vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/292366 / HA ZA 15-638 / 357/871 Vonnis van 15 juni 2016 in de zaak van vennootschap onder firma [eiseres], gevestigd te [plaats] , eiseres, advocaat mr. M.J. Pesch te Utrecht, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE CULEMBORG, zetelend te Culemborg, gedaagde, advocaten mr. K. Dankers en mr. P.V. Kleijn te Utrecht. Partijen zullen hierna [eiseres] en de Gemeente genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 3 februari 2016 het (verkort) proces-verbaal van comparitie van 12 april 2016. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiseres] exploiteert een tuincentrum aan de [adres 1] te [plaats] . Het tuincentrum ligt binnen de bebouwde kom en is omsloten door woonbebouwing. Het bedrijf heeft op deze plaats nagenoeg geen uitbreidingsmogelijkheden. 2.2. Omstreeks 2004 zijn [eiseres] en de Gemeente met elkaar in gesprek gegaan over verplaatsing van het tuincentrum naar een locatie aan de zuidrand van de bebouwde kom, nabij de rotonde waar de [straat 1] en de [N nummer 1] elkaar kruisen. De [N nummer 1] is een doorgaande provinciale weg die aan de zuidzijde langs [plaats] voert en die [plaats] met de A2 verbindt. De [straat 1] is de doorgaande verbindingsweg tussen [plaats] en het zuidelijker gelegen Geldermalsen. Het betreffende perceel is driehoekig en is aan twee zijden direct te ontsluiten via respectievelijk de [straat 1] en de [N nummer 1] . Ook is ontsluiting mogelijk aan de derde zijde via de binnen de bebouwde kom van [plaats] gelegen [straat 2] , zij het dat die ontsluiting via percelen van derden moet. Het perceel is op onderstaande kaart zichtbaar als de langgerekte, lichtgrijze driehoek ten noorden van de provinciale weg [N nummer 1] , ten zuidwesten van de [straat 1] en ten oosten van het zwembad [naam 1] aan de [straat 2] . Illustratie verwijderd 2.3. De rotonde [straat 1] / [N nummer 1] vormt een belangrijke ontsluiting voor [plaats] en kent, ook in 2004 al, een hoge verkeersdruk. 2.4. Bij brief van 8 augustus 2005 heeft de Gemeente aan [eiseres] geschreven: “U hebt ons op 22 april een brief gestuurd over de door u gewenste bedrijfsverplaatsing van uw tuincentrum naar de hoek [straat 1] – N 320. Reeds geruime tijd zijn wij met u hierover in gesprek. (…) Daarom staan wij in beginsel positief tegenover de ontwikkelingsrichting van het plan voor het bouwen van een tuincentrum op de locatie [N nummer 1] - [straat 1] . De plannen dienen echter verder uitgewerkt te worden voordat een definitief besluit hierover genomen wordt. Hierbij dient met name aandacht te worden besteed aan de verkeersafwikkeling en de stedenbouwkundige inpassing in de omgeving. Verkeersdruk (…) Het nieuwe tuincentrum wordt ruim 1,5 tot 2 maal zo groot als het huidige aan de [adres 1] . Dat betekent een fors aantal afslaande bewegingen vlakbij de drukke (provinciale) rotonde [N nummer 1] - [straat 1] . Het is in elk geval nodig bij de uitwerking van de plannen rekening te houden met de wens van de Gemeente [plaats] en de Provincie om op de rotonde [N nummer 1] - [straat 1] maatregelen te nemen (bijv. een bypass) waardoor de doorstroming verbetert. (…)” 2.5. Bij brief van 3 juli 2007 heeft de Gemeente aan [eiseres] het volgende geschreven: “(…) Juist de schaal van uw bedrijf inclusief de door u gewenste uitbreiding noopt tot de constatering dat het bedrijf zich niet meer verhoudt met de omringende woonbebouwing en om deze reden zijn wij bereid om medewerking te verlenen aan de verplaatsing van uw bedrijf op basis van de hierna genoemde voorwaarden. (…) Gebleken is dat een nieuwe locatie op het perceel gelegen op de hoek [N nummer 1] en de [straat 1] in het plan [meer] te [plaats] mogelijkheden biedt voor uw bedrijfsvoering. Uiteraard dient de uitwerking van uw plan in overeenstemming te zijn met de specifieke ontwerp eisen van het plan [meer] . Voorts is het noodzakelijk om hoge stedenbouwkundige eisen en verkeerstechnische eisen aan deze bijzondere locatie te stellen. (…) Om het bedrijf goed te ontsluiten voor het verkeer zijn forse nieuwe inritten en uitritten nodig vanaf de openbare weg. U bent bereid om de kosten hiervan voor uw rekening te nemen. (…) In een nog uit te werken samenwerkingsovereenkomst en in de exploitatieovereenkomsten voor de nieuwe bedrijfsvestiging aan de [straat 1] en de woningbouwontwikkeling aan de [adres 1] zullen ondermeer de volgende aspecten nog verder worden uitgewerkt: (…) verkeer en parkeren; (…) Nadat er overeenstemming bestaat over deze onderwerpen ontstaat er een basis voor de planologische medewerking voor de twee locaties.” 2.6. Op 4 oktober 2007 heeft [eiseres] het onder 2.2. omschreven perceel grasland, kadastraal bekend gemeente [plaats] [kadastrale aanduiding] , groot 29.920 m2 van een derde gekocht voor € 781.809,60. Op 1 november 2007 heeft de levering plaatsgevonden. 2.7. In het aan [eiseres] door de Gemeente kenbaar gemaakte emailbericht van [naam 2] (provincie Gelderland) aan [naam 3] (gemeente [plaats] ) van 15 mei 2008 staat, voor zover van belang, het volgende: “Onze verkeersregeldeskundige heeft de opstellengten bepaald ingeval de huidige rotonde [N nummer 1] / [N nummer 2] / [straat 1] wordt gereconstrueerd tot VRI (rechtbank; verkeersregelinstallatie, ook wel verkeerslichten). De opstellengten voor de VRI zijn gebaseerd op kruispuntstromen uit het verkeersmodel dat is gebruikt voor de studie naar het effect van een oostelijke ontsluiting. (…) Op basis van die variant is een minimale opstellengte nodig van 130 meter op de [straat 1] . Volgens mij betekent dit dat de huidige locatie van de in/uitrit van het tuincentrum in het opstelvak voor de VRI komt te liggen. Om bij de planvorming voor de aansluiting niet afhankelijk te zijn van de in/uitrit van het tuincentrum dient de in/uitrit minimaal 130 meter van de aansluiting te worden gesitueerd.” 2.8. Op 23 september 2009 hebben [eiseres] en de Gemeente de ‘Intentieovereenkomst ontwikkelingen tuincentrum [eiseres] ’ gesloten. Deze overeenkomst (hierna verder: intentieovereenkomst) luidt, voor zover relevant, als volgt: “In aanmerking nemende dat: (…) (…) (…) e Gemeente aan [eiseres] bij brief van 3 juli 2007 (…) heeft laten weten dat de Gemeente “er hecht dat u, als belangrijk familiebedrijf binnen de gemeente [plaats] , in staat wordt gesteld uw bedrijfsvoering op een andere locatie binnen [plaats] op een rendabele wijze voort te kunnen zetten”; de brief als bedoeld in overweging d inhoudt dat de Gemeente bereid is te bezien of het mogelijk is te komen tot verplaatsing van het tuincentrum [eiseres] , waarbij [eiseres] :a. het tuincentrum verplaatst naar de gronden gelegen in de hoek [straat 1] / [N nummer 1] (…)b. de vrijgekomen gronden aan de [adres 1] , na verplaatsing van het tuincentrum naar de locatie hoek [straat 1] / [N nummer 1] , herontwikkelt met woningbouw en bijbehorende voorzieningen van openbaar nut; partijen het voornemen hebben nader te onderzoeken of, en zo ja onder welke voorwaarden, aan het gestelde in overweging e uitvoering kan worden gegeven, waarbij Partijen uitspreken dat voor het te verrichten onderzoek als uitgangspunt geldt dat de verplaatsing van het tuincentrum en de herontwikkeling van de vrijkomende locatie aan de [adres 1] onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden; (…) (…) (…) hetgeen betekent dat voor de daadwerkelijke realisatie van bedoeld tuincentrum en de beoogde herontwikkeling een wijziging van genoemde bestemmingsplannen nodig is; VERKLAREN TE ZIJN OVEREENGEKOMEN ALS VOLGT: artikel 1. Definities (…) einddocument het beslisdocument dat geldt als eindresultaat van het uit te voeren onderzoek naar de totstandkoming van een voor Partijen maatschappelijk en financieel-economisch plan voor de ontwikkeling en realisatie van een tuincentrum op de locatie hoek [straat 1] / [N nummer 1] (…) dat de basis kan vormen voor zowel een nog op te stellen ontwerp van een bestemmingsplan als de nog te voeren onderhandelingen tussen Partijen over de totstandkoming van een samenwerkingsovereenkomst. (…) Artikel 2. Doel en strekking van de overeenkomst 2.1. Het doel van de overeenkomst is te onderzoeken in hoeverre Partijen kunnen komen tot het gezamenlijk (doen) vervaardigen en opstellen van een einddocument over de realisatie van plannen voor het studiegebied. Het einddocument dient zodanig te zijn dat: a. (…) b. Partijen onderhandelingen over een samenwerkingsovereenkomst voor de realisatie van bedoeld bestemmingsplan kunnen beginnen. artikel 3. Taken van de Gemeente 3.1. De Gemeente zal vanwege haar overheidsfunctie en binnen de grenzen van haar publiekrechtelijke verantwoordelijkheid, hetgeen door [eiseres] als zodanig wordt aanvaard en erkend, al het nodige doen dat in redelijk- en billijkheid van haar verwacht mag worden om tot een aanvaardbaar onderzoeksresultaat te komen. (…) 3.6. Voor zover het in haar vermogen ligt en behoudens publiek- en privaatrechtelijke belemmeringen, al het mogelijke doen om ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan en gewenste ontwikkelingen te bevorderen. (…) artikel 7. Einddocument (…) 7.8. Indien het onderzoek en/of het einddocument – ondanks de inspanningsverplichting en goede trouw van Partijen – niet tot overeenstemming leidt, kan geen enkele partij het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst eenzijdig afdwingen noch enig beroep doen op enigerlei wijze van vergoeding van kosten en/of eventuele schade. artikel 12. Toerekenbare tekortkoming (…) 12.3 In afwijking van het bepaalde in artikel 12.1 en 12.2 erkent [eiseres] uitdrukkelijk de publiekrechtelijke verantwoordelijkheid van de Gemeente. (…) 2.9. Voor het opstellen van het ‘einddocument’ is een projectgroep met vertegenwoordigers van [eiseres] en de Gemeente ingesteld. 2.10. In opdracht van [eiseres] heeft [bedrijf 1] (hierna verder: [bedrijf 1] ) op 11 januari 2010 het rapport ‘Verkeersonderzoek Tuincentrum, Variantenstudie ontsluiting zoeklocatie [straat 1]’ uitgebracht. In hoofdstuk 3 met de titel ‘Uitgangspunten’ is onder paragraaf 3.1 met het opschrift ‘Ontwikkelingen’ onder meer het volgende opgenomen: “ 3.1.1 Verkenning [N nummer 1] In het provinciaal coalitieakkoord 2007-2011 zijn vijf verkeersknelpunten benoemd die om een oplossing vragen. Een van de knelpunten betreft de [N nummer 1] . (…) Begin 2010 start de verkenningsfase. In deze fase zullen de knelpunten en oplossingen gedetailleerder worden onderzocht. De provincie Gelderland verwacht dat niet eerder dan eind 2010 een ontwerpbesluit kan worden genomen (…). Voor het tuincentrum leiden de bovengenoemde ontwikkelingen tot veel onzekerheid. Want als de bestaande rotonde [N nummer 1] – [straat 1] niet wordt vergroot maar wordt vormgegeven als een kruispunt met verkeerslichten, dan veranderen de mogelijkheden voor een goede ontsluiting van het tuincentrum. De oplossing die nu voor het tuincentrum wordt gekozen, moet kunnen functioneren bij elke mogelijke vormgeving van het kruispunt [N nummer 1] – [straat 1] . (…) Dat betekent dat in deze studie voor de ontsluiting van het tuincentrum rekening moet worden gehouden met een ‘worst-case-scenario’. Oftewel met de mogelijkheid dat er geen extra aansluiting op de [N nummer 1] komt. (…) ” Het rapport voorziet in zes varianten waarvan er twee volgens het rapport toekomstbestendig zijn. De twee toekomstbestendige varianten voorzien naast de uitwegen van het tuincentrum op de [straat 1] ook in uitwegen op de [straat 2] . 2.11. In april 2010 heeft de onder 2.9 bedoelde projectgroep het concept voor het einddocument zoals bedoeld in de intentieovereenkomst opgesteld. Daarin is voor zover relevant het volgende opgenomen: “4. Nieuwbouwlocatie tuincentrum [straat 1] / [N nummer 1] 4.1. Algemeen Bij brief van 8 augustus 2005 heeft de gemeente [plaats] aan [eiseres] meegedeeld positief te staan tegenover vestiging van een nieuw tuincentrum op deze locatie. (…) Voordat een definitief besluit genomen wordt, moesten de plannen wel verder worden uitgewerkt waarbij aandacht zou moeten worden besteed aan de verkeersafwikkeling en de stedenbouwkundige inpassing in de omgeving. (…) 4.2 Verkeersaspecten (…) In het onderzoek zijn capaciteitsberekeningen uitgevoerd op basis van de te verwachten toekomstige verkeersbewegingen. (…) De verkeersbewegingen op de [straat 1] zijn gebaseerd op een autonome groeifactor en de bestaande wegenstructuur. Hier schuilt echter een onzekere factor in. (…) De resultaten van dit onderzoek kunnen dus nog leiden tot een ander oordeel. 4.2.1. Provinciaal onderzoek rotonde [N nummer 1] / [straat 1] (…) In deze fase zal dus ook duidelijk worden wat de verwachte effecten en verkeersintensiteiten op de [straat 1] zullen zijn. Op basis van de verkenning zullen provincie en gemeente een besluit nemen over de vormgeving van de toekomstige wegenstructuur en die van de afzonderlijke kruispunten. Naar verwachting is dit onderzoek eind 2010 afgerond. Naast vergroting en optimalisering van de huidige rotonde moet ook rekening gehouden worden met een variant waarbij de rotonde niet wordt vergroot, maar wordt vormgegeven als een kruispunt met verkeerslichten. Dit heeft uiteraard gevolgen voor een goede ontsluiting van het tuincentrum. (…) 6Samenvatting en conclusies Uit het onderzoek is gebleken dat op basis van de door [eiseres] en de gemeente geformuleerde uitgangspunten die deel uitmaken van de intentieovereenkomst, verplaatsing van het tuincentrum naar de locatie [straat 1] / [N nummer 1] en realisering van woningbouw op de vrijkomende locatie aan de [adres 1] mogelijk is. (…) Uit het verkeersonderzoek voor de nieuwe vestiging aan de [straat 1] is gebleken dat een ontsluiting op de [straat 1] mogelijk is, maar dat de definitieve vormgeving samenhangt met de uitkomst van de provinciale studie naar de kruising [straat 1] / [N nummer 1] en de eventuele extra ontsluitingsmogelijkheden op de [N nummer 1] .” 2.12. Het einddocument is in april 2010 ter voorlopige vaststelling voorgelegd aan het College van burgemeester en wethouders. Het College heeft dienovereenkomstig besloten op 28 april 2010, waarna er informatieavonden zijn gehouden voor omwonenden van zowel de locatie [straat 1] / [N nummer 1] als de locatie [adres 1] . 2.13. In opdracht van de provincie Gelderland (hierna: de provincie) heeft ingenieursbureau [bedrijf 2] een verkeersstudie uitgevoerd ‘ter verkenning van de doorstromingsproblematiek op de [N nummer 1] ter hoogte van [plaats] ’. In een intern memo van de provincie van 25 oktober 2010 is hierover het volgende opgenomen: “Uit de verkeersstudie blijkt dat er in de toekomst forse afwikkelingsproblemen ontstaan op de [straat 1] , aangezien de huidige rotondes het verkeer niet meer kunnen verwerken. (…) Naast het forse verkeersaanbod (19.000 mvt/etm.) hebben de fietsers en de ontsluiting van tuincentrum ook veel invloed op beschikbare capaciteit. Het is zowel vanuit verkeersveiligheid als verkeersafwikkeling wenselijk om de fietsers op een goede en veilige manier met het autoverkeer te laten kruisen op deze belangrijke ontsluitingsroute naar de [N nummer 1] . Ook het tuincentrum zal een forse invloed hebben op de afwikkelingscapaciteit van de [straat 1] . Een directe aansluiting op de [straat 1] levert onoverzichtelijke en gevaarlijke situaties op voor verkeer van/naar het tuincentrum, onder meer omdat een in twee richtingen bereden fietspad overgestoken moet worden op een zeer druk wegvak met 19.000 mvt/etm.. Om die reden is de provincie van mening dat het vanuit het oogpunt verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid zeer ongewenst om de aansluiting van het tuincentrum direct op de [straat 1] situeren. De voorkeur gaat uit om de mogelijkheden voor een ontsluiting via [straat 2] nader uit te werken. Overigens is dit door de [bedrijf 1] in een eerdere verkeersstudie naar de ontsluiting van het tuincentrum ook geadviseerd. (…)” 2.14. Op 9 november 2010 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [eiseres] en wethouder [naam 4] van de Gemeente. In het gespreksverslag staat, voor zover relevant, het volgende: “De heer [eiseres] heeft kennis hebben genomen van de uitkomsten van de provinciale studie [N nummer 1] . (…). Uit een oogpunt van verkeersveiligheid en een goede doorstroming zijn nieuwe aansluitingen op dit gedeelte van de [straat 1] volgens de provincie volstrekt ongewenst. (…) Daarnaast is het misschien verstandig om nu ook naar alternatieven te kijken. Een ontsluiting via de [straat 2] zou een alternatief kunnen zijn. (…)” 2.15. Na het gesprek op 9 november 2010 zijn de besprekingen tussen de Gemeente en [eiseres] stil komen te liggen. 3Het geschil 3.1. [eiseres] vordert samengevat - veroordeling van de Gemeente tot betaling van:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.