RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer : 05/740100-16 Datum uitspraak : 20 september 2016 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen [naam 1] , geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats] , wonende te [adres] . Raadsvrouw: mr. J. Steenbrink, advocaat te Arnhem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 september 2016. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 03 februari 2016 te Tiel, met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, meermalen, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, door haar broek en onderbroek naar beneden te trekken en/of haar vagina te betasten en/of door zijn penis aan haar te tonen; 2. hij op of omstreeks 03 februari 2016 te Tiel, met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, meermalen, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, door haar broek en onderbroek naar beneden te trekken en/of haar vagina te likken en/of zich door haar aan zijn balzak te laten betasten en/of haar een tongzoen te geven en/of door zijn penis aan haar te tonen; 3. hij op of omstreeks 03 februari 2016 te Tiel, - [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 4] en/of - [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] en/of - [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] , van wie verdachte wist of diende te vermoeden dat die personen de leeftijd van zestien jaren niet hadden bereikt, er met ontuchtig oogmerk toe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen, door ten overstaan van die minderjarigen zijn penis te ontbloten en te betasten. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Aanleiding onderzoek Op 3 februari 2016 kwam bij de politie een melding binnen dat een man in Tiel met drie kinderen in de leeftijd van zes en zeven jaar schennis cq. aanranding zou hebben gepleegd. Beelden waarop de dader zichtbaar was zijn in een opsporingsprogramma van een regionale televisiezender getoond. Kort daarna heeft verdachte zichzelf bij de politie gemeld en is hij aangehouden. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de feiten op zich bewezen verklaard kunnen worden, met uitzondering van het onder 1 ten laste gelegde “haar vagina betasten”. Er is geen bewijs dat verdachte het slachtoffer op haar blote vagina zou hebben betast. Beoordeling door de rechtbank Verdachte ontkent dat hij de vagina van [slachtoffer 1] heeft betast, zoals onder 1 ten laste is gelegd. Uit de wijze waarop het “haar vagina betasten” ten laste is gelegd leidt de rechtbank af dat de steller van de tenlastelegging heeft bedoeld te zeggen dat verdachte de blote vagina van het slachtoffer heeft betast. Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende bewijs dat verdachte de blote vagina zou hebben betast. Verdachte dient voor dit feit (partieel) vrijgesproken te worden. Voor het overige onder 1 ten laste gelegde en de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten is er sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen. Bewijsmiddelen: - het proces-verbaal van aangifte van [naam 2] namens [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3] , p. 53-59; - het proces-verbaal van studioverhoor van [slachtoffer 3] , p. 66-84; - het proces-verbaal van studioverhoor van [slachtoffer 1] , p. 86-116; - het proces-verbaal van aangifte door [naam 3] namens [slachtoffer 2] , p. 118-122; - het proces-verbaal van studioverhoor van [slachtoffer 2] , p. 130-151; - de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 6 september 2016. 3Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij op of omstreeks 03 februari 2016 te Tiel, met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, meermalen, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, door haar broek en onderbroek naar beneden te trekken en/of haar vagina te betasten en/of door zijn penis aan haar te tonen; 2. hij op of omstreeks 03 februari 2016 te Tiel, met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, meermalen, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, door haar broek en onderbroek naar beneden te trekken en/of haar vagina te likken en/of zich door haar aan zijn balzak te laten betasten en/of haar een tongzoen te geven en/of door zijn penis aan haar te tonen; 3. hij op of omstreeks 03 februari 2016 te Tiel, - [slachtoffer 3] , geboren op [geboortedatum 4] en/of - [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] en/of - [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] , van wie verdachte wist of diende te vermoeden dat die personen de leeftijd van zestien jaren niet hadden bereikt, er met ontuchtig oogmerk toe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen, door ten overstaan van die minderjarigen zijn penis te ontbloten en te betasten. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Ten aanzien van de feiten 1 en 2 telkens: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaar buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd; Ten aanzien van de feit 3: een persoon van wie hij weet dat dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet bereikt heeft met ontuchtig oogmerk ertoe bewegen getuige te zijn van seksuele handelingen, meermalen gepleegd. 5De strafbaarheid van het feit De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Over verdachte is opgemaakt een rapport van psychologisch onderzoek, gedateerd 17 juni 2016 door [naam 4] , GZ-psycholoog. [naam 4] komt tot de conclusie dat bij verdachte sprake is van een persoonlijkheidsstoornis NAO met narcistische, borderline en theatrale trekken, cannabisafhankelijkheid en een seksuele stoornis NAO. Daarvan was ook sprake ten tijde van het tenlastegelegde en het heeft verdachtes gedrag en keuzevrijheid beïnvloed. Hoewel verdachte achteraf terdege bewust is van de ontoelaatbaarheid van zijn handelen, is de conclusie van de rapporteur dat de verslaving en de aspecten van de persoonlijkheidsstoornis zo hebben doorgewerkt, dat verdachte ten tijde van het tenlastegelegde als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd. Met de conclusie van het rapport kan de rechtbank zich verenigen. Zij neemt deze over. Verdachte is strafbaar, nu overigens geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor ten laste gelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarden zoals deze door de reclassering in het adviesrapport van 21 juni 2016 worden geadviseerd, namelijk verplicht reclasseringscontact, het volgen van een ambulante behandeling en een locatieverbod welke gedurende een periode van 3 maanden dient te worden gecombineerd met elektronische controle. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft verzocht om niet een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen waarvan de duur langer is dan de reeds ondergane voorlopige hechtenis. Zij heeft daarbij verwezen naar in haar visie vergelijkbare zaken. Verdachte volgt reeds vrijwillig behandeling. Het opleggen van een contactverbod in combinatie met elektronisch toezicht heeft geen toegevoegde waarde, aangezien verdachte zich ook aan de schorsingsvoorwaarden heeft gehouden. Gelet op dit alles, is toezicht van drie jaren niet noodzakelijk en wordt verzocht de proeftijd op twee jaren te stellen. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden - dat verdachte seksuele handelingen heeft verricht met drie nog zeer jonge kinderen. Hij heeft hen op straat aangesproken, is met hen gaan spelen en heeft vervolgens ter bevrediging van zijn eigen seksuele interesses en behoeftes misbruik van hen gemaakt door hen meerdere keren te betasten, hen zijn geslachtsdeel te tonen en zich te laten betasten. Verdachte heeft de grenzen die hij als volwassene naar jeugdigen in acht behoort in te nemen ernstig overschreden en heeft daarmee de lichamelijke en emotionele integriteit van slachtoffers geschonden. Het is algemeen bekend dat de gevolgen van seksuele contacten bij jonge kinderen ernstig en langdurig kunnen zijn. Bij het bepalen van de strafmodaliteit en de hoogte daarvan heeft de rechtbank verder rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar moet worden beschouwd. In de over verdachte opgemaakte rapporten wordt geadviseerd om verdachte verplicht een behandeling te laten volgen voor zijn cannabisverslaving en zijn persoonlijkheidsproblematiek bij een forensisch ambulante zorg. Indien aanvullende behandeling wordt geïndiceerd op het vlak van persoonlijkheidsproblematiek en/of zedendelinquentie, dient verdachte zich eveneens verplicht te laten behandelen door een forensisch psychiatrische polikliniek. Alles overwegende zal de rechtbank verdachte veroordelen tot een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur. De oplegging daarvan doet naar het oordeel van het rechtbank enerzijds recht aan de ernst van de feiten, en houdt anderzijds rekening met de bijzondere problematiek van verdachte. Aan het voorwaardelijk strafdeel zullen de geadviseerde bijzondere voorwaarden worden verbonden, met uitzondering van elektronische controle. De rechtbank ziet geen meerwaarde in de combinatie van een locatieverbod gedurende de driejarige proeftijd en elektronisch toezicht van zeer beperkte duur. Omdat de te volgen verplichte behandeling naar verwachting langdurig zal zijn komt de rechtbank tot oplegging van een gevangenisstraf van kortere duur dan door de officier van justitie is gevorderd. In de persoonlijke omstandigheden van verdachte ziet de rechtbank aanleiding de proeftijd te stellen op drie jaren. 7a. In beslag genomen voorwerpen Nu er geen strafvorderlijk belang meer aanwezig is dat zich daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast aan verdachte van de onder hem in beslag genomen trui. 7b. De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel De benadeelde [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder 1 en 3 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 934,82 (materiële schade ad € 434,82 en immateriële schade ad € 500,--). De benadeelde [slachtoffer 3] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 3 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 250,-- (immateriële schade). De benadeelde [slachtoffer 2] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder 2 en 3 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.131,88 (materiële schade ad € 131,88 en (een voorschot
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.