vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/259928 / HA ZA 14-121 / 167 Vonnis in incident van 13 januari 2016 in de zaak van 1. de naamloze vennootschap naar Belgisch recht [eiser 1], gevestigd te
(2940)Stabroek (België), 2. de naamloze vennootschap naar Belgisch recht [eiser 2], gevestigd te
(4480)Engis (België), eiseressen in de hoofdzaak, eiseressen in het incident, advocaat mr. L.J.P.E. Donckers-Corten te Breda, tegen
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VSB MACHINEVERHUUR B.V., gevestigd te Druten,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 2], gevestigd te Druten,
- [gedaagde 3], wonende te Druten, gedaagden in de hoofdzaak, verweerders in het incident, advocaat mr. R.F.W. van Seumeren te ‘s-Hertogenbosch. Eiseressen zullen hierna gezamenlijk [eiseressen] worden genoemd en gedaagden zullen gezamenlijk [gedaagden] worden genoemd. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis in het incident van 12 november 2014 - het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 22 oktober 2015 - de akten van beide partijen. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald in het incident. 2De beoordeling in het incident 2.
- De rechtbank volhardt bij hetgeen in de vonnissen in incident van 16 juli 2014 en 12 november 2014 is overwogen en beslist. 2.
- In laatstgenoemd vonnis heeft de rechtbank het Hof van Justitie van de Europese Unie verzocht om beantwoording van een aantal prejudiciële vragen met betrekking tot de uitleg van de artikelen 27 en 30 van de verordening (EG) nr. 44/2001 (EEX-verordening). 2.
- Bij arrest van 22 oktober 2015 heeft het Hof van Justitie (Derde kamer) de prejudiciële vragen beantwoord. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld bij akte op dit arrest te reageren. 2.
- [gedaagden] heeft bij akte twee producties overgelegd die betrekking hebben op de door [eiseressen] in België ingediende klacht met burgerlijke partijstelling: een uitspraak van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen van 19 maart 2015, waarin - kort gezegd - is beslist dat er geen reden is voor vervolging van [gedaagden] , en een arrest van het Hof van beroep Antwerpen (Kamer van Inbeschuldigingstelling) van 29 juni 2015, waarin het door [eiseressen] tegen die beslissing ingestelde hoger beroep ongegrond is verklaard. Volgens [gedaagden] is op het door [eiseressen] tegen laatstgenoemd arrest ingestelde cassatieberoep nog niet beslist. [eiseressen] heeft op een en ander nog niet kunnen reageren. De zaak zal daarom worden verwezen naar de rol voor akte aan de zijde van [eiseressen] . Daarna zal de zaak in beginsel worden verwezen voor vonnis. 2.
- Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden. 3De beslissing in het incident De rechtbank 3.
- bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 10 februari 2016 voor het nemen van een akte door [eiseressen] over hetgeen is vermeld onder 2.4., waarna het schriftelijke debat tussen partijen in beginsel is geëindigd, 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2016.