← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2017:1065

vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem Vonnis in gevoegde zaken van 25 januari 2017 in de zaak met zaaknummer / rolnummer: C/05/228606 / HA ZA 12-260 / 150 / 103 / 167 / 512 van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FINANCIAL SERVICES NEDERLAND B.V., gevestigd te Echt, gemeente Echt-Susteren, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. R.S. van der Spek te Leeuwarden, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ACCON AVM GROEP B.V., gevestigd te Arnhem, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. R.G.J. de Haan te Amsterdam, en in de zaak met zaaknummer / rolnummer C/05/236163 / HA ZA 12-793 / 150 / 103 / 167 / 512 van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FINANCIAL SERVICES NEDERLAND B.V., gevestigd te Echt, gemeente Echt-Susteren, eiseres, advocaat mr. R.S. van der Spek te Leeuwarden, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ACCON AVM GROEP B.V., gevestigd te Arnhem, gedaagde, advocaat mr. R.G.J. de Haan te Amsterdam. Partijen zullen hierna FSN en Accon genoemd worden. 1De procedures 1.

  1. Het verloop van de procedures blijkt uit: het tussenvonnis van 16 november 2016 de akte van FSN in de zaak 12-793 de brief van FSN van 15 december 2016 in de zaak 12-260 de brief van Accon van 13 januari 2017 in de zaak 12-
  2. 1.
  3. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling in de zaak 12-260, in conventie 2.
  4. Blijkens punt 5.
  5. van het vonnis van 12 februari 2014 heeft de rechtbank reeds beslist dat een bedrag van € 209.805,54 aan hoofdsom toewijsbaar is. De rechtbank heeft hieraan toegevoegd dat een voorschotbetaling aan FSN van € 40.000,00 op dit bedrag in mindering strekt. 2.
  6. Bij brief van 15 december 2016 heeft FSN de rechtbank verzocht het vonnis van 12 februari 2014 op de voet van art. 31 Rv te verbeteren, in die zin dat het bedrag van € 40.000,00 niet op de hoofdsom in mindering strekt omdat FSN het bedrag reeds op de gevorderde hoofdsom in mindering had gebracht. Accon heeft bij brief van 13 januari 2017 bevestigd dat partijen het over dit laatste eens zijn. 2.
  7. De rechtbank constateert dat de eerder gegeven beslissing dat een bedrag van € 40.000,00 in mindering strekt op de toewijsbaar geoordeelde hoofdsom van € 209.805,54, berust op een onjuiste feitelijke grondslag. Zij heroverweegt deze beslissing daarom in die zin dat de toewijsbaar geoordeelde hoofdsom integraal zal worden toegewezen. Zoals onbetwist gevorderd zal dit bedrag worden vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 1 maart 2012 en met buitengerechtelijke incassokosten ad € 4.000,
  8. 2.
  9. De rechtbank begrijpt dat FSN de beslagkosten van Accon wil terugvorderen. Deze vordering is gelet op het bepaalde in art. 706 Rv toewijsbaar. De beslagkosten worden begroot op € 424,88 voor verschotten en € 2.000,00 voor salaris advocaat (1 rekest x € 2.000,00). 2.
  10. Accon zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van FSN worden begroot op: - dagvaarding € 90,64 - griffierecht 3.621,00 - salaris advocaat 4.000,00 (2,0 punten × tarief € 2.000,00) Totaal € 7.711,64 2.
  11. Het bedrag van € 575,00 dat FSN aan griffierecht heeft voldaan ter zake van de indiening van het beslagrekest is ten onrechte niet in mindering gebracht op het aan haar in rekening gebrachte griffierecht in de hoofdzaak. De griffier zal dit bedrag aan haar restitueren. Hiermee is rekening gehouden in de bovenstaande kostenbegroting. in de zaak 12-260, in reconventie 2.
  12. Blijkens punt 5.
  13. van het vonnis van 12 februari 2014 heeft de rechtbank reeds beslist dat het gevorderde niet toewijsbaar is. 2.
  14. Accon zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van FSN worden begroot op € 2.000,00 (2,0 punten × factor ½ × tarief € 2.000,00) aan salaris advocaat. in de zaak 12-793 2.
  15. Blijkens punt 2.
  16. van het vonnis van 16 november 2016 heeft de rechtbank het gevorderde tot een bedrag van € 136.237,00 toewijsbaar geoordeeld, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 februari
  17. Aan de orde is nog of de veroordeling van Accon tot betaling van dit bedrag aan FSN uitvoerbaar bij voorraad verklaard dient te worden, zoals FSN heeft gevorderd. Accon heeft bepleit dat daartoe niet wordt overgegaan. FSN heeft bij akte laten weten dat zij zich niet verzet tegen het achterwege laten van uitvoerbaarverklaring bij voorraad. De rechtbank zal in deze zin beslissen. 2.
  18. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze. 3De beslissing De rechtbank in de zaak 12-260 in conventie 3.
  19. veroordeelt Accon om aan FSN te betalen een bedrag van € 213.805,54 (tweehonderddertienduizend achthonderdvijf euro en vierenvijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het bedrag van € 209.805,54 met ingang van 1 maart 2012 tot de dag van volledige betaling, 3.
  20. veroordeelt Accon in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 2.424,88, 3.
  21. veroordeelt Accon in de proceskosten, aan de zijde van FSN tot op heden begroot op € 7.711,64, 3.
  22. verklaart dit vonnis in deze zaak tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 3.
  23. wijst het meer of anders gevorderde af, in reconventie 3.
  24. wijst de vorderingen af, 3.
  25. veroordeelt Accon in de proceskosten, aan de zijde van FSN tot op heden begroot op € 2.000,00, in de zaak 12-793 3.
  26. veroordeelt Accon om aan FSN te betalen een bedrag van € 136.237,00 (éénhonderdzesendertigduizend tweehonderdzevenendertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van 29 februari 2012 tot de dag van volledige betaling, 3.
  27. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, 3.
  28. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar, mr. T.P.E.E. van Groeningen en mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2017.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.