← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2017:2707

vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Zutphen zaaknummer / rolnummer: C/05/288802 / HZ ZA 15-387 Vonnis van 18 januari 2017 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AANNEMINGSBEDRIJF A.J. BESSELS B.V., gevestigd te Voorst, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. J.T. Stekelenburg te Holten, tegen

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DU SOLEIL ZUTPHEN B.V., gevestigd te Amersfoort, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. J. Pellikaan te Amersfoort,
  2. de coöperatie COÖPERATIEVE RABOBANK U.A., statutair gevestigd te Utrecht, als gevolg van fusie rechtsopvolger onder algemene titel van de oorspronkelijk gedaagden sub. 2 en 4, Coöperatieve Rabobank Apeldoorn en Omgeving en Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A., gedaagde in conventie, advocaat mr. S. Könemann te Amsterdam.
  3. de naamloze vennootschap RABOHYPOTHEEKBANK N.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde in conventie, advocaat mr. S. Könemann te Amsterdam. Partijen zullen hierna Bessels, Du Soleil en gedaagden sub. 2 en 3 tezamen Rabobank genoemd worden. 1De procedure 1.
  4. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 14 september 2016 de akte nadere bewijslevering van Rabobank van 9 november 2016 de antwoordakte nadere bewijslevering van Bessels van 21 december
  5. 1.
  6. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De verdere beoordeling in conventie 2.
  7. Ingevolge voornoemd tussenvonnis is Rabobank in de gelegenheid gesteld, gelet op hetgeen is overwogen bij randnummer 2.16 van dit tussenvonnis, zich uit te laten over het hypotheekrecht op appartement 9 voor zover dat gevestigd is vóór 18 december
  8. Rabobank heeft bij akte stukken in het geding gebracht waaruit volgt dat er op 8 april 2003 en 22 mei 2006 een hypotheekrecht is gevestigd op de onroerende zaak waarvan (nadien) appartement 9 deel uitmaakt, tot bedragen van respectievelijk € 875.000,00 (hypotheekakte van 8 april 2003) en € 265.000,00 (hypotheekakte van 22 mei 2006), in totaal derhalve tot een bedrag van € 1.140.000,
  9. Rabobank stelt (onder meer) dat deze hypotheekrechten meebrengen dat zij zich, bijvoorbeeld bij tegenvallende opbrengsten, als eerste gerechtigde op de opbrengst van het appartement had kunnen en mogen verhalen. 2.
  10. Bij antwoordakte nadere bewijslevering heeft Bessels onder meer gesteld dat genoemde hypotheekrechten reeds op 21 augustus 2007 zijn doorgehaald zodat deze hypotheekrechten nimmer een grondslag kunnen vormen om zich met voorrang op de verkoopopbrengst van appartement 9 te kunnen verhalen. Die mogelijkheid bestaat voor Rabobank slechts op grond van eerst ruim na het sluiten van de samenwerkingsovereenkomst, te weten in 2009 en 2010, door Rabobank gevestigde hypotheekrechten, aldus Bessels. Ter onderbouwing van haar stellingen heeft Bessels gewezen op de door haar als productie 20 overgelegde akte van doorhaling. 2.
  11. Rabobank zal in de gelegenheid worden gesteld zich bij akte uit te laten over de als productie 20 door Bessels overgelegde akte van doorhaling en de daaraan door Bessels verbonden gevolgtrekking. in reconventie 2.
  12. Iedere beslissing wordt aangehouden 3De beslissing De rechtbank in conventie 3.
  13. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 1 februari 2017 voor het nemen van een akte door Rabobank over hetgeen is vermeld onder 2.3., waarna het schriftelijk debat tussen partijen in beginsel is geëindigd, 3.
  14. houdt iedere verdere beslissing aan, in reconventie 3.
  15. houdt iedere verdere beslissing aan, 3.
  16. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.A. Bierbooms en in het openbaar uitgesproken op 18 januari
  17. PB/ON

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.