vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zutphen zaaknummer / rolnummer: C/05/287491 / KZ ZA 15-222 Vonnis in kort geding van 25 augustus 2015 in de zaak van 1 [naam VOF] , gevestigd te [plaats] , 2. [eiser A], wonende te [plaats] , 3. [eiseres B], wonende te [plaats] , eisers, advocaat mr. W. Langhout te Almere, tegen naamloze vennootschap ACHMEA SCHADEVERZEKERINGEN N.V., gevestigd te Apeldoorn, gedaagde, advocaat mr. M. Bouman te Eindhoven. Partijen zullen hierna [eisers] en Achmea genoemd worden. Eisers zullen afzonderlijk van elkaar respectievelijk [naam VOF] , [eiser A] en [eiseres B] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de mondelinge behandeling de pleitnota van Achmea. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiser A] en [eiseres B] zijn sinds 16 juni 2014 vennoten van [naam VOF] . [naam VOF] exploiteert een cafetaria in [plaats] in een door de [naam VOF] gehuurd pand. 2.2. [naam VOF] heeft op 11 juli 2014 een verzekeringsovereenkomst gesloten met Achmea op grond waarvan in geval van schade door een plotselinge gebeurtenis – waaronder brand – onder meer de voorraad en de inventaris van [naam VOF] zijn verzekerd en stagnatiekosten worden vergoed. In de toepasselijke polisvoorwaarden is onder meer bepaald dat schade slechts verzekerd is als deze door een plotselinge gebeurtenis is veroorzaakt en de verzekerde niet van te voren wist van de gebeurtenis. Daarnaast is bepaald dat de verzekerde niet verzekerd is als hij fraude pleegt (“verzekerde vertelt niet de waarheid of vertelt niet alles. - Of om een vergoeding van ons te krijgen. - Of om een verzekering af te sluiten of te houden ”) en in geval van gedrag waarbij de schade voorspelbaar is. 2.3. Op 24 juli 2014 is er in de cafetaria brand ontstaan. Op 25 juli 2014 heeft de politie een proces-verbaal opgemaakt van “brandonderzoek forensische opsporing” in de cafetaria. Daarin is onder meer het volgende opgenomen: “(…) Het bedrijf is opgebouwd uit drie verbouwde garageboxen (…) Omschrijving schade De achterste garagebox, welke als opslag door het cafetaria werd gebruikt, werd grotendeels door vuur vernield. de aansluitende garage box naar de voorzijde werd gedeeltelijk vernietigd door het vuur en voor het nablussen werd het plafond door de brandweer uitgebroken. De aangrenzende box naar voren was ingericht als keuken. Hier was door de warmte ernstige smeltschade ontstaan aan goederen en materialen aan het plafond en op de aanrechten. De aangrenzende box aan de voorzijde van het pand had ernstige roet en rookschade en was gedeeltelijk door de hitte aangetast. (…) Onderzoek (…) Gezien het aangetroffen brandbeeld en de V-vormige aftekening op de opslagstelling aan de achterwand van het pand is dit de meest waarschijnlijke plek van het ontstaan van de brand. Op de deurposten en aan het plafond kon duidelijk worden waargenomen dat de brand zich vanuit deze achterste ruimte had verplaatst naar de voorgelegen ruimte. Ik zag dat de rol/kanteldeur van de achterste garagebox tijdens de brand gedeeltelijk had opengestaan. Dit werd zichtbaar gemaakt door de positie waarin het slot van deze roldeur teruggeplaatst kon worden aan de hand van de fysieke sporen die het vuur had achtergelaten op het slot. (…) Op vrijdag 25 juli 2014 omstreeks 10:00 uur werd door mij verzoek gedaan voor de inzet van de speurhond brand versnellende middelen. (…) (Op grond van dit onderzoek, vzr) werd geen indicatie verkregen voor de aanwezigheid van brandversnellende middelen. (…) Uitsluiting oorzaak Op de plaats van het ontstaan van de brand waren geen elektrische aansluitingen aanwezig die een brand zouden hebben kunnen veroorzaken. Ook werden er op de ontstaansplaats geen middelen en of materialen aangetroffen welke een brand zouden hebben kunnen laten ontstaan. (…) Samenvattend Een onomstotelijke oorzaak voor het ontstaan van de brand kon niet worden vastgesteld. De meest waarschijnlijke oorzaak van de brand is het al dan niet opzettelijk open vuur bijbrengen of achtergelaten in de stelling bij de papieren en plastic verpakkingsmateriaal. (…)” 2.4. Op 25 juli 2014 heeft [eiser A] aangifte van brandstichting gedaan bij de politie. Over het verloop van de dag van 24 juli 2014 heeft [eiser A] , voor zover hier van belang, als volgt verklaard: “Het was gisteren normaal druk, mevrouw [eiseres B] ging tegen 19.15 uur weg. (…) Ik ging gisteravond om 22.15 uur weg, de sluitingstijd was om 22.00 uur. Sluitingstijd is afhankelijk van de drukte, maar meestal tegen 22.00 uur. (…) Zoals ik al zei heb ik gisteren rond 22.15 a 22.20 uur het pand verlaten. U vraagt hoe ik dat tijdstip precies weet. Ik weet dat omdat ik altijd rond dat tijdstip weg ga. Om 22.00 uur heb ik de deur gesloten. Ik heb daarna nog wat schoongemaakt. Om 21.30 uur ben ik voor het laatst het gehele pand doorgelopen, naar de opslag, om lege dozen patat naar achteren te brengen. U vraagt of mij toen nog wat opgevallen is in de opslag, of ik daar dingen heb gezien die er niet thuishoren. Nee. Nadat ik had afgesloten ben ik naar huis gegaan, in [plaats] . Toen ben ik gaan douchen. Daarna ben ik nog even in de kamer gaan zitten. Rond 23.00 uur kwam mijn zoon thuis. Hij heet [zoon eiser A] (…) met mijn ex-vrouw. (…). Zij haalden mij op om naar het cafetaria te gaan. [zoon eiser A] had van vriendjes gehoord, via de whatsapp, dat het cafetaria in brand stond. Deze vrienden wonen vlakbij de cafetaria, dus ik denk dat zij de brand hebben gemerkt. Ik ben toen samen mat mevrouw [eiseres B] ter plaatse gegaan. Ik schat dat we rond vijf over elf (23.05 uur) bij de cafetaria waren. De brand was toen al geblust. Ik hoorde van de brandweer dat de brand rond 22.30 uur moet zijn begonnen. (…) U vraagt mij of ik iemand kan bedenken die in de cafetaria brand zou willen stichten. Nee, ik denk het niet. Ik denk niet dat het op mijzelf gericht is want daarvoor is het te jong. Daarmee bedoel ik dat (…) ik er nog maar net zit en de mensen mij nog niet kennen. (…) U vraagt mij of er mij gisteren gedurende de dag dingen zijn opgevallen. Nee, het was een rustige, normale dag. (…) U vraagt mij naar de schade die ik door de brand met geleden. Ik heb de inboedel gekocht voor 60.000 euro. Ik denk dat ik dit allemaal kwijt ben. Ik denk dus dat het schadebedrag de gehele inboedel is. Ik ben verzekerd bij Interpolis (…). (…)” Over één van de toegangsdeuren, een garagedeur aan de achterkant van de cafetaria, heeft [eiser A] het volgende verklaard: “De sloten (op die deur, vzr) zijn erop gemaakt door de vorige eigenaar, omdat de deur nog wel eens iets open wilde gaan staan. De reden hiervoor is dat de knop die op de roldeur zit verroest is. De deur ging bijvoorbeeld open doordat de container tegen de deur botste of doordat er tegen werd geschopt. Wanneer dit gebeurt kun je de deur een stukje op tillen, ik denk ongeveer 15 cm. Dat kan nu dus nog steeds. Het is niet hoog genoeg om er onder door te kruipen. De 2 extra sloten zorgen er vervolgens voor dat de deur niet verder open kan Door de extra sloten blijft de deur in ieder geval dicht. Deze deur (…) is de hele week niet open geweest. Aan de buitenkant van (deze, vzr) deur (…) staan vaak rolcontainers en andere containers van de Emte (naastgelegen supermarkt, vzr). Dat gehele terrein aan de zijkant van de cafetaria is volgens mij van de Emte. Zij mogen daar plaatsen wat ze willen. Er staan ook vaak containers tegen de garagedeur aan. Er stonden gisteren ook meerdere containers, gisteren stond het vol met rolcontainers, mijn container en een aantal broodbakken van de Emte. Ik heb gisteren dit nog gezien, omdat de leverancier gisteren, donderdag 24 juli, kwam. Volgens mij was dit rond een uur of half vier. Toen zag ik dat het vol stond. De garagedeur (…) was niet te bereiken, zonder containers te verplaatsen. (…)” 2.5. Vervolgens heeft de politie [eiser A] later op 25 juli 2015 nogmaals gehoord als getuige. Uit het proces-verbaal van het verhoor getuige blijkt dat [eiser A] heeft verklaard over een man die op dinsdag 22 juli 2014 een aantal uren bier had zitten drinken bij de cafetaria en was weggegaan zonder te betalen omdat zijn pinpas het niet deed. In het proces-verbaal is als verklaring van [eiser A] onder meer het volgende opgenomen: “(…) Hij heeft toen de pas bij het pinautomaat achtergelaten en is weggegaan. (…) Ik heb de bankpas aan mevrouw [eiseres B] laten zien en deze heb ik vervolgens op de balie bij de telefoon gelegd, in de buurt van de menukaarden. Deze pas heb ik woensdag voor het laatst gezien, misschien ligt hij er nog steeds wel. U vraagt mij of ik de pas van hem heb afgenomen. Nee dat heb ik niet gedaan, ik zag dat de man de pas op de balie gooide en vertrok. U vraagt mij of ik de pas donderdag nog heb gezien. Deze pas heb ik donderdag niet meer gezien, ik denk dat deze nog bovenop de folders/menukaarden moet liggen. (…)” 2.6. [eiser A] heeft de brand gemeld bij Achmea. Op 29 juli 2014 heeft [eiser A] een eerste verklaring afgegeven aan [naam 3] van Achmea, Afdeling Expertise, Team Toedrachtonderzoek. Hij heeft toen onder meer verklaard dat hij op 24 juli 2014 rond 22:10 of 22:15 uur de cafetaria heeft verlaten, dat hij niet weet hoe het alarm precies werkt en of de camera’s in de cafetaria beelden opnamen en bewaarden en dat er een bankpas in de cafetaria bij het pinapparaat op de toonbank achterbleef van een dronken man, [naam 1] . Ten slotte heeft [eiser A] verklaard dat hij niet begrijpt dat sprake is van brandstichting, dat hij daar niet bij betrokken is en dat hij al zijn privégeld in de cafetaria heeft gestoken. 2.7. Op 23 september 2014 heeft de politie een “proces-verbaal van bevindingen uitkijken camerabeelden” opgemaakt van gebeurtenissen in de cafetaria. Daaruit blijkt onder meer dat [naam 1] op 23 en 24 juli 2014 meerdere biertjes heeft gedronken bij de cafetaria, dat [eiser A] de pinpas van [naam 1] om 14:25 uur op de balie heeft gelegd, maar dat de pas daar om 14:27 uur niet meer lag. Daarnaast blijkt uit het proces-verbaal dat [eiser A] om 21:33 uur iets voor één van de camera’s heeft gehangen waardoor deze gedurende vier minuten geen beelden meer weergeeft van de cafetaria. Bovendien is in het proces-verbaal geconcludeerd – aan de hand van muziek op de radio en tijdsaanduiding in het camerasysteem – dat [eiser A] op 24 juli 2015 om 22:26 uur de cafetaria heeft verlaten en daar om 22:27 uur met zijn auto naar huis is vertrokken. 2.8. Op 11 november 2014 is [eiser A] aangehouden als verdachte van brandstichting in de cafetaria en in verzekering gesteld. Op 11 november 2014 zijn twee processen-verbaal van verhoor van [eiser A] als verdachte opgemaakt en op 12 november 2014 nog één. Tijdens het eerste verhoor van [eiser A] heeft [eiser A] onder meer verklaard dat hij gezondheidsproblemen heeft, dat hij in juli 2014 (vermoedelijk vóór de brand) een hersenscan heeft gehad waarvan hij op 15 augustus 2014 de uitslag heeft gekregen en dat daaruit is gebleken dat hij een herseninfarct had gehad. Tijdens het tweede verhoor is [eiser A] onder meer ondervraagd over zijn handelingen die hij blijkens camerabeelden vlak voor de brand in de cafetaria heeft verricht, over het tijdstip waarop hij de cafetaria heeft verlaten en het tijdstip van de brand en over de pinpas van [naam 1] . In het proces-verbaal van het derde verhoor is onder meer het volgende opgenomen: “(…) V (vraag verbalisant, vzr): Maar hoe zit dat dan precies met de alarmmeldingen via de sms? A (antwoord [eiser A] , vzr): Ja die werden ook verstuurd, via sms. Dan kreeg je thuis een melding. Maar die stonden nog op naam van de vorige eigenaar, die kreeg dat nog op zijn mobiel. We hebben nog geprobeerd om dat om te zetten naar mij, maar dat is er niet van gekomen. (…) O (opmerking verbalisant, vzr) : In de telefoon van [naam 2] (de vorige eigenaar, vzr) hebben wij gezien dat de alarminstallatie een sms heeft verzonden naar zijn telefoon met de letterlijk tekst: “24-Jul-2014 22:06:34 Gebied 1: Sirene storing ‘ [cafeteria] ’”. V: Wat kun jij hierover zeggen? A: Hoe laat was dat? Zes over tien? Dat weet ik niet. Toen was het klepje aan de voorkant (van de alarminstallatie, vzr), waar je dus met het muntje langs gaat, nog niet dicht. (…verbalisant legt uit over een alarmkast in de cafetaria en vraagt [eiser A] wat hij daarover weet, vzr) A: Niets, ik weet niet eens van het bestaan van die alarmkast (…) V. Daar is dat sms-je van afkomstig met dat tijdstip 22.06.34. We zien jou op de beelden om 22.01 uur en daarna om 22.08 uur pas weer. Dus wij weten niet wat er in de tussentijd is gebeurd. A: Toen was ik in de keuken. (…) O: We willen nog even terug komen op wat voor ons lijkt, het afplakken van de camera. We hebben jou gisteren het filmpje laten zien. V: Wat deed je op dat moment bij de camera? A: Ik denk dat ik aan het schoonmaken ben. V: We laten jou het filmpje nogmaals zien. A: Het kan ook zijn dat ik spinnenwebben heb weggehaald. V: Wij zijn daar niet bij geweest. Maar wij zien beelden. En daarop ben je niet aan het spinnenwebben weghalen of schoonmaken. Wat doe je op dit moment. Wat zien we hier? A: Ik was aan het schoonmaken. Het is echt een doekje. (…) V: Stel dat het zo’n doekje is, waarom hang je dat dan voor de camera, gedurende een kleine minuut? A: Misschien heb ik eerst de colakoelkast schoongemaakt. V: De vraag is niet was je misschien hebt gedaan, we vragen jou was je nog weet van wat je gedaan hebt. A: Ja ok. V: Hoe blijft zo’n doekje dan hangen, zoals we op de beelden zien? A: Raar doekje. (…)” Daarnaast heeft [eiser A] nog een verklaring afgelegd over de pinpas van [naam 1] . Daarover heeft de verbalisant het volgende geconcludeerd: “Ook over de achtergebleven bankpas van [naam 1] ben jij niet duidelijk. Op de beelden is te zien dat hij de pas op de witte balie legt en het volgende moment ligt de pas er niet meer. De enige persoon die op dat moment bij de pas kan, ben jij. Jij verklaart hierover dat je de pas bij de menukaarten hebt neergelegd. Dit is echter niet te zien op de beelden en de pas wordt hier later ook niet aangetroffen. Deze wordt aangetroffen buiten het pand, vlakbij de rolkanteldeur naar de ruimte van de brandhaard.” 2.9. Op 18 december 2014 hebben de schade-experts van [eisers] en van Achmea de schade ten gevolge van de brand voor [naam VOF] getaxeerd op € 75.000,00 inventarisschade in geval van herinvestering, € 50.000,00 inventarisschade in geval van staking op basis van dagwaarde, € 9.905,00 bedrijfsschade bij staking (10 weken) en € 4.500,00 voorraadschade. 2.10. Op 23 december 2014 heeft [naam 3] van Achmea, Afdeling Expertise, Team Toedrachtonderzoek, een “rapport toedrachtonderzoek” opgesteld over de brand in de cafetaria. Daarin is onder “8. Resumé” onder meer het volgende geconcludeerd: “Na onderzoek is het volgende gebleken: Technisch onderzoek De technisch onderzoeker [naam 4] stelt dat de oorzaak voor het ontstaan van deze brand vrijwel zeker het gevolg is van het al dan niet opzettelijk initiëren van vuur (brandstichting). Het ontstaansgebied van deze brand in de garagebox aan de achterzijde van het pand en wel nabij de kanteldeur van deze box gesitueerd was. De kanteldeur van de garagebox voor en tijdens de brand open heeft gestaan. Negatieve betrokkenheid van de heer [eiser A] (verzekerde) bij het ontstaan van deze brand vooralsnog in technische zin niet kan worden uitgesloten. Het politieonderzoek dan wel de eventueel vrijgegeven gegevens van de inbraakalarminstallatie / videobewakingssysteem hier meer duidelijkheid over kunnen verschaffen. (…) Tegenstrijdigheden • Tijdstip verlaten cafetaria Verzekerde in het tweede gesprek van 17 november 2014 vertelde dat de politie hem had geconfronteerd met o.a. de camerabeelden waaruit bleek dat verzekerde om 22.25 uur de cafetaria had verlaten en niet tussen 22.10 uur en 22.1 5 uur zoals verzekerde vertelde. De brand, na het verlaten van het pand door verzekerde, één minuut later om 22.26 uur gemeld was bij 112. De eerste internet melding van inzet brandweer om 22.30.34 uur geregistreerd staat. • Storingsmelding alarm Er op 24 juli 2014 om 22.06.34 uur een sms melding op de GSM van de vorige eigenaar binnenkomt van een Sirene storing In gebied 1 bij [cafeteria] . Volgens de vorige eigenaar gebied 1 zich bevindt bij de toonbank aan de voorzijde van de cafetaria. Als verzekerde het pand om 22.25 uur verliet hij om 22.06.34 uur aanwezig was. Verzekerde in de 1e verklaring vertelde dat hij wist dat er een sms bericht naar de GSM van de vorige eigenaar ging, maar in de 2e verklaring verklaarde hiervan niet te weten. Opmerking technisch onderzoeker: Dat in zijn algemeenheid kan worden gesteld dat als een storingsmelding gegenereerd wordt bij een niet ingeschakelde inbraakalarminstallatie, dit betekent dat een component van de installatie defect is, dan wel dat een component van die installatie zodanig gemanipuleerd is dat deze niet meer functioneert. • Gevonden bankpas De heer [eiser A] op vrijdag 25 april 2014 in de politieaangifte niet sprak over de problemen met de klant en een achtergelaten bankpas. In het gesprek op 29 juli 2014 dat ik met verzekerde had noemde de heer [eiser A] dit voorval wel. Verzekerde [eiser A] verklaarde dat de politie hem confronteerde met een tijdsverschil van één minuut dat hij de cafetaria verliet de brand van buitenaf zichtbaar was, door een buurtbewoner werd opgemerkt en bij 112 binnen kwam. Verzekerde verklaarde dat om het moment dat hij de cafetaria afsloot de bankpas nog op de toonbank lag. Niet verklaarbaar is hoe de bankpas van de klant in dit korte tijdsbestek van minder dan een minuut buiten in de omgeving van de garagebox is gekomen. Achter de openstaande kanteldeur woedde namelijk de brand en verzekerde was de enige aanwezige in de cafetaria. Aan het pand werden verder geen sporen van braak aangetroffen. • Activeren van het alarm Verzekerde [eiser A] in het eerste gesprek vertelde, dat als hij het alarm activeerde met de sleutel hij niets zichtbaar kreeg. Verzekerde hierover in het tweede gesprek vertelde dat hij op het display te zien kreeg “Serene storing”. Ik sluit niet uit dat verzekerde tijdens het politieverhoor geconfronteerd is met de tekst van het sms bericht en zijn eerdere verklaring daarover aanpast. Mij is bekend dat de vorige eigenaar door de politie is gehoord en de informatie van het sms bericht ter beschikking heeft gesteld. Mogelijk geen voortzetting cafetaria Verzekerde verklaarde door zijn herseninfarct(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.