← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2016:5193

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer : 05/820703-14 Datum uitspraak : 29 september 2016 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen [verdachte] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [woonplaats] . Raadsvrouw: mr. C.L. Pas, advocaat te Arnhem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 11 december 2015 en 15 september 2016. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 22 februari 2014 in de gemeente Arnhem met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Varkensstraat (voor horecagelenheid/café [naam] ), in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of (een) tot nu toe onbekend gebleven perso(o)n(en), welk geweld bestond uit het - meermalen, althans éénmaal (hard/met kracht) (met de vuisten) slaan en/of stompen in/op/tegen het gezicht en/of het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of die perso(o)n(

  1. en)en/of - meermalen, althans éénmaal (hard/met kracht) (terwijl die perso(o)n(
  2. en)op de grond lag(
  3. en)en/of een of meerdere medeverdachte(n)/andere(
  4. n)bovenop die perso(o)n(
  5. en)lag(en)/zat(
  6. en)en/of terwijl die perso(o)n(
  7. en)werd(
  8. en)vastgehouden) trappen en/of schoppen in/op/tegen het hoofd en/of het gezicht en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of die perso(o)n(
  9. en)en/of - ( hard) duwen en/of trekken op/tegen het/de lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of die perso(o)n(
  10. en)en/of - met (een) voorwerp(
  11. en)gooien naar en/of in de richting van en/of op/tegen die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of die perso(o)n(en). 2Overwegingen ten aanzien van het bewijs Vrijspraak De rechtbank is - evenals de officier van justitie en de verdediging - van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de hem tenlastegelegde openlijke geweldpleging, nu niet kan worden bewezen dat hij een significante of wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het openlijk geweld. Verdachte heeft verklaard dat hij gedurende de twee geweldsincidenten geen gewelddadige handelingen heeft verricht en enkel heeft geprobeerd personen uit elkaar te halen. Zijn verklaring vindt steun in het onderliggende dossier. Op de uitgekeken camerabeelden is te zien dat verdachte bij het eerste geweldsincident een vrouw overeind helpt die voor de ingang van [naam] op de grond lag en verderop in de straat een manspersoon overeind helpt die ten val was gekomen. Verder blijkt uit de beelden dat verdachte duwende en trekkende personen uit elkaar heeft proberen te halen en geprobeerd heeft om mensen weg te sturen. Uit het dossier volgt niet dat verdachte zelf geweldshandelingen heeft verricht of de vechtende personen op een andere wijze heeft aangemoedigd. 3. De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel Benadeelde partij [slachtoffer 1] De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het tenlastegelegde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 187,50. De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering, nu verdachte is vrijgesproken van het tenlastegelegde feit. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. Benadeelde partij [slachtoffer 2] De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van in totaal € 4.433,11 (waarvan € 2.633,11 aan materiële schade en € 1.800,- aan immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente. Voorts is verzocht om de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen tot dit bedrag. Nu verdachte wordt vrijgesproken van het hem tenlastegelegde feit ter zake waarvan de schadevergoeding is gevorderd, zal de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. De benadeelde partij kan derhalve de vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. 3De beslissing De rechtbank:  spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit;  verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in zijn vordering;  verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding. Dit vonnis is gewezen door mr. W.L.F. Prisse (voorzitter), mr. G. Noordraven en mr. S.H. Keijzer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.P.J. Leenders en mr. M.E. Bongers, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 september 2016.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.