← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2016:4508

RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: AWB 16/2431 uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats], eiseres (gemachtigde: mr. A.D.M. Klein Selle), en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te Arnhem, verweerder. 1Aanduiding bestreden besluit Besluit van verweerder van 7 april

  1. 2Procesverloop Eiseres heeft beroep ingesteld tegen besluit van verweerder van 7 april 2016 waarbij het ingediende bezwaar van 3 februari 2016 tegen het besluit van verweerder van 5 november 2015 niet ontvankelijk is verklaard, wegens het niet ondertekenen van het bezwaarschrift. Het beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank van 29 juli
  2. Eiseres is aldaar vertegenwoordigd door mr. A.D.M. Klein Selle. Verweerder heeft zich, met kennisgeving vooraf, niet doen vertegenwoordigen. 3Overwegingen In artikel 6:5 van de Awb is onder meer bepaald dat het bezwaarschrift moet zijn ondertekend. Ingevolge artikel 6:6 van de Awb krijgt de indiener de gelegenheid een verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn. Bij brief van 3 maart 2016 heeft verweerder eiseres in de gelegenheid gesteld het verzuim (ondertekenen bezwaarschrift) te herstellen. Eiseres heeft het verzuim niet hersteld. De rechtbank is van oordeel dat het niet herstellen van het verzuim verschoonbaar is. Eiseres heeft immers geen vaste woon- of verblijfplaats. Zij correspondeert via de e-mail. In dat geval had het op de weg van verweerder gelegen om eiseres op kantoor uit te nodigen om de benodigde handtekening te plaatsen. Dat had ook bij gelegenheid van een hoorzitting gekund. Het beroep moet dan ook gegrond worden verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Verweerder zal een nieuwe beslissing op het bezwaarschrift moeten nemen. Verweerder zal worden veroordeeld in de proceskosten als na te melden. 4Beslissing De rechtbank Verklaart het beroep gegrond; Vernietigt het besluit van 7 april 2016; Bepaalt dat verweerder binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak een nieuwe beslissing neemt op het door eiseres gemaakte bezwaar; Veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 496; Bepaalt dat verweerder het griffierecht van eiseres ad € 46 vergoedt. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J. Jue, rechter, in tegenwoordigheid van H.J. Papilaja - Muskita, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto 6:13 van de Awb, binnen 6 weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.