vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zutphen zaaknummer / rolnummer: C/05/283696 / HZ ZA 15-204 Vonnis van 3 februari 2016 in de zaak van 1de naamloze vennootschap ALLIANDER N.V., gevestigd te Arnhem, 2. de naamloze vennootschap LIANDER N.V., gevestigd te Arnhem, 3. de naamloze vennootschap LIANDER INFRA OOST N.V., gevestigd te Arnhem, eiseressen, advocaten mr. C.L. Klapwijk en mr. M.W.F. Oosterhuis, beiden te Rotterdam, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE VOORST, zetelend te Twello, gedaagde, advocaten mr. T.W. Franssen en mr. M.P.C. Hendriks, beiden te Breda. De eisende partijen zullen hierna gezamenlijk Liander en afzonderlijk Alliander N.V., Liander N.V. en Liander Infra Oost N.V. genoemd worden.De gedaagde partij zal hierna worden aangeduid als de gemeente. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 30 september 2015 het proces-verbaal van comparitie van 14 januari 2016, alsmede de reacties daarop van mr. Klapwijk en mr. Hendriks bij brieven van 22 januari 2016. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Liander verzorgt het netbeheer in Gelderland alsmede in (gedeelten van) de provincies Friesland, Noord-Holland, Flevoland en Zuid-Holland. De gemeente valt binnen het verzorgingsgebied van Liander. 2.2. De gemeente heeft in 1923 een overeenkomst gesloten met de N.V. Provinciale Geldersche Electriciteits Maatschappij (hierna: PGEM) betreffende de aanleg en exploitatie van het elektriciteitsnet in de gemeente. Artikel 4 lid 1 van deze overeenkomst (productie 1 van Liander) luidt als volgt:“ De Gemeente verleent door onderteekening dezer overeenkomst aan de Vennootschap voor zoodanigen duur als naar het oordeel der Vennootschap voor de uitvoering van haar bedryf noodig zal blyken, kosteloos het uitsluitend recht, werken tot geleiding, transformeering, verdeeling en levering van electriciteit en de daarmee in verband staande beveiligings- en ondersteu[n]ingswerken te hebben, aan te brengen, in stan[d] te houden en te verwyderen in, op, aan, door of boven gemeentelyke gronden, wegen, wateren en andere eigendommen der gemeente.”2.3. De gemeente heeft in 1976 een overeenkomst gesloten met Veluwse Nutsbedrijven N.V. (hierna: Veluwse Nutsbedrijven) met betrekking tot de levering van gas door laatstgenoemde in de gemeente. Deze overeenkomst is voor onbepaalde tijd aangegaan.Artikel 2 lid 1 van deze overeenkomst (productie 2 van Liander) luidt als volgt:“De gemeente verbindt zich indien uit hoofde van de gasvoorziening of voor de aanwezigheid van de leidingen en kabels en verder voor de distributie van gas benodigde installaties door de N.V. enigerlei retributie of vergoeding in welke vorm ook aan haar verschuldigd is of wordt, aan de N.V. een bedrag uit te betalen gelijk aan de geheven retributie en/of vergoeding, een en ander onverminderd het bepaalde in art. 4.” Artikel 4 lid 6 van deze overeenkomst bevat - voor zover in deze van belang - de navolgende bepaling:“Kosten voortvloeiende uit het wijzigen van het leidingstelsel als gevolg van enigerlei reconstructiewerkzaamheid worden gedeeltelijk aan de gemeente doorberekend. Dit gedeelte wordt bepaald door de verhouding van de nog niet verstreken afschrijvingstermijn van de oude leiding en de totale afschrijvingstermijn. De totale termijn wordt voor gas op 25 jaar gesteld.(…)” 2.4. De gemeente heeft in 2004 een overeenkomst gesloten met N.V. Continuon Netbeheer (hierna: Continuon Netbeheer) betreffende aansluiting en transport van elektriciteit ten behoeve van de openbare verlichting in de gemeente (productie 3 van Liander). Op deze overeenkomst zijn van toepassing de Algemene Voorwaarden aansluiting en transport elektriciteit voor zakelijke afnemers, geldend vanaf 1 oktober 2001 (hierna: de algemene voorwaarden). Deze overeenkomst is voor onbepaalde tijd aangegaan.Artikel 5.1 van de algemene voorwaarden (productie 4 van Liander) luidt - voor zover in deze van belang - als volgt:“De afnemer zal toestaan dat zowel voor hemzelf als ten behoeve van derden in, aan, op, onder of boven het perceel leidingen worden gelegd, aansluitingen tot stand worden gebracht, aftakkingen op reeds bestaande aansluitingen worden gemaakt, alsmede dat deze en bestaande leidingen, aansluitingen of aftakkingen worden in stand gehouden, onderhouden, uitgebreid, gewijzigd of weggenomen.(…)” Artikel 7 lid 3 van de algemene voorwaarden luidt als volgt:“De overeenkomst kan na het verstrijken van de overeengekomen minimale looptijd van twaalf maanden door de afnemer en door de netbeheerder door opzegging worden beëindigd. Opzegging door de afnemer dient schriftelijk met inachtneming van een opzegtermijn van minimaal zes maanden te geschieden, tenzij de netbeheerder een andere wijze en/of termijn van opzegging aanvaardt.(…)” 2.5. De raad van de gemeente heeft op 16 december 2013 de Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2014 (productie 8 van Liander) vastgesteld. Deze verordening is op 1 januari 2014 in werking getreden. Op grond van deze verordening wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van buizen, kabels, draden of leidingen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. 2.6. De gemeente heeft bij brief van 25 april 2014 (productie 7 van Liander) aan Alliander N.V. en Liander N.V. het volgende medegedeeld:“(…) Op 28 oktober 1960 heeft de gemeente een overeenkomst gesloten met N.V. Provinciale Geldersche Electriciteits-Maatschappij (PGEM) ter zake van - kort gezegd - de levering van elektriciteit. In februari 1976 is voor de levering van gas door de gemeente een overeenkomst gesloten met Veluwse Nutsbedrijven N.V. Tot slot heeft de gemeente op 4 april 2004 een overeenkomst gesloten met NV Continuon Netbeheer met betrekking tot de aansluiting en het transport van elektriciteit. Voor zover de gemeente bekend, geldt Alliander N.V., althans Liander N.V. of één van de aan deze vennootschappen gelieerde rechtspersonen (waaronder Liander Infra Oost N.V. en Liander Infra West N.V.) (hierna te noemen: “Alliander c.s.”) als rechtsopvolger van de vennootschappen waarmee voornoemde overeenkomsten zijn gesloten. Mogelijk betekent dit laatste - dat is voor de gemeente niet inzichtelijk - dat ook de rechten en verplichtingen uit deze overeenkomsten op Alliander c.s. zijn overgegaan. Indien en voor zover dit het geval is, bericht ik u namens de gemeente dat zij deze overeenkomsten hierbij opzegt. Zij zal hierbij een opzegtermijn in acht nemen van 6 maanden, hetgeen betekent dat de overeenkomsten worden opgezegd tegen 1 november 2014 (…).” 2.7. De gemeente heeft bij brief van 19 juni 2014 (productie 9 van Liander) aan Alliander N.V. en Liander N.V. het volgende medegedeeld:“(…)Tijdens het gesprek van 6 juni jl. kwam naar voren dat er naar de opvatting van Alliander c.s. nog een andere overeenkomst zou gelden tussen haar en de gemeente Voorst. Meer specifiek betreft dit de overeenkomst die de gemeente Voorst op 29 augustus 1923 heeft gesloten met de Provinciale Geldersche Electriciteits-maatschappij (PGEM) te Arnhem. Voor de gemeente Voorst is op dit moment niet inzichtelijk of de rechten en verplichtingen uit deze overeenkomst daadwerkelijk van PGEM zijn overgegaan op Alliander c.s. én of aan deze overeenkomst thans nog rechtskracht toekomt. Indien en voor zover dit het geval zou zijn, beticht ik u bij dezen namens de gemeente Voorst dat zij ook deze overeenkomst opzegt. Zij zal hierbij een opzegtermijn in acht nemen van 4 maanden, hetgeen betekent dat de overeenkomst wordt opgezegd tegen 1 november 2014 (…).” 2.8. De raad van de gemeente heeft op 16 december 2014 de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur gemeente Voorst 2015 (AVOI 2015) vastgesteld. Deze verordening is op 1 januari 2015 in werking getreden. Op grond van deze verordening (productie 1 van de gemeente) is het zonder vergunning van de gemeente verboden om leidingen in de gemeentegrond aan te leggen en te laten liggen. Voor leidingen die op 1 januari 2015 aanwezig en in gebruik zijn geldt - op grond van een overgangsbepaling - de schriftelijke toestemming op grond waarvan bedoelde leidingen zijn gelegd als een vergunning krachtens voormelde verordening. 3De vordering 3.1. Liander vordert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad de gemeente zal veroordelen: primair a. de overeenkomsten gestand te doen, subsidiair b. tot het verlenen van medewerking aan het registreren van zelfstandige opstalrechten op alle tracés van gas- en elektriciteitsleidingen gelegen in aan de gemeente toebehorende gronden, wegen en wateren en daarbij - kort gezegd - zal bepalen dat indien de gemeente daarmee in gebreke blijft, dit vonnis in de plaats treedt van een notariële akte tot registratie van zelfstandige opstalrechten ten behoeve van Liander, meer subsidiair c. tot het verlenen van medewerking aan het registreren van erfdienstbaarheden op alle tracés van gas- en elektriciteitsleidingen gelegen in aan de gemeente toebehorende gronden, wegen en wateren en daarbij - kort gezegd - zal bepalen dat indien de gemeente daarmee in gebreke blijft, dit vonnis in de plaats treedt van een notariële akte tot registratie van zelfstandige - zo begrijpt de rechtbank- erfdienstbaarheden ten behoeve van Liander, uiterst subsidiair d. een opzegtermijn van ten minste 2 jaar in acht te nemen voor de overeenkomsten en de overeenkomsten gedurende deze termijn gestand te doen, en in alle gevallen e. tot betaling aan Liander: - aan deurwaarderskosten als bedoeld in artikel 240 Rv een bedrag van € 82,63 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, - aan nakosten als bedoeld in artikel 237 lid 4 Rv een bedrag van € 131,00 zonder betekening, verhoogd met een bedrag van € 68,00 in geval van betekening, met bepaling dat, als deze kosten niet binnen zeven dagen na de dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis worden voldaan, daarover vanaf de achtste dag na dagtekening van het vonnis wettelijke rente is verschuldigd, en - de kosten van deze procedure met bepaling dat, als deze kosten niet binnen zeven dagen na de dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis worden voldaan, daarover vanaf de achtste dag na dagtekening van het vonnis wettelijke rente is verschuldigd. 3.2. Liander legt aan haar vorderingen tegen de achtergrond van de vaststaande feiten- kort gezegd - de navolgende stellingen ten grondslag.De overeenkomst van 1923 is voor bepaalde tijd aangegaan en kan niet tussentijds worden opgezegd. Er is (voor wat betreft de overeenkomst van 1923 subsidiair) sprake van drie duurovereenkomsten voor onbepaalde tijd die in het onderhavige geval alleen dan kunnen worden opgezegd, indien daartoe een voldoende zwaarwegende grond is aan de zijde van de gemeente, hetgeen niet het geval is.De gemeente heeft voor de overeenkomsten van 1923 en 1976 een te korte opzegtermijn gehanteerd. De gemeente maakt misbruik van bevoegdheid door de overeenkomsten op te zeggen nu dit enkel geschiedt met het oogmerk om de heffing van precariobelasting mogelijk te maken en alle kosten van door de gemeente geïnstigeerde verlegging van leidingen (welke leidingen in het overgrote deel ouder zijn dan 15 jaar) aan Liander in rekening te brengen.De gemeente heeft de overeenkomst van 2004 niet opgezegd, maar wil deze eenzijdig wijzigen. Daartoe heeft de gemeente geen recht.PGEM en Veluwse Nutsbedrijven zijn van meet af aan bezitter geweest van een recht van opstal dan wel een recht van erfdienstbaarheid met betrekking tot de in de gemeentegrond gelegen leidingen. Liander heeft als rechtsopvolger van PGEM en Veluwse Nutsbedrijven door middel van bevrijdende verjaring een zakelijke recht van opstal dan wel een zakelijk recht van erfdienstbaarheid verkregen op de leidingtracés in de gemeentegrond. De opzegtermijn is te kort.Op de overige stellingen van Liander zal, voor zover van belang, hierna nader worden ingegaan. 4Het verweer 4.1. De gemeente concludeert dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Liander niet-ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen, althans haar vorderingen zal afwijzen, met veroordeling van Liander in de kosten van deze procedure, de nakosten daaronder begrepen, onder bepaling dat Liander de wettelijke rente over deze kosten verschuldigd is, indien zij deze kosten niet binnen veertien dagen na het in deze te wijzen vonnis heeft voldaan. 4.2. De gemeente voert onder meer het volgende ten verwere aan.Liander heeft niet gesteld op welke grond zij als rechtsopvolger van PGEM en Veluwse Nutsbedrijven kan worden aangemerkt. Liander dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vorderingen. De overeenkomst van 1923 is naar zijn aard ook voor onbepaalde tijd aangegaan. Zij heeft de overeenkomst van 2004 ook opgezegd.Alle overeenkomsten kunnen zonder meer worden opgezegd, zonder dat daarvoor een voldoende zwaarwegende grond aan de zijde van de gemeente moet bestaan. Overigens zijn die zwaarwegende gronden wel voorhanden, zodat ook als de overeenkomst van 1923 wordt geacht voor bepaalde tijd te zijn aangegaan deze ook opzegbaar is. De opzegtermijn is niet te kort.De opzegging van de overeenkomsten is het gevolg van een beleidswijziging, die mede is ingegeven door financiële motieven. De gemeente is bevoegd om haar beleid te wijzigen. Zij heeft daarbij de keuze gemaakt tussen verhoging van de Onroerende Zaak Belasting en het heffen precario van de netbeheerder. Zij heeft in redelijkheid voor de laatste mogelijkheid mogen kiezen. Van misbruik van bevoegdheid is geen sprake. De rechtsvoorgangers van Liander ontleenden het recht om leidingen in de gemeentegrond te leggen en te houden aan de met de gemeente gesloten overeenkomsten. PGEM en Veluwse Nutsbedrijven zijn dan ook niet van meet af aan ondubbelzinnig bezitter van een recht van opstal dan wel een recht van erfdienstbaarheid geweest. Liander kan zich zelf niet tot bezitter van bedoelde rechten maken. Van bevrijdende verjaring kan dan geen sprake zijn.Daarop en op de overige stellingen van de gemeente zal, voor zover van belang, hierna nader worden ingegaan. 5De beoordeling 5.1. De vraag wie van de eisende partijen de rechtsopvolger van PGEM en Veluwse Nutsbedrijven is kan in het midden blijven. Zoals hierna zal blijken is het antwoord op deze vraag niet van belang voor de beoordeling van het geschil ten gronde en voor de uitkomst daarvan. Is de overeenkomst van 1923 voor bepaalde dan wel onbepaalde tijd gesloten? 5.2. Anders dan Liander heeft betoogd, kan niet worden gezegd dat de overeenkomst van 1923 moet worden gekwalificeerd als een overeenkomst voor bepaalde tijd. Immers, als onweersproken staat vast dat destijds zowel de gemeente als PGEM de intentie hadden dat de overeenkomst voor zeer lange duur zou worden aangegaan. Een naar objectieve maatstaven vast te stellen einde van de overeenkomst is niet in de overeenkomst vastgelegd. Immers, ook al zou artikel 4 van de overeenkomst aldus moeten uitgelegd dat de overeenkomst geldt zolang als PGEM dat voor de uitoefening van haar bedrijf nodig acht (de gemeente is een andere mening toegedaan), is daarmee onduidelijk op welk tijdstip PGEM zou besluiten dat de noodzaak om leidingen in de gemeentegrond te hebben niet langer aanwezig is. Onder deze omstandigheden moet de overeenkomst van 1923 worden gekwalificeerd als een overeenkomst voor onbepaalde tijd. Heeft de gemeente de overeenkomst van 2004 opgezegd? 5.3. Ter gelegenheid van de comparitie is door de gemeente nogmaals gesteld dat zij de overeenkomst van 2004 (die zij ziet als een overeenkomst tussen haar als klant en Liander als netbeheerder) heeft opgezegd en zij daarin volhardt. De gemeente heeft daaraan toegevoegd dat zij Liander niet kwijt wil als netbeheerder, maar dat zij wel met Liander wil onderhandelen over een nieuwe overeenkomst. Hiertegenover heeft Liander haar stelling dat de gemeente slechts de overeenkomst van 2004 eenzijdig heeft willen wijzigen niet langer gehandhaafd, zodat in deze ervan uitgegaan kan worden dat ook de overeenkomst van 2004 door de gemeente is opgezegd. Kunnen de drie overeenkomsten zonder meer worden opgezegd en, zo ja, tegen welke datum? 5.4. De overeenkomsten van 1923, 1976 en 2004 zijn alle aan te merken als een duurovereenkomst, die voor onbepaalde tijd is aangegaan. Of en, zo ja, onder welke voorwaarden zo’n overeenkomst opzegbaar is, wordt bepaald door de inhoud daarvan en door de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen. Indien wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling van de opzegging, geldt dat de overeenkomst in beginsel opzegbaar is. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging bestaat. Uit diezelfde eisen kan, eveneens in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval, voortvloeien dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding (Hoge Raad 28 oktober 2011, NJ 2012, 685). 5.5. Liander stelt dat de eisen van redelijkheid en billijkheid, in het licht van de aard en inhoud van de overeenkomsten en de omstandigheden van het geval met zich brengen dat de gemeente een zwaarwegende grond voor opzegging dient te hebben. 5.6. Gelet op het verweer van de gemeente dient te worden onderzocht of de door Liander daartoe aangevoerde omstandigheden van dien aard zijn dat van de gemeente een voldoende zwaarwegende opzeggingsgrond moet worden gevergd. 5.7. Liander heeft daartoe het volgende gesteld.Het in rekening brengen van vergoedingen is in de contractueel vastgelegde afspraken tussen partijen, ook voor de toekomst bewust uitgesloten. Zij heeft de wettelijke taak om doelmatig te leveren, hetgeen wil zeggen levering tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Door het doorberekenen van de precariobelasting in de tarieven gaan bedoelde kosten voor haar afnemers omhoog.Zij voert haar wettelijke taken uit tegen gereguleerde maximumtarieven. Zij heeft niet de vrijheid om verlegkosten in haar tarieven door te berekenen aan haar afnemers. Zij kan er niet voor kiezen haar netwerken uit de grond van de gemeente te halen omdat zij de wettelijke taak heeft om de netwerken aan te leggen en in stand te houden en te voorzien van transport. Het gaat daarom niet aan dat de gemeente Liander onderwerpt aan een vergunningstelsel waarbij de gemeente eenzijdig kan beslissen een vergunning (voor het hebben van kabels en leidingen op een bepaalde plaats in gemeentegrond) in te trekken en dat Liander (in de regel) vervolgens voor de kosten van verlegging moet opdraaien. Leidingen gaan vaak wel zeventig tot honderd jaar mee, terwijl onder de Verlegregeling enkel nadeelcompensatie kan worden verkregen als de leiding tot 15 jaar oud is. De leidingen zijn bestemd om voor de lange termijn in de grond te liggen. De overeenkomsten van 1923 en 1976 zijn aangegaan met het oog op een langdurige samenwerking. Zij mocht - gelet op de aard en de reeds verstreken looptijd van de overeenkomsten - erop vertrouwen dat de overeenkomsten langdurig (in ieder geval zolang als de infrastructuur in de grond van de gemeente aanwezig
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.