← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2016:6468

RECHTBANK GELDERLAND team strafrecht zittingsplaats Zutphen parketnummer : 05/860049-14 datum uitspraak : 1 december 2016 tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , BRP-adres: [adres 1] . Raadsman: mr. S. Schuurman, advocaat te Breukelen. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 2 maart 2015, 12 oktober 2015, 9 november 2015, 5 januari 2016, 5 september 2016, 6 september 2016, 8 september 2016, 15 september 2016, 19 september 2016 en 17 november 2016. 1De inhoud van de tenlastelegging De volledige tenlastelegging is opgenomen als bijlage bij dit vonnis. De rechtbank volstaat hier met de vermelding dat verdachte er – kort gezegd – van wordt verdacht dat hij al dan niet als medepleger op meerdere locaties: synthetische drugs waaronder MDMA heeft bereid en/of vervaardigd en/of verwerkt, (pillen met) MDMA of andere drugs voorhanden heeft gehad, strafbare voorbereidingshandelingen heeft gepleegd gericht op onder meer de productie van synthetische drugs, en heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die gericht was op onder meer de productie van synthetische drugs. De rechtbank overweegt over feit 1, zaaksdossier 4, dat zij de vermelding in de tenlastelegging dat de pleegperiode duurt tot en met 2 juli 2013, zo leest dat die periode voortduurt tot en met 2 juli 2014. Naar het oordeel van de rechtbank is hier sprake van een kennelijke verschrijving: gelet op de inhoud van het zaaksdossier neemt de rechtbank aan dat bedoeld zal zijn 2014 als jaartal op te nemen. 1a. De bevoegdheid van de rechtbank Voorzover verdachte in België feiten zou hebben begaan, in de vorm van het vervoeren van voor de productie van MDMA en/of de grondstof voor MDMA, PMK, bestemde chemicaliën, is de Nederlandse strafwet daarop van toepassing op grond van artikel 5, eerste lid, aanhef en onder 2o, van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze bepaling destijds luidde, in combinatie met artikel 2bis, eerste lid, van de (Belgische) Wet betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsmiddelen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, artikel 6 van die wet, artikel 3 van het (Belgische) Koninklijk Besluit van 2 december 1988 tot regeling van sommige psychotrope stoffen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies en artikel 67 van het (Belgisch) Strafwetboek. 2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs Aanleiding onderzoek Op vrijdag 22 november 2013 is in België een Nederlandse vrachtwagen geobserveerd die onderweg bleek te zijn naar Nederland. De vrachtwagen was in Leuven geladen met chemicaliën. De vrachtwagen werd geobserveerd naar aanleiding van een tip dat de geladen chemicaliën gebruikt (zouden kunnen) worden voor de productie van synthetische drugs. Door de Belgische autoriteiten is Nederland verzocht de observatie over te nemen. De Nederlandse autoriteiten hebben vanwege de verdenking dat deze chemicaliën voor de productie van synthetische drugs gebruikt zouden kunnen worden de observatie overgenomen en vastgesteld dat de vrachtwagen in Neede, gemeente Berkelland, aan de [adres 2] is uitgeladen. Op die plek werd gezien dat de lading in twee keer werd overgeladen in een kleinere vrachtwagen die op en neer reed naar een adres in het buitengebied van Borculo : de [adres 28] . Op 23 november 2013 is op de [adres 28] in Borculo een doorzoeking gedaan, waarbij hulp is geboden door medewerkers van het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) en door de medewerkers [naam 1] en [naam 2] van de Landelijke Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen (hierna: LFO). In een schuur bij de woning werden grondstoffen aangetroffen, waaronder de in Leuven geladen chemicaliën, en apparatuur die ogenschijnlijk was bedoeld voor de productie van synthetische drugs. Ook zijn er sporendragers aangetroffen en in beslag genomen voor verder technisch onderzoek. Vervolgens is een nader opsporingsonderzoek ingesteld dat aanvankelijk de naam ‘Chloor’ had, maar uiteindelijk de naam ‘Zilver’ heeft gekregen. In het kader van dat opsporingsonderzoek zijn verschillende technische en tactische opsporingsmiddelen ingezet, zoals het verzamelen van (historische) telefoongegevens, financiële gegevens, informatie over de tenaamstelling van voertuigen, Kamer van Koophandel‑gegevens en gegevens uit het Kadaster. Daarnaast is er geobserveerd, zijn er registrerende bakens aan auto’s bevestigd en zijn er telefoons afgeluisterd. Ook is gebruikgemaakt van informatie van het Team Criminele Inlichtingen en zijn er rechtshulpverzoeken gedaan aan België. Er zijn ook diverse getuigen gehoord, waaronder omwonenden van verschillende locaties. Eén en ander heeft ertoe geleid dat meerdere mogelijk relevante locaties in beeld kwamen. Op 3 juli 2014 zijn er op diverse locaties doorzoekingen gedaan en aanhoudingen verricht. Zo zijn er doorzoekingen gedaan op de adressen: [adres 19] in Kortenhoef (zaaksdossier 2), [adres 21] in Middelie (zaaksdossier 4; op deze locatie heeft ook op 12 augustus 2014 een doorzoeking plaatsgevonden), [adres 29] in Putten (zaaksdossier 6), [adres 40] (unit [nummer 1] ) en [huisnummers] (unit A14) in Nederhorst den Berg (zaaksdossier 7), [adres 22] in Dedgum (zaaksdossier 8), [adres 30] in Zeewolde (zaaksdossier 9) en [adres 20] in Putten (zaaksdossier 10). Later hebben nog doorzoekingen plaatsgevonden op de adressen: [adres 23] in Kockengen (zaaksdossier 3; op 28 augustus 2014), [adres 12] en [adres 24] in Maartensdijk (zaaksdossier 11; op 9 februari 2015), [adres 25] in Vinkeveen en [adres 26] in Amsterdam (zaaksdossier 12; beide op 28 november 2014). Op de diverse locaties zijn (in totaal) grote hoeveelheden chemicaliën, drugs en drugsgerelateerde stoffen, goederen en apparatuur aangetroffen en in beslag genomen. De resultaten van het opsporingsonderzoek zijn neergelegd in een eindproces‑verbaal van 28 juni 2015. Dat eindproces‑verbaal is opgebouwd uit verschillende zaaksdossiers. Die zaaksdossiers zijn gekoppeld aan de verschillende hiervoor genoemde locaties. Op het eindproces‑verbaal zijn vervolgens aanvullingen gekomen. Dit heeft geleid tot in totaal 14 zaakdossiers: [adres 28] te Borculo [adres 27] te Kortenhoef [adres 23] te Kockengen [adres 21] te Middelie N247 te Edam [adres 29] te Putten [adres 40] ( [nummer 1] ) en [huisnummers] (A14) te Nederhorst den Berg [adres 22] te Dedgum [adres 30] te Zeewolde [adres 20] te Putten [adres 12] en [adres 24] te Maartensdijk [adres 25] te Vinkeveen en [adres 26] in Amsterdam Stroomstootwapen aangetroffen in Vinkeveen Politieanalyse over de verdenking van het bestaan van een criminele organisatie Daar waar de rechtbank tot een bewezenverklaring komt, zijn de bewijsmiddelen opgenomen in de desbetreffende bijlage bij het vonnis. In het vonnis zijn (bewijs)overwegingen opgenomen die specifiek zien op de afzonderlijke verdachte en in het vonnis wordt gereageerd op verweren die in de zaak van die verdachte zijn gevoerd. De rechtbank stelt voorafgaand daaraan nog het volgende vast: - MDMA, 2C-B, amfetamine en metamfetamine zijn middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I. - Het NFI heeft een beschrijving gegeven van de relevante chemische processen. Het gaat om de vervaardiging van PMK (piperonylmethylketon) uit safrol via permierenzuuroxidatie van isosafrol (proces 1) en om de vervaardiging van MDMA (methyleendioxymethamfetamine) door reductieve aminering van PMK (proces 2). Proces 1 Dit proces kent een drietal stappen. Stap 1 (Omzetting van safrol in isosafrol) Safrol wordt omgezet in isosafrol door het te mengen met een sterke base zoals natrium- of kaliumhydroxide in een geschikt oplosmiddel, bijvoorbeeld methanol, en dit mengsel enige uren te verhitten en te roeren. De gevormde isosafrol wordt zonodig door vacuüm- of stoomdestillatie gezuiverd. Stap 2 (Omzetting van isosafrol in esters van isosafrolglycol en mierenzuur) Het instabiele permierenzuur wordt vers gemaakt door mierenzuur en een waterige waterstofperoxide-oplossing met elkaar te mengen. Het permierenzuur wordt geleidelijk toegevoegd aan een oplossing van isosafrol in dichloormethaan waarin natriumbicarbonaat als suspensie aanwezig is. Bij deze reactie komt warmte vrij waardoor koelen noodzakelijk is, om te voorkomen dat het vluchtige dichloormethaan te veel verdampt en/of er onder invloed van een hogere temperatuur teveel bijproducten ontstaan. Omdat de permierenzuur niet mengt met de isosafroloplossing in dichloormethaan moet er goed geroerd worden om de reactie goed te laten verlopen. Na de reactie bevat de onderlaag (dichloormethaan) het tussenproduct dat bestaat uit esters (rechtbank: een organische verbinding die wordt gevormd door reactie van een zuur met een alcohol) van isosafrolglycol en mierenzuur. Deze onderlaag wordt afgescheiden van de bovenlaag en het oplosmiddel kan worden afgedestilleerd. Stap 3 (Afdestilleren van de esters van isosafrolglycol in PMK) Het verkregen tussenproduct uit stap 1 wordt opgelost in methanol en gemengd met verdund zwavelzuur. Dit reactiemengsel wordt gedurende enkele uren verwarmd waarbij PMK wordt gevormd dat zich als separate laag afscheidt van het reactiemengsel. De PMK-laag wordt gescheiden van de zwavelzure laag en zonodig door vacuüm- of stoomdestillatie gezuiverd. Proces 2 Ook dit proces heeft een drietal stappen, waarbij de eerste stap twee mogelijkheden heeft. Stap 1A (Reductieve aminering met natriumboorhydride) Aan een gekoeld mengsel van PMK, methanol of een ander alcohol en methylamine wordt stapsgewijs natriumboorhydride toegevoegd. Hierbij wordt de temperatuur van het reactiemengsel zo laag mogelijk gehouden door dit bijvoorbeeld in een vriezer te plaatsen. De PMK wordt hierdoor omgezet in een MDMA-base. Stap 1B (Reductieve aminering met behulp van een platinakatalysator en waterstofgas) Een mengsel van PMK, methanol of een ander alcohol, methylamine en een platina bevattende katalysator wordt in een drukreactieketel geroerd terwijl waterstof over/door dit mengsel wordt geleid. De PMK wordt hierdoor omgezet in MDMA-base. Na de reactie wordt de platinakatalysator voor hergebruik of recycling afgescheiden door dit te laten bezinken of de oplossing te filteren. Stap 2 (Afdestilleren van het alcohol en de methylamine) De vluchtige hulpstoffen worden afgedestilleerd waarbij de ruwe MDMA-base achterblijft als olieachtige vloeistof. Het afgedestilleerde mengsel bestaat voornamelijk uit methylamine in de gebruikte alcohol met daarin lage concentraties MDMA, PMK en andere vluchtige syntheseverontreinigingen. Stap 3 (Kristallisatie MDMA-base als HCl‑zout) De olieachtige MDMA-base wordt omgezet in zout. Deze kristallisatie wordt uitgevoerd door MDMA-base op te lossen in aceton en daar zoutzuur (als gas of als oplossing in water) aan toe te voegen. Het gevormde MDMA‑hydrochloride is slecht oplosbaar in aceton en kristalliseert uit. Dit kristallisatiemengsel wordt in de vriezer geplaatst waardoor de kristallisatie sneller verloopt en de opbrengst wordt verhoogd. De kristallen worden verzameld door middel van filtratie. De overgebleven vloeistof, zure aceton met daarin nog resten MDMA en syntheseverontreinigingen, kan opnieuw worden gebruikt voor kristallisatie alvorens te eindigen als afval. - [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) werd door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] in dit onderzoek ‘ [bijnaam 1] ’ genoemd. [medeverdachte 1] ontkent dat hij zo door hen genoemd werd. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hebben echter afzonderlijk van elkaar, meteen nadat een foto van [medeverdachte 1] werd getoond, verklaard dat zij die persoon kennen als ‘ [bijnaam 1] ’. Zij zijn bij deze verklaring gebleven en hebben bij herhaling verklaard over ‘ [bijnaam 1] ’. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat, wanneer door [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] over ‘ [bijnaam 1] ’ wordt verklaard, [medeverdachte 1] wordt bedoeld. In de uitwerking van de verhoren van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] wordt deze naam op twee manieren gespeld, als ‘ [bijnaam 1] ’ en ‘ [bijnaam 2] ’. Bij de bespreking van de verschillende zaaksdossiers wordt met beide schrijfwijzen [medeverdachte 1] bedoeld. - [medeverdachte 1] gebruikte ook de naam [voornaam 1] en [voornaam 2] . Hij heeft zich daarnaast uitgegeven als [voornaam 3] en [naam 3] . - [medeverdachte 1] is door medeverdachten in verklaringen ook aangehaald met zijn voornaam [voornaam 4] . Niet ter discussie staat dat met ‘ [voornaam 4] ’ [medeverdachte 1] wordt bedoeld. Wanneer een verklaring van een medeverdachte, waarin wordt gesproken over [voornaam 4] , als bewijs wordt gebruikt, haalt de rechtbank omwille van de leesbaarheid van het vonnis [medeverdachte 1] aan met diens achternaam. - [verdachte] (hierna: [verdachte] ) werd door [medeverdachte 2] ‘ [naam 4] ’ genoemd. [verdachte] ontkent dat hij door [medeverdachte 2] zo werd genoemd. De rechtbank heeft echter geen redenen om op dit punt te twijfelen aan de verklaring van [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] is bij deze verklaring gebleven en heeft bij herhaling verklaard over ‘ [naam 4] ’. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat, wanneer in de verklaringen van [medeverdachte 2] over ‘ [naam 4] ’ wordt gesproken, [verdachte] wordt bedoeld. - [medeverdachte 2] werd ook ‘ [bijnaam 3] ’ of ‘ [bijnaam 4] ’ genoemd. De rechtbank gaat er vanuit dat, wanneer in verklaringen of andere bewijsmiddelen over ‘ [bijnaam 3] ’ of ‘ [bijnaam 4] ’ wordt gesproken, [medeverdachte 2] wordt bedoeld. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten 1 en 2, beide voor zover het gaat om de zaaksdossiers 9 ( Zeewolde ) en 10 ( Putten, [straatnaam 5] ), en de feiten 3 en 4. Het standpunt van de verdediging Bij de bespreking van feit 1 heeft de raadsman aangevoerd dat er geen sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en anderen als het gaat om het laboratorium in Borculo . Verdachte heeft geen enkele betrokkenheid gehad bij de locatie Kortenhoef . Hij is er nooit geweest en wist ook niets af van die locatie. In de zaaksdossiers over Kockengen en Middelie komt verdachte niet voor, zodat van medeplegen geen sprake kan zijn, aldus de raadsman. De raadsman heeft verder naar voren gebracht dat verdachte weliswaar op de [straatnaam 1] in Putten is geweest, maar dat dat alleen was omdat [medeverdachte 1] hem wilde spreken en hij (verdachte) daar in de buurt was. Betrokkenheid van verdachte bij de loods of bij wat daar was opgeslagen, kan niet worden vastgesteld. Over Nederhorst den Berg heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte daar alleen met [medeverdachte 1] op een parkeerplaats is geweest, maar niet op de locatie aan de [straatnaam 2] . Bij de locatie Dedgum heeft verdachte een bemiddelende rol gespeeld, hij heeft twee partijen bij elkaar gebracht, maar is er toen tussenuit gegaan. Wel is hij eenmaal met [medeverdachte 1] in Dedgum geweest. Verdachte ontkent dat hij [medeverdachte 2] twee telefoons heeft gegeven voor de communicatie met de man in Dedgum . De raadsman heeft betoogd dat en waarom de verklaringen van [medeverdachte 4] over Zeewolde leugenachtig zijn en van het bewijs moeten worden uitgesloten. Ander bewijs dat verdachte iets te maken zou hebben met de daar aangetroffen drugs ontbreekt. Verdachte heeft alleen een bemiddelende rol gespeeld en dozen en hout gehaald. Van een nauwe en bewuste samenwerking bij het afleveren en aanwezig hebben van drugs kan niet worden gesproken. Er is volgens de raadsman geen enkel objectief bewijs dat verdachte betrokken is geweest bij de MDMA die op de [straatnaam 4] in Putten is aangetroffen. De verklaring van [medeverdachte 2] dient te worden uitgesloten van het bewijs, gelet op de Vidgen-jurisprudentie. [medeverdachte 2] heeft zich bij de rechter-commissaris op zijn verschoningsrecht beroepen. Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat de verklaring van [medeverdachte 2] wel voor het bewijs kan worden gebruikt, dan vindt de raadsman dat die verklaring alleen onvoldoende is om tot een bewezenverklaring van ‘medeplegen’ te kunnen komen. Ten aanzien van feit 2 heeft de raadsman betoogd dat van medeplegen van het aanwezig hebben van drugs geen sprake is geweest. Van een aantal locaties was verdachte niet op de hoogte en overigens is niet van enige beschikkingsmacht gebleken. Verdachte ontkent wetenschap te hebben gehad van de drugs die in Zeewolde zijn gevonden. Die drugs lagen immers verstopt. Van voorwaardelijk opzet kan niet worden gesproken. Verdachte wist dat er iets illegaals in het kastje zou worden gestopt, maar niet dat dit drugs zouden zijn. Hij heeft dan ook niet de aanmerkelijke kans aanvaard dat er drugs aanwezig zouden zijn in het pand. Verdachte moet worden vrijgesproken van feit 3 omdat zijn rol hooguit die van medeplichtige is. Hij is geen medepleger van voorbereidingshandelingen geweest. De raadsman is in dit verband ingegaan op het transport van chemicaliën van België naar Neede en het regelen van auto’s. Verdachte gebruikte versleutelde telefoons, maar dat was alleen voor klanten van zijn growshop. De raadsman heeft over feit 4 aangevoerd dat, als er al een criminele organisatie is geweest, verdachte daar niet aan heeft deelgenomen. De beoordeling door de rechtbank Ten aanzien van feit 1 (onder andere de productie van synthetische drugs) Met betrekking tot zaaksdossier 1 ( Borculo ) De rechtbank is van oordeel dat betrokkenheid van verdachte bij het bereiden en/of vervaardigen van synthetische drugs in Borculo niet kan worden bewezen. Verdachte heeft verklaard niet op deze locatie aanwezig te zijn geweest en zijn betrokkenheid als (mede)pleger bij de productie van synthetische drugs kan ook niet met de voor een bewezenverklaring vereiste zekerheid uit de overige bewijsmiddelen worden afgeleid. Met betrekking tot zaaksdossier 2 ( Kortenhoef ) De rechtbank constateert dat zaaksdossier 2 sterke aanwijzingen bevat voor juistheid van de stelling dat op enig moment op het perceel [adres 19] te Kortenhoef sprake is geweest van het bereiden of vervaardigen van MDMA, dan wel van het verwerken daarvan. Zo zijn in de schuur/het botenhuis en op de zolder van de woning sporen van MDMA aangetroffen, zijn er aan de productie van MDMA te relateren stoffen aangetroffen in het oppervlaktewater dat grenst aan het perceel en was het mini‑gemaal bij de woning op het perceel aangetast door – vermoedelijk – chemicaliën. Op grond van het dossier kan echter niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld wanneer die sporen zijn ontstaan en evenmin door wie. De rechtbank is daarom van oordeel dat op grond van deze onderzoeksresultaten en de overige inhoud van dit zaaksdossier, niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat daadwerkelijk MDMA is bereid of vervaardigd, dan wel is verwerkt, en wanneer of door wie. Verdachte zal wat betreft zaaksdossier 2 worden vrijgesproken van het onder 1 aan hem ten laste gelegde. Met betrekking tot zaaksdossier 3 ( Kockengen ) Niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat er op het adres [adres 23] in Kockengen in de ten laste gelegde periode synthetische drugs zijn bereid of verwerkt. Dat in de grond stoffen zijn aangetroffen die te relateren zijn aan de productie van dergelijke drugs is, ook in combinatie met de verklaring van getuigen dat er rvs-bakken en jerrycans in de schuur stonden, onvoldoende concreet en redengevend om tot een bewezenverklaring van dit onderdeel te kunnen leiden. Daarbij komt dat [medeverdachte 1] heeft aangeven gebruikte materialen (hardware) op dit adres te hebben schoongemaakt met ethanol, methanol of aceton en dat daarbij is gemorst. Het dossier sluit deze lezing over de ontstane sporen niet, of niet afdoende, uit. Omdat niet bewezen kan worden dat op deze locatie synthetische drugs werden bereid of verwerkt, zal verdachte hiervan worden vrijgesproken. Met betrekking tot zaaksdossier 4 ( Middelie ) Naar het oordeel van de rechtbank is er geen bewijs aanwezig waaruit volgt dat omstreeks juni 2013 in Middelie PMK is omgezet in MDMA. De omstandigheid dat er later dat jaar in Borculo bakken zijn aangetroffen die uit Middelie afkomstig zouden zijn, is daartoe onvoldoende. Er zijn geen indicaties dat die bakken in Middelie ook in werking zijn geweest en bovendien valt een andere toepassing van de bakken niet uit te sluiten. Van de vervuiling die in het aangetroffen 100 litervat zat, is bovendien niet duidelijk wanneer die is ontstaan. Alleen al om deze redenen zal verdachte worden vrijgesproken van het bereiden en/of vervaardigen van MDMA in Middelie in 2013. Wel acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat in 2014 in Middelie MDMA is verwerkt, in die zin dat er pillen (van een mengsel van MDMA en een of meer bind- en/of vulmiddelen) zijn geslagen. Maar voor betrokkenheid van verdachte daarbij bestaan geen aanwijzingen. Daarom zal de rechtbank hem van dit onderdeel vrijspreken. Met betrekking tot zaaksdossier 6 ( Putten - [straatnaam 1] ) De LFO heeft medewerking verleend aan de op 3 juli 2014 in de loods aan de [adres 31] in Putten uitgevoerde doorzoeking. Tijdens dat onderzoek zijn in de inpandige ruimte een grote opslag van chemicaliën, productieapparatuur en toebehoren aangetroffen. Hoewel de LFO ook heeft aangegeven dat in de loods MDMA-olie in MDMA-kristallen zou zijn omgezet, heeft de rechtbank vastgesteld dat die conclusie is gebaseerd op niet meer dan het aantreffen van restanten MDMA-olie en -kristallen in apparatuur en vrieskisten. De loods werd echter gebruikt voor de opslag van spullen die afkomstig waren van diverse locaties die met de productie van MDMA in verband kunnen worden gebracht, wat een plausibele verklaring voor het aantreffen van die restanten kan zijn. Bovendien is er geen ander bewijs, ook niet in de vorm van verklaringen van medeverdachten of getuigen, dat inhoudt dat in de loods synthetische drugs zijn vervaardigd/bereid en evenmin dat die daar zijn verwerkt. Verdachte wordt vrijgesproken van dit onderdeel van de tenlastelegging. Met betrekking tot zaaksdossier 7 ( Nederhorst den Berg ) De rechtbank is van oordeel dat uit het dossier volgt dat aan de [straatnaam 2] in Nederhorst den Berg MDMA is bereid/vervaardigd. Voor betrokkenheid van verdachte daarbij bestaan echter geen aanwijzingen. Om die reden zal verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken. Met betrekking tot zaaksdossier 8 ( Dedgum ) Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen dat in de tenlastegelegde periode in Dedgum synthetische drugs zijn geproduceerd door verdachte of één of meer van zijn medeverdachten. De officier van justitie heeft erop gewezen dat er indicaties zijn voor de productie (van PMK): het aantreffen van vier vervuilde bakken, terwijl er kort vóór het aantreffen van die bakken twee nieuw gecoate bakken vanuit Putten naar Dedgum zijn overgebracht en die bakken twee van de aangetroffen vier bakken zouden moeten zijn. De rechtbank is van oordeel dat deze omstandigheid niet voldoende is om te komen tot een bewezenverklaring, met name gelet op de conclusie van de LFO dat het ontmantelde laboratorium, vermoedelijk gericht op de vervaardiging van PMK uit safrol, nog in opbouw was. Volgens de LFO was men druk bezig met het aanleggen/aanpassen van de elektriciteit, met de wateraansluitingen en met het installeren van twee nieuw gecoate reactievaten. De beschrijving van de LFO komt overeen met de verklaring van [medeverdachte 2] , dat er problemen waren met de stroomvoorziening, en met de verklaring van [medeverdachte 5] , dat hij heeft gerommeld met een verwarmingselement om de stroomvoorziening te saboteren. De rechtbank komt op dit onderdeel tot een vrijspraak. Met betrekking tot zaaksdossier 9 ( Zeewolde ) Naar het oordeel van de rechtbank kan, onder verwijzing naar de in de bijlage over zaaksdossier 9 opgenomen bewijsmiddelen, wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte in Zeewolde samen met anderen MDMA heeft verwerkt: het verstoppen van zuivere MDMA in een daarvoor speciaal gemaakt cd-meubel met als doel die MDMA naar het buitenland uit te voeren. Daarbij is van belang dat verdachte heeft bemiddeld door [medeverdachte 1] in contact te brengen met [medeverdachte 4] . Verder was hij aanwezig bij het plaatsen van de pakketjes MDMA in het door [medeverdachte 4] vervaardigde cd-meubel. De rechtbank is van oordeel dat wat verdachte heeft aangevoerd verder geen reden vormt om de verklaringen van [medeverdachte 4] als onbetrouwbaar voor het bewijs buiten beschouwing te laten. [medeverdachte 4] heeft gedetailleerd verklaard en heeft zich daar bovendien ook zelf bij belast. Verder vinden zijn verklaringen grotendeels steun in andere bewijsstukken. Dat er op detailniveau mogelijk inconsequenties in zijn verklaringen zijn maakt niet dat zijn verklaringen als geheel buiten beschouwing moeten worden gelaten. Met betrekking tot zaaksdossier 10 ( Putten, [straatnaam 5] ) De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zeggenschap heeft gehad over de 47,34 kg (ruwe) MDMA. De rechtbank betrekt bij haar oordeel het volgende. De aan de [straatnaam 4] in Putten aangetroffen MDMA-kristallen vertonen overeenkomsten met de in Nederhorst den Berg (zaakdossier 7) aangetroffen en daar geproduceerde MDMA‑kristallen. Deze overeenkomsten zijn zodanig dat het NFI zijn onderzoeksresultaten veel waarschijnlijker acht als de MDMA‑grondstoffen van dezelfde productiepartij afkomstig zijn dan als zij uit verschillende productiepartijen afkomstig zijn. Het dossier bevat géén aanknopingspunten dat verdachte betrokken was bij de productie van MDMA in Nederhorst den Berg of dat hij anderszins (direct) bij die productielocatie was betrokken. Een mogelijke aanwijzing voor betrokkenheid van verdachte bij de 47,34 kg MDMA zou gevonden kunnen worden in de verklaring van [medeverdachte 2] inhoudende – zakelijk weergegeven – dat het kan zijn dat [bijnaam 2] de MDMA aan [naam 4] heeft gegeven en dat [naam 4] aan [medeverdachte 2] vader heeft gevraagd of hij een plek heeft. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij denkt dat het zo is gegaan en dat hij gewoon weet dat het zo is gegaan. Naar de redenen van zijn wetenschap is door verbalisanten echter niet gevraagd. De rechtbank gaat daarom op dit punt terughoudend om met het eventuele gebruik van deze verklaring voor het bewijs. Dat brengt mee dat enkel op basis van deze verklaring nog niet tot een bewezenverklaring kan worden gekomen. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging. Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt, behoeft het verweer van de raadsman dat de verklaring van [medeverdachte 2] van het bewijs moet worden uitgesloten, geen nadere bespreking meer. Ten aanzien van feit 2 (aanwezig hebben van drugs) Met betrekking tot zaaksdossier 1 ( Borculo ) Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen dat verdachte weet heeft gehad van en beschikkingsmacht heeft gehad over de in Borculo aangetroffen MDMA. Voor zover het de bedoeling is geweest verdachte te vervolgen voor het aanwezig hebben van MDMA in Borculo , wordt hij daarvan vrijgesproken. Met betrekking tot zaaksdossier 2 ( Kortenhoef ) De rechtbank is van oordeel dat op basis van zaaksdossier 2 niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte 209 pillen met MDMA en 4 pillen met MDMA en 2C‑B voorhanden heeft gehad. Verdachte zal met betrekking tot zaaksdossier 2 worden vrijgesproken van het onder 2 aan hem ten laste gelegde. Met betrekking tot zaaksdossier 7 ( Nederhorst den Berg ) Op 3 juli 2014 zijn aan de [straatnaam 2] in Nederhorst den Berg forse hoeveelheden verschillende soorten drugs aangetroffen. Naar het oordeel van de rechtbank bevat het dossier géén aanwijzingen op grond waarvan kan worden vastgesteld dat verdachte betrokkenheid had bij die locatie of dat hij wetenschap en beschikkingsmacht had over de daar aangetroffen drugs. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van dit onderdeel van de tenlastelegging. Met betrekking tot zaaksdossier 8 ( Dedgum ) Naar het oordeel van de rechtbank kan niet worden bewezen dat verdachte de in de woning in Dedgum aangetroffen synthetische drugs aanwezig heeft gehad. Niet is gebleken dat hij wist dat die drugs zich daar bevonden, laat staan dat hij daarover enige beschikkingsmacht had. Daarom volgt hier een vrijspraak. Met betrekking tot zaaksdossier 9 ( Zeewolde ) De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, samen met anderen, op 3 juli 2014 in Zeewolde 14,252 kg MDMA en 10.088 pillen met MDMA aanwezig heeft gehad. Zoals volgt uit de bewijsmiddelen die met betrekking tot zaaksdossier 9 zijn opgenomen in de bijlage, was verdachte aanwezig toen de verdovende middelen zijn verstopt op de plafondplaten in het pand aan de [straatnaam 6] . Hij heeft daarbij geprobeerd [medeverdachte 4] min of meer gerust te stellen. Dat verdachte geen wetenschap had van de drugs acht de rechtbank dan ook niet aannemelijk geworden. Bij de bespreking van feit 1 is de rechtbank al ingegaan op het verweer van de raadsman ten aanzien van de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 4] . De rechtbank volstaat hier met een verwijzing naar die overwegingen. Met betrekking tot zaaksdossier 10 ( Putten, [straatnaam 5] ) Met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij de 47,34 kg MDMA die aan de [straatnaam 4] in Putten is aangetroffen, verwijst de rechtbank naar wat zij met betrekking tot zaaksdossier 10 onder feit 1 heeft overwogen. De rechtbank zal verdachte vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging. Ten aanzien van feit 3 (voorbereidingshandelingen) Verdachte heeft onder meer auto’s geregeld, die op naam van diverse stichtingen werden gezet. Het doel van dergelijke constructies, het onder de radar laten blijven van met name [medeverdachte 1] , is dermate algemeen dat de rechtbank daaraan niet de conclusie kan verbinden dat dit handelingen zijn die zijn gericht op het voorbereiden of bevorderen van Opiumwetdelicten. De rechtbank overweegt verder als volgt:De raadsman heeft bepleit dat verdachte niet kan worden gezien als medepleger van het plegen van voorbereidingshandelingen. Volgens hem heeft verdachte hand- en spandiensten verricht voor [medeverdachte 1] , maar kan niet worden gesproken van een nauwe en bewuste samenwerking en is verdachtes handelen van onvoldoende gewicht om van de deelnemingsvorm ‘medeplegen’ te kunnen spreken. Onder het bereik van artikel 10a van de Opiumwet vallen onder meer het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van een strafbaar feit. Deze gedragingen, die in artikel 48 van het Wetboek van Strafrecht als ‘medeplichtigheidshandelingen’ worden gezien, kunnen op grond van artikel 10a van de Opiumwet worden gekwalificeerd als het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen. Dit is een op zichzelf staand strafbaar feit. De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich ten aanzien van een aantal zaaksdossiers schuldig heeft gemaakt aan (onder meer) dergelijke strafbare gedragingen. Verdachte kan dus als pleger van strafbare voorbereidingshandelingen worden gezien. Hieronder zal op elk ten laste gelegd zaaksdossier worden ingegaan, waarbij – voor zover hier aan de orde – ook is overwogen of er sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking met een ander of anderen ten aanzien van het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen. Met betrekking tot zaaksdossier 1 ( Borculo ) De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij het transport van chemicaliën van België naar Neede op 22 november 2013. De bewijsmiddelen met de daarvoor redengevende feiten en omstandigheden zijn in de bijlage over zaaksdossier 1 opgenomen. Hoewel verdachte heeft verklaard dat hij alleen uit het dossier weet heeft van de boerderij in Borculo is de rechtbank van oordeel dat ook Borculo als pleegplaats bewezen kan worden. De chemicaliën die naar Neede zijn gebracht, waren bedoeld voor de activiteiten in Borculo . Dat verdachte de eindbestemming van de chemicaliën niet exact zou hebben gekend, acht de rechtbank minder van belang. Verdachte heeft in opdracht van [medeverdachte 1] het transport vanuit België georganiseerd en begeleid. Ook kreeg hij geld van [medeverdachte 1] voor de betaling van de chemicaliën. De verdere uitvoering werd aan verdachte overgelaten. Naar het oordeel van de rechtbank was sprake van een dusdanige nauwe en bewuste samenwerking dat van medeplegen kan worden gesproken. Ten aanzien van de tenlastegelegde periode, die aanvangt op 3 augustus 2012, overweegt de rechtbank dat verdachte vanaf 20 november 2013, de dag dat hij door [medeverdachte 1] werd benaderd met het verzoek om een grote hoeveelheid chemicaliën uit België op te halen, wist waarvoor hij een bedrag van € 10.000,- meekreeg en dat het ging om het voorbereiden van Opiumwetfeiten. Hierbij is van belang dat verdachte [medeverdachte 1] uit detentie kende en [medeverdachte 1] veroordeeld was voor overtreding van de Opiumwet met betrekking tot synthetische drugs. Met betrekking tot zaaksdossier 2 ( Kortenhoef ) In de schuur/het botenhuis op het perceel [adres 19] in Kortenhoef zijn in verschillende stofmonsters en een monster van een substantie op de vloer, sporen van PMK aangetroffen. In het oppervlaktewater dat grenst aan het perceel zijn daarnaast sporen aangetroffen die passen bij de vervaardiging van PMK uit (iso)safrol. Hoewel dit sterke aanwijzingen zijn voor de productie van PMK op die locatie, dan wel het voorhanden hebben van PMK daar, kan op grond van de onderzoeksresultaten in dit zaaksdossier naar het oordeel van de rechtbank niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat daarvan daadwerkelijk sprake is geweest. Evenmin kan op basis van deze onderzoeksresultaten wettig en overtuigend worden bewezen dat de overige aan verdachte ten laste gelegde strafbare voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 10a van de Opiumwet in Kortenhoef hebben plaatsgevonden. Verdachte zal wat betreft zaaksdossier 2 worden vrijgesproken van het onder 3 aan hem ten laste gelegde. Met betrekking tot zaaksdossier 5 (Edam) De rechtbank is van oordeel dat het dossier geen aanknopingspunten bevat dat verdachte strafbare voorbereidingshandelingen heeft gepleegd in Edam of anderszins strafbare voorbereidingshandelingen heeft gepleegd met betrekking tot zaaksdossier 5. Verdachte zal wat betreft zaaksdossier 5 worden vrijgesproken van het onder 3 aan hem ten laste gelegde. Met betrekking tot zaaksdossier 6 ( Putten , [straatnaam 1] ) Verdachte heeft ter zitting van 6 september 2016 verklaard dat hij wel eens bij de loods op de [straatnaam 1] in Putten is geweest, voor een afspraak met [medeverdachte 1] , maar dat hij nooit in de loods is geweest en ook niet wist dat daar spullen lagen. De rechtbank overweegt dat ook uit andere verklaringen en onderzoeksresultaten niet volgt dat verdachte een zodanige betrokkenheid bij de loods heeft gehad dat bewezen kan worden verklaard dat hij ten aanzien daarvan strafbare voorbereidingshandelingen heeft gepleegd. Van dit onderdeel zal verdachte dan ook worden vrijgesproken. Met betrekking tot zaaksdossier 7 ( Nederhorst den Berg ) Bij het pand aan de [straatnaam 2] is op 3 juli 2014 een productieruimte voor MDMA aangetroffen. Uit het dossier komt naar voren dat verdachte op 17 juni 2014 op een parkeerplaats in Nederhorst den Berg van auto heeft gewisseld met [medeverdachte 1] , waarna [medeverdachte 1] is gezien bij het pand aan de [straatnaam 2] . De rechtbank is van oordeel dat op grond van het dossier en wat ter terechtzitting is besproken niet kan worden vastgesteld dat verdachte weet had van die productielocatie of dat hij wist dat [medeverdachte 1] met de (zojuist omgewisselde) auto naar een, de verdachte onbekend, pand zou rijden waar harddrugs werden geproduceerd. Nu niet kan worden bewezen dat verdachte opzettelijk een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet heeft bevorderd, zal verdachte met betrekking tot zaaksdossier 7 worden vrijgesproken van het onder 3 aan hem ten laste gelegde. Met betrekking tot zaaksdossier 8 ( Dedgum ) De rechtbank overweegt, onder verwijzing naar de in de bijlage over zaaksdossier 8 opgenomen bewijsmiddelen, dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet heeft verricht. Verdachte is de initiator geweest van het contact tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] en hij is ook aanwezig geweest bij de afspraak in ‘ [naam 5] ’ in Barneveld. Verder is verdachte samen met onder anderen [medeverdachte 1] naar Dedgum geweest om de locatie te bekijken. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij ( [medeverdachte 2] ) van verdachte een speciale telefoon kreeg die hij aan de man in Dedgum moest geven. De rechtbank is van oordeel dat de door verdachte verrichte handelingen, die zien op het inrichten van een laboratorium voor het maken van PMK, als voorbereidingshandelingen in de zin van artikel 10a van de Opiumwet moeten worden gezien, omdat PMK een grondstof is voor de bereiding/vervaardiging van MDMA. Gezien zijn rol ten aanzien van het opstarten van de locatie Dedgum , het bemiddelen en het regelen van communicatie, is sprake van bewuste en nauwe samenwerking met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] . Met betrekking tot zaaksdossier 9 ( Zeewolde ) Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in Zeewolde , samen met een ander of anderen, dan wel alleen, strafbare voorbereidingshandelingen heeft gepleegd, gericht op het buiten Nederland brengen van MDMA. Verdachte heeft bemiddeld bij het contact tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 4] . De rechtbank overweegt dat, in aanmerking genomen dat [medeverdachte 4] heeft verklaard dat hij wist dat er drugs in het cd‑meubel verstopt moesten worden, geen geloof kan worden gehecht aan de verklaring van verdachte dat hij daarvan niet op de hoogte was. Verder heeft verdachte samen met [medeverdachte 4] materialen bij de bouwmarkt aangeschaft, heeft hij dozen geregeld die [medeverdachte 4] nodig had om het cd-meubel te verpakken en was hij aanwezig bij het maken van het cd‑kastje. Daarnaast heeft hij een vacuümapparaat meegenomen naar de werkplaats dat kon worden gebruikt voor het prepareren van pakketjes MDMA. Ook hier was sprake van nauwe en bewuste samenwerking met [medeverdachte 1] , zodat ten aanzien van dit zaaksdossier verdachte als medepleger wordt aangemerkt. Met betrekking tot zaaksdossier 10 ( Putten, [straatnaam 5] ) Met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij de 47,34 kg MDMA die aan de [straatnaam 4] in Putten is aangetroffen, verwijst de rechtbank naar wat zij over zaaksdossier 10 onder feit 1 heeft overwogen. Naar het oordeel van de rechtbank bevat het dossier onvoldoende aanknopingspunten om vast te stellen dat verdachte met betrekking tot de aan de [straatnaam 4] in Putten aangetroffen (ruwe) MDMA strafbare voorbereidingshandelingen heeft verricht. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van dit onderdeel van de tenlastelegging. Met betrekking tot zaaksdossier 11 (Maartensdijk) Naar het oordeel van de rechtbank kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte in Maartensdijk strafbare voorbereidingshandelingen heeft gepleegd. Afgezien van de verklaring van [getuige 1] dat hij verdachte herkent van een hem getoonde foto en dat hij daarbij heeft verklaard dat deze man in het begin spullen heeft gebracht en opgehaald, is géén ander bewijs voorhanden. Verdachte zelf ontkent in Maartensdijk te zijn geweest en ook medeverdachten verklaren niet dat verdachte op die locatie geweest is. Daarom zal de rechtbank verdachte van dit onderdeel vrijspreken. Artikel 10a, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. Het voorgaande leidt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte zich, alleen of met anderen, heeft schuldig gemaakt aan strafbare voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, onderdeel 1, 2 en 3, van de Opiumwet. Wat betreft onderdeel 2 en 3 volgt de bewezenverklaring uit de bespreking van de zaaksdossiers. Over onderdeel 1 overweegt de rechtbank dat het ‘zich of een ander heeft/hebben getracht te bewegen om dat feit te plegen’ ziet op de volgende handelingen: Verdachte heeft, samen met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] bewogen om zich schuldig te maken aan een feit als bedoeld in de Opiumwet. Zij hebben hem onder meer benaderd een cd-meubel te maken voor de export van drugs (zaaksdossier 9); Verdachte heeft een chauffeur, [naam 6] , geregeld voor het transport van druggerelateerde chemicaliën van België naar Nederland (zaaksdossier 1). Ten aanzien van feit 4 (criminele organisatie) Verdachte wordt verweten dat hij heeft deelgenomen aan een organisatie die – kort gezegd – tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in de Opiumwet. Dit was ten tijde van het ten laste gelegde strafbaar gesteld in artikel 11a van de Opiumwet. Behalve de doelstelling om hierboven bedoelde misdrijven te plegen, waarop het oogmerk van de organisatie moet zijn gericht, zijn de vereiste kenmerken van een dergelijke organisatie dat een bepaald gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband met een bepaalde organisatiegraad bestaat. Voor het bewijs van deelneming aan zo’n organisatie is niet vereist dat de betrokkene heeft samengewerkt met alle andere deelnemers en ook niet dat hij alle deelnemers kende. Het Ook behoeft het samenwerkingsverband hoeft niet steeds uit dezelfde personen te hebben bestaan. Verder is voor bewijs van deelname aan een criminele organisatie niet noodzakelijk dat de betrokkene zelf deelneemt aan de misdrijven die de organisatie pleegt. Evenmin is vereist dat hij opzet heeft of weet heeft van de concrete misdrijven die de organisatie pleegt. De betrokkene moet wel in het algemeen weten dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Voor het bewijs van dit feit is nodig dat bewezen kan worden dat een criminele organisatie zoals ten laste is gelegd heeft bestaan en dat de betrokkene daaraan opzettelijk heeft deelgenomen. Een criminele organisatie hoeft niet groot te zijn, zij kan ook uit twee personen bestaan. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte 1] vanaf 8 september 2011 tot en met 3 juli 2014 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. Gedurende deze periode was de organisatie wisselend van samenstelling. De rechtbank acht bewezen dat [medeverdachte 1] vanaf 8 september 2011 tot en met 23 juni 2013 samen met [medeverdachte 6] een criminele organisatie vormde. Vanaf 20 november 2013 tot en met 3 juli 2014 bestond de organisatie naar het oordeel van de rechtbank uit ten minste [medeverdachte 1] en [verdachte] . Daarnaast kunnen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] vanaf 23 november 2013 tot 3 juli 2014 als deelnemer worden gezien. De rechtbank heeft de voor verdachte relevante zaaksdossiers apart besproken. Als de verschillende bewezenverklaringen in de zaak tegen verdachte en de zaken tegen medeverdachten in onderlinge samenhang worden bezien, komt de rechtbank tot de volgende conclusie. De organisatie had tot doel om synthetische drugs (met name MDMA) te bereiden of te vervaardigen, te verwerken, te vervoeren, aanwezig te hebben en buiten het grondgebied van Nederland te brengen. Daarnaast had de organisatie tot doel om dit alles voor te bereiden en/of te bevorderen (dus het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen). Deze conclusie is gebaseerd op onder meer de bewijsmiddelen zoals die zijn uitgewerkt in de bewijsbijlagen bij zaaksdossier 1 en de zaaksdossiers 3 tot en met 11. Daarom zijn deze bewijsbijlagen aan dit vonnis gehecht, óók als aan verdachte geen feiten uit één van die zaaksdossiers zijn ten laste gelegd. De rechtbank overweegt daartoe verder als volgt. Ten aanzien van [medeverdachte 1] . Op grond van de bewijsbijlagen ten aanzien van de diverse zaaksdossiers heeft de rechtbank vastgesteld dat [medeverdachte 1] MDMA heeft geproduceerd (zaaksdossiers 1 en 7) en dat hij MDMA heeft verwerkt (zaaksdossiers 4 en 9). Daarnaast heeft hij diverse strafbare voorbereidingshandelingen gepleegd (zaaksdossiers 1, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 11), waaronder het ontwerpen, voorhanden hebben en vervoeren van voor de productie van synthetische drugs benodigde apparatuur en grondstoffen, het produceren van PMK en het plegen van voorbereidingshandelingen gericht op de uitvoer van MDMA. Daarnaast heeft [medeverdachte 1] opzettelijk synthetische drugs, waaronder hoeveelheden MDMA aanwezig gehad (zaaksdossiers 1, 2, 5, 7, 9 en 10). Ten aanzien van [medeverdachte 6] Ten aanzien van [medeverdachte 6] heeft de rechtbank bewezen geacht dat hij diverse strafbare voorbereidingshandelingen heeft gepleegd, waaronder het vervoeren van PMK en het voorhanden hebben en vervoeren van voor de productie van synthetische drugs benodigde apparatuur (zaaksdossiers 3, 5 en 11) en grondstoffen (België). Daarnaast heeft hij opzettelijk MDMA aanwezig gehad (zaaksdossier 5). Overwogen is dat [medeverdachte 6] in dit kader handelde in opdracht van [medeverdachte 1] , terwijl hij vanaf zijn verhoor in de zaak‑ [naam 7] op 25 oktober 2011 wist dat hij met zijn handelen feiten als bedoeld in het vierde en vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet voorbereidde of bevorderde. De rechtbank acht gelet hierop bewezen dat [medeverdachte 6] vanaf dat moment opzet had op deelname aan de criminele organisatie. Ten aanzien van [verdachte] De rechtbank heeft ten aanzien van [verdachte] vastgesteld dat hij strafbare voorbereidingshandelingen heeft gepleegd. Zo was hij betrokken bij het transport van chemicaliën van Leuven naar Neede (zaaksdossier 1), is hij met onder andere [medeverdachte 1] naar Dedgum geweest om een mogelijke productielocatie te bekijken en heeft hij [medeverdachte 2] een telefoon gegeven die deze op zijn beurt aan [medeverdachte 5] , de bewoner van de locatie in Degdum, moest geven (zaaksdossier 8). Ook was hij – kort gezegd – betrokken bij het maken van een cd-kastje waarmee MDMA zou worden uitgevoerd naar het buitenland (zaaksdossier 9). [verdachte] heeft [medeverdachte 1] ten aanzien van al die handelingen in contact gebracht met andere personen. Voor het transport regelde hij de chauffeur, hij initieerde het contact tussen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5] en hij vond [medeverdachte 4] bereid om cd-kastjes in elkaar te zetten en daarvoor een pand te zoeken. De rechtbank heeft daarnaast vastgesteld dat [verdachte] MDMA aanwezig heeft gehad en heeft verwerkt (zaaksdossier 9). Ten aanzien van zaaksdossier 1 is overwogen dat [verdachte] vanaf 20 november 2013 wist dat hij zich bezighield met het voorbereiden van Opiumwetfeiten. De rechtbank acht, gelet hierop, bewezen dat [verdachte] vanaf dat moment opzet had op deelname aan de criminele organisatie. Ten aanzien van [medeverdachte 2] Met betrekking tot [medeverdachte 2] heeft de rechtbank bewezen geacht dat hij diverse strafbare voorbereidingshandelingen heeft gepleegd, waaronder het voorhanden hebben en vervoeren van voor de productie van synthetische drugs benodigde apparatuur en het voorhanden hebben van voor die productie benodigde chemicaliën (zaaksdossiers 6, 8 en 11). Hoewel dat niet als strafbare voorbereidingshandeling in de zin van artikel 10a van de Opiumwet ten laste is gelegd, heeft [medeverdachte 2] in het kader van de criminele organisatie ook voorbereidingshandelingen gepleegd in Middelie (zaaksdossier 4). Hij heeft verklaard dat hij in juni 2014 onder meer ‘tikmachines’, kuipen en ‘poeiertroep’ heeft opgehaald. Deze spullen zijn door zijn vader, [medeverdachte 3] , in de loods in Putten neergezet. Daarnaast heeft [medeverdachte 2] in een productielaboratorium in opbouw apparatuur geïnstalleerd (zaaksdossier 8). Overwogen is dat [medeverdachte 2] handelde in opdracht van [medeverdachte 1] . Voor het doen van de klussen, ontving hij geld van hem. Daarnaast is overwogen dat [medeverdachte 2] vanaf de dag waarop de locatie aan de [straatnaam 7] in Borculo is opgerold, 23 november 2013, wist dat hij ritjes deed voor een persoon die zich bezighield met de productie van synthetische drugs. Door na die datum opdrachten van [medeverdachte 1] te blijven aannemen, heeft [medeverdachte 2] naar het oordeel van de rechtbank vanaf dat moment opzet gehad op deelname aan de criminele organisatie. Ten aanzien van [medeverdachte 3] De rechtbank heeft ten aanzien van [medeverdachte 3] vastgesteld dat hij strafbare voorbereidingshandelingen heeft gepleegd. Bewezen is geacht dat hij voor de productie van synthetische drugs benodigde apparatuur en grondstoffen (chemicaliën) voorhanden heeft gehad, dat hij apparatuur heeft vervoerd en dat hij een loods heeft gehuurd en ter beschikking heeft gesteld (zaaksdossier 6). Hoewel dat niet als strafbare voorbereidingshandeling in de zin van artikel 10a van de Opiumwet ten laste is gelegd, heeft [medeverdachte 3] in het kader van de criminele organisatie ook voorbereidingshandelingen gepleegd in Middelie (zaaksdossier 4). [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij in juni 2014 onder meer ‘tikmachines’, kuipen en ‘poeiertroep’ heeft opgehaald. Deze spullen zijn door [medeverdachte 3] in de loods in Putten neergezet. heeft ten aanzien daarvan verklaard dat hij een lege vrachtwagen heeft opgehaald, daarmee naar een parkeerplaats is gereden en vervolgens in een bestelauto heeft gewacht. Iemand anders is met de vrachtwagen weggereden. Er is wat op die vrachtwagen geladen en [medeverdachte 3] heeft die lading, jerrycans en bakken, in Putten of Hilversum gezet. Daarnaast heeft [medeverdachte 3] MDMA vervoerd en aanwezig gehad (zaaksdossier 10). De rechtbank heeft overwogen dat [medeverdachte 3] vanaf 23 november 2013, de dag waarop de locatie aan de [straatnaam 7] in Borculo is opgerold, wist dat hij ritten deed voor een persoon of personen die zich bezighielden met de productie van synthetische drugs. Door na die datum voor diezelfde persoon of personen ritten te blijven doen, heeft [medeverdachte 3] naar het oordeel van de rechtbank vanaf dat moment opzet gehad op deelname aan een criminele organisatie. De rechtbank concludeert dat tussen de genoemde verdachten een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband heeft bestaan. De rechtbank overweegt verder nog als volgt. Zoals hiervoor is vermeld en zoals uit de verschillende zaaksdossiers volgt, werkten verschillende verdachten in opdracht van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] nam gedurende het gehele traject de belangrijke beslissingen en stuurde mensen aan. Zo was hij verantwoordelijk voor het chemicaliëntransport van Leuven naar Neede/ Borculo , was hij zelf betrokken bij de productie van PMK en MDMA, had hij zeggenschap over (de vormgeving van) productieapparatuur en over een tabletteermachine, en nam hij beslissingen ten aanzien van de uitvoer van MDMA naar het buitenland. [medeverdachte 1] verstrekte telefoons aan personen met wie hij werkte (onder andere aan [verdachte], [medeverdachte 2], [medeverdachte 6] en [medeverdachte 4]) en hij was aanwezig bij belangrijke besprekingen, zoals het gesprek na het ontmantelen van de productielocatie in Borculo (zaaksdossier 1) en het gesprek waarin [medeverdachte 5] , door [verdachte] aangehaald als een ‘superchemicus’, aan hem werd voorgesteld (zaaksdossier 8). Ook is [medeverdachte 1] degene die te koppelen is aan alle locaties binnen dit onderzoek, waar drugsgerelateerde activiteiten hebben plaatsgevonden. Daarom is de rechtbank van oordeel dat [medeverdachte 1] een leidende rol had binnen de organisatie. Dat [medeverdachte 1] op zijn beurt wellicht onderdeel was van een andere, of grotere organisatie, maakt dit niet anders. De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] hiërarchisch onder [medeverdachte 1] stond in de organisatie, maar dat hij, door onder andere zijn bemiddelende rol tussen [medeverdachte 1] en andere betrokkenen in diverse zaaksdossiers, wel een grotere rol had dan [medeverdachte 6] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , die naar het oordeel van de rechtbank met name uitvoerende taken verrichtten. [medeverdachte 7] (zaaksdossier 7), [medeverdachte 5] (zaaksdossier 8) en [medeverdachte 4] (zaaksdossier 9) wordt deelname aan criminele organisatie niet verweten. Zij hebben zich naar het oordeel van de rechtbank wel schuldig gemaakt aan strafbare feiten. Deze strafbare feiten zijn gepleegd binnen de door [medeverdachte 1] vormgegeven organisatie. Daarom acht de rechtbank bewezen dat zij wel deel hebben uitgemaakt van de door [medeverdachte 1] vormgegeven en aangestuurde criminele organisatie. Zoals hiervoor overwogen, sluit het feit dat niet alle verdachten met elkaar in aanraking zijn gekomen of hebben samengewerkt, niet uit dat zij een organisatie vormden. [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] wordt niet verweten dat zij deel hebben genomen aan de criminele organisatie. De rechtbank kan op basis van het dossier niet vaststellen dat zij binnen de door [medeverdachte 1] vormgegeven organisatie strafbare feiten hebben verricht. Aan [medeverdachte 10] is deelname aan een criminele organisatie wel ten laste gelegd. Naar het oordeel bevat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om ten aanzien van haar tot een bewezen verklaring te komen. Dat betekent dat [medeverdachte 10] op dit onderdeel zal worden vrijgesproken. 3Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tot en met 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 1. hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 augustus 2012 tot en met 3 juli 2014, althans in de periode van 22 mei 2013 tot en met 22 november 2013 (zd 01, Borculo ), en/of 2 augustus 2012 tot en met 2 juli 2014 (zd 02, Kortenhoef ), en/of 2 augustus 2012 tot en met 1 augustus 2013 (zd 03, Kockengen ), en/of 8 april 2013 tot en met 2 juli 2013 (zd 04, Middelie ), en/of 1 juli 2013 tot en met 2 juli 2014 (zd 06, Putten - [straatnaam 1] ), en/of 12 april 2013 tot en met 3 juli 2014 (zd 07, Nederhorst den Berg ), en/of 12 juni 2014 tot en met 2 juli 2014 (zd 08, Dedgum ), en/of 1 juni 2014 tot en met 3 juli 2014 (zd 09, Zeewolde ), en/of 1 april 2014 tot en met 2 juli 2014 (zd 10, Putten - [straatnaam 5] ) te Borculo en/of Kortenhoef en/of Kockengen en/of Middelie en/of Putten ( [straatnaam 1] en/of [straatnaam 5] ) en/of Nederhorst den Berg en/of Dedgum en/of Zeewolde en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft/hebben bereid en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd (een) (aanzienlijke) hoeveelhe(i)d(

  1. en)MDMA en/of 2C-B en/of metamfetemine en/of amfetamine, althans (telkens) (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA en/of 2C-B en/of metamfetamine en/of amfetamine, zijnde MDMA en/of 2C-B en/of metamfetamine en/of amfetamine (telkens) (een) middel(len) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I; 2. hij op of omstreeks 22 november 2013 te Borculo en/of 3 juli 2014 te Kortenhoef en/of Nederhorst den Berg en/of Dedgum en/of Zeewolde en/of Putten ( [straatnaam 4] ) en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad ongeveer -209 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (zd 02, Kortenhoef ), en/of -4 pillen in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of 2C-B (zd 02, Kortenhoef ), en/of -157 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (zd 07, Nederhorst den Berg ), en/of -11,25 kg, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (zd 07, Nederhorst den Berg ), en/of - 12,3 kg, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (zd 07, Nederhorst den Berg ), en/of -1 kg, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2C-B (zd 07, Nederhorst den Berg ), en/of - 1071 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine (zd 08, Dedgum ), en/of -2 tabletten in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (zd 08, Dedgum ), en/of -2 tabletten, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (zd 08, Dedgum ), en/of - 14,252 kg, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (zd 9, Zeewolde ), en/of -10088 tabletten, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (zd 9, Zeewolde ), en/of - 47,34 kg, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (zd 10, Putten - [straatnaam 5] ), althans (telkens) (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA en/of amfetamine en/of metamfetamine en/of 2C-B, zijnde MDMA en/of amfetamine en/of metamfetamine en/of 2C-B (telkens) een middel(
  2. en)vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I; 3. hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 november 2013 tot en met 3 juli 2014, te Borculo en/of Neede en/of Kortenhoef en/of Edam en/of Nederhorst den Berg en/of Dedgum en/of Putten ( [straatnaam 1] en/of [straatnaam 4] ) en/of Zeewolde en/of Maartensdijk en/of elders in Nederland en/of België, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het (telkens) opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of het vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer (grote) hoeveelhe(i)d(
  3. en)van een materiaal bevattende MDMA en/of 2C-B en/of metamfetamine en/of amfetamine, (telkens) zijnde MDMA en/of 2C-B en/of metamfetamine en/of amfetamine (een) middel(len) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen (telkens) - zich of een ander heeft/hebben getracht te bewegen om dat feit te plegen, doen plegen, mede te plegen of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen, en/of - zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en/of - een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  4. s)wist(
  5. en)of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(
  6. en)immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(
  7. s)(telkens) opzettelijk daartoe (telkens): -een of meer vriezer(
  8. s)en/of omzettingsvat(en)/ketel(
  9. s)en/of opslag-scheidingsvat(
  10. en)en/of drukreactievat(ten) en/of rvs bak(ken) en/of tabletteermachines en/of granuleermachines en/of een of meer andere voor de productie/vervaardiging en/of be/verwerking van MDMA en/of 2C-B en/of metamfetamine en/of amfetamine benodigde apparaten en/of machines, althans voorwerpen, gefinancierd en/of ontworpen en/of besteld en/of aangeschaft en/of geïnstalleerd en/of vervoerd en/of laten vervoeren en/of voorhanden gehad en/of vervaardigd en/of laten vervaardigen, en/of - een of meer voor de vervaardiging van MDMA en/of 2C-B en/of metamfetamine en/of amfetamine benodigde grondstoffen (te weten (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en), in elk geval een of meer hoeveelhe(i)d(
  11. en)van een of meer materia(a)l(
  12. en)bevattende BMK en/of apaan en/of PMK en/of PMK glycide zuur en/of Methyleenchloride en/of Methanol en/of Mierenzuur Natrium hydroxide parels/schilfers en/of Ammoniumchloride en/of safrol en/of piperional en/of methanol en/of zoutzuur en/of zwavelzuur en/of aceton en/of methylamine en/of dichloormethaan) bereid en/of aangeschaft en/of vervoerd en/of doen vervoeren en/of gefinancierd en/of besteld en/of overgeladen en/of afgeleverd en/of voorhanden gehad, en/of -een of meer auto('
  13. s)aangeschaft en/of verstrekt en/of ter beschikking gesteld en/of gehuurd en/of voorhanden gehad, en/of -meermalen, althans eenmaal, (een) transport(
  14. en)(grondstoffen en/of halffabricaten en/of apparatuur en/of middelen vermeld op lijst I) verzorgd en/of begeleiden, en/of - opzettelijk daartoe een of meer pand(
  15. en)gehuurd en/of ter beschikking gesteld en/of gefinancierd; -contact gelegd en/of onderhouden met een of meer mededader(
  16. s)en/of een of meer leverancier(
  17. s)(van grondstoffen/of apparatuur ten behoeve van de productie van middelen vermeld op lijst I van de Opiumwet), en/of -mobiele telefoons en/of een of meer andere communicatiemiddelen aangeschaft en/of verstrekt aan een of meer van zijn mededader(s), en/of -ten behoeve van het verbergen en/of transporten van de MDMA een of meer meubel(
  18. s)gefabriceerd, gemonteerd en/of ontworpen; 4. hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 november 2013 tot en met 3 juli 2014 te Borculo en/of Neede en/of Kortenhoef en/of Kockengen en/of Middelie en/of Edam en/of Putten en/of Nederhorst den Berg en/of Dedgum en/of Zeewolde en/of Maartensdijk en/of elders in Nederland en/of België, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie bestond uit een samenwerkingsverband van hem, verdachte en een of meer perso(o)n(en), waaronder in elk geval [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of een of meer ander(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van - misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde en vijfde lid van de Opiumwet, te weten het bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben en/of vervaardigen en/of het binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer middel(
  19. en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, en/of - misdrijven als bedoeld in artikel 10a eerste lid van de Opiumwet, te weten het voorbereiden of bevorderen van een feit als bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: ten aanzien van feit 1: Medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; ten aanzien van feit 2: Medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd; ten aanzien van feit 3: Medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen door: een ander te trachten te bewegen om dat feit te plegen of mede te plegen; een ander te trachten te bewegen daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen; zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen; en/of voorwerpen, stoffen of gelden voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit, meermalen gepleegd; ten aanzien van feit 4: Deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde, vierde en vijfde lid en artikel 10a, eerste lid, van de Opiumwet. 5De strafbaarheid van het feit De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven jaar. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft naar voren gebracht dat verdachte bijna zeven maanden in preventieve hechtenis heeft gezeten en dat hij vervolgens nog tot juli 2015 een enkelband heeft moeten dragen. De reclassering adviseert om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen zodat verdachte zijn werk kan behouden en de behandeling bij [instelling] kan voortzetten. De raadsman heeft oplegging van een onvoorwaardelijke straf gelijk aan de preventieve hechtenis en daarnaast een forse voorwaardelijke gevangenisstraf bepleit. Aan de voorwaardelijke straf kunnen dezelfde bijzondere voorwaarden worden gekoppeld als aan de schorsing van de voorlopige hechtenis. Volgens de raadsman moet de voorlopige hechtenis van verdachte worden opgeheven. De beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van verdachte zoals van één en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op: - het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 25 juli 2016; - een beknopt advies van Reclassering Nederland, gedateerd 10 juli 2014; - een advies van Reclassering Nederland, gedateerd 16 september 2014; - een beknopt advies van Reclassering Nederland, gedateerd 8 januari 2015; - een advies van Reclassering Nederland, gedateerd 30 mei 2016. De rechtbank overweegt in het bijzonder het volgende. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan deelname aan een criminele organisatie die tot doel had om synthetische drugs (met name MDMA) te bereiden of vervaardigen, te verwerken, te vervoeren, aanwezig te hebben en het buiten het grondgebied van Nederland te brengen. Daarnaast had de organisatie tot doel om dit alles voor te bereiden en/of te bevorderen (dus het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen). Verdachte heeft binnen deze organisatie strafbare voorbereidingshandelingen gepleegd, samen met anderen MDMA verwerkt ten behoeve van de uitvoer naar het buitenland en hij heeft ruim 14 kg MDMA en 10.088 pillen, bevattende MDMA, aanwezig gehad. Het aantal locaties waar drugsgerelateerde activiteiten hebben plaatsgevonden, is indrukwekkend te noemen. Op grond van de hoeveelheid aangetroffen apparatuur, stoffen en pillen, moet worden aangenomen dat een zeer grote hoeveelheid synthetische drugs geproduceerd kon worden en ook daadwerkelijk is geproduceerd. Opvallend is dat een medewerker van de Landelijk Faciliteit Ondersteuning Ontmantelen zich erover heeft verwonderd hoe hoog de kwaliteit en hoe groot de capaciteit was van de aangetroffen productieapparatuur. Het is algemeen bekend dat het gebruik van synthetische drugs zoals XTC grote gezondheidsrisico’s meebrengt. De volksgezondheid wordt dus ernstig bedreigd door de productie van dergelijke drugs. Productie en handel in deze grondstoffen en drugs leiden bovendien vaak tot ernstige nevencriminaliteit, niet zelden gepaard gaand met geweldsdelicten. Naast het gevaar voor de volksgezondheid schuilt in de productie van synthetische harddrugs ook gevaar voor schade aan het milieu, omdat men zich doorgaans niet legaal kan ontdoen van vrijkomende chemische afvalstoffen, en daarnaast bestaat er ontploffingsgevaar, brandgevaar en gevaar voor het vrijkomen van giftige stoffen. Al met al ondervinden anderen (ernstige) overlast van dit soort feiten en wordt de samenleving als geheel ernstige schade toegebracht. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij slechts zijn eigen financiële gewin voor ogen heeft gehad, en dat hij daarbij geen acht heeft geslagen op de mogelijke negatieve gevolgen zoals hierboven beschreven. Aldus handelend heeft verdachte een bijdrage geleverd aan de instandhouding van het criminele drugscircuit in het land. Voor een dergelijke deelname aan zo grootschalige productie worden in de regel langdurige gevangenisstraffen opgelegd. De straffen moeten voldoende afschrikkende werking hebben ten opzichte van het lucratieve karakter van de productie van synthetische drugs. Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte ten opzichte van de hoofdverdachte, [medeverdachte 1] , een ondergeschikte rol had, wat niet wegneemt dat zijn activiteiten van groot belang waren voor de criminele activiteiten van [medeverdachte 1] en zijn organisatie. Verdachtes rol was groter dan die van de medeverdachten [medeverdachte 6] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] . De drie laatstgenoemden voerden met name taken uit, terwijl verdachte ook een organisatorische functie had. Aan hem werden ook deels grote geldbedragen toevertrouwd, de communicatie tussen [medeverdachte 1] en andere verdachten verliep gedeeltelijk via hem en verdachte heeft [medeverdachte 1] in contact gebracht met personen die hij nodig had voor het produceren van drugs. De rechtbank houdt daarnaast rekening met het feit dat verdachte al eerder is veroordeeld voor (hard)drugsgerelateerde delicten, waaronder het uitvoeren van harddrugs. Aan verdachte zijn vrijheidsbenemende straffen opgelegd waaronder in één geval een gevangenisstraf van acht jaren. Kennelijk hebben deze straffen verdachte er niet van weerhouden om zich opnieuw in te laten met personen uit het drugscircuit en om opnieuw strafbare feiten te plegen. Naar eigen zeggen heeft verdachte hoofdverdachte [medeverdachte 1] ontmoet toen hij deze lange celstraf uitzat. Het reclasseringsrapport van 30 mei 2016 beschrijft dat bij verdachte sprake is van diepgeworteld crimineel gedrag. Verdachte is beïnvloedbaar door personen die zich met strafbare feiten bezighouden. Nu verdachtes delictgedrag lijkt voort te komen uit de behoefte om anderen trots te maken en omdat hij beïnvloedbaar is, acht de reclassering een psychologische behandeling noodzakelijk. Verdachte heeft zich tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis ingezet voor een behandeling bij [instelling] . Hij lijkt gemotiveerd te zijn om nieuw crimineel gedrag te voorkomen. De verwachting is dat verdachte ook na een veroordeling gemotiveerd zal blijven om de huidige behandeling voort te zetten. De reclassering ziet echter redenen om als stok achter de deur een reclasseringstoezicht te adviseren. Verdachtes gedragsverandering en zijn keuze voor een leven buiten het criminele circuit zijn nog pril en daardoor mogelijk onzeker. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. De kans op recidive zal echter afnemen naarmate verdachtes behandeling bij [instelling] vordert en hij in de praktijk kan brengen wat hij daar heeft geleerd. Volgens de reclassering is het van belang dat verdachte zijn werk kan behouden en zijn behandeling bij [instelling] kan voortzetten. De reclassering adviseert om verdachte een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met daarbij als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een ambulante behandelverplichting bij een forensische psychiatrische instelling zoals [instelling] . Naar het oordeel van de rechtbank kan, gelet op de aard en de omvang van de feiten en gelet op wat de rechtbank hiervoor over de ernst van het bewezenverklaarde heeft overwogen, niet worden volstaan met een geheel voorwaardelijke of een geringe onvoorwaardelijke vrijheidsbenemende straf. De rechtbank komt wel tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist. Dat komt omdat de rechtbank minder voorbereidingshandelingen bewezen heeft verklaard dan waar de officier van justitie bij zijn strafeis van is uitgegaan. De rechtbank heeft daarnaast ook niet bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het aanwezig hebben en vervoeren van 47,34 kg MDMA (zaaksdossier 10). Ook wil de rechtbank met deze strafmaat het verschil in rol tussen [medeverdachte 1] en verdachte duidelijk maken. Niettemin acht de rechtbank, gelet op al het voorgaande, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend en geboden. Zij zal verdachte voordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren. Als gezegd, heeft de reclassering aangegeven dat bij verdachte sprake is van diepgeworteld crimineel gedrag en dat hij baat heeft bij de behandeling bij [instelling] . Verdachte heeft dit laatste ter terechtzitting beaamd. Als stok achter de deur zal de rechtbank daarom een deel van de gevangenisstraf, één jaar, voorwaardelijk opleggen. Aan dit voorwaardelijke strafdeel zullen de bijzondere voorwaarden worden gekoppeld, zoals die door de reclassering zijn geadviseerd. De tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zal in mindering worden gebracht op de ten uitvoer te leggen straf. De rechtbank zal het bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte niet opheffen. 7a. Overige beslissingen De officier van justitie heeft ter terechtzitting aangegeven dat op de beslaglijst een voertuig (een bestelbus met het kenteken [kenteken 1] ) staat vermeld, dat echter niet onder verdachte in beslag is genomen. De officier van justitie heeft kenbaar gemaakt dat het beslag voor het overige, zoals vermeld op de in het dossier aanwezige beslaglijst, is omgezet naar conservatoir beslag. De verdediging heeft dit niet betwist. Daarom zal de rechtbank ook omtrent die voorwerpen geen beslissing nemen. 8De toegepaste wettelijke bepalingen De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 47, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10, 10a, 11a (oud) en 13 van de Opiumwet. 9De beslissing De rechtbank:  verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;  verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;  verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;  verklaart verdachte hiervoor strafbaar;  veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren; bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot 1 (één) jaar, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens het niet‑nakomen van na te melden voorwaarden vóór het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald: de algemene voorwaarden dat de veroordeelde zich vóór het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit; ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden; zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen; de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde Meldplicht - zich uiterlijk binnen één werkdag na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij de Reclassering Nederland, Vivaldiplantsoen 200 in Utrecht, en zich gedurende de proeftijd zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht; Behandelverplichting – Ambulante behandeling - wordt verplicht om zich te laten behandelen bij een door de reclassering aan te wijzen forensisch psychiatrische instelling, zoals [instelling] . Veroordeelde moet zich houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;  beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht. Dit vonnis is gewezen door mr. N.C. van Lookeren Campagne, voorzitter, mr. R.G.J. Welbergen en mr. M.G.J. Post , rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Kolkman en mr. M.C. Korevaar, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 december 2016. Tenlastelegging Aan verdachte is onder parketnummer 05/860049-14, na wijziging van de tenlastelegging ter zitting, ten laste gelegd dat: 1. hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 augustus 2012 tot en met 3 juli 2014, althans in de periode van 22 mei 2013 tot en met 22 november 2013 (zd 01, Borculo ), en/of 2 augustus 2012 tot en met 2 juli 2014 (zd 02, Kortenhoef ), en/of 2 augustus 2012 tot en met 1 augustus 2013 (zd 03, Kockengen ), en/of 8 april 2013 tot en met 2 juli 2013 (zd 04, Middelie ), en/of 1 juli 2013 tot en met 2 juli 2014 (zd 06, Putten - [straatnaam 1] ), en/of 12 april 2013 tot en met 3 juli 2014 (zd 07, Nederhorst den Berg ), en/of 12 juni 2014 tot en met 2 juli 2014 (zd 08, Dedgum ), en/of 1 juni 2014 tot en met 3 juli 2014 (zd 09, Zeewolde ), en/of 1 april 2014 tot en met 2 juli 2014 (zd 10, Putten - [straatnaam 5] ) te Borculo en/of Kortenhoef en/of Kockengen en/of Middelie en/of Putten ( [straatnaam 1] en/of [straatnaam 5] ) en/of Nederhorst den Berg en/of Dedgum en/of Zeewolde en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft/hebben bereid en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd (een) (aanzienlijke) hoeveelhe(i)d(
  20. en)MDMA en/of 2C-B en/of metamfetemine en/of amfetamine, althans (telkens) (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA en/of 2C-B en/of metamfetamine en/of amfetamine, zijnde MDMA en/of 2C-B en/of metamfetamine en/of amfetamine (telkens) (een) middel(len) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I; 2. hij op of omstreeks 22 november 2013 te Borculo en/of 3 juli 2014 te Kortenhoef en/of Nederhorst den Berg en/of Dedgum en/of Zeewolde en/of Putten ( [straatnaam 4] ) en/of elders in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad ongeveer -209 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (zd 02, Kortenhoef ), en/of -4 pillen in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of 2C-B (zd 02, Kortenhoef ), en/of -157 pillen, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (zd 07, Nederhorst den Berg ), en/of -11,25 kg, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (zd 07, Nederhorst den Berg ), en/of - 12,3 kg, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (zd 07, Nederhorst den Berg ), en/of -1 kg, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2C-B (zd 07, Nederhorst den Berg ), en/of - 1071 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine (zd 08, Dedgum ), en/of -2 tabletten in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (zd 08, Dedgum ), en/of -2 tabletten, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (zd 08, Dedgum ), en/of - 14,252 kg, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (zd 9, Zeewolde ), en/of -10088 tabletten, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (zd 9, Zeewolde ), en/of - 47,34 kg, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (zd 10, Putten - [straatnaam 5] ), althans (telkens) (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA en/of amfetamine en/of metamfetamine en/of 2C-B, zijnde MDMA en/of amfetamine en/of metamfetamine en/of 2C-B (telkens) een middel(
  21. en)vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I; 3. hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 augustus 2012 tot en met 3 juli 2014, te Borculo en/of Neede en/of Kortenhoef en/of Edam en/of Nederhorst den Berg en/of Dedgum en/of Putten ( [straatnaam 1] en/of [straatnaam 4] ) en/of Zeewolde en/of Maartensdijk en/of elders in Nederland en/of België, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het (telkens) opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of het vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer (grote) hoeveelhe(i)d(
  22. en)van een materiaal bevattende MDMA en/of 2C-B en/of metamfetamine en/of amfetamine, (telkens) zijnde MDMA en/of 2C-B en/of metamfetamine en/of amfetamine (een) middel(len) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen (telkens) - zich of een ander heeft/hebben getracht te bewegen om dat feit te plegen, doen plegen, mede te plegen of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen, en/of - zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen en/of - een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  23. s)wist(
  24. en)of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(
  25. en)immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(
  26. s)(telkens) opzettelijk daartoe (telkens): -een of meer vriezer(
  27. s)en/of omzettingsvat(en)/ketel(
  28. s)en/of opslag-scheidingsvat(
  29. en)en/of drukreactievat(ten) en/of rvs bak(ken) en/of tabletteermachines en/of granuleermachines en/of een of meer andere voor de productie/vervaardiging en/of be/verwerking van MDMA en/of 2C-B en/of metamfetamine en/of amfetamine benodigde apparaten en/of machines, althans voorwerpen, gefinancierd en/of ontworpen en/of besteld en/of aangeschaft en/of geïnstalleerd en/of vervoerd en/of laten vervoeren en/of voorhanden gehad en/of vervaardigd en/of laten vervaardigen, en/of - een of meer voor de vervaardiging van MDMA en/of 2C-B en/of metamfetamine en/of amfetamine benodigde grondstoffen (te weten (een) (grote) hoeveelhe(i)d(en), in elk geval een of meer hoeveelhe(i)d(
  30. en)van een of meer materia(a)l(
  31. en)bevattende BMK en/of apaan en/of PMK en/of PMK glycide zuur en/of Methyleenchloride en/of Methanol en/of Mierenzuur Natrium hydroxide parels/schilfers en/of Ammoniumchloride en/of safrol en/of piperional en/of methanol en/of zoutzuur en/of zwavelzuur en/of aceton en/of methylamine en/of dichloormethaan) bereid en/of aangeschaft en/of vervoerd en/of doen vervoeren en/of gefinancierd en/of besteld en/of overgeladen en/of afgeleverd en/of voorhanden gehad, en/of -een of meer auto('
  32. s)aangeschaft en/of verstrekt en/of ter beschikking gesteld en/of gehuurd en/of voorhanden gehad, en/of -meermalen, althans eenmaal, (een) transport(
  33. en)(grondstoffen en/of halffabricaten en/of apparatuur en/of middelen vermeld op lijst I)verzorgd en/of begeleiden, en/of - opzettelijk daartoe een of meer pand(
  34. en)gehuurd en/of ter beschikking gesteld en/of gefinancierd; -contact gelegd en/of onderhouden met een of meer mededader(
  35. s)en/of een of meer leverancier(
  36. s)(van grondstoffen/of apparatuur ten behoeve van de productie van middelen vermeld op lijst I van de Opiumwet), en/of -mobiele telefoons en/of een of meer andere communicatiemiddelen aangeschaft en/of verstrekt aan een of meer van zijn mededader(s), en/of -ten behoeve van het verbergen en/of transporten van de MDMA een of meer meubel(
  37. s)gefabriceerd, gemonteerd en/of ontworpen; 4. hij op een of meer verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 augustus 2012 tot en met 3 juli 2014 te Borculo en/of Neede en/of Kortenhoef en/of Kockengen en/of Middelie en/of Edam en/of Putten en/of Nederhorst den Berg en/of Dedgum en/of Zeewolde en/of Maartensdijk en/of elders in Nederland en/of België, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie bestond uit een samenwerkingsverband van hem, verdachte en een of meer perso(o)n(en), waaronder in elk geval [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 9] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of een of meer ander(en), welke organisatie tot oogmerk had het plegen van - misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde en vijfde lid van de Opiumwet, te weten het bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben en/of vervaardigen en/of het binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer middel(
  38. en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, en/of - misdrijven als bedoeld in artikel 10a eerste lid van de Opiumwet, te weten het voorbereiden of bevorderen van een feit als bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10. Bijlage zaaksdossier 1 – [adres 28] te Borculo Bereiden en verwerken van synthetische drugs Op 23 november 2013 omstreeks 00:45 uur is het perceel aan de [adres 28] in Borculo betreden en doorzocht. In een ruimte in de loods op dat terrein werden onder andere vijf omzettingsketels, diverse reactievaten, afscheiders en vacuümpompen aangetroffen. In een andere ruimte in dezelfde loods stonden drie in werking zijnde vriezers, gevuld met jerrycans en klemdekselvaten. Deze vaten waren alle gevuld met een vloeistof, onder andere een mengsel van aceton en ether. Een aantal jerrycans bleek gevuld te zijn met een vloeistof en MDMA‑kristallen. In de ruimte werden verder chemicaliën en drie omzettingsketels met bijbehorende elektromotoren, frequentieregelaars, koelspiralen en refluxen aangetroffen. Medewerkers van de LFO hebben beschreven dat op zolder een luchtafzuiger was geïnstalleerd en dat in een ruimte twee gaten in het plafond waren aangebracht zodat daar, ondanks het lagere plafond, een reactievat met twee, omhoog gerichte, koelspiralen kon worden opgesteld. Ook is er een schakelunit met vijf aansluitingen voor krachtstroom aangetroffen (de meeste aangetroffen apparatuur draaide op krachtstroom) en verder een slang, die rook naar safrol en/of PMK, die naar een afvoerput op het erf liep. De LFO heeft geconcludeerd dat een groot deel van de aangetroffen productieapparatuur was gebruikt en restanten bevatte van onder andere safrol, isosafrolglycol, PMK en/of MDMA. Het werd zeer waarschijnlijk geacht dat omzettingsproductie heeft plaatsgevonden van safrol in PMK en van PMK in MDMA. Alle essentiële grondstoffen en apparatuur daarvoor waren aanwezig. Ook het NFI heeft onderzoek gedaan, waarbij is vastgesteld dat een groot deel van de onderzochte monsters MDMA en/of PMK en/of safrol en/of diverse gerelateerde syntheseverontreinigingen bevatten. Deze materialen zijn terug te voeren op de vervaardiging van PMK uit safrol via de permierenzuuroxidatie van isosafrol en de vervaardiging van MDMA door reductieve aminering van PMK. Getuige [getuige 2] , een buurman van het perceel aan de [adres 28] in Borculo , heeft verklaard wel eens vaten met chemicaliën te hebben gezien in de schuur. De eerste keer was in mei 2013. Op een sticker op een 50 litervat, stond dat het ging om mierenzuur. Het waren wel acht of tien vaten. Ook stonden er grote witte tanks met vloeistoffen, minimaal vier stuks. Nadat [getuige 2] twee of drie keer chemicaliën had gezien, heeft hij de politie gebeld. Eind juli 2013 heeft [getuige 2] pallets met vaten ethanol in de schuur gezien. Op 23 november 2013 is er sporenonderzoek gedaan, waarbij in de schuur onder andere een gasmasker is aangetroffen (dat SIN AAGK6413NL heeft gekregen). De binnenkant van dit masker is bemonsterd (welk monster is voorzien van SIN AAHF9045NL). Dit monster is onderzocht door het NFI. In het rapport van 19 mei 2014 is geconcludeerd dat het gaat om een (onvolledig) DNA-profiel van een onbekende man. Het DNA-profiel van het celmateriaal matcht met de DNA-profielen in DNA-profielcluster 25559 en kan dus afkomstig zijn van dezelfde onbekende man. In een rapport van 28 augustus 2014 staat aangegeven dat het DNA-profiel van [medeverdachte 1] deel uitmaakt van dit DNA-profielcluster. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met het DNA-profiel van het onderzochte celmateriaal, is kleiner dan één op één miljard. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij samen met [bijnaam 2] drie of vier keer in Borculo is geweest. [bijnaam 2] was dan in de schuur aan de gang. In de schuur stonden rvs-bakken. [medeverdachte 2] heeft ook verklaard dat hij wel kon nagaan dat er iets gemaakt werd, speed ofzo. Hij dacht dat omdat hij al die jerrycans naar binnen heeft gesleept. [medeverdachte 2] is zelf twee of drie keer in de schuur geweest. Daar zag hij de bakken die hij zelf eerder had uitgeladen. [bijnaam 2] vertelde hem dat hij daar spullen maakte, MDMA-spullen, die zooi, aldus [medeverdachte 2] . Verder heeft [medeverdachte 2] verklaard dat hij de eerste keer bakken naar Borculo bracht en dat die daar bleven staan. Later bracht hij alleen nog jerrycans. Als hij nieuwe jerrycans bracht, waren die oude jerrycans weg. Hoeveel er precies van over was, weet hij niet meer. [bijnaam 2] deed meestal de deur open als [medeverdachte 2] jerrycans kwam brengen. Hij bracht elke keer hetzelfde type jerrycan. Ongeveer om de maand bracht hij spullen naar Borculo . Die stonden dan al klaar in Putten . [medeverdachte 2] heeft drie, misschien vier keer pallets naar Borculo gebracht. Aanwezig hebben van synthetische drugs Op 23 november 2013 zijn door medewerkers van het NFI monsters genomen in de loods, waaronder een monster uit een witte bak met daarin circa 1,6 kg poeder en gele pillen met diverse logo’s. Dit monster, met nummer B1.34C, is onderzocht door de afdeling verdovende middelen van het NFI en bleek MDMA te bevatten. Voorbereidingshandelingen De rechtbank verwijst naar de hierboven opgenomen bewijsmiddelen voor zover het gaat om de productie van PMK en de rol van [medeverdachte 1] daarbij. Er is informatie ontvangen van de Federale Gerechtelijke Politie Leuven, inhoudende: sinds ongeveer drie jaar zijn bij [bedrijf] , gevestigd in Leuven (hierna: [bedrijf] ), regelmatig kleine hoeveelheden (5 liter) chemicaliën besteld en geleverd aan verschillende personen, die volgens een medewerker van [bedrijf] handelden uit naam van één persoon met een uitgesproken Nederlands accent die zich voorstelde als [naam 8] . De modus operandi bestond er steeds uit dat de bestelling telefonisch werd geplaatst door één en dezelfde persoon die zich voorstelde als [naam 8] . Vervolgens kwam iemand anders de bestelling dezelfde dag of de dag daarna ophalen. De gebruikte voertuigen waren hoogstwaarschijnlijk huurvoertuigen. [getuige 3] , verkoper bij [bedrijf] , heeft verklaard dat er chemicaliën zijn besteld op naam van ‘ [naam 9] ’, met name methanol, mierenzuur en aceton. Het ging om wisselende hoeveelheden, soms 6 x 25 liter mierenzuur, soms een heel pallet van 24 x 25 liter. Er was een Aziaat, die is vijf tot tien keer gekomen om bestellingen op te halen, zo heeft [getuige 3] verklaard. Hij stelde zich voor als iemand van [naam 9] . De man kwam meestal alleen, met een gehuurde auto, en deed dan ook de betaling. Na het tonen van de foto op p. 010472 heeft [getuige 3] verklaard dat dit 100% de Aziaat is waarover hij heeft gesproken. Die foto is van [medeverdachte 6] . [medeverdachte 6] heeft verklaard dat hij tot juli 2013 klussen voor anderen heeft gedaan, gedurende ongeveer een jaar tot anderhalf jaar. Op een zeker moment werd hem gevraagd of hij dingetjes wilde ophalen en afleveren die een ander dan bestelde. Dat ging om jerrycans, die ook bij [bedrijf] in België moesten worden opgehaald. Aan hem is verteld dat er vloeistoffen in die jerrycans zaten. Hij had wel het vermoeden dat het niet pluis was. Hij heeft ook opdracht gekregen om de stickers van de jerrycans te halen. Twee keer heeft hij lege jerrycans teruggebracht naar [bedrijf] . Daar kreeg hij statiegeld voor, wat met de volgende bestelling werd verrekend. [medeverdachte 6] heeft verder verklaard aceton en mierenzuur te hebben meegenomen. Dergelijke ritten naar België heeft [medeverdachte 6] meer dan drie, maar minder dan tien keer gedaan. Hij kreeg dan een telefoontje of een sms’je, op een prepaid Nokia die hij had gekregen. Die contacten waren maar met één persoon. Er stond ergens een busje klaar en dat moest hij daarna ook weer ergens langs de kant van de weg zetten. Dat was onder meer in Breukelen, Vinkeveen en Abcoude. Hij ging meestal alleen, op één keer na. Toen ging zijn opdrachtgever mee. In totaal heeft [medeverdachte 6] ongeveer € 2.000,- tot € 2.500,- voor deze werkzaamheden ontvangen. [medeverdachte 6] heeft zelf nooit bestellingen geplaatst. Hij heeft wel eens iets doorgegeven voor de volgende keer. De bestellingen gingen meestal per mail door de man die de spullen wilde hebben. De naam van [medeverdachte 6] werd wel gebruikt voor het doen van bestellingen. De opdrachtgever deed dan de bestelling. Ook is een e-mailaccount op naam van [medeverdachte 6] daarvoor gebruikt. [medeverdachte 6] heeft tijdens een later verhoor verklaard dat [medeverdachte 1] zijn enige opdrachtgever was. [medeverdachte 1] gaf hem de opdrachten voor de ritten. [medeverdachte 6] heeft verklaard dat de persoon op de hem getoonde foto [medeverdachte 1] is. De getoonde foto is van [medeverdachte 1] . Op 21 oktober 2013 plaatste ‘ [naam 10] ’ bij [bedrijf] een grote bestelling van een aantal chemische producten. Het betrof de levering van: - methyleenchloride 5 x 270 kg - methanol 5 x 158 kg – 30 x 25 l - mierenzuur 50 x 24 kg - natrium hydroxide parels: 50 x 25 kg, voor een totaalbedrag van € 16.247,45. [getuige 4] , verkoper bij [bedrijf] , heeft verklaard dat de werknemers van [bedrijf] aanvoelden dat dit geen normale bestelling was. De bestelde producten konden gebruikt worden voor de productie van drugs. Op 28 oktober 2013 is een voorschot van € 6.000,- contant betaald. De betaler werd herkend als de persoon die eerder de telefonische bestellingen had geplaatst en zich voorstelde als ‘ [voornaam 2] [naam 10] ’. Deze persoon wordt beschreven als: - schijnbare leeftijd tussen 30 en 35 jaar - ongeveer 1.85 m lang - zwart krullend haar - casual gekleed - stoppelbaard - uitgesproken Nederlands accent. [getuige 3] , verkoper bij [bedrijf] , heeft verklaard dat op 22 november 2013 een grote bestelling is afgehaald. Er zijn alleen natriumkorrels achtergebleven. De man op de aan [getuige 3] getoonde foto (met nummer [nummer 2] ), die aanwezig was bij het afhalen van de bestelling, heeft het resterende bedrag betaald. Op de pagina die als ‘ [nummer 2] ’ is aangeduid, staan foto’s van [verdachte] . [verdachte] heeft verklaard dat hij [medeverdachte 1] kent uit de gevangenis in Nieuwegein. Zij hebben ongeveer twee jaar samen vastgezeten. [medeverdachte 1] vroeg [verdachte] of hij een vrachtwagenchauffeur kon regelen om een vracht chemicaliën uit België op te halen. Twee dagen voordat de spullen opgehaald zouden worden, kwam [medeverdachte 1] naar [verdachte] . Hij had een lijstje met wat [verdachte] moest zeggen. De bestelling bleek gedaan op naam van [naam 8] . Het resterende bedrag, ongeveer € 10.000,-, kreeg [verdachte] mee en ook een bedrag van ongeveer € 800,- voor de chauffeur. [verdachte] heeft een chauffeur geregeld, maar deze heeft hij alleen tijdens het laden in België gezien. [verdachte] ging naar het bedrijf [bedrijf] . De spullen zijn geladen, hij heeft betaald en is daarna achter de chauffeur aan naar Neede gereden. Een Belgisch observatieteam is gezien dat op 22 november 2013 om 11:50 uur een DAF vrachtwagen met Nederlands kenteken [kenteken 2] werd geladen bij [bedrijf] . De vrachtwagen werd onmiddellijk gevolgd door een zwarte BMW [type 1] met Nederlands kenteken [kenteken 3] . De grensoverschrijdende observatie werd overgenomen door de Nederlandse politiediensten. Het Nederlandse observatieteam heeft gezien dat de DAF vrachtwagen met kenteken [kenteken 4] naar het adres [adres 2] in Neede reed en daar werd uitgeladen. Daar verscheen ook de eerdergenoemde BMW [type 1] . De bestuurder maakte contact met de bestuurder van de vrachtwagen. Na het uitladen is de DAF vertrokken. Vervolgens verscheen er een kleinere vrachtwagen (Mercedes Benz, [kenteken 5] ), die werd ingeladen. Deze vrachtwagen reed naar de [adres 28] in Borculo , werd daar uitgeladen, ging terug naar Neede en toen weer naar dat adres in Borculo . Bij het lossen van de chemicaliën in Neede heeft [verdachte] alleen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] gezien. Zij losten de vrachtwagen. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij in België is geweest, met [bijnaam 1] . Ze zijn ook drie of vier keer in Borculo geweest. [medeverdachte 2] moest daar jerrycans naartoe brengen. Dat had [bijnaam 1] allemaal geregeld. Er zijn spullen van Middelie in Borculo beland. Die heeft hij ook daar naartoe gebracht. Hij kreeg de opdrachten om dingen weg te brengen of op te halen van [bijnaam 1] . Vlak vóór de bouwvak van 2013 heeft [medeverdachte 2] een BlackBerry van [bijnaam 1] gekregen. Hij mocht de telefoon alleen gebruiken om [bijnaam 1] of [naam 4] te bellen. Hij kreeg een berichtje met daarin een plaats waar hij naar toe moest gaan of iets wat hij moest doen. De dag voordat Borculo werd opgerold, hebben [medeverdachte 3] en [bijnaam 2] nog spullen, grondstoffen, in Borculo neergezet. Bijlage zaaksdossier 8 – [adres 22] te Dedgum Aanwezig hebben van synthetische drugs Op 3 juli 2014 is in de woning aan de [adres 22] in Dedgum een forensisch onderzoek verricht. Tijdens dit onderzoek werd in de keuken een plastic tas van Jumbo gevonden. In de tas zaten twee zakken, één met roze poeder (495 g, met verpakking maar exclusief monster, SIN AAFF6773NL) en één met blauw poeder (576 g, met verpakking maar exclusief monster, SIN AAFF6723NL) waarvan ter plekke monsters zijn genomen. De soortgelijke lege zakken van het roze en het blauwe poeder wogen per stuk 27 g. Beide monsters zijn onderzocht door het NFI en bleken metamfetamine te bevatten. In de woning zijn verder pillen aangetroffen, twee oranje tabletten op een plank in de hoek boven de eettafel en twee losse, witte tabletten op een plank in een ingebouwde kast in een kantoorkamer. De twee oranje gleuftabletten (SIN AAHJ4876NL) zijn indicatief getest, met als uitkomst dat het testmateriaal de werkzame stof XTC = MDMA bevat. Ook de twee witte gleuftabletten (SIN AAHJ4878NL) zijn indicatief getest, met als resultaat dat het testmateriaal amfetamine bevat. Alle vier tabletten zijn naar het NFI verzonden. Over dit proces-verbaal is later gerelateerd dat ten onrechte is vermeld dat het ziet op materiaal dat in Borculo in beslag is genomen en dat het gaat om materiaal uit Dedgum . Het NFI heeft de pillen onderzocht en geconcludeerd dat de oranje tabletten MDMA bevatten en de witte tabletten amfetamine. [medeverdachte 5] heeft verklaard dat hij de gele plastic tas (rechtbank: van Jumbo) die in het keukenkastje is aangetroffen, met daarin het roze en het blauwe poeder, heeft achtergehouden om te gelde te maken en als pressiemiddel te gebruiken ten opzichte van iemand die hem geld schuldig was. [medeverdachte 5] gaat ervan uit dat het drugs zijn. Voorbereidingshandelingen [verdachte] heeft verklaard dat hij is benaderd door een jongen uit Apeldoorn. Deze jongen kende een man in Dedgum , een superchemicus, en vroeg aan [verdachte] of hij niet iemand wist die ‘het verhaal kon invullen’. [verdachte] heeft dit aan [medeverdachte 1] voorgelegd, die wel een keer wilde praten met die man uit Dedgum . [medeverdachte 1] , [verdachte] , de man uit Dedgum en de man uit Apeldoorn hebben elkaar gesproken in Barneveld. Daarna zijn [medeverdachte 1] , [verdachte] en de man uit Apeldoorn een keer naar Dedgum gegaan. [medeverdachte 5] heeft verklaard een bespreking te hebben gehad bij [naam 11] in Barneveld. Er waren twee personen, [voornaam 1] en een man met spierwit haar. Zij wilden in Friesland spullen neerzetten. Deze mensen uit het Oosten van het land vertelden dat zij een lab in Borculo – in ieder geval een plaats met een B in het Oosten – hadden gehad en dat de restanten van dat lab gestald moesten worden. [medeverdachte 5] heeft verklaard dat hij uit zijn verleden als infiltrant wat heeft geleerd over de productie van verdovende middelen. [medeverdachte 5] heeft de man op foto A (rechtbank: [medeverdachte 1]) herkend als ‘ [voornaam 1] ’, de man op foto B (rechtbank: [verdachte]) als ‘de witte’ en de man op foto C (rechtbank: [medeverdachte 2]) als ‘ [bijnaam 3] ’. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij door iemand was benaderd en dat hij naar een afspraak bij [naam 5] is gegaan. Er zaten vier mensen aan tafel, waaronder een oudere man. [medeverdachte 1] werd gevraagd of hij grondstoffen en twee baksystemen kon leveren, ergens in Friesland. Daarna heeft [medeverdachte 1] contact opgenomen met [naam 12] . [medeverdachte 1] heeft [medeverdachte 2] opdracht gegeven om die bakken, die hij ( [medeverdachte 1] ) nog had staan, weg te brengen en te laten coaten. Toen de bakken klaar waren, zat er niet veel tijd tussen voordat het hele zwikkie vanuit Putten naar Friesland is gegaan. Dat heeft [medeverdachte 1] samen met [medeverdachte 2] gedaan. [getuige 5] , directrice van [naam 12] in Breskens, heeft verklaard dat een man met de naam ‘ [voornaam 3] ’ op 10 juni 2014 belde met [naam 12] . Hij wilde twee bakken van elk 100 liter laten coaten met Halar coating, wat is bedoeld voor chemisch gebruik. Het zou voor een Engelse firma zijn, [naam 13] . Op 13 juni 2014 heeft een man de beide bakken afgeleverd. Het was een kleine blonde man, tussen de 25 en 30 jaar, aldus [getuige 5] . Op 19 juni 2014 zijn de bakken weer opgehaald en is er betaald. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij onder de naam ‘ [voornaam 3] ’ bestellingen heeft geplaatst bij [naam 12] . [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij bakken naar Zeeland heeft gebracht om ze te laten coaten. Een week later heeft hij de bakken samen met [medeverdachte 3] weer opgehaald. [medeverdachte 2] moest bij [getuige 5] € 1.900,-, € 2.300,- of € 2.500,- betalen, iets in die orde. Dat geld had hij van [bijnaam 2] gekregen. Daarna heeft hij de bakken naar Dedgum gebracht. [medeverdachte 2] weet niet meer of ‘hij’ (de rechtbank begrijpt: [bijnaam 2]) toen mee was of dat hij de bakken alleen met de man uit Dedgum heeft getild. [medeverdachte 1] heeft verklaard één keer bij dat huis (rechtbank: in Dedgum) te zijn geweest, samen met [medeverdachte 2] , om die grondstoffen en bakken af te leveren. Toen hebben [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] de spullen uitgeladen. Het ging om oplosmiddelen en zuren, alleen maar ADR klasse 3, 5, 8 en 9‑producten, en die twee bakken. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij met [bijnaam 1] naar een boerderij in Dedgum is geweest. Hij heeft daar jerrycans, slangen en troep heen gebracht. [bijnaam 1] regelde alles. [bijnaam 2] , [medeverdachte 2] en die man hebben de spullen uitgeladen. De derde keer dat hij naar Dedgum ging heeft [medeverdachte 2] weer spullen gebracht. De man uit Dedgum zat te rommelen met de stroom. [medeverdachte 2] heeft hem daarmee geholpen. Dit was in opdracht van [bijnaam 2] . Hij heeft geholpen met het opbouwen, bakken neerzetten, en zo. Die man in Dedgum wist waar de spullen moesten staan. [medeverdachte 2] kreeg een telefoontje van [naam 4] en dat heeft hij de derde keer meegenomen naar de man in Dedgum . Het was de bedoeling dat de man in Dedgum zou sms-en als hij iets nodig had, zoals grondstoffen, en dat [medeverdachte 2] dat dan zou meenemen. Hij zou dan ook mee terug nemen wat terug moest. [medeverdachte 2] was een soort tussenpersoon voor [bijnaam 2] . [naam 4] had er niets mee te maken. [bijnaam 2] wilde liever dat [medeverdachte 2] alleen ging. [bijnaam 2] stuurde berichten met datum en locatie en wat de bedoeling was. Het takenpakket van [medeverdachte 2] werd wel uitgebreid. Hij ging ook met de elektra klussen en mocht alleen naar de locatie. [medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij dat zelf een beetje heeft aangehaald, om wat extra’s te verdienen. [medeverdachte 2] heeft in totaal € 500,- gekregen van [bijnaam 2] voor de werkzaamheden in Dedgum . De vierde keer heeft [medeverdachte 2] ook weer geklust. [medeverdachte 5] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] en de man met het witte haar na de afspraak bij [naam 5] bij hem thuis zijn geweest. [medeverdachte 1] voerde het woord. [medeverdachte 5] wilde € 1.200,- huur hebben voor de schuur. Na drie weken werd hij gebeld door [medeverdachte 1] die vertelde dat hij de dag erna spullen zou komen brengen. Toen [medeverdachte 5] zei dat dat niet goed uit kwam, zei [medeverdachte 1] dat hij maar aanwezig moest zijn, omdat hij ( [medeverdachte 1] ) de huurder was en erin wilde. [medeverdachte 1] kwam met een jongeman die zichzelf ‘ [bijnaam 3] ’ noemde. [medeverdachte 5] weet zeker dat de mannen toen met zijn tweeën waren. Hij heeft niet gekeken wat er gelost werd, maar hij rook na een paar dagen een anijslucht. [medeverdachte 5] heeft de deur van de schuur geforceerd en zag binnen vier roestvrijstalen bakken en jerrycans met het opschrift ‘DCM Methanol’. Omdat [medeverdachte 5] wilde dat ze zouden vertrekken, is hij gaan rommelen met de stroom. Volgens [medeverdachte 5] is ‘ [bijnaam 3] ’ twee of drie keer geweest om te werken in de schuur. Hij kwam steeds met de witte bestelbus. Op 2 juli 2014 waren [bijnaam 3] en [medeverdachte 1] er. [medeverdachte 5] heeft ze allebei gesproken in de schuur. Eerst was [bijnaam 3] alleen. Vanwege problemen met de stroom ging hij ( [bijnaam 3] ) bellen met ene [voornaam 2] of [voornaam 1] en ongeveer twee uur later kwam [medeverdachte 1] . In de schuur stonden ook twee grote zware ijzeren platen die ze in Zeeland hadden laten coaten. [medeverdachte 1] heeft één keer € 1.200,- huur betaald. [medeverdachte 5] heeft verder verklaard dat hij van ‘ [bijnaam 3] ’ een telefoon kreeg, het was een een-op-een-telefoon. Hij heeft de telefoon ook gebruikt. [medeverdachte 2] liet toen weten dat hij een bepaalde dag niet kon komen. [medeverdachte 5] heeft zelf een keer een bericht gestuurd omdat hij niet aanwezig kon zijn bij het lossen. Bijlage zaaksdossier 9 – [adres 32] te Zeewolde Verwerken van synthetische drugs Op 3 juli 2014 is het bedrijfspand aan de [adres 32] in Zeewolde doorzocht. In het pand zijn diverse goederen in beslag genomen, waaronder een cd-meubel met daarin in houten panelen verborgen vermoedelijke drugs. Er is onderzoek gedaan naar een aantal planken die bedoeld waren om een cd-kastje mee te maken, aangetroffen in het pand aan de [straatnaam 6] in Zeewolde . De planken zijn door de verbalisanten doormidden gebroken en in alle planken bleken pakketten te zitten. Deze pakketten bestonden uit bruin plastic tape en carbonpapier gevuld met een stof. De pakketten waren in de planken bevestigd door middel van houtlijm en grijze elastische kit. Onder het tape en het carbonpapier zaten plastic zakjes met daarin bruine kristallen, in totaal 8,074 kg (inclusief verpakking). Deze zijn indicatief positief getest op MDMA. Deze pakketten zijn bemonsterd (SIN AAHD7341NL). Van dit monster zijn drie (deel)monsters genomen: SIN AAGX1921NL, SIN AAGX1919NL en SIN AAGX1920NL. Het NFI heeft geconcludeerd dat deze drie monsters alle MDMA bevatten. [verdachte] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] op zoek was naar een goede timmerman en dat hij vervolgens [medeverdachte 4] heeft voorgesteld aan [medeverdachte 1] . [medeverdachte 4] zou wat klussen voor [medeverdachte 1] gaan doen op het gebied van houtbewerking. [verdachte] heeft verklaard dat [medeverdachte 4] een meubel zou maken voor [medeverdachte 1] en dat daar iets mee gesmokkeld moest worden. [verdachte] heeft zelf dozen, die [medeverdachte 4] nodig had, gekocht en naar de [straatnaam 6] gebracht. [medeverdachte 4] heeft verklaard dat [voornaam 1] hem heeft gevraagd om een kast te maken. Twee tot drie weken na het verzoek van [voornaam 1] is [medeverdachte 4] met het kastje begonnen. In de woning van [medeverdachte 4] is een kassabon van GAMMA van 19 juni 2014 aangetroffen, waarover [medeverdachte 4] heeft verklaard dat hij dat materiaal voor [voornaam 1] heeft gekocht. [medeverdachte 4] heeft het cd-kastje gemaakt en wist dat het bestemd was om er drugs in te verstoppen. Het kastje zou verscheept worden. [medeverdachte 4] heeft verklaard dat [voornaam 1] pakketjes had voorbereid waar de drugs in zaten. De drugs zaten in pakketjes die met bruine tape waren omwikkeld en [voornaam 1] heeft deze in een zwarte weekendtas naar de [straatnaam 6] gebracht. [medeverdachte 4] heeft uitsparingen in de multiplex delen van het cd-kastje gemaakt op de maat van de pakketjes. Toen [voornaam 1] de pakketjes in de grote zwarte tas binnenbracht, was hij samen met zijn vriend. [verdachte] was er ook. Die was al eerder aangekomen, aldus [medeverdachte 4] . [medeverdachte 4] heeft verklaringen afgelegd over het assembleren van het kastje, inclusief het plaatsen van de drugs. [medeverdachte 4] zelf heeft met een kitspuit dotjes siliconenkit in de uitsparingen gespoten waar de pakketjes moesten komen, zodat deze niet zouden verschuiven. De vriend van [voornaam 1] heeft vervolgens de pakketjes drugs in de kit geduwd, aldus [medeverdachte 4] . Die vriend was de enige die dat gedaan heeft. [voornaam 1] , [verdachte] en hijzelf hebben die pakketjes niet in het meubel gedaan. [voornaam 1] vertelde [medeverdachte 4] dat er uiteindelijk zeven kg drugs in het meubel was verborgen. Aan [medeverdachte 4] zijn foto’s getoond. Over de man op de foto met SKN [nummer 2] heeft [medeverdachte 4] verklaard dat dit [verdachte] is, de man op de foto met SKN [nummer 2] is de [voornaam 1] waarover hij heeft verklaard. Op de foto met SKN [nummer 2] staat [verdachte] en op de foto met SKN [nummer 2] staat [medeverdachte 1] . Aanwezig hebben van synthetische drugs De bewijsmiddelen met betrekking tot de bruine kristallen die in het cd-kastje zijn aangetroffen, zijn hierboven opgenomen. Bij de bruine kristallen gaat het om een hoeveelheid van 7,402 kg MDMA (8,074 kg minus 672 g plastic verpakking). Daarnaast zijn tijdens de doorzoeking op 3 juli 2014 een plastic zak met honderden pillen, nog een plastic zak met honderden pillen en twee gesealde zakken met bruine substantie aangetroffen. Beschreven is dat deze goederen bovenop plafondplaten op de verdieping zijn gevonden. Uit twee vacuümzakken met bruin poeder/kristallen die zijn aangetroffen achter het plafond, met een gewicht van 3,7 kg en 3,15 kg, zijn monsters genomen. Het NFI heeft deze monsters onderzocht en geconcludeerd dat zij MDMA bevatten. In totaal zijn 10.088 pillen achter het plafond gevonden, waarvan 5.322 blauwe pillen met de indruk van een dolfijn en 4.766 pillen zonder op- of indruk. Het NFI heeft geconcludeerd dat ook deze pillen MDMA bevatten. [medeverdachte 4] heeft verklaard dat [voornaam 1] en zijn vriend nog meer rommel bij zich hadden toen [voornaam 1] de pakketjes in de zwarte tas binnenbracht en dat zij vroegen of ze het even in de [straatnaam 6] neer konden leggen. [medeverdachte 4] vond dat maar niks en heeft aan [verdachte] gevraagd of ze dat niet gewoon weer konden meenemen. [medeverdachte 4] zag dat [voornaam 1] en zijn vriend, naast de tas met de in bruine tape verpakte pakketjes, een grote zwarte zak met basterdsuikerachtige emulsie en een grote doorzichtige zak met mint‑kleurige pillen bij zich hadden. [verdachte] zei tegen [medeverdachte 4] dat het maar voor even was. Toen [medeverdachte 4] vroeg waar ze het dan wilden verstoppen, zei [voornaam 1] : “Op het plafond”. [medeverdachte 4] zag dat [voornaam 1] de zakken met de basterdsuikerachtige emulsie en de pillen op plafondplaten bij de trap verborg. Voorbereidingshandelingen In aanvulling op de hierboven opgenomen bewijsmiddelen gebruikt de rechtbank nog het volgende voor het bewijs: [verdachte] heeft verklaard dat [medeverdachte 4] een ruimte zou regelen en dat dat de ruimte aan de [straatnaam 6] in Zeewolde werd. [medeverdachte 4] heeft verklaard dat [voornaam 1] hem heeft gevraagd een werkplaats te regelen en dat hij toen dacht aan de ruimte aan de [adres 30] in Zeewolde . [medeverdachte 4] heeft de eigenaar, een vriend van hem, gebeld om te vragen of hij ( [medeverdachte 4] ) de ruimte mocht uitlenen. Daarna heeft hij het pand laten zien aan [voornaam 1] . In reactie op de bon van GAMMA van 19 juni 2014 heeft [medeverdachte 4] , naast de eerder al vermelde verklaring, ook verklaard dat hij deze spullen samen met [verdachte] heeft opgehaald. Omdat [medeverdachte 4] geen geld meer had, zou [verdachte] dit betalen. Aan de hand van een door [voornaam 1] gemaakte schets heeft [medeverdachte 4] het materiaal op maat gemaakt. Het grote zaagwerk heeft hij bij een groothandel laten doen, het bij-zagen deed hij zelf. De maatverdeling op de schets van [voornaam 1] klopte niet, dus heeft hij die aangepast. [medeverdachte 4] heeft verder verklaard dat [verdachte] , [voornaam 1] en diens Engelstalige vriend, als ze ook in de [straatnaam 6] waren, zaten toe te kijken hoe hij het cd-meubel aan het maken was. [medeverdachte 4] heeft verklaard dat [voornaam 1] vertelde dat de inhoud van de zakken die op het plafond werden verborgen nog moest worden verpakt op dezelfde manier als de pakketjes in de zwarte weekendtas. Dat zou in de [straatnaam 6] gebeuren. Daarvoor hadden ze ook een vacuümapparaat en een pers meegenomen, aldus [medeverdachte 4] . Het vacuümapparaat was door [verdachte] meegenomen, de pers door [voornaam 1] . Ook heeft [medeverdachte 4] verklaard dat hij een witte BlackBerry kreeg van [voornaam 1] . Hij zou dan van [voornaam 1] of [verdachte] berichten kunnen krijgen. De telefoon was leeg en [voornaam 1] heeft zijn eigen telefoonnummer en het telefoonnummer van [verdachte] in de BlackBerry gezet. [medeverdachte 4] kreeg alleen sms-berichten, in totaal ongeveer tien, van [voornaam 1] en [verdachte] . De inhoud bestond uit korte berichtjes zoals “Wanneer kan je?” en “Ik moet erin”. Na de inval moest [medeverdachte 4] dat toestel weggooien van [verdachte] , zo heeft hij verklaard. De volgende bijlagen zijn ten behoeve van feit 4 aan het vonnis gehecht: Bijlage zaaksdossier 3 – [adres 23] te Kockengen Voorbereidingshandelingen De getuige [getuige 6] heeft verklaard dat hij op het adres [adres 23] in Kockengen woont. De schuur op het perceel is eigendom van zijn schoonvader en wordt door hem (zijn schoonvader) verhuurd aan [getuige 7] , die de schuur vanaf 16 februari 2012 weer heeft (onder)verhuurd aan [getuige 8] . [getuige 6] zag steeds meer mensen bij de schuur. Rond augustus 2012 heeft [getuige 6] ene [voornaam 2] aangesproken over een grote vlek die onder de toegangsdeur van de schuur verscheen. [voornaam 2] vertelde dat de jongens die hier werkzaam waren soms een beetje makkelijk waren en dingen morsten. Als [getuige 6] een foto wordt getoond van [medeverdachte 1] herkent hij hem voor 100% als de man die zich [voornaam 2] noemde. Die man was soms dagelijks aanwezig maar soms een week of een paar dagen ook niet. [getuige 6] heeft ook een Aziatische man gezien, die in een witte bestelauto reed. [voornaam 2] zat hier ook wel eens in, aldus [getuige 6] . [getuige 6] heeft verder verklaard dat de schuur rond 30 juni 2013 weer was ontruimd. [getuige 7] heeft verklaard dat het huurcontract is ondertekend op 12 maart 2012. Daarbij was ook [voornaam 2] aanwezig, de chauffeur van [getuige 8] . Deze [voornaam 2] kwam wel vaker bij de schuur, ook wel alleen. Na het tonen van een foto van [medeverdachte 1] verklaart [getuige 7] dat dit degene is die zich [voornaam 2] noemde. [getuige 7] heeft ook nog een ventje gezien met een beetje Aziatisch uiterlijk. Die reed meestal in een gehuurde auto van het verhuurbedrijf [naam 14] . Na het tonen van een foto van [medeverdachte 6] heeft [getuige 7] verklaard dat hij de Aziatische persoon voor 100% herkent van die foto. [getuige 7] heeft ook een chemisch geurtje geroken. [getuige 8] heeft verklaard dat hij [naam 15] ongeveer 1,5 à 2 jaar geleden heeft leren kennen. Als de politie aan [getuige 8] een foto toont (SKN [nummer 2] ) dan herkent hij deze man als de [naam 15] die hij bedoelt. De man op de foto is [medeverdachte 1] . [getuige 8] heeft verder verklaard dat hij door [naam 15] is gevraagd een loods op zijn naam te zetten omdat [naam 15] dat niet kon in verband met de belastingen. [getuige 8] zou hier € 400,- per maand voor krijgen. [getuige 8] heeft verklaard dat [naam 15] het huurcontract meenam na de ondertekening. De huur werd wel door [getuige 8] voldaan, maar uiteindelijk betaalde Getuige [getuige 9] heeft een autoverhuurbedrijf genaamd [naam 14] in Amsterdam. Hij heeft verklaard dat een man met een Chinees uiterlijk genaamd [medeverdachte 6] een keer of vijf à zes bij hem een zogeheten bakwagen heeft gehuurd. [getuige 9] heeft wel eens een soort chemicaliëngeur opgemerkt na de verhuur van een auto aan [medeverdachte 6] . Er was gemorst op de vloer. Het was een soort zwart mengsel. Een soort teer. Uit facturen van de huur volgt dat op naam van [medeverdachte 6] tussen 11 april 2012 en 15 juli 2013 twaalf maal bij dit verhuurbedrijf een voertuig is gehuurd. Bij het sporenonderzoek is een peuk (SIN AAGV8760NL) aangetroffen in de schuur achter de woning. Het verkregen DNA-profiel matcht met een profiel dat is geregistreerd onder DNA-profielcluster 30424. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurige andere persoon dan [medeverdachte 6] is, is kleiner dan één op één miljard. [medeverdachte 6] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] zijn enige opdrachtgever was. Het ging dan om ritjes als het ophalen van bestellingen en dergelijke. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat de zaak Kockengen een apart dossier zou moeten zijn waarin [medeverdachte 6] hem heeft geholpen. Als hij over Kockengen praat dan praat hij over zijn winkel. Bijlage zaaksdossier 4 – [adres 21] te Middelie Verwerken van synthetische drugs Op 3 juli 2014 heeft op de [adres 21] in Middelie een doorzoeking plaatsgevonden, waarbij een lege ruimte in de opslagruimte aan de achterkant van het pand is onderzocht. Die ruimte leek recentelijk te zijn ontruimd. Verbalisanten hebben op de vloer, de wanden en diverse houtdelen restanten van wit en blauw poeder aangetroffen. Op de vloer zagen zij vormen in poeder die waren ontstaan omdat er iets had gestaan tijdens het verspreiden van het poeder door de ruimte. Verder zijn twee zakken met poeder aangetroffen. Diverse plaatsen en voorwerpen, waarop poeder zichtbaar was, zijn bemonsterd. Op 12 augustus 2014 heeft opnieuw een doorzoeking plaatsgevonden. In het proces-verbaal van doorzoeking is door een verbalisant, die ook op 3 juli 2014 bij de doorzoek

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.