vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Nijmegen zaakgegevens 4816247 \ CV EXPL 16-1027 \ 493\466 uitspraak van vonnis in de zaak van [persoon X] wonende te [woonplaats] eisende partij in conventie gedaagde partij in (voorwaardelijke) reconventie gemachtigde mr. D. Dekker procederende krachtens toevoegingsnummer [nummer] tegen de besloten vennootschap Uwhuisveilig Services B.V., mede h.o.d.n. [handelsnaam] gevestigd en kantoorhoudende te Almere gedaagde partij in conventie eisende partij in (voorwaardelijke) reconventie gemachtigden mr. O.E. de Witt Wijnen en mr. J.H.N. Vogelsang Partijen worden hierna [persoon X] en UHV genoemd. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 11 maart 2016 en de daarin genoemde processtukken - de conclusie van antwoord in voorwaardelijke reconventie - de comparitie van partijen van 13 mei
(8)dag na dagtekening te annuleren. Dit dient schriftelijk te gebeuren op bovenstaand adres of per mail op so@Uwhuisveilig.nl.” Nu deze mededeling is gedaan in een duidelijk leesbaar lettertype op de voorzijde van de overeenkomst en eveneens op de voorzijde zowel het (post)adres van UHV, alsmede het e-mailadres waar [persoon X] haar mededeling aan kan richten staan vermeld en UHV bovendien onbetwist heeft gesteld dat [persoon X] voor het aangaan van de overeenkomst mondeling op de hoogte is gesteld van haar herroepingsrecht, is naar het oordeel van de kantonrechter voldaan aan de wettelijke informatieplicht als vorenbedoeld. Dat niet over ontbinden, maar over annuleren wordt gesproken in de overeenkomst, doet aan het vorenstaande niet af. Materieel gezien wordt immers aan de consument de mogelijkheid geboden om de overeenkomst te herroepen/te ontbinden, zoals vereist op grond van de Cw. Dat in de overeenkomst enkel de mogelijkheid wordt geboden om deze schriftelijk te ontbinden, terwijl ook sprake zou moeten kunnen zijn van vormvrije ontbinding, leidt naar het oordeel van de kantonrechter evenmin tot nietigheid. Dit maakt wel dat UHV - die aangeeft het schriftelijkheidsvereiste juist ter bescherming van de bewijspositie van haar contractanten op te hebben genomen - ook een tijdig gedane mondelinge/telefonische ontbinding moet accepteren. Maar (ook) daarvan is in het onderhavige geval geen sprake geweest. Dat in de overeenkomst enkel de naam van de onderneming (UHV) en niet de naam van de eigenaren van de onderneming staat vermeld, doet aan al het voorgaande evenmin af. Doorslaggevend voor de beoordeling of de akte/overeenkomst aan de wettelijke vereisten voldoet is immers of het voor de consument, [persoon X] in dit geval, voldoende duidelijk is aan wie zij een eventuele herroepingsmededeling dient te zenden. Dat is het in dit geval. De naam “UwHuisVeilig” en alle contactgegevens van deze onderneming staan immers duidelijk in de kop van de overeenkomst vermeld. Sinds een wetswijziging in 1988 richt artikel 24 lid 2 Cw zich tot de eigenaar of eigenaren van de onderneming. Op grond van de aanhef van dat artikel dienen deze er zorg voor te dragen dat de akte de in lid 2 genoemde mededelingen bevat. Blijkens de Memorie van Toelichting is de passage over de eigenaar of eigenaren van de onderneming (enkel) toegevoegd om de bepaling ook te laten gelden wanneer de colporteur niet werkzaam was in de onderneming van de bij de overeenkomst partij zijnde eigenaar of eigenaren (TK 1987-1988, 20443, nr. 3). 5.
- Nu geen sprake is van nietigheid van de overeenkomst en daarnaast vast staat dat [persoon X] de overeenkomst niet binnen 8 dagen heeft ontbonden, moet worden beoordeeld of de subsidiaire vordering van [persoon X] kan slagen. 5.
- [persoon X] heeft subsidiair gesteld dat er sprake zou zijn van een vernietigbare koop op afbetaling. [persoon X] stelt ter onderbouwing van haar standpunt dat zij met UHV een overeenkomst is aangegaan met een looptijd van vijf jaar waarbij aan haar een vermeend gratis alarmsysteem is verstrekt. Volgens [persoon X] zien de te betalen maandbedragen echter niet alleen op vergoeding van de af te nemen diensten, maar ook op afbetaling van de koopprijs van de alarminstallatie. Volgens [persoon X] blijkt dat uit het feit dat de overeenkomst is aangegaan voor een periode van 60 maanden en het feit dat de zogenaamd kosteloos verstrekte alarminstallatie een reële waarde heeft van € 899,
- 5.
- Naar het oordeel van de kantonrechter heeft UHV voldoende aannemelijk gemaakt dat door [persoon X] niet betaald hoeft te worden voor de geleverde alarminstallatie bij het afsluiten van een vijfjarig contract. Vaststaat dat [persoon X] bij het aangaan van de overeenkomst de keuze hadden tussen een éénjarig abonnement, waarbij zij de kosten voor de alarm installatie van € 899,00 zelf moesten betalen, of een vijfjarig contract waarbij de alarminstallatie gratis werd geleverd. Het maandelijkse termijnbedrag van een eenjarig contract is evenwel gelijk aan dat van een vijfjarig contract. Het enkele feit dat de door UHV beschikbaar gestelde alarminstallatie een waarde heeft van € 899,00 betekent niet dat daarmee is vast te komen te staan dat er sprake is van koop op afbetaling. Het gratis verstrekken van een alarminstallatie betekent immers niet deze geen waarde kan vertegenwoordigen. Bovendien heeft UHV aangevoerd dat zij de alarminstallatie kosteloos kan aanbieden bij een langdurig contract, omdat zij door de langere tijdsduur en volume inkoop hogere marges heeft en daarmee de kosten van de installatie alsnog terug kan verdienen. Voorts heeft UHV onbetwist gesteld dat het apparaat ook na afloop van de abonnementsperiode zijn waarde behoudt. Het staat [persoon X] dan vrij om een andere serviceorganisatie dan UHV te kiezen. [persoon X] heeft dit laatste ter comparitie onvoldoende gemotiveerd betwist. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft onderhavige overeenkomst dan ook niet te gelden als koop op afbetaling als bedoeld in artikel 7A:1576 BW. De kantonrechter gaat in dit kader voorbij aan de stelling van [persoon X] dat zij min of meer gedwongen werd om een contract voor vijf jaren af te sluiten. [persoon X] heeft deze door UHV ter comparitie weersproken stelling, immers op geen enkele wijze (nader) onderbouwd. 5.
- Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, worden de vorderingen van [persoon X] afgewezen. 5.
- Hetgeen partijen overigens in conventie naar voren hebben gebracht behoeft in het licht van het eerder overwogene verder geen bespreking. 5.
- [persoon X] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen. De gevorderde nakosten zullen worden begroot op een bedrag van € 100,-, zijnde een half salarispunt van het toe te wijzen salaris van de gemachtigde met een maximum van € 100,-, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis. in voorwaardelijke reconventie: 5.
- De voorwaarde waaronder de vorderingen in reconventie zijn ingesteld, is niet vervuld zodat op deze vorderingen niet inhoudelijk hoeft te worden beslist. 5.
- UHW wordt veroordeeld in de proceskosten in voorwaardelijke reconventie aan de zijde van [persoon X] . 6De beslissing De kantonrechter in conventie: 6.
- wijst de vorderingen af; 6.
- veroordeelt [persoon X] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van UHV begroot op € 300,- aan salaris voor de gemachtigde en € 100,- aan nakosten, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis; in reconventie: 6.
- stelt vast dat op de vorderingen niet inhoudelijk hoeft te worden beslist; 6.
- veroordeelt UHV in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [persoon X] begroot op € 150,- aan salaris voor de gemachtigde. Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. J.M. Graat en in het openbaar uitgesproken op