← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2015:4235

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer : 05/840179-15 Datum uitspraak : 15 juni 2015 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen [verdachte] geboren op [1985] te [geboorteplaats], wonende te [adres], [woonplaats] Raadsman : mr. R.D.J. Visschers, advocaat te Zutphen. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 juni 2015. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 27 juli 2014 te Lievelde, gemeente Oost Gelre, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (in totaal) ongeveer 600, althans een aanzienlijke hoeveelheid consumptiemunten van de Zwarte Cross 2014 heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(

  1. s)ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die consumptiemunten wist(en), dan wel redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof. 2Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie De raadsman heeft primair bepleit dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Hoewel de bij de Zwarte Cross aanwezige beveiliging wist dat de politie zo snel mogelijk ingeschakeld moest worden na de aanhouding van verdachte, had ook de politie, die er dicht op zat, zelf moeten ‘inhaken’. Dit betekent dat de Nederlandse overheid een aandeel heeft gehad in de schendingen van voorschriften in het vooronderzoek. De officier van justitie heeft aangegeven dat niet uit het dossier blijkt dat er bewust rechten zijn geschonden. De rechtbank overweegt dat er op dit moment onvoldoende reden is om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren. Daarvoor zou nader onderzoek nodig zijn, in het bijzonder het horen van [getuige], hoofd veiligheid. De rechtbank acht het echter, gelet op hetgeen hierna wordt overwogen, niet opportuun het onderzoek daarvoor te heropenen. 3Overwegingen Aanleiding onderzoek Op 27 juli 2014 is bij [getuige], hoofd veiligheid bij de Zwarte Cross, de melding gedaan dat drie personen een grote hoeveelheid munten wilden inleveren. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft naar voren gebracht dat een deel van de munten al aan verdachte en zijn medeverdachten was overgedragen voordat de diefstal van munten was gepleegd waarvan zich stukken in het dossier bevinden. Ook heeft de raadsman erop gewezen dat medeverdachte [medeverdachte 1] al vóór de Zwarte Cross heeft aangegeven dat hij aan goedkopere munten zou kunnen komen. De aan verdachte en zijn vrienden aangeboden munten kunnen ook goed afkomstig zijn geweest van medewerkers van de Zwarte Cross of van mensen die (voortijdig) vertrekken en het overschot aan munten te koop aanbieden. Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat van een nauwe en bewuste samenwerking geen sprake is geweest. Verdachte heeft alleen gezien dat [medeverdachte 2] munten kocht, maar heeft verder niets met de transactie(
  2. s)te maken gehad. Beoordeling door de rechtbank Naar het oordeel van de rechtbank is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om te komen tot een bewezenverklaring. Dit betreft in het bijzonder het element ‘van misdrijf afkomstig’. De rechtbank stelt vast dat de diefstal, waarvan zich stukken in het dossier bevinden, in de nacht naar 26 juli 2014 heeft plaatsgevonden. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden bewezen dat juist de munten die verdachten (daarna) in bezit hebben gehad van deze diefstal (of enig ander misdrijf) afkomstig zijn geweest. Het enkele feit dat de dag na de diefstal grote hoeveelheden munten bij hen zijn aangetroffen, waarover zij hebben verklaard deze voor minder dan de officiële prijs te hebben gekocht, is daarvoor onvoldoende. Voor deze laatste omstandigheid zijn immers ook andere plausibele redenen te geven. De rechtbank denkt hierbij bijvoorbeeld aan het doorverkopen van (legaal verkregen) munten door medewerkers van de Zwarte Cross of het opkopen en vervolgens doorverkopen van munten van vertrekkende festivalbezoekers. Nu bewijs dat de munten die bij verdachten zijn gevonden van misdrijf afkomstig zijn, ontbreekt, dient vrijspraak te volgen. 4De beslissing De rechtbank:  spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit. Dit vonnis is gegeven door mr. M.J.A.L. Beljaars, voorzitter, mr. C. Kleinrensink en mr. S.W. Knoop, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 juni 2015. [verwijderd] ,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.