vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaakgegevens 3997734 \ CV EXPL 15-5067 \ 475 uitspraak van vonnis in de zaak van de stichting Stichting Naleving CAO voor uitzendkrachten gevestigd te Barendrecht eisende partij gemachtigde mr. M.H.D. Vergouwen tegen de besloten vennootschap Logiflex Herwen B.V. gevestigd te Herwen gedaagde partij gemachtigde mr. D.A.M. Lagarrigue Partijen worden hierna SNCU en Logiflex genoemd. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 27 mei 2015 en de daarin genoemde processtukken - de brief van de SNCU van 25 augustus 2015 met bijlagen - het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 7 september 2015 2De feiten 2.1. Logiflex is in 2002 opgericht en exploiteert of exploiteerde een onderneming waarin zij haar werknemers inzet ten behoeve van twee zustervennootschappen – deze vennootschappen hebben alle dezelfde aandeelhouder, [De Holding] - [vennootschap A] en [vennootschap B] Deze twee vennootschappen houden zich bezig met de reconditonering van textiel, opslag, transport en textiel. 2.2. De CAO voor de Uitzendkrachten (hierna: de CAO Uitzendkrachten) is afgesloten voor de periode 29 maart 2009 tot 29 maart 2014. Deze CAO (alsmede haar voorgangster) is algemeen verbindend verklaard bij besluit van 21 mei 2008 voor de periode van 25 mei 2008 tot en met 28 maart 2009, bij besluit van 19 juni 2009 voor de periode van 25 juni 2009 tot en met 27 maart 2011 en bij besluit van 11 juli 2011 voor de periode van 14 juli 2011 tot en met 31 maart 2012. De CAO Sociaal Fonds voor de Uitzendbranche (hierna: de CAO Sociaal Fonds) is algemeen verbindend verklaard bij besluit van 30 september 2008 voor de periode van 30 september 2008 tot en met 30 maart 2009 en bij besluit van 24 juni 2009 over de periode 28 juni 2009 tot en met tot en met 27 maart 2011 en bij besluit van 27 mei 2011 voor de periode 2 juni 2011 tot en met 28 maart 2014. Op 24 april 2014 is opnieuw een CAO Sociaal Fonds afgesloten. Deze CAO is voor de periode van 1 september 2014 tot en met 31 december 2014 algemeen verbindend verklaard, welke verbindend verklaring is verlengt tot 16 september 2015. 2.3. Artikel 53 (met als kop: “Naleving”) van de CAO Uitzendkrachten luidt als volgt: “1. Er is een Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU) opgericht door de partijen betrokken bij de CAO. 2. De statuten en reglementen van de SNCU zijn vastgelegd in de CAO Sociaal Fonds voor de Uitzendbranche.” 2.4. Artikel 7 (met als kop: “Naleving”) van de CAO Sociaal Fonds luidt als volgt:“1. Er is een Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten (SNCU) opgericht door de partijen betrokken bij deze CAO waarvan de Statuten en Reglementen I en II integraal onderdeel uitmaken van deze CAO. 2. De SNCU dient erop toe te zien, dat de bepalingen van deze CAO algemeen en volledig worden nageleefd en is door de partijen betrokken bij deze CAO gemachtigd al datgene te verrichten dat daartoe nuttig en noodzakelijk kan zijn.” 2.5. SNCU is in 2004 opgericht en heeft op grond van artikel 7 lid 4 van haar statuten en haar Reglement I (getiteld, Commissie Naleving CAO voor Uitzendkrachten) haar toezichthoudende taken overgedragen aan de Commissie Naleving CAO voor Uitzendkrachten (hierna: CNCU), een en ander als omschreven in het daartoe opgemaakte Reglement II (getiteld, Werkwijze van de Commissie Naleving CAO Uitzendkrachten) (hierna: het Reglement II). Dat Reglement II verplicht, kort samengevat, werkgevers die onder de werking van genoemde CAO’s vallen aan de CNCU die informatie te verschaffen die zij redelijkerwijs voor de uitvoering van haar taakuitoefening nodig acht. Bij gebreke van het verstrekken van de gevraagde informatie of bij het verstrekken van foutieve informatie voorziet het Reglement II (uiteindelijk) in de mogelijkheid van het opleggen van een forfaitaire schadevergoeding door SNCU. 3De vordering en het verweer 3.1. SNCU vordert, kort samengevat, dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Logiflex zal veroordelen tot naleving van de CAO Uitzendkrachten en de CAO Sociaal Fonds op straffe van verbeurte van een dwangsom en voorts Logiflex zal veroordelen tot nabetaling aan de betrokken werknemers van € 322.296,- alsmede tot betaling van € 55.085,- aan SNCU zelf wegens schadevergoeding alsook buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. 3.2. SNCU stelt daartoe dat Logiflex een onderneming drijft die werknemers ter beschikking stelt aan derden om onder leiding en toezicht van deze derden arbeid te verrichten. Op deze onderneming is de CAO Uitzendkrachten van toepassing, voor zover deze algemeen verbindend is verklaard. Dit geldt ook voor de CAO Sociaal Fonds. SNCU baseert deze stelling (mede) op de uitkomsten van onderzoeken door de onderzoeksbureaus VRO en Providius. Uit het onderzoek van laatstgenoemd bureau blijkt dat de onderneming van Logiflex voor meer dan 50% van het totale premieplichtig loon op jaarbasis als werkgever in het kader van uitoefening van beroep of bedrijf werknemers ter beschikking heeft gesteld aan opdrachtgevers om krachtens een aan Logiflex verstrekte opdracht arbeid te verrichten onder leiding en toezicht van die opdrachtgevers. Deze opdrachtgevers waren [vennootschap A] en [vennootschap B] (de zustervennootschappen). Vastgesteld is voorts dat geen andere bedrijfstak CAO van toepassing is bij Logiflex. Ondanks aanmaningen en sommaties weigert Logiflex te verklaren dat zij genoemde beide CAO’s – voor zover algemeen verbindend verklaard – zal naleven. 3.3. Logiflex voert gemotiveerd verweer waarop hierna nader wordt ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Het gaat in deze zaak allereerst om de vraag of de CAO Uitzendkrachten en de CAO Sociaal Fonds van toepassing zijn op door Logiflex gesloten arbeidsovereenkomsten. Tussen partijen staat vast dat Logiflex geen contractspartij was bij voornoemde CAO’s en dat haar binding aan deze CAO’s uitsluitend gebaseerd kan worden op de algemeen verbindend verklaring van (een van) deze CAO’s. 4.2. De zogeheten werkingssfeer bepaling van eerstgenoemde CAO (art. 2) luidt als volgt: “De CAO is van toepassing op de uitzendovereenkomsten tussen uitzendkrachten en een uitzendonderneming, indien en voorzover de omvang van de uitzendloonsom tenminste 50 procent van het totale premieplichtig loon op jaarbasis van die uitzendonderneming bedraagt, behoudens dispensatie op grond van artikel 4 van de CAO.” Artikel 1 onder t van de CAO Uitzendkrachten definieert uitzendonderneming als: “de natuurlijke persoon of rechtspersoon die uitzendkrachten ter beschikking stelt van (uitzendt naar) opdrachtgevers”. De uitzendovereenkomst wordt in dezelfde bepaling onder u gedefinieerd als: “de arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7:690 BW, waarbij de ene partij als werknemer door de andere partij als werkgever in het kader van de uitoefening van het beroep of bedrijf van die werkgever ter beschikking wordt gesteld van een derde om krachtens een door deze aan die werkgever verstrekte opdracht arbeid te verrichten onder toezicht en leiding van de derde”. De werkingssfeer bepaling van de CAO Sociaal Fonds is gelijkluidend. 4.3. De vraag is dan of de door Logiflex met de werknemers gesloten overeenkomsten kwalificeren als uitzendovereenkomsten en of Logiflex een uitzendonderneming voert. Onweersproken is dat aan de 50%-eis uit de werkingssfeerbepaling is voldaan. 4.4. Genoemde vraag dient, gezien art. 1 onder u van de CAO Uitzendkrachten, te worden beantwoord aan de hand van de in art. 7:690 BW gegeven definitie van de uitzendovereenkomst. Deze bevat de volgende elementen: arbeidsovereenkomst; ter beschikking stelling werknemer door werkgever aan een derde; in het kader van de uitoefening van het beroep of bedrijf van de werkgever; krachtens door de derde aan werkgever verstrekte opdracht; verrichten arbeid onder leiding en toezicht van de derde. 4.5. Het staat vast (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.