← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2016:1967

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer : 05/841132-15 + 05/740590-15 (gevoegd) + 05/740532-15 (gevoegd) Datum uitspraak : 8 april 2016 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen [verdachte] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] , [woonplaats] . Raadsman: mr. M.F.M. Geeratz, advocaat te Venlo. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 maart

  1. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat ten aanzien van parketnummer 05/841132-15: hij op of omstreeks 17 oktober 2015 te Nijmegen (in [naam 1] ) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] (medewerker van [naam 1] ) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [slachtoffer 1] (met kracht) bij zijn keel heeft vastgegrepen en/of diens keel (met kracht) heeft dichtgedrukt en/of met een potlood eenmaal of meermalen met kracht heeft gestoken in/tegen de hals en/of nek van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 1] (met kracht) aan diens haren heeft getrokken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt: subsidiair hij op of omstreeks 17 oktober 2015 te Nijmegen (in [naam 1] ) [slachtoffer 1] (medewerker van [naam 1] ) heeft mishandeld hierin bestaande dat verdachte die [slachtoffer 1] (met kracht) bij zijn keel heeft vastgegrepen en/of diens keel (met kracht) heeft dichtgedrukt en/of met een potlood eenmaal of meermalen met kracht heeft gestoken in/tegen de hals en/of nek van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 1] (met kracht) aan diens haren heeft getrokken; ten aanzien van parketnummer 05/740590-15: hij op of omstreeks 05 augustus 2015 te Nijmegen [slachtoffer 2] (groepsleider in [naam 2] ) heeft mishandeld door die [slachtoffer 2]- meermalen, althans eenmaal, te slaan en/of te stompen in/op/tegen het hoofd/gezicht en/of het lichaam en/of - meermalen, althans eenmaal, te schoppen en/of te trappen op/tegen het been en/of het lichaam; ten aanzien van parketnummer 05/740532-15: hij op of omstreeks 27 december 2014 te Nijmegen [slachtoffer 3] heeft mishandeld door die [slachtoffer 3] - meermalen, althans eenmaal, te slaan en/of te stompen in/op/tegen het gezicht/hoofd en/of - bij de haren vast te pakken/vast te grijpen en/of aan die haren te trekken. 2Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten die hem ten laste zijn gelegd onder de drie aanhangige parketnummers, met dien verstande dat ten aanzien van parketnummer 05/841132-15 enkel het subsidiair aan verdachte tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat alle aan verdachte ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden, met dien verstande dat ten aanzien van parketnummer 05/841132-15 enkel het subsidiair aan verdachte tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Beoordeling door de rechtbank Ten aanzien van parketnummer 05/841132-15: Ten aanzien van het primair tenlastegelegde overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte heeft gepoogd aan [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, zodat de rechtbank verdachte hiervan zal vrijspreken. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] namens [naam 4] , p. 16-17; - het proces-verbaal van verhoor van benadeelde [slachtoffer 1] , p. 27-28; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 25 maart
  2. Ten aanzien van parketnummer 05/740590-15: Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] , p. 4-5; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 25 maart
  3. Ten aanzien van parketnummer 05/740532-15: Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van aangifte van [naam 5] namens [naam 4] , p. 5-6; - het proces-verbaal van verhoor als verdachte van [slachtoffer 3] , p. 18-19; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 25 maart
  4. 3Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: ten aanzien van parketnummer 05/841132-15: subsidiair hij op of omstreeks 17 oktober 2015 te Nijmegen (in [naam 1] ) [slachtoffer 1] (medewerker van [naam 1] ) heeft mishandeld hierin bestaande dat verdachte die [slachtoffer 1] (met kracht) bij zijn keel heeft vastgegrepen en/of diens keel (met kracht) heeft dichtgedrukt en/of met een potlood eenmaal of meermalen met kracht heeft gestoken in/tegen de hals en/of nek van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 1] (met kracht) aan diens haren heeft getrokken; ten aanzien van parketnummer 05/740590-15: hij op of omstreeks 05 augustus 2015 te Nijmegen [slachtoffer 2] (groepsleider in [naam 2] ) heeft mishandeld door die [slachtoffer 2]- meermalen, althans eenmaal, te slaan en/of te stompen in/op/tegen het hoofd/gezicht en/of het lichaam en/of - meermalen, althans eenmaal, te schoppen en/of te trappen op/tegen het been en/of het lichaam; ten aanzien van parketnummer 05/740532-15: hij op of omstreeks 27 december 2014 te Nijmegen [slachtoffer 3] heeft mishandeld door die [slachtoffer 3] - meermalen, althans eenmaal, te slaan en/of te stompen in/op/tegen het gezicht/hoofd en/of- bij de haren vast te pakken/vast te grijpen en/of aan die haren te trekken. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Ten aanzien van de feiten onder parketnummers 05/841132-15, 05/740590-15 en 05/740532-15 telkens: Mishandeling 5De strafbaarheid van het feit Ten aanzien van de feiten onder parketnummers 05/841132-15, 05/740590-15 en 05/740532-15: De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Ten aanzien van parketnummer 05/740532-15: Noodweer Door de verdediging is bepleit dat sprake was van een noodweersituatie. Verdachte heeft verklaard dat hij werd aangevallen door [slachtoffer 3] en dat hij zich daartegen heeft verdedigd door hem tweemaal te slaan en aan zijn haren te trekken, maar dat hij op een gegeven moment weerloos was. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het beroep op noodweer niet slaagt, nu verdachte blijkens de door [slachtoffer 3] afgelegde verklaring als eerste tegen de neus van [slachtoffer 3] heeft gestompt. Dit is ook aannemelijk, aldus de officier van justitie, nu de getuigen hebben verklaard dat verdachte niets meer deed toen [slachtoffer 3] bovenop verdachte zat. Op grond van de processtukken en het verhandelde ter zitting stelt de rechtbank het navolgende vast. Op 27 december 2014 hebben verdachte en [slachtoffer 3] een gevecht gehad, waarbij zij door getuigen zijn gezien op het moment dat zij al vechtend uit het washok kwamen. Zij vielen toen samen op de grond, waarna [slachtoffer 3] bovenop verdachte zat en hem meermalen met de vuist met kracht in het gezicht sloeg. Op dat moment was verdachte volgens de getuigen weerloos. Getuigen verklaren dat [slachtoffer 3] zeer gewelddadig was en dat de gevolgen zonder ingrijpen dodelijk hadden kunnen zijn voor verdachte. De rechtbank overweegt als volgt. Geen van de getuigen heeft de toedracht waargenomen. De verklaring van [slachtoffer 3] dat verdachte als eerste een stomp uitdeelde wordt onvoldoende ondersteund door enig ander bewijsmiddel. Daar staat tegenover dat aannemelijk is dat verdachte, in reactie op het buitensporige geweld van [slachtoffer 3] , diens neus heeft geraakt, wellicht reeds voordat hij samen met [slachtoffer 3] uit het washok kwam en daarmee buiten het zicht van de getuigen. Naar het oordeel van de rechtbank is aannemelijk dat sprake is geweest van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding van verdachte door [slachtoffer 3] . Verdachte mocht zichzelf tegen deze aanranding verdedigen. Van verdachte kon in redelijkheid niet worden gevergd dat hij anders handelde dan hij heeft gedaan. Het door verdachte gebruikte geweld is - gelet op het geweld van de zijde van [slachtoffer 3] - niet als disproportioneel aan te merken. Verdachte is derhalve niet strafbaar voor dit bewezen verklaarde feit, zodat hij ten aanzien daarvan moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Ten aanzien van de parketnummers 05/740590-15 en 05/841132-15 Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7Overwegingen ten aanzien van straf Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft verzocht dat aan verdachte een werkstraf wordt opgelegd. Hij heeft daarbij gewezen op de persoon van de verdachte, zijn persoonlijke situatie en op de aard en ernst van de te bewijzen en hem toe te rekenen feiten, tweemaal een eenvoudige mishandeling. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op: - het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 11 maart 2016; - een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 12 oktober
  5. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een tweetal mishandelingen, telkens gepleegd tegen een medewerker van [naam 2] . Beide mishandelingen zijn fors van aard. Bij één van de mishandelingen heeft verdachte met een potlood tegen de hals van het slachtoffer gestoken en zijn keel vastgegrepen. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij de feiten heeft gepleegd binnen de muren van een kliniek, tegen medewerkers die hun werk probeerden uit te voeren en geheel onverwacht werden geconfronteerd met een grove schending van hun lichamelijke integriteit. De rechtbank acht verdachte, in tegenstelling tot de officier van justitie, enkel strafbaar voor twee van de drie aan hem ten laste gelegde feiten. De rechtbank acht daarnaast, in tegenstelling tot de officier van justitie, een gevangenisstraf, mede gelet op de persoon van verdachte, geen passende straf. De rechtbank zal daarom aan verdachte een werkstraf opleggen van na te noemen duur. De rechtbank heeft hierbij acht geslagen op de mededeling van de officier van justitie dat het mogelijk is dat een TBS-gestelde een werkstraf in een kliniek uitvoert. 8De toegepaste wettelijke bepalingen De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 27, 41, 57 en 300 van het Wetboek van Strafrecht. 9De beslissing De rechtbank:  verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;  verklaart verdachte strafbaar ten aanzien van de feiten onder de parketnummers 05/841132-15 en 05/740590-15;  verklaart ten aanzien van parketnummer 05/740532-15 verdachte niet strafbaar en ontslaat verdachte voor dit feit van alle rechtsvervolging;  veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde onder de parketnummers 05/841132-15 en 05/740590-15 tot een werkstraf gedurende 80 (tachtig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 40 (veertig) dagen;  beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de werkstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. E.C. Ruinaard (voorzitter), mr. W.L.F. Prisse en mr. K.A.M. van Hoof, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Diebels, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 april
  6. Het bewijs is terug te vinden in: Ten aanzien van 05/841132-15: het in de wettelijke vorm door [verbalisant 1] van de politie Oost- Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, procesverbaalnummer 2015507032, gesloten op 4 november 2015, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Ten aanzien van 05/740590-15: het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015381817, gesloten op 13 augustus 2015, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Ten aanzien van 05/740532-15: het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2014240390, gesloten op 13 augustus 2015, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.