vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/275500 / HA ZA 14-700 / 172 / 560 Vonnis in incident van 29 april 2015 in de zaak van
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] BEHEER B.V., gevestigd te Lobith, gemeente Rijnwaarden,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [X] AGRO B.V., gevestigd te Lobith, gemeente Rijnwaarden,
- de rechtspersoon naar Roemeens recht [X] SOLAR S.R.L., gevestigd te Sebeş (Roemenië), eiseressen in de hoofdzaak, verweersters in het incident, advocaat mr. L. Vrakking te Arnhem, tegen
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DURA BEHEER B.V., gevestigd te Didam,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DURASOLAR B.V., gevestigd te Didam,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ESPAS BEHEER B.V., gevestigd te Wehl, gemeente Doetinchem,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DURASOLAR ENERGY SYSTEMS B.V., gevestigd te Didam,
- de rechtspersoon naar Roemeens recht DURASOLAR INVEST S.R.L., gevestigd te Sebeş (Roemenië),
- [A.X], wonende te Wehl, gemeente Doetinchem, gedaagden in de hoofdzaak, eisers in het incident, advocaat mr. R. de Lange te Winterswijk. Eiseressen in de hoofdzaak/verweerders in het incident zullen hierna gezamenlijk [X] Beheer B.V. c.s. en ieder afzonderlijk [X] Beheer, [X] Agro en [X] Solar worden genoemd. Gedaagden in de hoofdzaak/eisers in het incident worden hierna gezamenlijk Dura Beheer B.V. c.s. genoemd en ieder afzonderlijk Dura Beheer, Durasolar, Espas, Durasolar Energy Systems, Durasolar Invest en [A.X] . 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: het incidentele vonnis van 4 februari 2015; de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring; de incidentele conclusie van antwoord; de akte wijziging eis. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2De feiten en de vordering in de hoofdzaak 2.
- De feiten en de vordering in de hoofdzaak zijn weergegeven in het vonnis van 4 februari 2015, waarin is geoordeeld in het incident tot het treffen van een voorlopige voorziening. 2.
- [X] Beheer B.V. c.s. hebben bij akte van 1 april 2015 hun eis vermeerderd. Dura Beheer B.V. c.s. hebben nog niet de gelegenheid gehad hierop te reageren. Het oordeel over de toelaatbaarheid van de eisvermeerdering wordt aangehouden totdat zij die gelegenheid zullen hebben gehad. 2.
- De rechtsoverwegingen 2.3 en 2.4 van het vonnis van 4 februari 2015 worden hieronder herhaald (in rechtsoverweging 2.4); vervolgens worden er vaststaande feiten toegevoegd (in rechtsoverweging 2.5). 2.
- [B.X] en [A.X] hebben plannen gemaakt om gezamenlijk, met hun vennootschappen, te investeren in een zonne-energieproject in Roemenië. In het kader daarvan hebben [X] Beheer en [X] Agro enerzijds en Dura Beheer en Durasolar anderzijds samen twee percelen in Roemenië voorzien van zonnepanelen, waarmee zij middels de Roemeense rechtspersonen [X] Solar en Durasolar Invest ieder een zonne-energiepark exploiteren. Om dit te realiseren hebben [X] Solar en Durasolar Invest ieder een stuk grond aangeschaft in Sebeş, Roemenië. 2.
- De zonnepanelen en omvormers (en aanverwante apparatuur) zijn door [X] Agro ingekocht bij Durasolar. Vervolgens hebben [X] Solar en Durasolar Invest de panelen en omvormers van [X] Agro gehuurd. 3Het geschil en de beoordeling in het incident tot vrijwaring 3.
- Dura Beheer B.V. c.s. vorderen dat de rechtbank hun toestaat [B.X] (verder: [B.X] ) in vrijwaring op te roepen. Zij voeren daartoe het volgende aan. Partijen hebben een geschil gekregen over het moment waarop Dura Beheer B.V. c.s. moesten beginnen met het betalen van de huur. [B.X] heeft zich toen toegang verschaft tot het elektriciteitshuisje op het perceel van Dura Beheer B.V. c.s. en de elektriciteitsproductie bij Dura Beheer B.V. c.s. stilgelegd. Als gevolg daarvan produceert het solarpark van Dura Beheer B.V. c.s. geen energie, zodat zij inkomsten mislopen en niet aan hun financiële verplichtingen kunnen voldoen. Zij lijden daardoor schade waarvoor zij [B.X] aansprakelijk houden op grond van onrechtmatige daad. Zij concluderen dat zij recht en belang hebben om naast de aan hem verbonden rechtspersonen [B.X] ook in persoon in rechte te betrekken en [B.X] in vrijwaring op te roepen vanwege de verbondenheid van de jegens hem te richten schadevergoedingsvorderingen met de vorderingen in de hoofdzaak en uit proceseconomische redenen. 3.
- [X] Beheer B.V. c.s. voeren gemotiveerd verweer. Volgens hen hebben Dura Beheer B.V. c.s. geen ander oogmerk dan de procedure te vertragen. Oproeping in vrijwaring is volgens hen ondoelmatig omdat Dura Beheer B.V. c.s. hetzelfde kunnen bereiken door inhoudelijk verweer te voeren in de hoofdzaak en de andere aanhangige zaken. Door het incident op te werpen maken Dura Beheer B.V. c.s. misbruik van procesrecht. [X] Beheer B.V. c.s. betogen hiertoe dat het gestelde onrechtmatig handelen van [B.X] volgens de eigen stellingen van Dura Beheer B.V. c.s. toerekenbaar is aan [X] Beheer B.V. c.s. Zij kunnen daarom ook in reconventie hierop een beroep doen. Voor het overige is hetgeen Dura Beheer B.V. c.s. aanvoeren volgens [X] Beheer B.V. c.s. een causaliteitsverweer dat in de hoofdzaak gevoerd zou moeten worden. [X] Beheer B.V. c.s. voeren voorts aan dat Dura Beheer B.V. c.s. niets hebben gesteld waaruit blijkt van enige noodzaak om [B.X] naast [X] Beheer B.V. c.s. aan te spreken. Verder betogen zij dat honorering van hetgeen Dura Beheer B.V. c.s. in het vrijwaringsincident aanvoeren tot afwijzing van de vordering in de hoofdzaak leidt, in welk geval vrijwaring zinloos is. 3.
- Voor het toestaan van oproeping in vrijwaring geldt de eis dat de waarborg krachtens zijn rechtsverhouding tot de gewaarborgde, ook al is deze van geheel andere aard dan die waarop de vordering in de hoofdzaak is gegrond, verplicht is de nadelige gevolgen van een veroordeling van de gewaarborgde in de hoofdzaak te dragen (Hoge Raad 10 april 1992, NJ 1992, 446). 3.
- In het onderhavige geval behoort het tot de mogelijkheden dat een eventuele veroordeling van [B.X] tot betaling van schadevergoeding aan Dura Beheer B.V. c.s. op grond van onrechtmatige daad er althans voor een deel toe strekt dat [B.X] gehouden is de nadelige gevolgen van een veroordeling van Dura Beheer B.V. c.s. in de hoofdzaak te dragen, namelijk voor zover Dura Beheer B.V. c.s. in de hoofdzaak wordt veroordeeld tot vergoeding van schade die [X] Beheer B.V. c.s. hebben geleden doordat Dura Beheer B.V. c.s. niet aan hun betalingsverplichtingen jegens hen hebben voldaan als gevolg van een onrechtmatige daad van [B.X] . Aan de vereisten voor oproeping in vrijwaring is dus in beginsel voldaan. Oproeping in vrijwaring zal weliswaar tot enige vertraging kunnen leiden, maar deze is niet van dien aard dat de toestemming moet worden geweigerd. Vanwege de samenhang tussen de vorderingen in de hoofdzaak en de verwijten die Dura Beheer B.V. c.s. aan [B.X] maken, is vrijwaring op haar plaats en in overeenstemming met de eisen van een doelmatige procesvoering. Anders dan [X] Beheer B.V. c.s. betogen, kan het doel van vrijwaring niet worden bereikt door verweer te voeren in de hoofdzaak. [B.X] is immers geen partij in de hoofdzaak. Eventuele veroordeling van [B.X] tot vergoeding van schade op grond van onrechtmatige daad leidt ook niet zonder meer tot afwijzing van alle vorderingen in de hoofdzaak, zodat vrijwaring niet om die reden ‘zinloos’ is. 3.
- De conclusie is dat het Dura Beheer B.V. c.s. zal worden toegestaan [B.X] in vrijwaring te doen oproepen. Dat geldt niet voor Durasolar B.V. en Durasolar S.R.L. omdat in de hoofdzaak tegen hen geen vordering is ingesteld, zodat zij geen belang hebben bij oproeping in vrijwaring van [B.X] . 3.
- De beslissing over de proceskosten in het incident wordt aangehouden totdat er in de hoofdzaak wordt beslist. 4De beslissing De rechtbank in het incident 4.
- staat toe dat [B.X] door Dura Beheer B.V., Espas Beheer B.V., Durasolar Energy Systems B.V. en [A.X] wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van 10 juni 2015, 4.
- houdt de beslissing omtrent de kosten van het incident aan, in de hoofdzaak 4.
- bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 10 juni 2015 voor conclusie van antwoord. Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2015.