RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer : 05/720190-15 Datum uitspraak : 19 april 2016 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen [verdachte] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] , thans gedetineerd te [adres 2] . Raadsman: mr. P.T. Pel, advocaat te Hattem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 30 november 2015, 15 februari 2016 en 5 april 2016. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is, nadat ter terechtzitting van 15 februari 2016 een vordering nadere omschrijving tenlastelegging is toegewezen, ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 22 augustus 2015 te Ermelo - gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd (rond 01.45 uur) in/uit een woning gelegen aan de [adres 3] [toevoeging adres] - tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee
(2), althans één of meer playstation(s) en/of een laptop, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, en/of zijn mededader, - de deur van de woning van die [slachtoffer 1] heeft/hebben geopend, in elk geval de woning van die [slachtoffer 1] (onverwachts) is/zijn binnen gegaan en/of - die [slachtoffer 1] (naar achteren) heeft/hebben geduwd en/of - tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben geroepen: "Waar is je geld", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of - die [slachtoffer 1] duidelijk zichtbaar en/of op korte afstand een hamer heeft/hebben getoond en/of voorgehouden en/of - tegen die [slachtoffer 1] heeft/hebben gezegd: "ik ga je zo met die hamer slaan!", althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of - die [slachtoffer 1] heeft/hebben vastgepakt en/of vastgehouden en/of geslagen. 2De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie bepleit op grond van schending van de onschuldpresumptie. De raadsman haalt daartoe het arrest Karaman (EHRM 27 februari 2014, appl. No. 17103/10) aan, waarin volgens hem naar voren komt dat de onschuldpresumptie wordt geschonden wanneer de rechter in de zaak van een eerder veroordeelde medeverdachte niet uiterst terughoudend is met een impliciete of expliciete schuldigverklaring van een medeverdachte, die op dat moment niet terecht staat. De raadsman heeft gesteld dat in het vonnis van de (inmiddels veroordeelde) medeverdachte [medeverdachte] de naam van verdachte meerdere malen wordt genoemd als zijnde de medeverdachte, terwijl er geen sprake is van een andere (derde) verdachte, zodat elke verwijzing naar de medeverdachte uitsluitend betrekking heeft en kan hebben op verdachte. Bovendien is in het vonnis van [medeverdachte] bewezenverklaard dat hij, [medeverdachte] , dit feit tezamen en in vereniging met een ander heeft begaan. De raadsman heeft gesteld dat de rechtbank, door deze bewoordingen te kiezen in het vonnis van [medeverdachte] , hiermee een fair trial voor verdachte in de zin van art. 6 EVRM onmogelijk heeft gemaakt. De raadsman verwijst in dat licht tevens naar het vonnis van de wrakingskamer van de rechtbank Rotterdam van 8 oktober 2014 (ECLI:NL:RBROT:2014:8765). Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft ten aanzien van het verweer van de raadsman gesteld dat geen sprake is van schending van de onschuldpresumptie nu verdachtes naam slechts in beschrijvende vorm is opgenomen in het vonnis van de reeds veroordeelde medeverdachte en dat hiervoor is geput uit de verklaringen van aangever en getuigen. Het enkele feit dat de medeverdachte al is veroordeeld voor diefstal met geweld in vereniging, geeft geen oordeel over de schuld of onschuld van verdachte en leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. De beoordeling door de rechtbank Naar het oordeel van de rechtbank is er geen sprake van schending van de onschuldpresumptie. Gezien de verklaring van de medeverdachte en de tenlastelegging in zijn zaak was het onvermijdelijk dat de rechtbank in het vonnis van de medeverdachte een oordeel zou geven over de vraag of er in die zaak sprake was van medeplegen. In het vonnis van de medeverdachte is de naam van verdachte enkel genoemd wanneer zijn naam uitdrukkelijk werd vermeld in de voor het bewijs gebruikte aangifte van [slachtoffer 1] , hetgeen noodzakelijk was voor het in het vonnis van de medeverdachte bewezenverklaarde medeplegen en de geweldscomponent. Daarmee heeft de rechtbank in het vonnis van [medeverdachte] echter geen oordeel gegeven over de schuld van verdachte. De rechtbank is in het vonnis van [medeverdachte] terughoudend geweest in het noemen van de naam van verdachte. Dat er geen sprake is van een andere (derde) verdachte en dat in het vonnis van [medeverdachte] is bewezenverklaard dat hij het feit tezamen met en in vereniging met een ander heeft begaan, maakt dit niet anders.
- Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde diefstal met geweld. Zij wijst onder meer op de aangifte van [slachtoffer 1] , de verklaringen van getuigen [getuige 1] en [getuige 2] en het feit dat de medeverdachte in gezelschap van verdachte in de nacht na de diefstal is aangetroffen met een bigshopper, waar naar eigen zeggen een laptop en gameconsole in zaten. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Zijn cliënt ontkent de diefstal en de aangifte van [slachtoffer 1] is volgens de raadsman niet overtuigend, nu het er sterk op lijkt dat hij achteraf naar eigen logica details van het vermeende voorval heeft ingevuld, zodat zijn aangifte in behandeling zou worden genomen. De in de aangifte genoemde bult op het hoofd van aangever is ten tijde van het onderzoek dat in dezelfde nacht kort na het voorval is gedaan door verbalisant [verbalisant 1] , niet gezien. [verbalisant 1] verklaart zelfs expliciet dat aangever geen zichtbaar letsel had. De door getuigen afgelegde verklaringen zijn de auditu en dragen niet bij aan het bewijs. Subsidiair heeft de raadsman bepleit dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat sprake is geweest van geweld en dat verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging dient te worden vrijgesproken. Verbalisanten vermoeden een andere oorzaak voor de schram bij aangever. Daarnaast is de aangifte niet overtuigend, evenmin als de eerste melding van aangever. Er is bovendien niets gebleken van (het gebruik van) hamers noch van andere vormen van (bedreiging met) geweld. De beoordeling door de rechtbank Op grond van de wettige bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd, heeft de rechtbank de overtuiging dat verdachte het hem ten laste gelegde heeft begaan. De rechtbank gaat bij de beoordeling hiervan uit van de volgende feiten en omstandigheden. Op zaterdag 22 augustus 2015 omstreeks 2.50 uur kregen verbalisanten een melding van een overval op het adres [adres 3] . De melder zou 20 minuten eerder zijn overvallen door twee personen. Ter plaatse vertelde [slachtoffer 1] dat hij was overvallen door twee jongens, ene [voornaam 1] en ene [voornaam 2] . Hij kent deze jongens van [zorgverlener] . Hij verklaarde dat hij met een hamer op zijn wang was geslagen. Op 22 augustus 2015 om 18.00 uur deed [slachtoffer 1] aangifte. [slachtoffer 1] is woonachtig aan de [adres 3] , [toevoeging adres] te Ermelo. Hij heeft verklaard dat hij op vrijdagavond 21 augustus 2015 vrienden op bezoek had. Ze hebben samen een spel op de Playstation gespeeld. Nadat deze vrienden weg waren heeft [slachtoffer 1] nog gegamed en wilde toen de hond uitlaten. Op het moment dat hij de klink van de deur naar beneden drukte om te deur te openen en de deur al iets op een kiertje stond naar buiten, voelde hij dat er aan de deur getrokken werd en zag hij dat de deur verder open ging. Hij zag [medeverdachte] voor de deuropening staan. [medeverdachte] kwam op hem af en duwde hem naar achteren tegen de deur van de slaapkamer aan. Vervolgens zag [slachtoffer 1] nog een persoon de woning binnenkomen.[slachtoffer 1] werd in de richting van de woonkamer geduwd. [medeverdachte] riep continu ‘Waar is je geld?’. In de woonkamer herkende [slachtoffer 1] de tweede persoon als [verdachte] (verder te noemen: verdachte). Zowel [medeverdachte] als verdachte hadden een klauwhamer vast. Toen [medeverdachte] weer om geld vroeg en [slachtoffer 1] zei dat hij niet wist waar hij het over had, zei [medeverdachte] : ‘Ik ga je zo slaan met de hamer’. [medeverdachte] hield de hamer daarbij ter hoogte van het gezicht van [slachtoffer 1] . Aangever en [medeverdachte] belandden in een worsteling. Toen zij op de grond lagen, voelde aangever dat hij in zijn zij geslagen werd. Aangever heeft verklaard dat verdachte dat gedaan moet hebben, want [medeverdachte] had dat op dat moment niet gekund. [medeverdachte] pakte uiteindelijk [slachtoffer 1] ’s Playstation en deed die in zijn rugtas. Er stond nog een Playstation in de woning van aangever. Deze was van [slachtoffer 2] . Ook deze Playstation deed [medeverdachte] in zijn tas, evenals de laptop van [slachtoffer 1] . De Playstation 3 van aangever heeft een kapot hoekje onder de aan/uit knop. De Playstation van [slachtoffer 2] betreft ook een Playstation
- Aan de onderkant staan zijn naam en telefoonnummer ingekrast. De laptop van [slachtoffer 1] is vergrendeld met het wachtwoord ‘ [wachtwoord 1] ’. De aangifte vindt steun in de volgende bewijsmiddelen. Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] beschrijven dat zij in Ermelo op 22 augustus 2015, omstreeks 03.25 uur, een drietal jongens hebben aangetroffen. Verdachte was één van hen. Zij zagen dat medeverdachte [medeverdachte] een witte bigshopper tas in zijn handen had en een zwarte rugtas op zijn rug. Desgevraagd vertelde [medeverdachte] dat in die tas een laptop en een gameconsole zaten. Verdachte is dus, samen met medeverdachte [medeverdachte] , relatief kort nadat de goederen bij [slachtoffer 1] zijn weggenomen gezien, terwijl [medeverdachte] naar eigen zeggen een laptop en een gameconsole vervoerde. Vervolgens zijn in de avond van 22 augustus 2015 de bij [slachtoffer 1] weggenomen goederen aangetroffen in de woning van [medeverdachte] . Verbalisanten zagen naast de televisie een aangesloten Playstation liggen. Na onderzoek bleek aan de onderzijde de naam van [slachtoffer 2] te zijn ingegraveerd. Op de vloer lag een plastic zak met daarop ook een Playstation. Deze was naast de aan/uit knop beschadigd. In de plastic zak troffen verbalisanten een laptop aan. [slachtoffer 2] is als getuige gehoord. Hij heeft op 22 augustus 2015 verklaard dat hij zijn spelcomputer de woensdag ervoor bij [slachtoffer 1] heeft gebracht. [slachtoffer 1] zou de spelcomputer voor hem laten repareren. Aan de onderzijde heeft [slachtoffer 2] zijn naam en telefoonnummer gegraveerd. Hij zou zijn spelcomputer op 22 augustus weer ophalen, maar die ochtend belde [slachtoffer 1] met de mededeling dat hij die nacht was overvallen en dat ook de spelcomputer van [slachtoffer 2] was gestolen. Verdachte heeft verklaard dat hij in de nacht van vrijdag op zaterdag is gecontroleerd door de politie en dat hij dronken was. Hij was samen met zijn neef, [naam 1] , en met [medeverdachte] . Ze gingen naar het huis van [medeverdachte] . Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij de avond dat [slachtoffer 1] wat overkomen is bij hem in zijn woning is geweest. Zij hebben die avond nog op de Playstation een spel gespeeld. Deze verklaring komt overeen met de verklaring van [slachtoffer 1] . [getuige 2] heeft verder verklaard dat hij de volgende dag terug is gegaan naar [slachtoffer 1] . Toen hij daar aankwam, zag hij dat het een zooitje was. Ook heeft hij [slachtoffer 1] kort gesproken voordat hij aangifte ging doen. Getuige zag toen dat [slachtoffer 1] striemen in zijn nek had en dat hij helemaal zichzelf niet was. Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat aangever tegen hem had verteld dat de jongens voor geld kwamen, maar dat hij dit niet had. Toen hebben ze zijn playstation en laptop en vijf euro meegenomen en de playstation van een vriend van hem. De uiterlijke kenmerken van de Playstations die bij [medeverdachte] in de woning zijn aangetroffen, komen overeen met de kenmerken zoals die zijn opgegeven door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (te weten een beschadiging bij de aan/uit knop op de Playstation van [slachtoffer 1] en de ingegraveerde gegevens op de Playstation van [slachtoffer 2] ). Ook bevat de onder [medeverdachte] aangetroffen laptop kenmerken die overeenkomen met de kenmerken die door [slachtoffer 1] zijn opgegeven. Zo bleken de gebruikersnaam en het wachtwoord van de laptop respectievelijk ‘ [wachtwoord 2] ’ en ‘ [wachtwoord 1] ’ te zijn. De rechtbank is van oordeel dat de aangifte van [slachtoffer 1] steun vindt in de opgesomde bewijsmiddelen en zij ziet geen reden om te twijfelen aan deze aangifte. Dit geldt ook voor de vraag of op 22 augustus 2015 geweld is toegepast en met geweld is gedreigd. De verklaring die [slachtoffer 1] in dat licht heeft afgelegd, wordt naar het oordeel van de rechtbank ondersteund door de eerder aangehaalde verklaring van [getuige 2] , inhoudende dat hij de dag na het voorval heeft gezien dat [slachtoffer 1] striemen in zijn nek had en niet zichzelf was. Daarnaast heeft verbalisant [verbalisant 1] , die op 22 augustus 2015 ’s nachts na de melding van aangever ter plekke was een schram boven het sleutelbeen van aangever geconstateerd en heeft verbalisant [verbalisant 4] , die de aangifte van [slachtoffer 1] heeft opgenomen, beschreven dat bij [slachtoffer 1] letsel zichtbaar is. Alles in samenhang bezien maakt dat de rechtbank op grond van wettige bewijsmiddelen de overtuiging heeft bekomen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal met geweld. De rechtbank acht voorts bewezen dat hij dit feit tezamen en in vereniging met een ander heeft begaan. 4Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: hij op of omstreeks 22 augustus 2015 te Ermelo - gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd (rond 01.45 uur) in/uit een woning gelegen aan de [adres 3] [toevoeging adres] – tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen twee