vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/300593 / KG ZA 16-157 Vonnis in kort geding van 14 april 2016 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats 1] , eiser in conventie, verweerder in reconventie, advocaat mr. P.G.W. van Wees te Arnhem, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats 2] , gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. I.P. Rietveld te Arnhem. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de mondelinge behandeling de pleitnota van [gedaagde] . 1.2. Ten slotte heeft de voorzieningenrechter vanwege de grote spoedeisendheid van de zaak het vonnis bepaald op 14 april 2016, met dien verstande dat de motivering van de beslissing pas later volledig op schrift zou worden gesteld. De feiten en overwegingen waarop die beslissing steunt worden hierna weergegeven. 2De feiten 2.1. Partijen hebben een affectieve relatie gehad die in augustus 2012 is beëindigd. Zij hebben samen een kind, [naam] , geboren op [datum] . 2.2. Er heeft nog geen algehele financiële afwikkeling plaatsgevonden tussen partijen in verband met de tussen hen bestaand hebbende samenleving. 2.3. De woning aan de [adres] is alleen eigendom van [eiser] , terwijl de op deze woning rustende hypothecaire lening ter hoogte van € 140.000,00 (hierna: de hypotheek) ten laste van beide partijen is gesloten. De woning wordt al jaren verhuurd. 2.4. Bij vonnis van 27 januari 2016 met nummer C/05/280730 / HA ZA 15-177 van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem (hierna: het vonnis) is [eiser] veroordeeld om binnen een termijn van twee maanden vanaf de datum van dat vonnis de tenaamstelling van de hypotheek te wijzigen in die zin dat deze enkel op zijn naam komt te staan en ervoor zorg te dragen dat [gedaagde] wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid op verbeurte van een dwangsom van € 500,00 per dag tot een maximum van € 10.000,00. 2.5. [gedaagde] heeft het vonnis op 13 april 2016 aan [eiser] laten betekenen en de executie daarvan aangezegd, indien niet onmiddellijk dan wel binnen twee dagen aan de inhoud daarvan zou worden voldaan. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert in conventie samengevat - schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 27 januari 2016 met nummer C/05/280730 / HA ZA 15-177, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit kort geding. 3.2. [eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat sprake is van een evidente feitelijke misslag in het vonnis en dat de executie van het vonnis voor hem zal leiden tot een noodtoestand. [eiser] stelt dat hij niet tijdig aan het vonnis heeft kunnen voldoen omdat hij afhankelijk is van de medewerking van de hypotheekverstrekker en hij nog geen offerte heeft ontvangen van de hypotheekverstrekker. De rechtbank heeft in het vonnis onder 4.1. weliswaar geschreven dat [eiser] (bij brief van 7 oktober 2015) heeft laten weten dat hij van Reaal het bericht had ontvangen dat hij de hypotheek kon overnemen, maar dit berust volgens [eiser] op een feitelijke misslag. Er was sprake van een miscommunicatie tussen hem en zijn toenmalige advocaat. Zijn financieel adviseur had hem wel gewezen op de kosten die gepaard zouden gaan met een eventuele overschrijving van de hypotheek op zijn naam, maar er lag nog geen concrete offerte van de hypotheekverstrekker, aldus [eiser] . Sinds het vonnis heeft hij er alles aan gedaan om zo spoedig mogelijk een aanvraag te doen en een offerte te krijgen van Reaal. Er is echter vertraging ontstaan omdat er een betalingsachterstand op de hypotheek bleek te zijn en hij eerst heeft moeten uitzoeken hoe dit precies zat en hoe hij ondanks die achterstand toch een kansrijke aanvraag tot het oversluiten van de hypotheek kon doen. Uiteindelijk is die aanvraag op 31 maart 2016 ingediend. De noodsituatie bestaat volgens [eiser] hieruit dat hij in betalingsproblemen komt indien de dwangsom geëxecuteerd wordt, hetgeen ook zal kunnen leiden tot afwijzing van de hypotheekaanvraag. Dat leidt er weer toe dat hij helemaal niet meer kan voldoen aan het vonnis, aldus [eiser] . Hij stelt ten slotte een spoedeisend belang te hebben bij zijn vordering omdat de executie al loopt. 3.3. [gedaagde] voert gemotiveerd verweer. Zij stelt een groot en redelijk belang te hebben bij naleving van het vonnis en bij de executie daarvan omdat zij al twee jaar, sinds maart 2014, tracht te bewerkstelligen dat [eiser] ervoor zorgt dat zij wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypotheek en omdat [eiser] haar hieromtrent diverse malen onjuiste informatie heeft verstrekt. Zij heeft zelf geen betalingsverplichting uit hoofde van de hypotheek, maar vreest dat zij wel uit hoofde van haar hoofdelijke aansprakelijkheid daarvoor zal worden aangesproken indien [eiser] zijn financiële belangen zo slecht blijft behartigen als hij nu doet. Zij heeft een gedeeltelijke bijstandsuitkering en ook van de Dienst Sociale Zaken dient zij ervoor zorg te dragen dat zij wordt ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. Van een feitelijke of juridische misslag in het vonnis is geen sprake en indien [eiser] onjuiste feiten heeft gepresenteerd komt dit geheel voor zijn risico. Bovendien had [eiser] ook andere hypotheekverstrekkers kunnen benaderen dan Reaal en staat in de brief d.d. 31 augustus 2015 van de Adviesunie dat zich meerdere offertes in het dossier bevinden. Dat er sprake zou zijn van een noodtoestand, heeft [eiser] in het geheel niet met stukken onderbouwd, aldus [gedaagde] . [eiser] heeft voldoende inkomen uit een vaste baan en kan de woonlasten van zijn huidige woning bovendien delen met zijn nieuwe partner. De kosten van de woning aan de [adres] worden volgens [gedaagde] gedekt door de huuropbrengsten voor dat pand. 3.4. Omdat het lakse gedrag van [eiser] volgens haar niet mag worden beloond met een schorsing van de executie vordert [gedaagde] in reconventie het maximum van de aan [eiser] opgelegde dwangsommen te verhogen naar € 20.000,00. Zij vreest dat [eiser] , na het verbeuren van het reeds opgelegde maximum aan dwangsommen van € 10.000,00, geen enkele motivatie meer zal voelen om haar te (doen) ontslaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek. 3.5. [eiser] voert gemotiveerd verweer tegen de vordering in reconventie. 3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling in conventie en in reconventie 4.1. Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de zaak, nu [gedaagde] aanspraak wil gaan maken op betaling van verbeurde dwangsommen. 4.2. Vast staat dat [eiser] niet vóór 27 maart 2016 aan de hoofdveroordeling in het vonnis van 27 januari 2016 heeft voldaan (en ook niet ten tijde van de mondelinge behandeling in deze zaak). 4.3. De kernvraag die in dit kort geding moet worden beantwoord is in hoeverre [eiser] aan het vonnis van 27 januari 2016 heeft kunnen en kan voldoen en in verband daarmee of er voldoende grond is om de executie van dit vonnis te schorsen. 4.4. Alvorens op die vraag nader in te gaan, wordt het volgende vooropgesteld. De veroordeelde verbeurt de door de rechter opgelegde dwangsom, indien hij - ná betekening van de uitspraak waarbij de dwangsom is vastgesteld (artikel 611a lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) - de hoofdveroordeling niet of niet tijdig nakomt. In dat geval kan hij twee wegen bewandelen om te trachten aan de op hem rustende dwangsomschuld te ontkomen, te weten door (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.