← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2015:302

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Meervoudige kamer Parketnummer: 05/820249-14 Uitspraak d.d.: 23 januari 2015 Tegenspraak VONNIS in de zaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum], wonende te [woonplaats], [adres]. Raadsman: mr. A. Bijl, advocaat te Leerdam. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 januari 2015. De tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 28 juli 2013 te Lievelde, gemeente Oost Gelre, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), (met kracht) (met gebalde vuist) in/op/tegen het gezicht heeft geslagen/gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht Overwegingen ten aanzien van het bewijs Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. Hij heeft de bewezenverklaring gebaseerd op de aangifte en de verklaring van getuige [getuige]. Standpunt van de verdachte / de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hij heeft betoogd dat niet kan worden bewezen dat verdachte aangever [slachtoffer] heeft geslagen. [slachtoffer] heeft verdachte later omschreven als de ‘brancardpersoon’. Verdachte heeft echter verklaard dat hij niet op een brancard heeft gelegen. De raadsman meent dat [slachtoffer] zijn verklaring (te) zwaar heeft aangezet en/of dat hij het gebeurde onvoldoende goed heeft waargenomen. Ten aanzien van de verklaring van [getuige] heeft de raadsman opgemerkt dat de persoon aangeduid als ‘A’ een andere persoon is dan de ‘brancardpersoon’. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank acht het ten laste gelegde feit niet bewezen. Zij overweegt daartoe dat de aangifte niet door enig ander bewijsmiddel wordt ondersteund. De verklaring van getuige [getuige] kan naar het oordeel van de rechtbank niet bijdragen aan het bewijs nu [getuige] heeft verklaard dat hij heeft gezien dat persoon ‘A’ [slachtoffer] met de vuist heeft geslagen. Uit de stukken komt naar voren dat een ander dan verdachte is aangeduid als persoon ‘A’. De rechtbank overweegt verder dat onduidelijk is of verdachte de door [slachtoffer] bedoelde ‘brancardpersoon’ is, waarbij van belang is dat verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij vanuit de clean area op een vierwielig voertuig met stoeltjes is afgevoerd naar de ambulancepost en dat hij pas daar op een brancard is gestapt, welke verklaring niet als onaannemelijk terzijde kan worden geschoven. Nu niet kan worden bewezen dat verdachte aangever [slachtoffer] heeft geslagen, dient hij van het tenlastegelegde te worden vrijgesproken. Beslissing De rechtbank:  verklaart niet bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij. Aldus gewezen door mrs. Van Lookeren Campagne, voorzitter, Kropman en Bak, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 23 januari 2015.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.