vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem Vonnis van 4 mei 2016 in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/05/277465 / HA ZA 15-69 van [eiser] , wonende te [woonplaats 1] , eiser, advocaat mr. M. Blok te Ede Gld, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats 2] , gedaagde, advocaat mr. P.H.N. van Spanje te Wageningen, en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/05/285795 / HA ZA 15-382 van [gedaagde] , wonende te [woonplaats 2] , eiser, advocaat mr. P.H.N. van Spanje te Wageningen, tegen [eiser] , wonende te [woonplaats 1] , gedaagde, advocaat mr. M. Blok te Ede Gld. Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden. 1De procedures in beide zaken 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 30 december 2015 het proces-verbaal van getuigenverhoren en comparitie van partijen van 13 april
- 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling in beide zaken 2.
- Ter comparitie is in overleg met partijen bepaald dat in dit vonnis uitsluitend een opdracht aan de deskundige zal worden gegeven en dat alle andere beslissingen zullen worden aangehouden. Op de aanpak van de andere onderdelen van het geschil dan de hier behandelde deskundigenbenoeming heeft dit vonnis dus geen invloed. 2.
- Tot deskundige zal met instemming van beide partijen worden benoemd de heer H. van Zijtveld, werkzaam bij Elysée Accountants te [plaats] . Aan hem zullen de vragen worden voorgelegd die in het dictum van dit vonnis zijn uitgeschreven. 2.
- Het door ieder van partijen als voorschot te betalen bedrag wordt bepaald op € 4.687,50, gelet op het door de deskundige genoemde bedrag van € 7.500,00 netto, dat ongeveer € 9.375,00 beloopt inclusief btw en 5% kantooropslag. 3De beslissing De rechtbank 3.
- beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van a. de vraag om op basis van de door partijen aan te leveren administratieve bescheiden de samenwerking tussen partijen per 30 april 2014 financieel af te wikkelen en daarbij: voor elk van de boekjaren 2012, 2013 en gedeeltelijk 2014 de balans en winst- en verliesrekening van 2MC vast te stellen op basis van de administratie die is gevoerd onder de verantwoordelijkheid van [eiser] en [gedaagde] , een berekening te maken van de brutomarge (dit is de omzet verminderd met de kostprijs van de omzet) die in de periode vanaf 1 januari 2012 tot en met 30 april 2014 – uit te splitsen naar boekjaren – door [eiser] is gegenereerd en een berekening maken van de brutomarge die in dezelfde periode door [gedaagde] is gegenereerd, een overzicht c.q. berekening te maken van de kosten, niet zijnde de kostprijs van de omzet die in de eerdergenoemde periode (eenvoudig) aan [eiser] dan wel (eenvoudig) aan [gedaagde] toegerekend kunnen worden (dit zijn de zogenaamde persoonlijke kosten), een overzicht c.q. berekening te maken van de kosten uit voornoemde periode die niet (eenvoudig) aan een van beide partijen zijn toe te rekenen (dit zijn de zogenaamde gezamenlijke kosten die bij helfte aan ieder der partijen zijn toe te rekenen), zodat de onder
- en
- bedoelde werkzaamheden resulteren in een overzicht en een kostenoverzicht, een berekening te maken van de winst c.q. het verlies dat aan [eiser] en aan [gedaagde] kan worden toegerekend, de vraag om bij het maken van de overzichten en berekeningen als hiervoor bedoeld rekening te houden met mogelijk na 30 april 2014 nog door [eiser] en/of [gedaagde] gemaakte of gedane kosten of opnames, de vraag zo nodig andere punten naar voren te brengen waarvan de rechter volgens de deskundige kennis moet nemen bij de verdere beoordeling van de zaak, 3.
- benoemt tot deskundige om dit onderzoek te verrichten: de heer H. van Zijtveld, optredend als werkzaam bij Elysée Accountants te [plaats] , adres [adres] [plaats] , telefoonnummer [telefoonnummer] , e/mail [emailadres] , 3.
- bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden, 3.
- bepaalt dat [eiser] binnen twee weken na datum van dit vonnis (kopieën van) de overige processtukken aan de rechtbank Gelderland, Team kanton en handelsrecht, zittingsplaats Arnhem, civiele roladministratie, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem zal doen toekomen, 3.
- bepaalt dat [eiser] en [gedaagde] ieder binnen twee weken na datum van dit vonnis als voorschot op de kosten inclusief omzetbelasting van de deskundige € 4.687,50 ter griffie van deze rechtbank dient te deponeren door voldoening van de nota die het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak zal toesturen, 3.
- bepaalt dat de griffier onmiddellijk na betaling van dit voorschot de deskundige hiervan in kennis zal stellen en dat de deskundige pas dan met het onderzoek behoeft te beginnen, 3.
- bepaalt dat de deskundige binnen twee weken nadat hij bericht heeft gekregen dat het voorschot is gedeponeerd met de partijen een afspraak moet hebben gemaakt voor een datum en tijdstip waarop het onderzoek zal plaatsvinden en die datum aan de rechtbank moet hebben doorgegeven, tenzij een dergelijke afspraak vanwege de aard van het onderzoek naar het oordeel van de deskundige niet nodig is, 3.
- bepaalt dat indien een partij of de deskundige de aldus afgesproken datum voor het onderzoek wil wijzigen, die partij of de deskundige daartoe een schriftelijk gemotiveerd verzoek moet doen aan de griffie van de rechtbank, met afschrift aan de andere betrokkenen, 3.
- bepaalt dat de deskundige zich met vragen over het onderzoek – onder meer zoals bedoeld in zijn brief aan partijen van 29 april 2016 – kan wenden tot de rechter mr. J.D.A. den Tonkelaar, 3.
- bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijke bericht moet doen blijken of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding in dat bericht van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken, 3.
- bepaalt dat de deskundige een schriftelijk en ondertekend conceptrapport zal inleveren ter griffie van deze rechtbank voor 1 juni 2016, waarna schriftelijk nadere instructies van de rechtbank zullen volgen over de indiening van het definitieve rapport en de declaratie van de deskundige, 3.
- verwijst de zaak naar de rolzitting van vier weken na de datum waarop het definitieve rapport ter griffie is ingeleverd voor het nemen van een conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [eiser] , 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2016.