← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2016:398

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Parketnummer: 05/840385-14 Rechtbanknummer: 15/1167 Beschikking van de enkelvoudige raadkamer inzake het op 21 augustus 2015 bij deze rechtbank ingekomen bezwaarschrift, ex artikel 7 van de wet DNA-onderzoek bij veroordeelden, van: naam: [klager] , hierna: klager geboren op : [geboortedatum 1] , adres : [adres] , plaats : [woonplaats] . De procedure In besloten raadkamer van 18 november 2015 zijn klager, zijn advocaat en de officier van justitie, mr. H.C.C. Berendsen, gehoord. De behandeling van het bezwaarschrift is vervolgens voor bepaalde tijd aangehouden. Op 22 januari 2016 is de behandeling voortgezet. Daarbij zijn klager en diens advocaat, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen. De feiten In het dossier bevindt zich een afschrift van een mondeling vonnis waaruit blijkt dat klager op 8 augustus 2014 door de politierechter in de rechtbank Gelderland bij verstek is veroordeeld tot een werkstraf van 20 uren ter zake van “medeplegen van kraken” (artikel 138a Wetboek van Strafrecht). Het bezwaar Klager heeft aangevoerd dat sprake is van een persoonsverwisseling en dat iemand anders zich voor hem heeft uitgegeven. Hierdoor is een veroordeling op zijn naam uitgesproken voor gedragingen die hij niet heeft begaan. Het bevel tot afstaan van DNA is een gevolg van de strafzaak waarin hij ten onrechte is veroordeeld. Naar de mening van klager dient het bezwaarschrift daarom gegrond te worden verklaard. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gegrondverklaring van het bezwaarschrift. De beoordeling Artikel 2 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden bepaalt dat de officier van justitie bij de rechtbank die in eerste aanleg vonnis heeft gewezen, beveelt dat van een veroordeelde wegens een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering, celmateriaal zal worden afgenomen ten behoeve van het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel. Artikel 138a Sr is een misdrijf als omschreven in artikel 67, lid 1, Wetboek van Strafvordering. De centrale vraag in dit geval is of klager degene is die destijds het misdrijf (medeplegen van kraken) heeft gepleegd en dus de beoogde veroordeelde is. Anders geformuleerd: is er wel of niet sprake van een persoonsverwisseling? De politie heeft nader onderzoek verricht naar de identiteit van de persoon die verdacht werd van het medeplegen van kraken op 27 april 2014 en heeft hiervan een proces-verbaal, gedateerd 15 januari 2016, opgemaakt. Uit dit proces-verbaal volgt dat in april 2014 een verdachte, die opgaf te zijn: [klager] , geboren op [geboortedatum 2] , is ingesloten. Deze persoon kon zich daarbij niet legitimeren. Wel is toen een foto gemaakt van deze persoon. Aan de hand van een fotovergelijkingsonderzoek betreffende die foto van de toenmalige verdachte en een foto van klager concludeert verbalisant [verbalisant] dat klager niet de persoon is die destijds als verdachte was aangemerkt. De raadkamer concludeert op grond van dit fotovergelijkingsonderzoek dat sprake moet zijn geweest van een persoonsverwisseling en dat klager niet de persoon is die in april 2014 is aangemerkt als verdachte van het medeplegen van kraken. Dit betekent dat de veroordeling van 8 augustus 2014 - achteraf gezien - niet betrekking heeft op klager, zodat het bevel tot afname van celmateriaal niet aan klager behoorde te zijn gericht. Het bezwaarschrift zal daarom gegrond verklaard worden. De raadkamer neemt bij onderstaande beslissing de desbetreffende wetsartikelen in aanmerking. De beslissing De raadkamer verklaart het bezwaarschrift gegrond. Beveelt de officier van justitie ervoor zorg te dragen dat het celmateriaal van klager dat in het kader van de strafzaak met parketnummer 05/840385-14 is afgenomen, zal worden vernietigd. Deze beschikking is gegeven door mr. P.C. Quak, rechter, in tegenwoordigheid van mr. T. de Munnik, griffier, en uitgesproken in raadkamer van 22 januari 2016.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.