Beschikking RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rekestnummer: C/05/289372 / HA RK 15-138 en C/05/289373 / HA RK 15-139 Beschikking van 25 april 2016 in de zaak met nummer 289372 /HA RK 15-138 van [verzoekster] , wonende te Heerlen, verzoekster, advocaat mr. M.M. van Tol te Sittard, Tegen HET GERECHTSBESTUUR VAN HET GERECHTSHOF ‘S-HERTOGENBOSCH, gevestigd te ’s-Hertogenbosch, verweerster, advocaat mr. M.M.C. van Graafeiland te ‘s-Gravenhage, en in de zaak met nummer 289373 / HA RK 15-139 van [verzoekster] , wonende te Heerlen, verzoekster. advocaat mr. M.M. van Tol te Sittard, tegen HET GERECHTSBESTUUR VAN DE RECHTBANK LIMBURG, gevestigd te Maastricht, verweerster, advocaat mr. M.M.C. van Graafeiland. Verzoekster wordt hierna [verzoekster] en verweersters worden afzonderlijk de rechtbank Limburg en het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch en gezamenlijk het gerechtsbestuur genoemd. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: in beide zaken: - het verzoekschrift - de akte indiening nadere stukken en aanvulling verzoekschrift van 26 oktober 2015 - de brief van mr. Van Tol d.d. 17 februari 2016 met bijlage 14 - de stelbrief van mr. Van Graafeiland d.d. 5 februari 2016 - het verweerschrift - de mondelinge behandeling op 11 april
- Verschenen zijn mevrouw [verzoekster] voornoemd met mr. Van Tol voornoemd, de heer [naam] , archivaris van de rechtbank Limburg, de heer mr. A.J. Anker, stafjurist bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch en mr. Van Graafeiland voornoemd. 1.
- Gezien de nauwe samenhang van de zaken en het feit dat beide zaken gezamenlijk zijn behandeld ter zitting van 11 april 2016, zal de rechtbank in deze beschikking over beide zaken beslissen. 2De beoordeling 2.
- Bij beschikking van 5 juli 2011 heeft de kinderrechter in de rechtbank Limburg de dochter van [verzoekster] voor de duur van een jaar onder toezicht gesteld van de Stichting Bureau Jeugdzorg. 2.
- Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft die beschikking bij uitspraak van 21 december 2011 vernietigd en het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling alsnog afgewezen. 2.
- [verzoekster] heeft de rechtbank Limburg op 13 maart 2015 en het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch bij brief van 9 maart 2015 aangeschreven met het verzoek alle dossiers van [verzoekster] en die van haar gezin uit het archief te verwijderen. [verzoekster] beroept zich hierbij op de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp). Zij stelt dat de stukken een negatief beeld van haar en haar gezin schetsen en vind het bezwaarlijk dat de informatie raadpleegbaar blijft. Zij acht het niet in het belang van haar dochter dat de dossiers nog langer worden bewaard. Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft haar verzoek gemotiveerd afgewezen. 2.
- Het verzoek van [verzoekster] strekt ertoe dat de dossiers met betrekking tot deze procedures uit de archieven worden verwijderd. 2.
- Het gerechtsbestuur verzet zich tegen het verzoek. Het verst eer komt er in de kern op neer dat het hier gaat om archiefbescheiden waarop de Archiefwet van toepassing is en dat zij derhalve wettelijk verplicht is de dossiers te bewaren. Voorts wijst het gerechtsbestuur erop dat artikel 8e Wbp van toepassing is; de stukken in de dossiers en de daarin voorkomende persoonsgegevens van [verzoekster] en haar gezin zijn verzameld omdat dat noodzakelijk was voor de uitoefening van de publieke taak van rechtbank en hof, namelijk rechtspreken. 2.
- Ter zitting heeft [verzoekster] aangegeven dat zij haar eerste verzoek met betrekking tot het verstrekken van een volledig overzicht van de persoonsgegevens, intrekt. 2.
- De rechtbank overweegt als volgt. In artikel 3 Archiefwet 1995 is bepaald dat de overheidsorganen verplicht zijn de onder hen berustende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van de daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden. Niet valt in te zien waarom het gerechtsbestuur in casu anders zou moeten handelen. De rechtbank is van oordeel dat de dochter van [verzoekster] niet wordt geschaad door het bewaren van de dossiers in de archieven. De dossiers circuleren niet; ze zijn in feite al verwijderd door archivering. De dossiers bevinden zich uit het zicht van de actieve administratie en zijn daardoor niet vrij raadpleegbaar. Degenen die wel inzage hebben, zijn professionals die een geheimhoudingsplicht hebben uit hoofde van hun functie. Voorts geldt dat in zaken die achter gesloten deuren worden behandeld, slechts geanonimiseerde afschriften van de uitspraak worden verstrekt. Van andere tot het procesdossier behorende stukken wordt geen afschrift of uittreksel aan derden verstrekt (art. 28 lid 3 Rv). [verzoekster] heeft niet aangegeven op welke grond zij bang zou moeten zijn dat haar persoonsgegevens of die van haar familie openbaar zouden worden. Bovendien geeft de wet voldoende waarborgen voor de bescherming van de privacy van [verzoekster] en haar gezin. 2.
- Voorts is nog van belang dat in artikel 36 Wbp is bepaald dat degene aan wie overeenkomstig artikel 35 kennis is gegeven van hem betreffende persoonsgegevens, de verantwoordelijke kan verzoeken deze te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen, of af te schermen indien deze feitelijk onjuist zijn, voor het doel of de doeleinden van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wet anderszins in strijd met een wettelijke voorschrift worden verwerkt. Het gerechtsbestuur wijst er naar het oordeel van de rechtbank terecht op dat het feit dat het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch geen grond voor ondertoezichtstelling aanwezig heeft geacht, niet kan leiden tot de conclusie dat daarom de verwerkte persoonsgegevens onjuist zijn. Artikel 36 Wbp beoogt niet om persoonsgegevens bestaande uit indrukken, meningen en conclusies te verwijderen. 2.
- Gelet op hetgeen hiervoor onder 2.7 en 2.8 is overwogen, zullen de verzoeken worden afgewezen. 3De beslissing De rechtbank in de zaak niet nummer 289372 / HA RK 15-138: wijst het verzoek af, en in de zaak met nummer 289373 / HA RK 15-139: wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2016.