vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/294428 / HA ZA 15-695 \ 172\547 Vonnis in incident van 6 april 2016 in de zaak van de rechtspersoon naar het recht van de staat [plaats 1], [eiser] , gevestigd te [plaats 1] , eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident, advocaat mr. A.H. Leichsenring te Amsterdam, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde] , gevestigd te [plaats 2] , gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident, advocaat mr. H.J. Ligtenbarg te Velp (Gelderland). Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] worden genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding de akte houdende producties van [eiser] de incidentele conclusie tot onbevoegdheid de conclusie van antwoord in bevoegdheidsincident. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2Het geschil in het incident 2.1. [gedaagde] vordert in het incident dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Zij verwijst daartoe naar de door [eiser] overgelegde overeenkomst van 3 september 2014 – waaruit de vorderingen van [eiser] in de hoofdzaak voortvloeien – waarin op pagina 9 bovenaan onder meer het volgende is bepaald: Terms of delivery (…) Dutch law applies, court of Utrecht. (…) Volgens [gedaagde] zijn de betrokken partijen aldus Nederlands recht overeengekomen en hebben zij de rechtbank te Utrecht aangewezen als de rechter die bevoegd is om kennis te nemen van geschillen die voortvloeien uit hun overeenkomst. De geciteerde zinsnede uit de overeenkomst kwalificeert volgens [gedaagde] als een forumkeuzebeding in de zin van artikel 108 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Gelet hierop meent zij dat de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, bij uitsluiting bevoegd is om kennis te nemen van het geschil in de hoofdzaak. 2.2. [eiser] voert verweer in het incident. Zij stelt zich primair op het standpunt dat het forumkeuzebeding in de overeenkomst ongeldig is in de zin van artikel 3:69 Burgerlijk Wetboek (BW). Daartoe voert zij aan dat niet alleen de overeenkomst, maar ook het gestelde forumkeuzebeding onbevoegd is aangegaan door de heer [naam] . In de dagvaarding had [eiser] hierover al opgemerkt dat de overeenkomst namens [gedaagde] is aangegaan door [naam] , die echter bestuurder noch gevolmachtigde is van [gedaagde] . Subsidiair betoogt [gedaagde] dat het beding niet kwalificeert als een forumkeuzebeding in de zin van artikel 108 lid 1 Rv, omdat uit het beding niet kan worden opgemaakt dat partijen zijn overeengekomen dat de rechtbank te Utrecht – al dan niet exclusief – bevoegd is kennis te nemen van geschillen die voortvloeien uit of samenhangen met de overeenkomst. 2.3. De rechtbank gaat hierna nader in op de stellingen van partijen, voor zover van belang voor de beoordeling. 3De beoordeling in het incident 3.1. Zowel materieel, temporeel als formeel is van toepassing de Herschikte EEX-Verordening (Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken). De internationale bevoegdheid van deze rechtbank moet dan ook worden beoordeeld aan de hand van de bevoegdheidsregels van deze verordening. Nu [gedaagde] is gevestigd in [plaats 2] , heeft de Nederlandse rechter in beginsel rechtsmacht op grond van artikel 4 lid 1 van deze verordening. Deze rechtbank is in beginsel relatief bevoegd op grond van artikel 99 lid 1 Rv. 3.2. [gedaagde] beroept zich er echter op dat de betrokken partijen een forumkeuze voor de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, zijn overeengekomen. Gelet hierop is artikel 25 van de Herschikte EEX-Verordening van toepassing waarin de vereisten voor een geldige forumkeuze zijn opgenomen. Deze bepaling luidt onder meer als volgt: 1. Indien de partijen, ongeacht hun woonplaats, een gerecht of de gerechten van een lidstaat hebben aangewezen voor de kennisneming van geschillen die naar aanleiding van een bepaalde rechtsbetrekking zijn ontstaan of zullen ontstaan, is dit gerecht of zijn de gerechten van die lidstaat bevoegd, tenzij de overeenkomst krachtens het recht van die lidstaat nietig is wat haar materiële geldigheid betreft. Deze bevoegdheid is exclusief, tenzij de partijen anders zijn overeengekomen. De overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegd gerecht wordt gesloten: a.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.