeel dat er geen verband is tussen de door de benadeelde partij gevorderde schade en de door verdachte begane feiten. 7De toegepaste wettelijke bepalingen De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 27, 57, en 416 van het Wetboek van Strafrecht. 8De beslissing De rechtbank, rechtdoende: Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar. Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 (vijf) maanden. Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit. Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht in geval van de tenuitvoerlegging van de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Veroordeelt verdachte voorts tot betaling van een geldboete van € 750 (zevenhonderd-vijftig euro) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 dagen hechtenis. De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 1) Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. De beslissing op de vordering van de benadeelde partij[benadeelde 2] (feit 2) Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] (feit 3) Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4] (feit 4) Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5] (feit 5) Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering. De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 6] Reisbureau Wijst de vordering af. Aldus gewezen door: mr. P.C. Quak (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. K.A.M. van Hoof, rechters, in tegenwoordigheid van E. Terlouw-Boeijink en mr D.G. Wessels-Harmsen, griffiers en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 november 2014. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant(
  23. en)van de regiopolitie Gelderland-Zuid, Regionale Recherche, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer BVH-2014003643, gesloten op 25 februari 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.