RECHTBANK GELDERLAND Team familie- en jeugdrecht Zittingsplaats Zutphen Zaaknummer: 307899 FZ RK 16/2250 beschikking van de enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken d.d. 16 december 2016 op het verzoek van: [verzoeker] voorheen [vroegere geslachtsnaam], hierna te noemen verzoeker, wonende te [woonplaats], advocaat: mr. A.M. van Rossum te Arnhem. Het procesverloop Dit verloop blijkt uit: het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen op 9 september 2016; het journaalbericht met bijlagen van mr. Van Rossum van 12 oktober 2016; de brief van [adoptievader] van 1 december 2016; het proces-verbaal van de behandeling ter terechtzitting op 12 december 2016. De feiten Blijkens de geboorteakte met nummer 607 is op [geboortedatum] 1970 in de gemeente [naam gemeente] verzoeker geboren, als zoon van: [moeder] (hierna te noemen de moeder), en [vader] (verder te noemen de biologische vader). Verzoeker kreeg bij geboorte de geslachtsnaam van de biologische vader, te weten [geslachtsnaam 1]. Bij Koninklijk Besluit van 2 juli 1980, nr. 118, is onder meer de geslachtsnaam van verzoeker gewijzigd in [geslachtsnaam 1]. Bij beschikking van de rechtbank Zutphen van 22 september 1982 is verzoeker geadopteerd door [adoptievader] (verder te noemen adoptiefvader). Blijkens het uittreksel uit een overlijdensakte is de biologische vader op [datum overlijden] 2016 te [plaats] overleden. Bij Koninklijk Besluit van 31 augustus 2016, nr. 20016001484, is onder meer de geslachtsnaam van verzoeker gewijzigd in [geslachtsnaam 2]. Uit het huwelijk van verzoeker en [naam] zijn geboren de minderjarigen: [kind 1] voorheen [vroegere geslachtsnaam], geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats], [kind 2] voorheen [vroegere geslachtsnaam], geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats]. Het verzoek De verzoeker verzoekt de rechtbank, bij beschikking, de adoptie van verzoeker door adoptiefvader te herroepen. Hij stelt - kort samengevat - dat de herroeping van de adoptie in het kennelijk belang van verzoeker is. De adoptie heeft voor verzoeker nooit inhoud gehad en is de afgelopen jaren voor hem als ondraaglijk in ieder geval erg belastend geworden. Zowel in de periode dat verzoeker in het gezin van adoptiefvader woonde als nadien heeft verzoeker nooit een substantiële band met adoptiefvader gehad. Verzoeker heeft erg slechte herinneringen aan deze tijd. Specifiek het gedrag van adoptiefvader in de jaren die daarop volgden resulteerden in een koele relatie die zich beperkte tot de verplichte verjaardagen en een kerstdag. Pas na de geboorte van het oudste kind van verzoeker is hij op zoek gegaan naar zijn vader en heeft hij contact gekregen met zijn vader. Langzaam werd duidelijk dat zijn biologische vader wel degelijk contact met hem had willen blijven houden en een vader voor hem had willen blijven. Verzoeker gaat er onder gebukt om kind te zijn van adoptiefvader met wie hij niets heeft nu hij weet dat zijn biologische vader er voor hem had willen zijn. Er is bij verzoeker een steeds sterkere behoefte ontstaan om de juridische status in overeenstemming te brengen met de biologische. Dit zal de stabiliteit van verzoeker ten goede komen. Het is voor (het hervinden van) de identiteit van verzoeker van groot belang dat verzoeker terugkeert in de familieband aangewezen door de geboorte. Ondanks dat de termijn voor het indienen van het verzoek inmiddels is verstreken dient het verzoek te worden toegewezen, gelet op de bescherming van artikel 8 lid 2 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), het feit dat verzoeker pas recentelijk met de mogelijkheid tot herroeping bekend is geworden en verzoeker pas relatief kort geleden kennis heeft gekregen aan zijn vader. Het standpunt van de belanghebbenden De in deze procedure aangemerkte belanghebbenden, te weten de moeder, de echtgenote van verzoeker en zijn kinderen, voeren geen verweer tegen het verzoek tot herroeping van de adoptie. Blijkens de brief van adoptiefvader van 1 december 2016 voert hij eveneens geen verweer tegen het onderhavige verzoek. De beoordeling Wettelijke grondslag en ontvankelijkheid Ingevolge het bepaalde in artikel 1:231 lid 1 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) kan de adoptie door een uitspraak van de rechtbank op verzoek van de geadopteerde worden herroepen. Het tweede lid van dat artikel bepaalt dat het verzoek alleen kan worden toegewezen, indien de herroeping in het kennelijk belang van de geadopteerde is, de rechter van de redelijkheid der herroeping in gemoede overtuigd is en het verzoek is ingediend niet eerder dan twee jaren en niet later dan vijf jaren na de dag, waarop de geadopteerde meerderjarig is geworden. De in het tweede lid vermelde termijn was op het moment van indiening van het verzoekschrift door verzoeker reeds lang verstreken. Artikel 8 lid 1 van het EVRM bepaalt dat een ieder recht heeft op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Ingevolge het tweede lid van dit artikel is geen inmenging van enig openbaar gezag toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. De rechtbank is van oordeel dat de mogelijkheid tot herroeping van de adoptie rechtstreeks betrekking heeft op de uitoefening van het recht op respect voor het privéleven van verzoeker, in die zin dat hij niet langer juridische banden met zijn adoptiefvader heeft, en voor zijn familie- en gezinsleven met zijn biologische vader, dat ingevolge artikel 8 EVRM bescherming verdient. De beperking van de termijn waarbinnen een verzoek tot herroeping van de adoptie kan worden ingediend als bedoeld in artikel 1:231 lid 2 BW is aldus te beschouwen als een bij wet voorziene inmenging door het openbaar gezag in het recht op privé-, familie- en gezinsleven van verzoeker. In het onderhavige geval zal dan ook moeten worden beoordeeld of deze inmenging in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Ter beantwoording van deze vraag overweegt de rechtbank allereerst dat blijkens de wetsgeschiedenis de herroeping van een adoptie aan een termijn is verbonden om te voorkomen dat louter materiële en zelfs onedele motieven een rol spelen en opdat de geadopteerde de herroeping niet kan gebruiken als dreigmiddel jegens zijn adoptiefouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.