← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2017:2803

beschikking RECHTBANK GELDERLAND Verschoningskamer zaaknummer: C/05/319734 / KG RK 17-435 Beschikking van 18 mei 2017 van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van mr. J.R. Veerman hierna te noemen: verzoeker, in zijn hoedanigheid van rechter in de zaak met nr. 15/437 287286 tussen Stichting Wageningen Research (voorheen Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek) en [naam] . 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: een brief namens verzoeker gericht aan partijen van 14 maart

  1. de schriftelijke reacties van partijen van 20 maart 2017 en 30 maart
  2. het schriftelijke verschoningsverzoek van 2 mei
  3. 2Het verschoningsverzoek Verzoeker heeft verzocht om zich te mogen verschonen in zijn hoedanigheid van rechter in bovengenoemde zaak, omdat zijn echtgenote recentelijk met Stichting Wageningen Research, althans een daaraan verbonden rechtspersoon, een dienstbetrekking is aangegaan. Hierdoor kan de rechterlijke onpartijdigheid schade leiden, althans kan daardoor een schijn van partijdigheid ontstaan. 3De beoordeling 3.
  4. Op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, kan elk van de rechters die een zaak behandelen verzoeken zich te mogen verschonen. 3.
  5. Bij de beoordeling van een verzoek als het onderhavige dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid zou kunnen koesteren, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd zou kunnen zijn. 3.
  6. Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter aan onpartijdigheid ontbreekt. In dat geval dient de rechter zich van een behandeling van een zaak te onthouden, want rechtzoekenden moeten in het rechterlijk apparaat vertrouwen kunnen stellen. Bij de beoordeling van een verzoek om verschoning moet ook rekening worden gehouden met feiten of omstandigheden die de schijn van partijdigheid kunnen opwekken. 3.
  7. Het door verzoeker aangevoerde feit dat zijn echtgenote een dienstverband is aangegaan met één van de partijen in een aanhangig rechtsgeding, althans een daaraan verbonden rechtspersoon, in een zaak waarin verzoeker als rechter optreedt, kan de schijn van partijdigheid van verzoeker als behandelend rechter in het leven roepen. Daarom is dat een omstandigheid die verschoning rechtvaardigt. Daarom zal de verschoningskamer het onderhavige verzoek toewijzen. 4De beslissing De rechtbank wijst het verzoek tot verschoning van mr. J.R. Veerman toe. Deze beschikking is gegeven door de mrs. H.P.M. Kester-Bik, M.J. van Lee en A. Tegelaar, in tegenwoordigheid van de griffier [naam griffier] . de griffier de voorzitter Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.