← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2015:6601

RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: AWB 15/5871 proces-verbaal van de voorzieningenrechter van op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen [verzoekster], verzoekster (gemachtigde: mr. A.P. Loo), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beuningen te Beuningen, verweerder. Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [derde-partij] (gemachtigde: mr. W. de Vis). Procesverloop Bij besluit van 23 september 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan de derde-partij een last onder dwangsom opgelegd met een begunstigingstermijn die eindigt op 1 januari

  1. Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit voor zover het de begunstigingstermijn voor de last onder dwangsom betreft bezwaar gemaakt. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 oktober
  2. Namens verzoekster is verschenen [naam 1], bijgestaan door mr. A.P. Loo. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.G.M. Foppele en D.W.T. van der Coelen. Namens de derde-partij is verschenen [naam 2], bijgestaan door mr. S. Grasboer, kantoorgenoot van mr. W. de Vis. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De voorzieningenrechter; schorst het bestreden besluit, uitsluitend voor zover het de begunstigingstermijn voor de last onder dwangsom betreft; treft de voorlopige voorziening dat de begunstigingstermijn voor de last onder dwangsom wordt gesteld op twee weken na de uitspraak op 26 oktober 2015; veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster ten bedrage van € 980; gelast dat verweerder het door verzoekster betaalde griffierecht groot € 331 aan haar vergoedt. Overwegingen De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering. De voorzieningenrechter overweegt dat gelet op artikel 5:32a, tweede lid, van de Awb en vaste rechtspraak de begunstigingstermijn er slechts toe dient de overtreder in de gelegenheid te stellen de opgelegde last onder dwangsom uit te voeren zonder dat de dwangsom wordt verbeurd. In het onderhavige geval kan het gebruik zonder omgevingsvergunning in strijd met de bestemming – het exploiteren van een bedrijfsoppervlak van 550 m² voor de verkoop van dierbenodigdheden- eenvoudig en direct worden beëindigd door de tentoongestelde dierbenodigdheden te verwijderen en de verkoop van die artikelen te staken. Anders dan verweerder kennelijk heeft aangenomen, kan de begunstigingstermijn er niet toe dienen de derde-partij in de gelegenheid te stellen de herinrichting van het bedrijfspand af te wachten. Het feit dat het beëindigen van de exploitatie organisatorische en financiële gevolgen voor de derde-partij heeft, kan ook niet leiden tot een langere begunstigingstermijn. Deze gevolgen dienen voor rekening en risico van de derde-partij te blijven, die het pand zonder omgevingsvergunning in strijd met het bestemmingsplan gebruikt. Gelet op het voorgaande is de gestelde begunstigingstermijn langer dan noodzakelijk om aan de last gevolg te geven, zodat geen sprake is van een reële begunstigingstermijn. De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat het bestreden besluit wegens strijd met artikel 5:32a, tweede lid, van de Awb geen stand zal kunnen houden. De voorzieningenrechter ziet hierin aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht vergoedt. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 980 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 490,- en een wegingsfactor 1). Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J. Jue, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.G.J. Litjens, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 26 oktober
  3. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.