← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2017:300

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Parketnummer : 05/862682-13 Datum uitspraak : 17 januari 2017 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] , raadsman: mr. J. Michels, advocaat te Amersfoort. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 18 juli 2016, 20 december 2016 en 10 januari 2017. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 3 november 2014 in de gemeente Apeldoorn, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten de inlichtingenverplichting op grond van artikel 17 van de Wet werk en bijstand, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte en/of zijn mededader wist/wisten, althans redelijkerwijze moest/moesten vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten het recht van [naam] op een uitkering krachtens de Wet werk en bijstand, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft hij verdachte en/of zijn mededader (telkens) aan de gemeente Apeldoorn niet opgegeven/gemeld: - alle inkomsten en/of vermogen (geld en/of auto'

  1. s)en/of - bankrekeningen met nummers ING [bankrekeningnummer 1] (tnv [naam] ) en/of ING [bankrekeningnummer 2] (tnv [naam] en [verdachte] ) en/of - dat genoemde [naam] pasgemachtigde is van bankrekeningnummer ING [bankrekeningnummer 2] en/of - vakanties (Oostenrijk en/of Dominicaanse Republiek) - de samenwoning met genoemde [naam] en/of de feitelijke woonsituatie althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt: subsidiair hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 3 november 2014, in de gemeente Apeldoorn, in elk geval in Nederland (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van de woning [adres 2] , althans een woning en/of van de in die woning aanwezige voorzieningen, zoals gas en/of water en/of elektriciteit en/of eet- en/of drinkwaren heeft genuttigd, wetende dat die voorzieningen en/of die eet- en/of drinkwaren geheel of gedeeltelijk werd(
  2. en)betaald van een uitkering krachtens de Wet werk en bijstand, welke door [naam] - met wie verdachte op bovengenoemd adres samenwoonde - door valsheid in geschrifte of door oplichting of door verduistering, in elk geval door enig misdrijf was verkregen, hebbende verdachte aldus (telkens) opzettelijk uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed voordeel getrokken; 2Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair ten laste gelegde. Daarbij heeft de officier van justitie opgemerkt dat verdachte een gezamenlijke huishouding voerde met zijn medeverdachte [naam] . Gelet op de financiële verstrengeling tussen hen, moet verdachte hebben geweten dat [naam] ten onrechte een (volledige) bijstandsuitkering had en had hij opzet op het voordeel trekken van uit misdrijf verkregen opbrengsten. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft voor algehele vrijspraak gepleit. Beoordeling door de rechtbank Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte tezamen en in vereniging met medeverdachte [naam] heeft gehandeld in strijd met de op haar rustende inlichtingenverplichting. Met de betrekking tot het subsidiair ten laste gelegde overweegt de rechtbank als volgt. In de strafzaak van medeverdachte [naam] heeft de rechtbank geoordeeld dat verdachte en [naam] in de ten laste gelegde periode een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd. Daarmee kan er vanuit worden gegaan dat verdachte heeft genoten van in de woning van [naam] aanwezige voorzieningen. Uit de bewijsmiddelen in het dossier kan echter niet volgen dat verdachte zonder meer wist dat [naam] handelde in strijd met de op haar rustende inlichtingen verplichting en daarmee ten onrechte een (volledige) bijstandsuitkering ontving. Derhalve zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het hem ten laste gelegde. 3De beslissing De rechtbank spreekt van verdachte vrij van het hem tenlastegelegde. Dit vonnis is gewezen door mr. J.B.J. Driessen (voorzitter), mr. D.S.M. Bak en mr. C.J.M. van Apeldoorn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 januari 2017.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.