RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer : 05/161163-16 Rechtbanknummer : 17/1489 Beschikking van de enkelvoudige raadkamer inzake het op 3 maart 2017 bij de rechtbank Gelderland ingekomen bezwaarschrift, ex artikel 7 van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden, van: naam: [veroordeelde] , hierna te noemen: veroordeelde, geboren op : [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats] , adres : [adres] , plaats : [adres] . te dezer zake woonplaats kiezende te Arnhem (6800 AD), Willemsplein 40, ten kantore van haar advocaat mr. S. Grilk, strekkende tot gegrondverklaring van het bezwaarschrift en vernietiging van het afgenomen celmateriaal van veroordeelde. De procedure In besloten raadkamer van 3 mei 2017 is gehoord de raadsvrouw van veroordeelde, mr. S. Grilk, en de officier van justitie, mr. H.G. Kuipers Veroordeelde is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. De feiten Uit het dossier blijkt - onder meer - het navolgende. Veroordeelde is op 27 oktober 2016 door de politierechter van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 24 uur ter zake van diefstal. Op 8 november 2016 door de officier van justitie bevolen dat celmateriaal ten behoeve van een DNA-onderzoek bij veroordeelde zal worden afgenomen. Op 22 februari 2017 heeft afname van celmateriaal plaatsgevonden. Het standpunt van veroordeelde Namens de veroordeelde is aangevoerd dat uit het dossier niet blijkt dat het celmateriaal is afgenomen door een daartoe door de officier van justitie aangewezen opsporingsambtenaar. Verder is niet gebleken dat het DNA-materiaal is voorzien van een identiteitszegel overeenkomstig de op het formulier geplakte zegel, nu dit tekstdeel in het proces-verbaal niet behoeft te worden aangevinkt. Daarnaast staat in het proces-verbaal ‘aldus naar waarheid is opgemaakt’ en slechts een handtekening en het nummer van de verbalisant. Dat is in strijd met artikel 153 van het Wetboek van Strafvordering. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie persisteert bij de schriftelijke conclusie d.d. 30 maart 2017 en is van oordeel dat het bezwaarschrift ongegrond moet worden verklaard. De beoordeling Het klaagschrift is tijdig ingediend. Artikel 2 van de Wet DNA-onderzoek bij Veroordeelden bepaalt dat de officier van justitie bij de rechtbank die in eerste aanleg vonnis heeft gewezen, beveelt dat van een veroordeelde wegens een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering (onder meer misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van 4 jaar of meer is gesteld), celmateriaal zal worden afgenomen ten behoeve van het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel. In het eerste lid onder a en b zijn de limitatieve uitzonderingsbepalingen opgenomen. Het bewezenverklaarde is een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van meer dan 4 jaar is gesteld en valt dus onder het gestelde in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Door de raadsvrouw is geen beroep gedaan op de uitzonderingsbepalingen. Naar het oordeel van de raadkamer is voldaan aan de vereisten voor afname van DNA-materiaal. Met betrekking tot de aangevoerde verweren ten aanzien van de formaliteiten van het proces-verbaal van DNA-afname overweegt de raadkamer het volgende. Opsporingsambtenaar In het Besluit DNA-onderzoek in strafzaken is geregeld dat het afnemen van wangslijmvlies (zoals gebeurd in de onderhavige zaak) kan geschieden door een daartoe door de officier van justitie aangewezen opsporingsambtenaar die voldoet aan de daar bij vastgestelde eisen. Deze opsporingsambtenaar moet de gecertificeerde opleiding ‘Afname celmateriaal van personen ten behoeve van DNA-onderzoek’ hebben gehaald. De officier van justitie heeft in zijn conclusie van 30 maart 2017 aangegeven dat de afname door forensisch medewerker [naam] is verricht. [naam] is een opsporingsambtenaar en door de officier van justitie aangewezen bij besluit van 14 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.