vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 11 maart 2015 in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/05/235692 / HA ZA 12-769 van
- de maatschap [eisers in de hoofdzaak] , wonende te [woonplaats], eisers in conventie, verweerders in reconventie, advocaat mr. M. Ensink te Utrecht, tegen [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in de vrijwaring] , wonende te [woonplaats], gedaagde in conventie, eiser in reconventie, advocaat mr. S.G. Volbeda te Arnhem, en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/05/240787 / HA ZA 13-168 van [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in de vrijwaring] , wonende te [woonplaats], eiser in conventie, verweerder in (voorwaardelijke) reconventie, advocaat mr. S.G. Volbeda te Arnhem, tegen
- de maatschap [gedaagden in de vrijwaring] , gedaagden in conventie, eisers in (voorwaardelijke) reconventie, advocaat mr. J.P. Damen te Eindhoven. Partijen zullen hierna [eisers in de hoofdzaak], [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in de vrijwaring] en [gedaagden in de vrijwaring] genoemd worden. 1De procedure in de hoofdzaak en in de vrijwaring 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 22 oktober 2014, - de akte van [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in de vrijwaring] in de vrijwaring (13-168). 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling in de hoofdzaak en in de vrijwaringszaak 2.
- De rechtbank volhardt bij hetgeen is overwogen en beslist in de tussenvonnissen van 25 september 2013, 18 december 2013 en 22 oktober
- 2.
- De rechtbank heeft in rechtsoverweging 2.
- van het vonnis van 22 oktober 2014 overwogen dat aanleiding wordt gezien om de deskundige, prof. dr. L. van Leengoed, een aanvullende vraag te stellen naar aanleiding van het verslag van bevindingen van dierenarts [dierenarts] van 31 mei
- De rechtbank is voornemens de volgende aanvullende vraag aan de deskundige te stellen: In het verslag van bevindingen van [dierenarts] van 31 mei 2012 staat onder meer geschreven dat hij op 25 mei 2012 drie varkens met flink scheve neuzen heeft gezien en enkele tientallen met verdenking van dikke gezwollen neuzen met huidplooien. Heeft u dit verslag en deze specifieke waarnemingen in uw beoordeling betrokken? Zo nee, als u dit verslag en die waarnemingen wel in uw beoordeling betrekt, leidt dat tot een andere conclusie met betrekking tot de aanwezigheid van PAR (vraag 4)? 2.
- De rechtbank heeft in rechtsoverweging 2.
- van het vonnis van 22 oktober 2014 overwogen dat [gedaagden in de vrijwaring] in haar conclusie na deskundigenbericht met een nieuwe (kennelijk subsidiaire) grondslag haar verweer in de vrijwaringszaak en haar (voorwaardelijke) vordering in reconventie wenst aan te vullen, namelijk dat een besmetting van de biggen met de bacterie Pm+ reeds voldoende is voor een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in de vrijwaring] (non-conformiteit). [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in de vrijwaring] vindt het standpunt van [gedaagden in de vrijwaring] te ver voeren. Van een toerekenbare tekortkoming is pas sprake als er sprake is van PAR, aldus [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in de vrijwaring]. 2.
- De rechtbank ziet, gelet op het debat in de vrijwaringszaak, en alvorens daar op in te gaan, tevens aanleiding om de deskundige de volgende aanvullende vragen te stellen:
- Wat betekent een besmetting van een big/varken met de bacterie Pm+ voor de gezondheid en ontwikkeling van een big/varken?
- Wat is de kans dat een met de bacterie Pm+ besmette big/varken de aandoening PAR ontwikkelt? Kunt u deze kans in een percentage uitdrukken? 2.
- Prof. Van Leengoed heeft zich desgevraagd bereid verklaard een aanvullend deskundigenbericht uit te brengen. Hij begroot het voorschot op zijn loon en kosten voor een aanvullend deskundigenbericht op een bedrag van € 120,00 (excl. BTW). De rechtbank ziet aanleiding dit voorschot voor rekening van [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in de vrijwaring] te laten komen. 2.
- Alvorens over te gaan tot het gelasten van een aanvullend deskundigenbericht zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld zich uit te laten over de door de rechtbank voorgestelde aanvullende vragen. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de rol voor akte, door alle partijen gelijktijdig te nemen. 2.
- Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 3De beslissing De rechtbank in de hoofdzaak en in de vrijwaring 3.
- bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 25 maart 2015 voor het nemen van een akte door alle partijen gelijktijdig over hetgeen is overwogen in de rechtsoverwegingen 2.
- en 2.4., 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2015.