RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer : 05/960161-05 Datum zitting : 24 april 2015 Datum uitspraak : 24 april 2015 Beslissing van de meervoudige kamer naar aanleiding van de vordering tot verlenging van de TBS ingediend door de officier van justitie betreffende de terbeschikkinggestelde naam: [betrokkene], hierna: betrokkene, geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats], verblijvende : [adres], [woonplaats]. Raadsman : mr. J.W. Bosman, advocaat te Almelo. Procedure Betrokkene is op 1 mei 2007 bij vonnis van de rechtbank te Arnhem veroordeeld tot onder meer terbeschikkingstelling met voorwaarden ter zake van het meermalen plegen van ontucht met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige en bezit van kinderporno. Bij beslissing van de rechtbank van 31 december 2008 is de terbeschikkingstelling met voorwaarden omgezet in een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege . Deze maatregel van terbeschikkingstelling is laatstelijk met twee jaren verlengd bij beschikking van de rechtbank Gelderland van 17 mei 2013. De vordering van de officier van justitie in dit arrondissement van 27 maart 2015, ter griffie van deze rechtbank ingekomen op 30 maart 2015, strekt tot verlenging van de opgelegde maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege met betrekking tot betrokkene voor de duur van één jaar. De rechtbank heeft kennis genomen van de processtukken, waaronder het adviesrapport van de [psycholoog] d.d. 20 maart 2015 en een afschrift van de aantekeningen, beide als bedoeld in artikel 509o, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. In voornoemd adviesrapport wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege te verlengen met één jaar. Ter zitting van 24 april 2015 zijn gehoord: - betrokkene; - zijn raadsman, mr. J.W. Bosman; - de deskundige [psycholoog], GZ-psycholoog, en - de officier van justitie, mr. C.M.J. Krol. De officier van justitie heeft haar vordering aangepast in die zin dat de verlenging van de maatregel voor de duur van één jaar wordt gevorderd onder gelijktijdige aanhouding van de behandeling om te onderzoeken of het bevel tot verpleging van overheidswege voorwaardelijk kan worden beëindigd. De deskundige heeft het verlengingsadvies toegelicht. De raadsman van betrokkene heeft het woord gevoerd en primair gepleit voor voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging, subsidiair voor aanhouding van de zaak om de reclassering in de gelegenheid te stellen een maatregelenrapport op te maken. Hiertoe is aangevoerd dat het recidiverisico in geval van voorwaardelijke beëindiging laag wordt ingeschat door de [psycholoog], terwijl betrokkene thans reeds leeft als iemand met proefverlof. Hij is bereid zich aan alle voorwaarden te houden. Wanneer de dwangverpleging niet nu reeds voorwaardelijk zou worden beëindigd, impliceert dit dat betrokkene nog ten minste twee jaar onder de vlag van de terbeschikkingstelling valt, hetgeen onwenselijk is, mede met het oog op de positieve ontwikkelingen van betrokkene. Het enkele feit dat de rechtbank niet beschikt over een maatregelenrapport van de reclassering, vormt geen belemmering, daar de rechtbank de mogelijkheid heeft zelf voorwaarden te formuleren. Overwegingen In bovengenoemd adviesrapport van de [psycholoog] d.d. 20 maart 2015 staat -onder meer- het volgende vermeld: “BOX 2 (Delict) Diagnostiek (…)Betrokkene is een man die door een scheefgroei in zijn ontwikkeling onvoldoende in staat is gelijkwaardig contact aan te gaan met volwassenen. (…) Hij gaat echt contact hiermee uit de weg. Dit lijkt een langdurig patroon in de interactie met anderen, er is sprake van persoonlijkheidsproblematiek. (…) Een combinatie van het vastlopen op diverse levensgebieden, zijn sterke gerichtheid op zichzelf, en gebrekkige empathisch vermogen, (antisociale kenmerken) hebben in het verleden geleid tot het plegen van pedoseksuele delicten. Er is in 2014 vastgesteld dat er sprake is van pedofilie van het niet-exclusieve type. Na voldoende bewerken van de persoonlijkheidsproblematiek wordt betrokkene in staat geacht een gerichtheid op volwassen partners te kunnen ontwikkelen. (…) Niet is echter uit te sluiten dat er wel degelijk sprake is van pedofilie van het (meer) exclusieve type. (…) BOX 4 Risicotaxatie en risicomanagement (…) Bij beëindiging van de TBS met dwangverpleging wordt het risico op terugval in seksueel gewelddadig gedrag met behulp van zowel de HCR-20 als de SVR-20 als laag op de korte termijn en hoog op de langere termijn ingeschat. (…) Het verblijf bij de Rigter groep zorgt voor ondersteuning op verschillende levensgebieden, waardoor een recidive alhier als laag wordt ingeschat. Het recidiverisico in geval van voorwaardelijke beëindiging wordt als laag ingeschat. Het recidiverisico in het geval van beëindiging van de TBS-maatregel wordt op de korte termijn als laag ingeschat. De inschatting is dat dit op langere termijn hoog zal zijn, omdat betrokkene zonder ondersteuning mogelijk zal afglijden in een sociaal isolement. (…) BOX 9 Verlengingsadvies (…) Op grond van een duurzaam patroon van affectieve en pedagogische verwaarlozing in zijn jeugd, heeft zich bij betrokkene een persoonlijkheidsstoornis ontwikkeld met vermijdende en antisociale trekken. Het huidige klinische beeld laat zien dat betrokkene in de afgelopen twee jaar grote stappen heeft gezet. Er is sprake van inzicht in zijn delictpatroon en persoonlijkheidskenmerken en hij kan meer handelen naar dit inzicht, hoewel hij hier nog ondersteuning bij behoeft. De kenmerken die overeenkomen met de geclassificeerde stoornis en die direct verband staan met delictgevaar, worden echter nog steeds, zij het in verminderde mate, waargenomen. De neiging tot cynisme en de neiging zich terug te trekken blijven aanwezig. Wel lukt het betrokkene om in contact te blijven met zijn behandelaars en spanningen en frustraties niet te laten oplopen. (…) Hoewel betrokkene grote stappen heeft gezet in de afgelopen twee jaar, blijven enkele risicofactoren aanwezig, zoals het beperkte netwerk en het uitbreiden hiervan. De behandeling van een pedofiele stoornis is in algemene termen somber te noemen. In het geval van betrokkene zijn er beschermende factoren die ervoor zorgen dat we de prognose in zijn geheel niet ongunstig te noemen is. Het verder ontwikkelen en inzetten van gezonde relationele vaardigheden en het hervinden van maatschappelijke inbedding zullen de komende periode een belangrijk punt van aandacht zijn, evenals het bespreekbaar houden van pedofiele gevoelens. De inschatting is dat betrokkene de inbedding en ondersteuning die het TBS-kader hem biedt, nodig heeft om niet te vervallen in oude gedragspatronen. Toezicht en controle zullen langdurig onderdeel moeten uitmaken van het risicomanagement, welke ons inziens binnen een TBS-kader passen. (…) Wij adviseren u de TBS-maatregel te verlengen met één
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.