vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Nijmegen zaakgegevens 5884668 \ VV EXPL 17-22 \ 693\415 uitspraak van vonnis in kort geding in het incident tot voeging en de hoofdzaak in de zaak van [persoon A] wonende te [woonplaats] eisende partij in het incident tot voeging toevoeging gemachtigden mr. I.J.M. van Setten en J.C. Bakker tegen
- [persoon B] wonende te [woonplaats] toevoeging
- [persoon C] wonende te [woonplaats]
- [persoon D] wonende te [woonplaats]
- [persoon E] wonende te [woonplaats]
- [persoon F] wonende te [woonplaats]
- [persoon G] wonende te [woonplaats]
- [persoon H] wonende te [woonplaats]
- [persoon I] wonende te [woonplaats] gedaagde partijen in het incident gemachtigden mr. I.J.M. van Setten en J.C. Bakker en
- [persoon J] wonende te [woonplaats]
- [persoon K] in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van de heer [persoon L] kantoorhoudende te [woonplaats] gedaagde partijen in het incident niet verschenen en
- [persoon B] wonende te [woonplaats] toevoeging
- [persoon C] wonende te [woonplaats]
- [persoon D] wonende te [woonplaats]
- [persoon E] wonende te [woonplaats]
- [persoon F] wonende te [woonplaats]
- [persoon G] wonende te [woonplaats]
- [persoon H] wonende te [woonplaats]
- [persoon I] wonende te [woonplaats]
- [persoon A] wonende te [woonplaats] toevoeging eisende partijen in de hoofdzaak gemachtigden mr. I.J.M. van Setten en J.C. Bakker tegen
- [persoon J] wonende te [woonplaats]
- [persoon K] in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van de heer [persoon L] kantoorhoudende te [woonplaats] gedaagde partijen niet verschenen Partijen worden hierna [persoon A] , [personen B,C,D,E,F,G,H en I gezamenlijk] en [persoon J en K] . genoemd. 1De procedure 1.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 18 april 2017 met producties 1 tot en met 13 - de conclusie tot voeging van [persoon A] met producties 1 en 2 1.
- De zaak is mondeling behandeld op 25 april 2017, waarbij door de gemachtigde van [persoon A] en [personen B,C,D,E,F,G,H en I gezamenlijk] een akte houdende eisvermeerdering is overgelegd. 2De beoordeling in het incident en de hoofdzaak 2.
- De dagvaarding is op de bij de wet voorgeschreven wijze betekend aan het adres van [persoon J en K] Zij zijn niet verschenen in deze procedure, zodat tegen hen verstek wordt verleend. 2.
- Het spoedeisend belang van de vorderingen vloeit voort uit de aard van de vorderingen en de stellingen van [persoon A] en [personen B,C,D,E,F,G,H en I gezamenlijk] . 2.
- [persoon A] heeft verzocht om voeging in de procedure tussen [personen B,C,D,E,F,G,H en I gezamenlijk] en [persoon J en K] De kantonrechter staat de voeging, gelet op het verhandelde ter mondelinge behandeling en het bepaalde artikel 254 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, toe. 2.
- [personen B,C,D,E,F,G,H en I gezamenlijk] en [persoon A] hebben de veroordeling gevorderd van [persoon J en K] , overeenkomstig de – aan dit vonnis gehechte en daarvan deel uitmakende – dagvaarding en vermeerdering van eis, op de gronden als in de dagvaarding vermeld. Tijdens de mondelinge behandeling hebben [persoon A] en [personen B,C,D,E,F,G,H en I gezamenlijk] hun vorderingen verder toegelicht. 2.
- Het sub I tot en met VII bij de akte vermeerdering van eis gevorderde zal, nu dit niet is weersproken en dit de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, worden toegewezen, zoals hierna bepaald, zij het dat de dwangsommen worden gematigd en gemaximeerd en het gevorderde voorschot op de schadevergoeding eveneens wordt gematigd. 2.
- [persoon J en K] wordt in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten dragen. 3De beslissing in het incident en de hoofdzaak De kantonrechter rechtdoende als voorzieningenrechter in het incident 3.
- wijst de incidentele vordering tot voeging toe; 3.
- compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt; in de hoofdzaak 3.
- veroordeelt [persoon J en K] om binnen 12 uur na betekening van dit vonnis [persoon A] en [personen B,C,D,E,F,G,H en I gezamenlijk] weer aan te sluiten op het internet; 3.
- veroordeelt [persoon J en K] om binnen 12 uur na betekening van dit vonnis [persoon A] weer aan te sluiten op de stroomvoorziening; 3.
- veroordeelt [persoon J en K] tot betaling van een dwangsom van € 50,00 aan [persoon A] en [personen B,C,D,E,F,G,H en I gezamenlijk] per dag of gedeelte daarvan dat niet aan veroordeling in r.ov. 3.3 wordt voldaan met een maximum van € 1.000,00; 3.
- veroordeelt [persoon J en K] tot betaling van een dwangsom van € 50,00 per dag of gedeelte daarvan aan [persoon A] dat niet aan veroordeling in r.ov. 3.
- wordt voldaan met een maximum van € 1.000,00; 3.
- veroordeelt [persoon J en K] tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding van € 50,00 aan [persoon A] en [personen B,C,D,E,F,G,H en I gezamenlijk] voor het niet kunnen gebruiken van de internetverbinding; 3.
- veroordeelt [persoon J en K] tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding van € 250,00 aan [persoon A] voor het niet kunnen gebruiken van de stroomvoorziening in zijn appartement; 3.
- verbiedt [persoon J en K] om gedurende het geschil omtrent de opschorting wederom internet en/of nutsvoorzieningen af te sluiten, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per dag voor [persoon A] en [personen B,C,D,E,F,G,H en I gezamenlijk] met een maximum van € 2.000,00; 3.
- veroordeelt [persoon J en K] in de proceskosten tot deze uitspraak aan de zijde van eisers begroot op € 129,13 aan dagvaardingskosten, € 78,00 aan griffierecht en € 400,00 aan salaris voor de gemachtigde, alsmede te vermeerderen met € 100,00 aan kosten die na dit vonnis zullen ontstaan;. 3.
- verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad; 3.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. A.J. Weerkamp-Beens en in het openbaar uitgesproken op