vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/261683 / HA ZA 14-182 Vonnis van 25 november 2015 in de zaak van de vennootschap naar vreemd recht SC TABLES.RO SRL, gevestigd te Dorolt (Roemenië), eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. M.N. Mense te Haarlem, tegen [gedaagde] wonende te 47559 Kranenburg (Duitsland), gedaagde in conventie, eiser in reconventie, advocaat mr. H.E. ter Horst te Zwolle. Partijen zullen hierna SC Tables en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 1 juli 2015 de akte uitlating na tussenvonnis tevens houdende verandering van eis met productie de antwoordakte, waarbij [gedaagde] tevens bezwaar heeft gemaakt tegen de wijziging van eis met productie. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling 2.1. De rechtbank blijft bij hetgeen is overwogen en beslist in het tussenvonnis van 1 juli 2015. Thans resteert de verdere beoordeling van de post in reconventie betreffende de overeengekomen 6% commissie. Verder in conventie 2.2. Alvorens in te gaan op de hoogte van de commissie zal de rechtbank ingaan op de verzochte wijziging van eis in conventie. De verzochte eiswijziging behelst het volgende. In conventie heeft SC Tables, na een eerdere eiswijziging, onder meer een verklaring voor recht gevorderd dat de samenwerkingsovereenkomst zoals neergelegd in de akte met als opschrift “Agreement Collaboration” op 23 september 2013 althans op enig moment geldig is beëindigd door SC Tables althans buitengerechtelijk is ontbonden, althans subsidiair ontbinding van de overeenkomst. In het tussenvonnis van 10 december 2014 heeft de rechtbank ten aanzien van deze vordering overwogen dat de gevorderde verklaring voor recht in zoverre bij eindvonnis kan worden toegewezen dat de rechtbank voor recht zal verklaren dat de overeenkomst op 23 december 2013 is geëindigd. Verder is overwogen dat nu SC Tables geen opzegtermijn in acht heeft genomen zij in beginsel schadeplichtig is voor de schade die [gedaagde] gedurende de opzegtermijn heeft geleden en dat beoordeling van de hoogte van die schadevergoedingsplicht in reconventie aan de orde zal komen. SC Tables heeft verzocht haar eis op dit punt te mogen wijzigen in die zin dat zij primair een verklaring voor recht vraagt dat de overeenkomst buiten rechte is ontbonden, subsidiair ontbinding en meer subsidiair verklaring voor recht dat de overeenkomst is beëindigd. 2.3. [gedaagde] heeft bezwaar gemaakt tegen deze verzochte wijziging van eis en betoogt dat deze in strijd is met de eisen van een goede procesorde. Dat bezwaar gaat op. Alhoewel de rechtbank nog geen eindvonnis heeft gewezen en SC Tables daarom bevoegd is haar eis te veranderen, heeft de rechtbank al op 10 december 2014 overwogen hoe op de gevorderde verklaring van recht zal worden beslist. Gelet daarop zou het toelaten van de gevraagde eiswijziging een onredelijke vertraging van het geding als gevolg hebben nu een ontbinding in plaats van een beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst doorwerkt in de beoordeling van de zaak en een deel van het reeds afgeronde debat weer zou heropenen. De rechtbank zal de verzochte wijziging van eis daarom buiten beschouwing laten. Verder in reconventie 2.4. Thans resteert een beoordeling van de hoogte van de door SC Tables aan [gedaagde] verschuldigde commissie ter zake de Time Factory collectie. Het betreft een vordering tot nakoming van de verplichtingen voortvloeiend uit de overeenkomst tussen partijen. Het bedrag dat SC Tables aan [gedaagde] verschuldigd is bedraagt 6% over de behaalde omzet uit hoofde van de rechtstreekse leveringen van meubels uit de Time Factory collectie aan derden in de Benelux gedurende de periode van 18 februari 2013 tot 23 december 2013 (zie het tussenvonnis van 10 december 2014, r.o. 4.24.). 2.5. In de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, heeft [gedaagde] het verschuldigde bedrag geschat op € 42.000,-- bij gebreke van door SC Tables te geven omzetcijfers. Hij heeft gesteld dat de Time Factory collectie bestaat uit items die voorkomen in een door hem overgelegde brochure (productie 1 bij antwoord). SC Tables heeft daartegen aangevoerd dat zij slechts commissie is verschuldigd over items die voorkomen op een aan de overeenkomst gehechte prijslijst (productie E1 en productie E21). In het tussenvonnis van 10 december 2014 is overwogen dat SC Tables zich diende uit te laten over de omvang van de behaalde omzet en hiertoe feitelijke gegevens diende te verschaffen. In de akte na het tussenvonnis heeft SC Tables betoogd dat de commissie € 1.204,20 dan wel € 5.487,06 bedraagt. Zij heeft ter onderbouwing diverse overzichten en facturen overgelegd waarop zij arceringen heeft aangebracht. De gearceerde items betreffen volgens SC Tables de items waarover commissie is verschuldigd. 2.6. In zijn antwoordakte heeft [gedaagde] diverse discrepanties aan de orde gesteld. In de eerste plaats wijst hij erop dat de opgaaf onvolledig is; facturen gericht aan Teugra B.V. te Oss en Peter Guntlisbergen Antiek B.V. te Eindhoven ontbreken bij het overzicht, aldus [gedaagde] . In de tweede plaats houdt SC Tables informatie en bewijs achter zoals de onderliggende boekhouding zodat niet geverifieerd kan worden of er sprake is van een volledig en juist beeld. Tot slot geven de overgelegde overzichten en facturen geen correct beeld hetgeen [gedaagde] vervolgens staaft met diverse voorbeelden. [gedaagde] meent dat dit tot gevolg dient te hebben dat er van de juistheid van de door [gedaagde] geschatte omzet en provisie moet worden uitgegaan. 2.7. Bij tussenvonnis van 1 juli 2015 heeft de rechtbank onder meer overwogen dat de bezwaren van [gedaagde] haar vooralsnog valide voorkomen, maar dat zij aanleiding ziet om SC Tables in de gelegenheid te stellen bij akte puntsgewijs te reageren op de door [gedaagde] aangevoerde bezwaren en om eventueel te komen met een nieuwe berekening. 2.8. Redengevend voor het vooralsnog valide achten van de geuite bezwaren zijn de volgende constateringen geweest. De door SC Tables bij productie E1 overgelegde prijslijst is niet gelijk is aan de als productie E21 overgelegde prijslijst van SC Tables, hetgeen SC Tables wel beweert. Op productie E21 staan twee extra items: de stoel “Jenson” en de stoel “Filipe”. 2.9. Wat ten aanzien van de arceringen opvalt is dat door SC Tables op de facturen gearceerde items niet voorkomen op haar eigen prijslijst(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.