← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2015:2763

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer : 05/840009-15 Datum uitspraak : 24 april 2015 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen [verdachte] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], thans gedetineerd in [verblijfplaats]. Raadsman : M.H. Hogeman, advocaat te Zutphen. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 13 april

  1. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
  2. hij op of omstreeks 02 januari 2015 te Wehl, gemeente Doetinchem, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een winkel op/aan de [adres]) heeft weggenomen 2 flessen drank (wijn/port), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;
  3. hij op één of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 april 2013 tot en met 17 december 2014 in de gemeente Doetinchem, althans in Nederland ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam 1] (telkens) te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag (van 10.000 of 1.000 euro), in elk geval van enig goed/geld, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, hij, verdachte (toen daar) opzettelijk gewelddadig en/of bedreigend - één of meer brieven met dreigende taal en/of waarin hij, verdachte, aangeeft dat hij 1000 euro moet storten op zijn verdachtes bankrekening heeft gestuurd naar die [naam 1] en/of - via sociale media (facebook) één of meer berichten heeft gestuurd met de volgende teksten -zakelijk weergegeven- : "Opkanker nep mafia. Sicila en Napels maken jou dood" en/of "Kanker door snijden jou in stukken en je kut café gaat ook kapot" en/of "[naam 3] wacht hij wil in zijn kont gekont worden door jou en [naam 4]" en/of "zijn rekeningnummer" en/of "dat hij een bedrag van 10.000 euro moet overmaken naar zijn rekeningnummer", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
  4. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Ten aanzien van feit 1 Nu sprake is van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen: de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 april 2015; het proces-verbaal aangifte (door [naam 2], namens [benadeelde]), p. 28-30 en het daarbij behorende formulier aangifte winkeldiefstal, p. 31-33; en het proces-verbaal van bevindingen, p. 49-
  5. Ten aanzien van feit 2 Ten aanzien van dit feit is eveneens sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering, zodat ook hier wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen: de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 april 2015; en het proces-verbaal aangifte (door [naam 1]), p. 10-11, met het daarbij behorende schriftelijke bescheid, inhoudende kopieën van Facebook berichten, p.
  6. De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting opgemerkt dat [naam 1] in het chatgesprek met verdachte een smiley heeft gebruikt en verdachte klaarblijkelijk heeft uitgelachen. Voor zover hiermee is beoogd te betogen dat [naam 1] zich niet gedwongen heeft gevoeld geld aan verdachte te betalen, volgt de rechtbank dit betoog niet. Het enkele feit dat [naam 1] op deze manier heeft gerea-geerd en niet heeft betaald, zegt niets over de wijze waarop hij de bedreigende bewoordingen heeft opgevat. Uit de aangifte van [naam 1] volgt dat hij zich wel degelijk bedreigd heeft gevoeld. Ten aanzien van de ten laste gelegde periode overweegt de rechtbank dat [naam 1] heeft verklaard dat hij rond april/mei 2014 brieven heeft ontvangen van verdachte en daarna Facebook- berichten. De rechtbank heeft, mede gelet op de verklaring van verdachte over de door hem verstuurde Facebookberichten, geen reden om aan deze verklaring te twijfelen, zodat de rechtbank bewezen acht dat verdachte de berichten in de periode van april 2013 tot 17 december 2014 (het moment van aangifte door [naam 1]) aan [naam 1] heeft gestuurd. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij ook brieven aan [naam 1] heeft gestuurd en hem daarin heeft gevraagd om geld over te maken naar de bankrekening van de [verblijfplaats]. Evenals de officier van justitie en de raadsman van verdachte is de rechtbank van oordeel dat uit de inhoud van deze brieven, die deel uitmaken van het dossier, niet volgt dat verdachte aangever [naam 1] door bedreiging met geweld heeft gedwongen enig geldbedrag over te maken. Om die reden zal de rechtbank hem van dat deel van het ten laste gelegde onder feit 2 vrijspreken. 3Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de hem ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten dat:
  7. hij op 02 januari 2015 te Wehl, gemeente Doetinchem, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (in/uit een winkel op/aan de [adres]) heeft weggenomen 2 flessen drank (wijn/port), geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde];
  8. hij in de periode van 2 april 2013 tot en met 17 december 2014 in de gemeente Doetinchem, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [naam 1] (telkens) te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag (van 10.000), toebehorende aan [naam 1], verdachte (toen daar) opzettelijk bedreigend - via sociale media (facebook) één of meer berichten heeft gestuurd met de volgende teksten -zakelijk weergegeven- : "Opkanker nep mafia. Sicila en Napels maken jou dood" en "Kanker door snijden jou in stukken en je kut café gaat ook kapot" en "[naam 3] wacht hij wil in zijn kont gekont worden door jou en [naam 4]" en zijn rekeningnummer en dat hij een bedrag van 10.000 euro moet overmaken naar zijn rekeningnummer, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. Wat meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Ten aanzien van feit 1: Diefstal. Ten aanzien van feit 2: Poging tot afpersing. 5De strafbaarheid van de feiten De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geëist dat verdachte de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel) krijgt opgelegd voor de duur van twee jaren. Daartoe heeft hij aangevoerd dat uit de justitiële documentatie betreffende verdachte volgt dat verdachte al jaren voor overlast zorgt en dat uit het reclasseringsadvies blijkt dat tevergeefs is geprobeerd om verdachte op het “goede pad” te krijgen. Nu de reclassering geen andere mogelijkheden ziet dan ISD en verdachte door deze maatregel mogelijk gemotiveerd kan worden een behandeling te ondergaan, acht de officier van justitie oplegging van de ISD-maatregel geboden. Het standpunt van de verdediging De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden voor het opleggen van de ISD-maatregel. Volgens hem kan worden volstaan met een gevangenisstraf gelijk aan de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij het bepalen van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder de bewezenverklaarde feiten zijn begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op: een reclasseringsadvies van RN Adviesunit 3 Oost, gedateerd 25 maart 2015; en een uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 3 maart
  9. Verdachte heeft flessen alcohol weggenomen uit een supermarkt en heeft geprobeerd een persoon, door middel van dreiging met geweld, te bewegen tot afgifte van geld. Verdachte heeft slechts gedacht aan zijn eigen belangen en zich niets aangetrokken van de onrust en overlast die hij anderen heeft bezorgd. De rechtbank acht dit kwalijk. De afgelopen jaren is verdachte veelvuldig met politie en justitie in aanraking geweest. De reclassering heeft gesteld dat verdachte hulp en begeleiding nodig heeft om hem van strafbare feiten te weerhouden. In voornoemd reclasseringsadvies staat vermeld dat het recidiverisico als zeer hoog wordt ingeschat, het risico op onttrekken aan voorwaarden hoog wordt ingeschat en een risico bestaat op letselschade voor willekeurige personen. Volgens de reclassering is ambulante behandeling en begeleiding van verdachte, gezien zijn houding en gebrek aan motivatie, mede doordat hij geen ziektebesef/inzicht heeft, niet mogelijk. Oplegging van de ISD-maatregel is naar de mening van de reclassering het meest wenselijk. Er wordt ingeschat dat verdachte binnen de ISD kan stabiliseren en gemotiveerd zal worden voor eventueel verdere diagnostiek, behandeling en inname van psychofarmaca. De rechtbank overweegt dat artikel 38m, eerste lid, 2°, van het Wetboek van Strafrecht, voor zover van belang, voor plaatsing in een ISD-inrichting vereist dat “de verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan het door hem begane feit tenminste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, een vrijheidsbeperkende maatregel of een taakstraf is veroordeeld dan wel bij onherroepelijke strafbeschikking een taakstraf is opgelegd (…)”. Nu op het uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte slechts één onherroepelijke veroordeling staat vermeld, namelijk bij vonnis van de politierechter te Arnhem op 9 september 2013, wordt niet aan deze eis voldaan. De andere vonnissen waarnaar de officier van justitie ter terechtzitting van 13 april 2015 heeft verwezen, te weten het vonnis van de meervoudige strafkamer te Arnhem van 5 maart 2014 en het vonnis van de politierechter te Arnhem van 15 januari 2013, zijn volgens voornoemd uittreksel niet onherroepelijk omdat verdachte daartegen rechtsmiddelen heeft ingediend (bekend onder respectievelijk zaaknummers 21-005424-13 en 21-001548-14). Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat oplegging van de ISD-maatregel aan verdachte niet aan de orde kan zijn. De reclassering heeft geadviseerd om, in het geval aan verdachte geen ISD-maatregel wordt opgelegd, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De rechtbank ziet, ondanks dat het haar ernstig zorgen baart dat kennelijk geen alternatieven bestaan waarmee het zeer hoge recidiverisico op dit moment kan worden gereduceerd, geen andere optie dan het advies van de reclassering te volgen. Gelet op de aard en ernst van de gepleegde feiten zal de rechtbank verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van twee maanden. 8De toegepaste wettelijke bepalingen De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 45, 57, 63, 310 en 317 van het Wetboek van Strafrecht. 9De beslissing De rechtbank:  verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten 1 en 2, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar;  veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden;  beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht. Dit vonnis is gegeven door mr. D.S.M. Bak, als voorzitter, mr. C. Kleinrensink en mr. M.J.A.L. Beljaars, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.W.M. Heutinck, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 april
  10. mr. M.W.M. Heutinck is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] hoofdagent van politie, Eenheid Oost-Nederland, district Achterhoek, team Aalten, opgemaakte proces-verbaal (dossier), met registratienummer PL0600-2015013147 z, gesloten op 8 januari 2015, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.