vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/266185 / HA ZA 14-341 Vonnis van 18 februari 2015 in de zaak van [eiseres] , wonende te Arnhem, eiseres, advocaat mr. J.B. Mus te Breda, tegen de naamloze vennootschap DIRKZWAGER ADVOCATEN & NOTARISSEN N.V., gevestigd te Arnhem, gedaagde, advocaat mr. F.A.M. Knüppe te Arnhem. Partijen zullen hierna eiseres en Dirkzwager genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het incidenteel vonnis van 15 oktober 2014 de zittingsaantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen gehouden op 19 december 2014. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Voor het huwelijk met eiseres is de heer[naam] gehuwd geweest met mevrouw [naam] (hierna:[naam]). Op 25 oktober 1984 is de scheiding tussen hen uitgesproken. Deze echtscheiding is op 1 februari 1985 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand te Den Haag. In deze echtscheidingsprocedure is de heer[naam] bijgestaan door Nysingh Dijkstra de Graaf Advocaten (hierna: Nysingh). Het desbetreffende echtscheidingsvonnis is destijds niet ingeschreven in de daarvoor bestemde registers in Italië. Nysingh heeft de echtscheiding tussen de heer[naam] en[naam] in oktober 2006 alsnog doen inschrijven in de Italiaanse registers. 2.2. Op 9 mei 1985 zijn eiseres en de heer[naam] in Nederland in het huwelijk getreden. Hun huwelijksakte is niet ingeschreven in de Italiaanse registers. Op 12 maart 1998 is de scheiding tussen hen uitgesproken en is aan eiseres alimentatie toegekend. De echtscheidingsbeschikking is op 8 juli 1998 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand te Rozendaal. In deze echtscheidingsprocedure is eiseres bijgestaan door Dirkzwager en is de heer[naam] bijgestaan door Nysingh. De desbetreffende echtscheidingsbeschikking is destijds niet ingeschreven in de daarvoor bestemde registers in Italië. Eiseres heeft zich bij brief van 4 januari 2010 gewend tot het Italiaanse consulaat met het verzoek het huwelijk met de heer[naam] en de echtscheiding in de Italiaanse registers in te schrijven. Op 8 oktober 2010 heeft het Italiaanse consulaat bevestigd dat de echtscheiding is ingeschreven. 2.3. In de echtscheidingsbeschikking van eiseres en de heer[naam] heeft de rechter in de berekening van de alimentatie ten behoeve van eiseres rekening gehouden met het Italiaanse pensioen van de heer[naam]. 2.4. De heer[naam] is op 24 juni 2004 overleden. Hij had de Italiaanse nationaliteit. Op de overlijdensakte wordt[naam] vermeld als laatste echtgenote van de heer[naam]. 2.5. Bij brief van 3 maart 2005 heeft eiseres Nysingh aansprakelijk gesteld. Zij verwijt Nysingh te hebben verzuimd het echtscheidingsvonnis van 25 oktober 1984 te laten inschrijven in de Italiaanse registers en verzoekt Nysingh hiervoor alsnog zorg te dragen. Tevens rept zij in die brief over haar pogingen aanspraak te maken op de pensioenaanspraken van de heer[naam]. 2.6. Eiseres is in contact gekomen met mevrouw [naam] (hierna [naam]) van de organisatie Patronato Acli. 2.7. Eiseres heeft de aansprakelijkstelling van Nysingh bij brieven van 5 februari 2008, 19 december 2009 en 8 mei 2010 herhaald. In haar brief van 5 februari 2008 schrijft zij dat haar is gebleken dat er twee fouten zijn gemaakt, te weten het nalaten van de inschrijving in Italië van de echtscheiding van[naam] en die van haarzelf. 2.8. Ondertussen heeft eiseres zich gewend tot het Instituto Nationale della Previdenza Sociale (hierna: INPS), de Italiaanse instelling voor Sociale Zekerheid, met een pensioenaanvraag. Het INPS heeft op 20 december 2007 aangegeven dat eisers geen recht heeft op Italiaans nabestaandenpensioen, omdat zij gescheiden is van de heer[naam] en dat dat slechts anders is indien de heer[naam] alimentatie aan eiseres diende te betalen. 2.9. Vanwege dit standpunt van INPS is eiseres een procedure gestart bij de rechtbank in Rome. Deze heeft op 17 november 2009 geoordeeld dat eiseres niet ontvankelijk is in haar vordering om Italiaans nabestaandenpensioen te ontvangen jegens INPS, althans heeft de vordering afgewezen, omdat zij niet heeft aangetoond dat zij het echtscheidingsvonnis en de akte van haar huwelijk met de heer[naam] heeft doen inschrijven in de Italiaanse registers. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld. 2.10. Bij brief van 30 september 2010 heeft eiseres Dirkzwager aansprakelijk gesteld. Dirkzwager heeft aansprakelijkheid schriftelijk afgewezen. 2.11. Bij incidenteel vonnis van 15 oktober 2014 is Dirkzwager in de gelegenheid gesteld Nysingh in vrijwaring op te roepen. De vrijwaringszaak staat thans op de parkeerrol in afwachting van een beslissing in de hoofdzaak. 3De vordering 3.1. Eiseres vordert primair een verklaring voor recht dat Dirkzwager aansprakelijk is jegens haar omdat Dirkzwager toerekenbaar tekort geschoten is in de nakoming van haar opdracht, en veroordeling van Dirkzwager tot vergoeding van de schade die eiseres heeft geleden en nog zal lijden, bestaande uit € 114.206,10 aan gederfd nabestaandenpensioen, nog te derven nabestaandenpensioen, de kosten ter vaststelling van de schade en aansprakelijkheid ad € 2.086,20 en de buitengerechtelijke kosten, alle posten te vermeerderen met rente. Tot slot vordert eiseres een proceskostenveroordeling. Subsidiair vordert eiseres hetzelfde behoudens ten aanzien van de post nog te derven nabestaandenpensioen. 3.2. Zij legt hieraan ten grondslag dat Dirkzwager heeft verzuimd de echtscheidingsbeschikking in te schrijven in de register van de Italiaanse burgerlijke stand en heeft verzuimd te controleren of Nysingh de echtscheidingsbeschikking had ingeschreven. Door dit niet te doen kon eiseres niet aantonen dat de heer[naam] haar echtgenoot is geweest en daardoor loopt zij sedert het overlijden van de heer[naam] Italiaans nabestaandenpensioen mis. Daar komt bij dat Dirkzwager, als zij de inschrijving wel had gedaan, had gemerkt dat de eerdere echtscheiding van de heer[naam] en[naam] ook niet was ingeschreven. 4De beoordeling Verjaring 4.1. Het meest verstrekkende verweer van Dirkzwager is dat de vordering van eiseres is verjaard. 4.2. Een rechtsvordering tot vergoeding van schade verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade (mislopen pensioen) als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. De eis dat de benadeelde bekend is geworden met zowel de schade als de daarvoor aansprakelijke persoon, moet naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad zo worden opgevat dat het gaat om een daadwerkelijke bekendheid, zodat het enkele vermoeden van het bestaan van schade niet volstaat. 4.3. Bij brief van 3 maart 2005 heeft eiseres Nysingh aangeschreven en rept zij over haar pogingen om aanspraak te maken op de pensioenaanspraken van de heer[naam]. Deze brief is voldoende om aan te nemen dat eiseres op die datum bekend was met haar schade, het mislopen van het nabestaandenpensioen van de heer[naam]. Ook was eiseres bekend met een mogelijk aansprakelijke persoon, te weten het advocatenkantoor dat verzuimd had de echtscheidingsbeschikking tussen[naam] en de heer[naam] in te schrijven: Nysingh. Het is immers Nysingh die ze aanschrijft en aansprakelijk stelt. Daarmee staat echter nog niet vast dat ze ook bekend was met de andere mogelijk aansprakelijke persoon: Dirkzwager. Niet uitgesloten is dat eiseres er toen inderdaad geen weet van had dat ook het ontbreken van de inschrijving van haar huwelijk en echtscheiding in de Italiaanse registers in de weg stond aan de aanspraak op het nabestaandenpensioen. Mogelijk dacht zij dat enkel het ontbreken van de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking tussen[naam] en de heer[naam] een probleem vormde. Het kan zijn dat zij zich pas in 2007 door de beslissing van INPS realiseerde, of zoals zij zelf stelt pas door een opmerking daarover van [naam] in februari 2008, dat ook het ontbreken van de inschrijving van haar huwelijk en echtscheiding in de Italiaanse registers een probleem vormde. De rechtbank gaat er op grond hiervan vooralsnog vanuit dat eiseres pas op 20 december 2007 althans in februari 2008 bekend is geraakt met Dirkzwager als mogelijk aansprakelijke persoon en dat zou betekenen dat de vordering niet is verjaard, nu eiseres Dirkzwager op 30 september 2010 aansprakelijk heeft gesteld. Echter, Dirkzwager zou, indien zij dit wil, kunnen worden toegelaten tot bewijs van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat eiseres eerder bekend was met haar als de mogelijk aansprakelijke persoon. De rechtbank komt hier op terug. De klachtplicht 4.4. Dirkzwager voert vervolgens aan dat eiseres te laat heeft geklaagd, ook in het geval wordt aangenomen dat zij eerst op 5 februari 2008 het aan Dirkzwager verweten gebrek ontdekte, nu zij pas op 30 september 2010 heeft geklaagd bij Dirkzwager. Zij voert aan in haar belangen te zijn geschaad, mede doordat eiseres in die periode handelingen heeft verricht en nagelaten die Dirkzwager hebben geschaad. Dirkzwager heeft al die tijd niet de mogelijkheid gehad om de vermeende fout en de gevolgen daarvan te herstellen. 4.5. Uit de drie arresten van de Hoge Raad van 8 februari 2013 (NJ 2014, 495-497) volgt dat de onderzoekstermijn pas aanvangt wanneer (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.