vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/303760 / HA ZA 16-296 / 357 / 560 Vonnis van 3 mei 2017 in de zaak van de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE NIJMEGEN, zetelend te Nijmegen, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. F.J.P. Delissen te Nijmegen, tegen
(7)jaren vanaf de datum van feitelijke verplaatsing van de werkgelegenheid naar Cuijk de werkgelegenheid van de in artikel 3 vermelde werknemers zal worden gehandhaafd als hierna nader bepaald. 5. Deze garantie geldt niet alleen jegens de gemeente maar ook jegens de op de bijlagen A en B vermelde werknemers en de werknemers die bij [vennootschap X] en/of [vennootschap Y] in dienst zijn getreden tussen ondertekening van deze overeenkomst en verplaatsing van de werkgelegenheid naar Cuijk, welke werknemers op deze garantie een beroep kunnen doen (derdenbeding), waarbij [vennootschap X] , [vennootschap Y] en de gemeente zijn overeengekomen dat dit beding onherroepelijk en jegens de werknemers om niet is gemaakt. (...) (...) 2.13. Op 15 juli 2015 is tevens tussen [vennootschap Y] als verkoper en de Gemeente als koper een koopovereenkomst tot stand gekomen. Daarin staat onder meer: [Partijen] overwegende dat de gemeente Nijmegen, [vennootschap Y] en [vennootschap X] en [vennootschap Z] vandaag een overeenkomst hebben gesloten ter uitvoering waarvan onder meer door [vennootschap Y] aan de gemeente Nijmegen wordt verkocht; het recht van opstal op het perceel, gelegen nabij de [adres 1] , kadastraal bekend gemeente [nummer] groot 2.10.70 ha met alle daaraan verbonden rechten, aan partijen genoegzaam bekend, en zoals aangegeven op bijbehorende situatietekening (bijlage 1); (...) de gemeente Nijmegen met [vennootschap Y] in onderhandeling is getreden en overeenstemming heeft bereikt over de aankoop door de gemeente Nijmegen van het opstalrecht met daarop staande opstallen en aanhorigheden met als uitgangspunt dat deze verwerving geschiedt op minnelijke basis en ter voorkoming van gerechtelijke onteigening; de in de verkoop betrokken zaken/rechten worden hierna genoemd; het onroerend goed; tegen een koopsom van € 27.600.000,00 (zegge: zevenentwintig miljoen zeshonderdduizend euro) kosten koper, in welke koopsom alle vergoedingen, in welke vorm en onder welke benaming dan ook, zijn begrepen voorzover daarvan hierna niet wordt afgeweken. Partijen hebben wilsovereenstemming bereikt over de bovenomschreven koopsom. Zij zijn ter zake van de verkoop verder overeengekomen: (...) Artikel 2: betaling De betaling van een deel van de koopsom, groot € 21 mln (zegge: eenentwintig miljoen euro) en van de rechten en kosten vindt plaats bij het passeren van de akte van eigendomsoverdracht, met inachtneming van het hierna bepaalde. De betaling van dit deel van de koopsom en van de rechten en kosten vindt plaats via het kantoor van de notaris. Verkoper stemt ermee in dat de notaris dit deel van de koopsom onder zich houdt totdat zeker is dat het onroerend goed geleverd wordt vrij van hypotheken, beslagen en inschrijvingen daarvan. Het restant van de koopsom van € 6.600.000,00 (zegge: zes miljoen zeshonderdduizend euro) is niet eerder opeisbaar en zal pas (in delen) worden betaald op de na te noemen tijdstippen en de bij die tijdstippen behorende bedragen te weten: contractering grond bedrijventerrein Laarakker te Cuijk € 990.000,00; opdrachtverstrekking aan slachtlijn leverancier voor leveranties ten behoeve van bedrijfslocatie bedrijventerrein Laarakker te Cuijk € 990.000,00; opdrachtverstrekking aan koeling leverancier ten behoeve van levering aan bedrijfslocatie bedrijventerrein Laarakker te Cuijk € 990.000,00; onherroepelijke vergunningen, vrijstellingen en toestemmingen voor start bouw bedrijfslocatie bedrijventerrein Laarakker te Cuijk € 1.320.000,00; volledige realisatie fundering nieuwbouw bedrijfslocatie bedrijventerrein Laarakker te Cuijk € 990.000,00; opstallen nieuwbouw bedrijfslocatie bedrijventerrein Laarakker te Cuijk wind en waterdicht € 660.000,00; daadwerkelijke ingebruikneming, inhoudend de werkelijke verplaatsing van de werkgelegenheid naar de nieuwbouw bedrijventerrein Laarakker te Cuijk met inachtneming van de werkgelegenheidsgarantie € 660.000,00; Betaling van de hiervoor vermelde bedragen door Koper aan Verkoper zal geschieden na ontvangst van een schriftelijke mededeling van Verkoper aan Koper van het tijdstip en het daarbij behorende bedrag, waarbij Verkoper Koper zal voorzien van documenten waaruit blijkt dat sprake is van een opeisbaar bedrag overeenkomstig het hiervoor bepaalde, waarna Koper (...) het betreffende bedrag aan Verkoper zal betalen binnen vijf werkdagen. (...) (...) Artikel 4: Staat van het onroerend goed 4.1 De percelen en daarop aanwezige opstallen en overige zaken waarop het onderhavige opstalrecht betrekking had, zullen aan koper overgedragen c.q. achtergelaten worden in de staat waarin deze zich bij het tot stand komen van deze overeenkomst bevinden (...) 4.2 Verkoper is verplicht het onroerend goed in tact, wind en waterdicht, met normaal werkende verlichting, normaal werkende verwarming en ook alle gebouw gebonden installaties in werking op te leveren (...) (...) Artikel 6: feitelijke levering (...) 6.3 Na het verstrijken van de periode van voortgezet gebruik zal het verkochte aan de gemeente ter beschikking worden gesteld als volgt: de gebouwen worden geheel ontruimd en bezemschoon opgeleverd en vrij van roerende zaken tenzij anders volgt uit het bepaalde in artikel 4.2. (...) (...) Artikel 10: Ingebrekestelling, ontbinding 10.1 Indien Verkoper, na in gebreke te zijn gesteld, gedurende de in redelijkheid benodigde termijn om alsnog na te komen, nalatig blijft in de nakoming van zijn uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen zal Verkoper ten behoeve van de koper een zonder ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst terstond opeisbare boete van 5% van de koopsom verbeuren, onverminderd het recht van Koper op vergoeding van de werkelijk door Koper geleden schade en vergoeding van kosten van verhaal. (...) 2.14. In een ‘Committed Term Sheet’ (CTS) van 22 juli 2015 hebben ING-bank N.V., ING Commercial Finance B.V. en ING Lease (Nederland) B.V. aan onder andere de vennootschappen een voorstel gedaan met de voorwaarden en bepalingen waaronder zij bereid zijn zich te committeren tot financiering van het werkkapitaal, financiering van de nog te bouwen varkensslachtlijn en financiering van investeringen in vast materieel actief en onroerend goed tot een bedrag van € 38,5 miljoen. In deze CTS staat onder meer: De verstrekking van de in dit voorstel omschreven faciliteiten is onder voorbehoud van, naar het oordeel van de Kredietgever, conveniërende financieringsdocumentatie waarin de onderstaande modaliteiten en alle overige voorwaarden en bepalingen opgenomen en uitgewerkt zijn. 2.15. Bij brief van 28 juli 2015 hebben [mevrouw P] en [mevrouw Q] aan notaris Dijkstra meegedeeld dat de opschortende voorwaarde van artikel 5 lid 4 van de mantelovereenkomst (in de brief genoemd ‘kapstokovereenkomst’) is vervuld. 2.16. Bij notariële akte van 31 juli 2015 is het opstalrecht met op het perceel staande opstallen en aanhorigheden geleverd tegen betaling door de Gemeente van € 21 miljoen. 2.17. Uit een e-mail van 2 oktober 2015 van ING Bank ( [naam medewerker] ) aan onder meer [vennootschap Y] ( [naam medewerker] ) wordt geciteerd: Hierbij ontvangen jullie onze draft offerte waarin de voorwaarden en condities van de CTS verder zijn uitgewerkt. Op basis van de tegenvallende current trading hebben wij (
- i)nog een aantal opschortende voorwaarden toegevoegd die niet in de CTS waren opgenomen en (
- ii)hebben wij nog geen convenanten opgenomen. Zoals reeds eerder besproken is de current trading momenteel niet conveniërend en daarom willen wij eerst meer gevoel krijgen bij de recente ontwikkelingen en de impact daarvan op de LE2015 en de prognoses voor 2016 en verder. Op basis daarvan kunnen wij met elkaar het juiste niveau van de convenanten bepalen. 2.18. Uit een e-mail van 8 december 2015 van ING Bank ( [naam medewerker] ) aan onder meer [vennootschap Y] ( [naam medewerker] ) wordt geciteerd: Bedankt voor de prettige bijeenkomst vorige week in Nijmegen. Tijdens de bijeenkomst hebben wij een duidelijk beeld gekregen van de status waarin jullie je bevinden en de uitdagingen die jullie nog voor jullie hebben. (...) Zoals al eerder besproken zien wij als ING op basis van de huidige situatie geen mogelijkheid om financiering te verstrekken aan de onderneming en dient een duidelijke verbetering van de rentabiliteit plaats te vinden alvorens wij financiering beschikbaar kunnen stellen. Belangrijke randvoorwaarde voor deze verbetering is in ieder geval het definitief worden van de licentie voor leveringen aan China. (...) 2.19. Uit een e-mail van 24 februari 2016 van ING Bank ( [naam medewerker] ) aan onder anderen [vennootschap Y] ( [naam medewerker] ) wordt geciteerd: Zojuist heb ik [naam medewerker] gesproken. Ik vind het vreselijk treurig dat jullie dit overkomt. De afgelopen periode hebben jullie hard gewerkt aan een bestendige toekomst van het bedrijf, maar helaas wordt dit jullie niet gegund. Wij hebben de samenwerking als zeer prettig ervaren en vinden het daarom ook erg jammer dat deze niet verder tot stand heeft kunnen komen. Ik wens jullie voor de komende periode veel sterkte en wijsheid toe en wij spreken elkaar binnenkort. 2.20. Op 24 februari 2016 hebben [vennootschap Y] en [vennootschap X] de verantwoordelijk wethouder en de betrokken ambtenaar de heer [naam ambtenaar] mondeling op de hoogte gebracht van het besluit de bedrijfsactiviteiten te staken. Vervolgens is het volgende persbericht uitgebracht: [vennootschap Y] en [vennootschap X] realiseren tot op heden geen exportvergunning naar China en zijn hierdoor gedwongen de activiteiten te stoppen. De directie van het [vennootschap Y] en [vennootschap X] hebben deze week een adviesaanvraag bij de ondernemingsraad ingediend met betrekking tot het voorgenomen besluit de activiteiten te stoppen. Door sterk gewijzigde marktomstandigheden en het niet realiseren van een exportvergunning naar China is het niet mogelijk de winstgevendheid structureel te verbeteren, waardoor de financiering van de nieuwbouw onmogelijk is gebleken. Vorig jaar heeft [vennootschap Y] een overeenkomst met de gemeente Nijmegen gesloten, waarmee na negen jaar duidelijkheid werd gekregen met betrekking tot de gedwongen verplaatsing van de slachtactiviteiten. Inmiddels zijn de marktomstandigheden drastisch veranderd. [vennootschap Y] heeft, ondanks diverse inspanningen, als enige grote Nederlandse slachterij nog geen directe toegang tot de Chinese markt. Dit heeft sinds het najaar 2015 materiële en structurele gevolgen gehad voor de concurrentiekracht en resultaten van beide bedrijven. Ook op korte termijn is er geen zekerheid over het verkrijgen van de noodzakelijke exportvergunning. Als gevolg hiervan is de financiering van de nieuwbouw op Laarakker in Haps niet meer mogelijk. Ook onderhandelingen met zowel nationale als internationale partijen om te komen tot mogelijke financiering van nieuwbouw en behoud van werkgelegenheid, hebben niet tot resultaat geleid. Hierdoor blijft er geen andere optie over dan per direct alle operationele activiteiten te staken. Bij [vennootschap Y] zijn 74 werknemers in dienst en bij [vennootschap X] 33 werknemers. Voor hen zal een ontslagvergunning bij het UWV worden aangevraagd. 2.21. Bij e-mail van 26 februari 2016 van haar advocaat aan de advocaat van [gedaagden (in conventie)/ eisers (in reconventie)] heeft de Gemeente het standpunt kenbaar gemaakt dat zij compleet is overvallen door de mededeling dat [vennootschap X] en [vennootschap Y] de gesloten overeenkomsten niet nakomen. Uit de e-mail wordt geciteerd: (...) Alhoewel gelet op de mededeling van gisteren en houding nu overbodig, maar om geen rechten te verspelen, stel ik namens de gemeente Nijmegen [vennootschap Z] , [vennootschap X] , [vennootschap Y] en hun bestuurders in gebreke en houd ik deze partijen aansprakelijk voor alle reeds geleden en nog te lijden schade veroorzaakt door het handelen en/of nalaten van deze partijen voorafgaand aan, bij het tot stand komen van en na de gemaakte aanspraken aangaande en samenhangend met de verwerving van het genoemde opstalrecht, daaronder begrepen de boete uit hoofde van de mantelovereenkomst van Euro 1.380.000,- en de boete uit de koopovereenkomst van Euro 1.380.000,-. (...) Ik stel uw cliënten nogmaals in de gelegenheid om de verplichting rekening en verantwoording af te leggen na te komen door daartoe vandaag om 13:00 uur ten stadhuize van de gemeente te verschijnen. 2.22. Teneinde haar rechten en aanspraken veilig te stellen, heeft de Gemeente in de eerste helft van 2016 beslagen op roerende en onroerende zaken en derdenbeslagen gelegd ten laste van de vennootschappen en de bestuurders. 2.23. Bij gelegenheid van een overleg op 10 maart 2016 heeft de advocaat van [gedaagden (in conventie)/ eisers (in reconventie)] onder meer de aan [vennootschap Y] gerichte afrekening van de notaris van 30 juli 2015 overgelegd. Die afrekening vermeldt dat van de koopsom van € 27,6 miljoen een bedrag van € 6,6 miljoen schuldig is gebleven, dat van het ontvangen verschil van € 21 miljoen een bedrag van € 2,5 miljoen is aangewend voor het aflossen van een hypothecaire geldlening van ABN AMRO Bank N.V. en een bedrag van € 7,25 miljoen voor het aflossen van een geldlening van ABN AMRO Commercial Finance N.V. en dat het door [vennootschap Y] te ontvangen saldo na aftrek van kosten € 11.193.488,02 bedraagt. 2.24. Uit een brief van 10 maart 2016 van het college van burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad van de Gemeente wordt geciteerd: Ons College betreurt het dat het bedrijf dat lange tijd verbonden is geweest met deze regio de deuren moet sluiten. (...) Het bedrijf is daarop na lange onderhandelingen met steun van vele partners voor 27,6 miljoen euro ‘uitgekocht’. Daarvan is 6,6 miljoen euro nog niet uitgekeerd omdat hier voorwaarden aan zijn verbonden waaraan nu niet wordt voldaan en die wij dus ook niet meer gaan uitkeren. Dit bedrag is namelijk geoormerkt om de politieke wens met betrekking tot het behoud van werkgelegenheid in de regio te faciliteren. De 27,6 miljoen euro is geen vreemde uitkoopsom voor dit bedrijf op deze locatie. Op basis van taxatie van een gerenommeerd bureau was een bedrag van circa 14 miljoen euro gerechtvaardigd voor het vergoeden van de vermogenswaarde (opstal, opstalrecht en installaties). Daarnaast is circa 14 miljoen euro benoemd als redelijke vergoeding voor onder meer inkomensschade en financieringsschade voor vervangende nieuwbouw. (...) Het is duidelijk dat er schade is; maatschappelijk vanwege het niet verplaatsen van het bedrijf en het daarbij behorende verlies aan banen, en ook financieel. Hoe groot de daadwerkelijke financiële schade is, valt nog niet te zeggen. Dat is aan de rechter. Wat we daadwerkelijk terug kunnen krijgen, is ook afhankelijk van feiten en omstandigheden bij [gedaagden (in conventie)/ eisers (in reconventie)] . Duidelijk is wel dat het niet gaat om het in de publieke discussie genoemde bedrag van 21 miljoen euro. Zoals eerder toegelicht bestaat dit bedrag voor een groot deel uit een aankoopbedrag dat ook zou zijn betaald als het bedrijf ‘gewoon’ uitgekocht zou zijn. 2.25. Bij brief van 19 april 2016 van haar advocaat heeft de Gemeente aan [de heer R] het standpunt kenbaar gemaakt dat zij compleet is overvallen door de mededeling van de vennootschappen dat zij hebben besloten de activiteiten volledig te staken. Uit de brief wordt geciteerd: (...) Gelet op het voorgaande stel ik u namens cliënten hierdoor in gebreke en houd ik u aansprakelijk voor alle door haar geleden en nog te lijden schade veroorzaakt door het hiervoor bedoelde handelen en/of nalaten, waaronder uitdrukkelijk begrepen de boete uit hoofde van de mantelovereenkomst ad € 1.380.000,-- en de boete uit de koopovereenkomst ad eveneens € 1.380.000,--. (...) Tenslotte stel ik u in de gelegenheid om binnen twee dagen na dagtekening van deze brief de ook op u rustende verplichting tot het afleggen van rekening en verantwoording na te komen, een ander op de wijze zoals beschreven in de vordering sub Ia van de aangehechte kort geding dagvaarding. (...) 2.26. Bij vonnis van 28 april 2016, gewezen in kort geding tussen de Gemeente als eiseres in conventie, verweerster in reconventie en [vennootschap X] , [vennootschap Y] , [vennootschap Z] , [mevrouw P] en [mevrouw Q] als gedaagden in conventie, eiseressen in reconventie, bekend onder nummer C/05/299693 / KG ZA 16-130, heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank als volgt beslist: in conventie 7.1 veroordeelt [vennootschap X] , [vennootschap Y] en [vennootschap Z] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis aan de gemeente Nijmegen onderbouwd met schriftelijke stukken, waaronder in ieder geval alle bankrekeningafschriften over de periode van 31 juli 2015 tot het moment waarop aan deze veroordeling wordt voldaan, aan te tonen dat en globaal hoe het na aflossing aan ABN Amro Bank N.V. resterende bedrag van € 11.193.488,02 ten behoeve van de lopende exploitatie van [gedaagden] is aangewend, en wel zodanig dat daarmee is uitgesloten dat dit bedrag op enigerlei wijze binnen of buiten de ondernemingen van [gedaagden] beschikbaar is, 7.2 veroordeelt [vennootschap X] , [vennootschap Y] en [vennootschap Z] op kosten van de gemeente binnen één week na betekening van dit vonnis aan de gemeente met inachtneming van hetgeen daaromtrent in dit vonnis is overwogen afschrift of uittreksel van de navolgende bescheiden te verstrekken, althans daarin inzage te verschaffen: de volledige documentatie van en met betrekking tot een [vennootschap X] en/of [vennootschap Y] conveniërende financiering op basis van de businesscase die verplaatsing en voortzetting van de activiteiten naar en op het bedrijventerrein Laarakker te Cuijk mogelijk moet maken en waarvan de koopsom voor de verwerving van het opstalrecht onlosmakelijk deel uitmaakt van 28 juli 2015 of daarvoor; de na 28 juli 2015 door de financier(
- s)voorgestelde/opgelegde wijzigingen in die financiering c.q. de daaraan verbonden voorwaarden waaronder bescheiden waaruit blijkt of en wanneer deze wijzigingen door [vennootschap X] en/of [vennootschap Y] zijn aanvaard; bescheiden/documentatie die aantonen dat [vennootschap X] en/of [vennootschap Y] zich sedert 2009 hebben ingespannen een exportvergunning naar China te verkrijgen (“Chinawaardig” te worden) waaronder bescheiden waaruit blijkt of, dat en wanneer duidelijk werd dat [vennootschap X] en/of [vennootschap Y] die exportvergunning niet zouden verkrijgen/niet “Chinawaardig” konden worden; 7.3 veroordeelt [vennootschap X] , [vennootschap Y] en [vennootschap Z] hoofdelijk om aan de gemeente een dwangsom te betalen van € 50.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 7.1. en/of 7.2. uitgesproken hoofdveroordelingen voldoet, tot een maximum van € 11.000.000,00 is bereikt, 7.4 veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op € 5.203,44, 7.5 verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 7.6 wijst het meer of anders gevorderde af, in reconventie 7.7 heft op de in februari 2016, althans maart 2016 ten laste van [mevrouw P] en [mevrouw Q] onder ING Bank N.V. en/of ABN Amro Bank N.V. gelegde conservatoire derdenbeslagen (op de privé bankrekeningen van [mevrouw P] en [mevrouw Q] ), 7.8 veroordeelt [eisers] in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op € 408,00, 7.9 verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 7.10 wijst het meer of anders gevorderde af. 2.27. Ter voldoening aan het vonnis hebben de vennootschappen op 4 mei 2016 een brief met zeven ordners met bescheiden aan de Gemeente laten betekenen en op 11 mei 2016 een brief met een usb-stick. 2.28. Bij vonnis van 21 juli 2016, gewezen in kort geding tussen [mevrouw P] , [mevrouw Q] en [de heer R] als eisers en de Gemeente als gedaagde, bekend onder nummer C/05/304205 / KG ZA 16-272, heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank als volgt beslist: 5.1 heft op alle ten laste van [de heer R] gelegde beslagen, 5.2 heft op het ten laste van [mevrouw P] onder [vennootschap V] B.V. gelegde beslag, 5.3 heft op het ten laste van [mevrouw Q] onder [vennootschap W] B.V. gelegde beslag, 5.4 heft op het ten laste van [mevrouw P] onder Coöperatieve Rabobank UA gelegde beslag, 5.5 compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt, 5.6 verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.7 wijst het meer of anders gevorderde af. 2.29. Bij vonnis van 24 januari 2017, gewezen in kort geding tussen de vennootschappen als eisers en de Gemeente als gedaagde en bekend onder nummer C/05/311439 / KG ZA 16-532, heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank als volgt overwogen en beslist: (...) 6De beoordeling in reconventie (...) 6.2 De vordering van de gemeente in reconventie stelt in de eerste plaats de vraag aan de orde of op [vennootschappen X,Y en Z] een verplichting rust om inlichtingen aan de gemeente te verschaffen over hun vermogenspositie met het oog op het kunnen treffen door de gemeente van conservatoire maatregelen tot verhaal van haar eventuele vordering. De verplichting tot het doen van rekening en verantwoording in art. 5.1 van de mantelovereenkomst en de veroordeling in het vonnis van 28 april 2016 bieden daarvoor geen grond. Anders dan in het geval dat de schuldeiser reeds beschikt over een executoriale titel, kan in zijn algemeenheid niet worden aangenomen dat op een schuldenaar jegens wie de schuldeiser nog niet over een executoriale titel beschikt een soortgelijke inlichtingenplicht rust teneinde de schuldeiser in staat te stellen conservatoire maatregelen te treffen. Niettemin kan de schuldenaar daartoe onder omstandigheden ook verplicht zijn. In het onderhavige geval staat vast dat [vennootschappen X,Y en Z] vanaf het moment dat zij met conservatoire beslaglegging rekening gingen houden (eind februari 2016) miljoenenbedragen zijn gaan ‘rondpompen’, zoals zij het zelf uitdrukken, teneinde te voorkomen dat deze bedragen door beslagleggingen getroffen zullen worden. Zo zijn er op enig moment grote bedragen op de derdengeldrekening van hun advocaten geparkeerd en op een Duitse bankrekening en zijn ING rekeningen stelselmatig ‘afgeroomd’ waarna deze afgeroomde bedragen op enig moment daarop weer teruggestort zijn. Een van de redenen daarvoor is dat [vennootschappen X,Y en Z] deze bedragen voor andere doeleinden wilden gebruiken, onder andere voor voldoening van schuldeisers in het kader van de liquidatie van de ondernemingen. Deze gang van zaken wettigt de gegronde vrees dat [vennootschappen X,Y en Z] doende zijn andere schuldeisers dan de gemeente te voldoen en bezig zijn eventueel verhaal van de gemeente voor haar vordering illusoir te maken. Voorshands geoordeeld moet deze opzettelijke hierop gerichte handelwijze van [vennootschappen X,Y en Z] jegens de gemeente onrechtmatig worden geacht. Daarom is er aanleiding in dit geval op deze grond [vennootschappen X,Y en Z] te verplichten aan de gemeente inlichtingen te verschaffen over hun vermogenspositie, teneinde de gemeente in staat te stellen conservatoire maatregelen te nemen, zoals door de gemeente gevorderd op straffe van verbeurte van een dwangsom zoals hierna te bepalen. (...) 7De beslissing De voorzieningenrechter in conventie 7.1. verbiedt de gemeente het vonnis van 28 april 2016 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem (C/05/299693/KG ZA 16-130), verder ten uitvoer te leggen, 7.2. veroordeelt de gemeente in de proceskosten, aan de zijde van [vennootschappen X,Y en Z] tot op heden begroot op € 1.513,81, 7.3. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 7.4. wijst het meer of anders gevorderde af, in reconventie 7.5 veroordeelt [vennootschappen X,Y en Z] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis aan een van de (kandidaat-)deurwaarders van kantoor Groenendaal & Van Krijl gerechtsdeurwaarders te Nijmegen, schriftelijk, nauwkeurig en gespecificeerd inlichtingen te verstrekken en opgave te doen omtrent al haar binnen- en buitenlandse inkomens- en vermogensbestanddelen en vermogensposities en alle voor verhaal vatbare binnen- en buitenlandse goederen en gedurende drie werkdagen na deze opgave in de opgegeven toestand geen verandering(
- en)aan te brengen, 7.6. veroordeelt [vennootschappen X,Y en Z] om aan de gemeente een dwangsom te betalen van € 50.000,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de in 7.5. uitgesproken hoofdveroordeling voldoen, tot een maximum van € 5.000.000,00 is bereikt, 7.7. veroordeelt [vennootschap X] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis aan de instrumenterend gerechtsdeurwaarder volledig, deugdelijk en met redenen omkleed opgave te doen van hetgeen zij per 8 juni 2016 verschuldigd was aan [vennootschap Y] , een en ander conform de artikelen 476a en 476b Rv, 7.8. veroordeelt [vennootschap Y] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis aan de instrumenterend gerechtsdeurwaarder volledig, deugdelijk en met redenen omkleed opgave te doen van hetgeen zij per 8 juni 2016 verschuldigd was aan [vennootschap X] , een en ander conform de artikelen 476a en 476b Rv, 7.9. veroordeelt [vennootschappen X,Y en Z] hoofdelijk in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente tot op heden begroot op € 408,00, 7.10. verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 7.11. wijst het meer of anders gevorderde af. 3Het geschil in conventie 3.1. De Gemeente vordert bij dagvaarding dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: a. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt schriftelijk aan de Gemeente rekening en verantwoording af te leggen van de aanwending van het op 31 juli 2015 door de Gemeente aan [vennootschap Y] betaalde deel van de koopsom, groot € 21 miljoen, vergezeld van een verklaring van een registeraccountant met betrekking tot de juistheid en de volledigheid van deze rekening en verantwoording en wel aldus dat uit de rekening en verantwoording blijkt wat er vanaf 31 juli 2015 met het bedrag van € 21 miljoen is gebeurd, welke exacte bedragen daaruit of op basis daarvan wanneer, aan wie en onder welke titel zijn betaald, wat de samenhang is met de verplichting het bedrag aan te wenden voor verplaatsen en voortzetten van de activiteiten naar en op bedrijventerrein Laarakker te Cuijk, waaruit voortvloeit welk deel van de € 21 miljoen nog niet, al dan niet overeenkomstig het in artikel 5.1 van de raamovereenkomst bepaalde doel, is besteed en dus nog onder [vennootschap Y] en/of haar bestuurders en/of derden berust, b. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt aan de Gemeente een dwangsom te betalen van € 500.000,00 ineens en € 50.000,00 voor iedere kalenderdag dat zij met nakoming van het onder a. gevorderde in gebreke zijn en/of blijven, een deel van een dag daaronder begrepen, c. [gedaagden] hoofdelijk veroordeelt binnen vijf dagen na het te wijzen vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de Gemeente te betalen: 1. een bedrag als volgt berekend: het verschil tussen de betaalde koopsom van € 21 miljoen en primair de door een door de rechtbank te benoemen deskundige vast te stellen executiewaarde van het opstalrecht, subsidiair de door een door de rechtbank te benoemen deskundige vast te stellen waarde in het economisch verkeer van het opstalrecht, meer subsidiair de waarde in het geval dat een bedrijfsbeëindiging geen onteigeningsgevolg is, zijnde € 13.574.000,00, derhalve € 7.426.000,00, nog meer subsidiair de schadeloosstelling op basis van liquidatie, zijnde € 15.156.000,00, derhalve € 5.843.500,00, 2. de boetes ingevolge artikel 5.5 van de mantelovereenkomst en artikel 10.1 van de koopovereenkomst van in totaal € 2.760.000,00, 3. de kosten voor ontruiming en reiniging van de opstallen, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, 4. wettelijke handelsrente over de bedragen sub 1, 2 en 3, te berekenen vanaf 31 juli 2015, althans 26 februari 2016, althans (ten aanzien van [de heer R] ) 19 april 2016, althans vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening, d. voor recht verklaart dat de Gemeente het resterende deel van de koopsom van € 6.600.000,00 niet verschuldigd is aan [gedaagden] , e. [gedaagden] ieder voor zich en gezamenlijk hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan de Gemeente van de buitengerechtelijke incassokosten van € 6.775,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van dagvaarding (21 april 2016) tot aan de dag der algehele voldoening, f. [gedaagden] ieder voor zich en gezamenlijk hoofdelijk veroordeelt in de proceskosten en de nakosten. 3.2. De Gemeente heeft haar vordering bij conclusie van 21 februari 2017 (onder 82 en 83) vermeerderd en wel zo dat zij tevens de veroordeling van [gedaagden] vordert tot betaling aan haar van: - per 22 juni 2016 verbeurde dwangsommen van € 2,15 miljoen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, en - de niet door de bedrijven betaalde proceskosten van het kort geding waarin op 28 april 2016 vonnis is gewezen, groot € 5.884,44, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 20 juni 2016 tot aan de dag der algehele voldoening. 3.3. De grondslagen voor deze vorderingen en de ertegen gevoerde verweren komen aan de orde bij de beoordeling. in reconventie 3.4. [gedaagden] vordert, na vermeerdering van eis bij akte van 21 februari 2017, dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, I. voor recht verklaart dat zij niet onrechtmatig jegens de Gemeente heeft gehandeld, II. de Gemeente veroordeelt om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis op kosten van [vennootschap Y] inzage te verstrekken van: A. de wijze waarop de Gemeente de verwerving van de opstallen in het grondboek en haar administratie ten tijde van de levering aan de Gemeente heeft verwerkt en tegen welke waarde, B. een ongecensureerde versie van de brief van 30 juni 2015 van het college van burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad (kenmerk OB10/D1515908492), C. de schadeloosstellingsaanname van DTZ Zadelhoff als genoemd in de onder IB genoemde brief, een en ander onder verbeurte van een dwangsom van € 100.000 ineens en € 10.000 voor iedere dag of deel daarvan dat de Gemeente met de nakoming hiervan in gebreke blijft, III. de Gemeente veroordeelt om binnen een maand na betekening van dit vonnis aan [vennootschap Y] € 6,6 miljoen te betalen te vermeerderen met de wettelijke handelsrente eveneens een maand na betekening van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening, IV. de ten laste van de vennootschappen en [mevrouw P] en [mevrouw Q] gelegde beslagen op te heffen alsmede het aangehouden depot bij Dirkzwager als gevolg van het verkopen van beslagen zaken vrij te geven, V. de Gemeente veroordeelt in de proceskosten. 3.5. De grondslagen voor deze vorderingen en de ertegen gevoerde verweren komen aan de orde bij de beoordeling. 4De beoordeling in conventie vordering onder c