RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer : 05/880339-15 Datum uitspraak : 24 mei 2017 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1974 te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] raadslieden: mr. S.F.J. Bergmans en mr. R.D. Maessen, advocaten te Sittard. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 21 december 2016 en 14 april 2017, waarna het onderzoek formeel is gesloten op 12 mei 2017. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 10 maart 2015 te Apeldoorn, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, immers heeft zij verdachte en/of zijn mededader(
(24)assimilatielampen, ventilatoren en watervaten, kan de rechtbank alleen maar tot het oordeel komen dat verdachten de goederen en stoffen in de growshop presenteerden ten behoeve van de verkoop aan telers van hennep en voor dat doel de goederen en stoffen ook voorhanden hebben gehad. Gelet op het soort goederen, de combinatie van de goederen die zijn aangetroffen en de hoeveelheid daarvan, kan er voorts geen andere conclusie zijn dan dat deze bestemd waren voor de grootschalige en/of bedrijfsmatige hennepteelt als bedoeld in artikel 11, derde en/of vijfde lid, van de Opiumwet. Verdachten wisten, gelet op het contact dat er is geweest met de politie, dat zij met de ongewijzigde exploitatie van hun growshop strafbaar zouden zijn na 1 maart 2015. Toch hebben zij, tezamen en in vereniging, in hun growshop tussen 1 maart 2015 en 10 maart 2015, de dag van inbeslagname, grote hoeveelheden goederen en stoffen te koop aangeboden, verkocht en voorhanden gehad, terwijl zij minstgenomen ernstige redenen hadden om te vermoeden dat deze bestemd waren tot het plegen van strafbare feiten. 3Bewezenverklaring Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: 2. zij op of omstreeks 10 maart 2015 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad, -in een bedrijfspand gelegen aan de [adres 2] , meerdere (grote) hoeveelheden hennep, althans een hoeveelheid van ongeveer 318,31 gram wiet en 297,04 gram hashish, -in een schuur behorende bij een woning gelegen aan de [adres 1] , een hoeveelheid van (ongeveer) 155,72 gram hennep, -in een woning gelegen aan de [adres 1] , een hoeveelheid van (ongeveer) 597,77 gram hashish, in elk geval (telkens) meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, terwijl dit/deze strafbare feit(
- en)(telkens) opzettelijk in de uitoefening van een beroep en/of bedrijf werden gepleegd; 3. zij in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 10 maart 2015, te Apeldoorn, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, A. van een of meer voorwerp(en), te weten - een of meer personenauto's (te weten een Mercedes Benz, type [type 1] en/of een BMW, type [type 2] en/of een BMW, type [type 3] en of en Audi, type [type 4] ) en/of - een bedrijfsauto (te weten een Volkswagen [type 5] ) en/of - een boot (type [type 6] ) en/of - (dure) horloges (type [type 7] ) en/of - een grote hoeveelheid contant geld (ongeveer 154.000 euro), de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(
- n)op voormelde voorwerpen is/zijn en/of deze voorhanden heeft/hebben en/of B. voormelde voorwerp(
- en)heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of van voormelde voorwerpen gebruik gemaakt heeft , terwijl hij en/of zijn mededader(
- s)wist(
- en)dat dat/die voorwerp(
- en)geheel of gedeeltelijk onmiddellijk of middellijk afkomstig was/waren uit een/het misdrijf , terwijl zij, verdachte en/of haar mededader(s), van het (mede)plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt; 4. zij in of omstreeks de periode van 01 maart 2015 tot en met 10 maart 2015, in de gemeente Apeldoorn, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, (in/bij een pand aan de [adres 2] ) stoffen en/of voorwerpen en/of gegevens, te weten de goederen die op de aan deze dagvaarding gehechte bijlage zijn vermeld (pagina's 1051 tot en met 1055 van het eindproces-verbaal inzake onderzoek 'Gassa') bestemd tot het plegen van een of meer feit(
- en)strafbaar gesteld in artikel 11, derde en/of vijfde lid, van de Opiumwet, te weten: - het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a - het opzettelijk binnen of buiten het grondgebied van Nederland brengen en/of telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of aanwezig hebben en/of vervaardigen van een grote hoeveelheid van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of te koop aangeboden en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd en/of voorhanden gehad, terwijl zij, verdachte, wist of ernstige redenen had te vermoeden dat dat/die stoffen en/of voorwerpen en/of gegevens bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en). Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. 4De kwalificatie van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: Ten aanzien van feit 2: Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod. Ten aanzien van feit 3: Medeplegen van gewoontewitwassen. Kwalificatie-uitsluitingsgrond ten aanzien van feit 3 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft aangevoerd dat de kwalificatie-uitsluitingsgrond niet geldt voor de onder feit 3 tenlastegelegde voertuigen en evenmin voor het tenlastegelegde ‘een grote hoeveelheid contant geld’. Dat geld is volgens de officier van justitie namelijk omgezet, omdat verdachte daarmee betalingen heeft verricht. Ten aanzien van het tenlastegelegde ‘ongeveer 154.000 euro’ geldt de kwalificatie-uitsluitingsgrond wel, nu dat bedrag onmiddellijk afkomstig is uit eigen misdrijf. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft geen verweer gevoerd op dit punt. Beoordeling door de rechtbank Onder punt 2, overwegingen ten aanzien van het bewijs, heeft de rechtbank bewezen verklaard dat verdachten een grote hoeveelheid contant geld, ongeveer 154.000 euro, met illegale herkomst voorhanden hebben gehad. De rechtbank leidt uit de tenlastegelegde zinsnede ‘een grote hoeveelheid contant geld (ongeveer 154.000 euro)’ af, dat met de ‘grote hoeveelheid contant geld’ ongeveer € 154.000,- bedoeld wordt. Deze hoeveelheid contant geld hebben verdachten onmiddellijk uit eigen misdrijf verworven. Verdachten hebben met dit geld geen witwashandeling verricht, nu het geld enkel aanwezig was in kluizen in de woning en de growshop en in een koffer. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat het enkele aanwezig hebben van een voorwerp afkomstig uit door hemzelf begaan misdrijf, geen verbergen of verhullen is van de criminele afkomst van dat voorwerp. Het enkele voorhanden hebben door verdachten van het geld dat afkomstig is uit eigen misdrijf kan, naar het oordeel van de rechtbank, niet als witwassen worden gekwalificeerd. Voor zover de officier van justitie ter zitting heeft beoogd te betogen dat onder het tenlastegelegde contante geld moet worden begrepen het geld dat verdachte en medeverdachte gedurende langere tijd hebben omgezet, nu zij met hun illegale inkomsten boodschappen hebben gedaan en rekeningen hebben betaald, is de rechtbank van oordeel dat door dit betoog het tenlastegelegde contante geld een dusdanig andere betekenis krijgt, dat van denaturering van het tenlastegelegde sprake zou zijn. Hierbij is van belang dat in de tenlastelegging bij het contante geld specifiek het bedrag dat contant is aangetroffen in de woning en de growshop (weliswaar tussen haakjes) is genoemd en dat in de tenlastelegging niet specifiek is gemaakt waaruit de omzettingshandelingen hebben bestaan. Dit brengt mee dat de kwalificatie-uitsluitingsgrond van toepassing is op het geldbedrag, maar niet op de auto’s. Ten aanzien van feit 4: Medeplegen van stoffen en voorwerpen te koop aanbieden en voorhanden hebben, waarvan hij ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten. 5De strafbaarheid van het feit De feiten zijn strafbaar. 6De strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. 7Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De officier van justitie heeft verbeurdverklaring gevorderd van de BMW [type 2] , de Volkswagen [type 5] en de Mercedes-Benz [type 1] . Verder heeft de officier van justitie teruggave aan verdachten gevraagd van het [type 7] horloge en het geldbedrag van € 155.675,30. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft primair aangevoerd dat een gevangenisstraf conform het voorarrest passend is. Subsidiair vindt de verdediging een gevangenisstraf conform het voorarrest in combinatie met een werkstraf passend. De strafzaak heeft een enorme impact gehad op verdachte. Inmiddels heeft verdachte haar leven een positieve wending gegeven, door het halen van diploma’s en het uitoefenen van een nieuwe baan. Beoordeling door de rechtbank De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op: - het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 3 maart 2017; - een voorlichtingsrapportage van Tactus Verslavingszorg, gedateerd 3 april 2015. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen, en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden. Verdachte is jarenlang enig werkneemster geweest in een growshop, waarvan haar partner op papier eigenaar was; feitelijk runden zij de growshop samen. Verdachte wist, door haar rol als boekhouder van de zaak en privé, van de illegale herkomst van het geld dat zij besteed heeft. Een deel van het illegale geld heeft verdachte terug in het handelsverkeer gebracht, door de aankoop van verschillende auto’s. Verdachte heeft verder een grote hoeveelheid hennep en hashish aanwezig gehad en goederen voor professionele hennepteelt verhandeld. Het zijn ernstige strafbare feiten waaraan verdachte zich schuldig heeft gemaakt. Witwassen vormt een ernstige bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. Geld dat wordt verdiend door het plegen van strafbare feiten maakt onderdeel uit van het zwartgeldcircuit en heeft een ontwrichtende werking op de samenleving. Hennep en hashish zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor de gezondheid van de gebruikers. Toch heeft verdachte deze gevaarlijke stoffen in grote hoeveelheden aanwezig gehad op meerdere locaties. Anders dan de officier van justitie, kent de rechtbank bij de straftoemeting weinig gewicht toe aan het feit dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben, verkopen en te koop aanbieden van voorwerpen en stoffen die bestemd zijn voor de grootschalige hennepteelt, nu verdachte zich hier slechts gedurende een korte periode aan schuldig heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat de strafbare feiten de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen. Verdachte heeft geen relevante documentatie. Zij heeft nauwelijks medewerking verleend aan het voorbereidend onderzoek en amper verantwoordelijkheid genomen voor de bewezen strafbare handelingen. De rechtbank ziet gelet op de ernst van de feiten geen aanleiding tot het opleggen van een grotendeels voorwaardelijke straf en/of taakstraf zoals bepleit. Het feit dat verdachte zich heeft omgeschoold en ander werk heeft, noopt niet tot een ander oordeel. De rechtbank zal overgaan tot de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Dit is een lagere straf dan is opgelegd aan haar medeverdachte, vanwege het feit dat in haar geval vrijspraak volgt voor feit 1. Bij het bepalen van de strafmaat is rekening gehouden met het tijdsverloop. De na te melden ex artikel 94 Wetboek van Strafvordering in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan verdachte toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu de voorwerpen geheel of grotendeels door middel van het onder feit 3 bewezen verklaarde zijn verkregen. Het gaat hier om de BMW [type 2] , de Volkswagen [type 5] en de Mercedes-Benz [type 1] . Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de na te melden ex artikel 94 Wetboek van Strafvordering in beslag genomen voorwerpen aan verdachte. Het gaat hier om het [type 7] horloge en het geldbedrag van € 155.675,30. Deze beslissing is niet van invloed op het conservatoire beslag. 8De toegepaste wettelijke bepalingen De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24, 27, 33, 33a, 47, 57, 91 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en 3, 11, 11a en 13 van de Opiumwet. 9De beslissing De rechtbank: spreekt verdachte vrij van het onder 1 tenlastegelegde feit; verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij; verstaat dat het bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4; verklaart verdachte hiervoor strafbaar; veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden; beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: de BMW [type 2] , de Volkswagen [type 5] en de Mercedes-Benz [type 1] ; gelast de teruggave van de ex artikel 94 Wetboek van Strafvordering in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen aan veroordeelde, te weten: het [type 7] horloge en het geldbedrag van € 155.675,30 (zegge: honderdvijfenvijftigduizend zeshonderdvijfenzeventig euro en dertig eurocent). Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Mei (voorzitter), mr. S.A. van Hoof en mr. M.P. Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Damme, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 mei 2017. Mr. Bos is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2014041609, gesloten op 24 juli 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 742 e.v. met bijlagen waarin de IBN-codes zijn vermeld. Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 333-335. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 305, lijst van inbeslaggenomen goederen p. 830 waarin de IBN-codes zijn vermeld. Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 333-335. Het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij, p. 336-337. Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 371. Uittreksel bedrijfsprofiel Handelsregister Kamer van Koophandel, p. 223. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 155-156. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , p. 88. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 156 en 188. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 184. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 336. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 476. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 556. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 579 e.v. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 461-462. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 475. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 155. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 168. De verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting van 14 april 2017. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 155. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 189. Het proces-verbaal inzake berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 1327. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 100 en 101, en het proces verbaal van verhoor van de medeverdachte, p. 168 en 169. Het proces-verbaal inzake berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, p. 1313 t/m 1330. Uittreksel bedrijfsprofiel Handelsregister Kamer van Koophandel, p. 223. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 155-156. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] , p. 88. Kennisgeving van inbeslagneming, p. 1051-1055. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 392. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 933. Het proces-verbaal van bevindingen, p. 933.