← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2015:492

beschikking RECHTBANK GELDERLAND Locatie Arnhem Wrakingskamer zaaknummer: 14-1090 Beschikking van 28 januari 2015 in de zaak van [verzoeker], wonende te [woonplaats], (hierna: verzoeker), tegen mr. [rechter], in zijn hoedanigheid van rechter in de strafzaak tegen verzoeker onder parketnummer: 05/134610-14 en 05/136047-14 (gevoegd ttz.),(hierna: de gewraakte rechter). 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - het proces-verbaal van 22 december 2014 waarin het mondelinge wrakingsverzoek en de gronden daarvoor zijn vermeld; het schriftelijke verweer van mr. [rechter] van 6 januari 2015; het e-mailbericht van verzoeker d.d. 16 januari 2015; het e-mailbericht van verzoeker d.d. 19 januari

  1. Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen: - de gewraakte rechter; - mr. R.J. Wiegant, officier van justitie in de strafzaak tegen verzoeker. Verzoeker heeft bij e-mailbericht van 16 januari 2015 de wrakingskamer bericht dat hij verhinderd is bij de mondelinge behandeling aanwezig te zijn en heeft om uitstel verzocht. De wrakingskamer heeft kennis genomen van het uitstelverzoek, maar zag geen aanleiding het uitstelverzoek te honoreren, omdat de reden voor de verhindering niet was toegelicht. Verzoeker is van de afwijzing van het uitstelverzoek in kennis gesteld. In het e-mailbericht van 16 januari 2015 heeft verzoeker -voor het geval zijn uitstelverzoek werd afgewezen- de redenen voor de wraking aangegeven.
  2. Het wrakingsverzoek 2.
  3. Het verzoek tot wraking is gericht tegen de gewraakte rechter als rechter in de zaak tegen [verzoeker] als verdachte. 2.
  4. Verzoeker heeft blijkens het proces-verbaal van het mondelinge verzoek aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat de gewraakte rechter vooringenomen en niet onpartijdig is, omdat hij niet bereid was in de strafzaak tegen verzoeker de hoofdofficier van justitie als getuige op te roepen en te horen als getuige. 2.
  5. De gewraakte rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft verweer gevoerd. Dat verweer wordt hierna voor zover nodig besproken. 2.
  6. De officier van justitie heeft bij de mondelinge behandeling geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek. 3De beoordeling 3.
  7. Wraking van een rechter is slechts mogelijk op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan kan sprake zijn indien de rechter jegens een partij vooringenomen is of indien de vrees van een partij daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Bij de beoordeling daarvan moet voorop staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is (HR 24 oktober 1995 NJ 1996,484). Uit de artikelen 512 en 513 Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) en het vermoeden van onpartijdigheid volgt dat de verzoeker concrete feiten en omstandigheden moet aanvoeren waaruit objectief afgeleid moet worden dat de rechter jegens een partij vooringenomen is of de vrees van een partij dat dat zo is objectief gerechtvaardigd is. Met inachtneming hiervan overweegt de rechtbank het volgende. 3.
  8. Uit het proces-verbaal van de zitting van 22 december 2014 blijkt dat verzoeker in zijn strafzaak heeft verzocht om de hoofdofficier van justitie als getuige op te roepen, omdat ten eerste met de door hem gedane aangiftes niets gebeurt, en ten tweede omdat de hoofdofficier van justitie geen gehoor geeft aan het verzoek om de recherche te laten horen. De hoofdofficier dient op deze punten uitleg te geven. 3.
  9. De gewraakte rechter heeft het verzoek afgewezen, omdat dit verzoek volgens hem niet van belang is voor enig te nemen beslissing in de strafzaak tegen verzoeker. Verzoeker heeft vervolgens het onderhavige wrakingsverzoek ingediend. 3.
  10. De rechtbank overweegt als volgt. De enkele omstandigheid dat de gewraakte rechter een verzoek tot het horen van een getuige heeft afgewezen, kan in beginsel niet leiden tot een gerechtvaardigde wraking. Een dergelijke beslissing levert op zichzelf geen feiten of omstandigheden op die de rechterlijke onpartijdigheid in de zin van de hiervoor vermelde bepaling raken. Dit is alleen anders, wanneer die beslissing of de motivering daarvan een zwaarwegende aanwijzing oplevert als hiervoor genoemd. In het onderhavige geval is hiervan niet gebleken. Voor zover verzoeker de juridische houdbaarheid van deze procesbeslissing zou betwisten, is de rechtbank van oordeel dat dit zo nodig in hoger beroep aan de orde kan worden gesteld en dus niet als grond voor wraking kan dienen. 3.
  11. Gelet op het voorgaande komt de wrakingskamer tot het oordeel dat geen sprake is van uitzonderlijke omstandigheden als bedoeld in rechtsoverweging 3.1.. Het verzoek tot wraking zal daarom worden afgewezen. 4De beslissing De rechtbank wijst het verzoek tot wraking af. Deze beschikking is gegeven door de mrs. M.C.G.J. van Well (voorzitter), H.P.M. Kester en M.P.C.J. van Bavel (rechters) in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.J.W. Lambregts en in het openbaar uitgesproken op 28 januari
  12. de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.