RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Promis II Parketnummer : 05/880115-14 (ontneming) Datum zitting : 16 maart 2017 Datum uitspraak: 30 maart 2017 Tegenspraak Uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie van het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen naam : [veroordeelde] (hierna te noemen: veroordeelde), geboren op : [geboortedag] 1957 te [geboorteplaats] , adres : [adres] , plaats : [woonplaats] . Raadsman : mr. O.J. Ingwersen, advocaat te Arnhem. 1De inhoud van de vordering De officier van justitie vordert dat de rechtbank, conform artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel voorlopig wordt geschat op € 508.227,26 2De procedure Ter terechtzitting van 16 maart 2017 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aanhangig gemaakt. 3Het onderzoek ter terechtzitting De zaak is op 16 maart 2017 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is veroordeelde verschenen. Veroordeelde is bijgestaan door mr. O.J. Ingwersen, advocaat te Arnhem. De officier van justitie, mr. M. Zwartjes, heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering. Daarbij heeft zij opgemerkt dat voor zover het bedrag van de ontnemingsvordering ook als schadevergoedingsvergoedingsmaatregel wordt opgelegd, dit in mindering dient worden gebracht op het wederrechtelijk verkregen voordeel. De verdediging heeft zich ten aanzien van de ontnemingsvordering gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 4De beoordeling van de vordering Bij de beoordeling van de onderhavige vordering heeft de rechtbank kennisgenomen van het op 30 maart 2017 tegen veroordeelde gewezen vonnis waarbij hij onder andere is veroordeeld voor verduistering. De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk daardoor voordeel heeft genoten. De beslissing dat veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Uitgangspunt is dat bij de bepaling van het ontnemingsvoordeel wordt uitgegaan van het voordeel dat de verdachte in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft genoten. Verdachte verklaart dat hij de tenlastegelegde bedragen van de rekeningen van zijn cliënten wederrechtelijk voor eigen gebruik heeft aangewend. Dit komt neer op een totaalbedrag van € 492.874,06, in plaats van het gevorderde bedrag van € 508.227,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.