← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2017:307

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Promis II Parketnummer : 05/880995-15 Datum zitting : 5 juli 2016, 20 december 2016 en 3 januari 2017 Datum uitspraak: 17 januari 2017 tegenspraak Uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie van het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen naam : [veroordeelde] (hierna te noemen: veroordeelde), geboren op : [geboortedatum] 1967 te [geboorteplaats] , adres : [adres] , plaats : [woonplaats] , raadsman : mr. A.J.M. van Roy, advocaat te Amsterdam. 1De inhoud van de vordering De officier van justitie vordert dat de rechtbank, conform artikel 36 e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel voorlopig wordt geschat op € 124.545,-. 2De procedure Ter terechtzitting van 5 juli 2016 zitting heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aanhangig gemaakt. 3Het onderzoek ter terechtzitting De zaak is op 20 december 2016 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is veroordeelde verschenen. Veroordeelde is bijgestaan door mr. A.J.M. van Roy, advocaat te Amsterdam. Veroordeelde en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd. De raadsman heeft verzocht de behandeling van de ontnemingsprocedure aan te houden in afwachting van het vonnis. De officier van justitie, mr. A. van Veen, heeft zich verzet tegen aanhouding van de ontnemingsprocedure. 4De beoordeling van de vordering Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft primair gevorderd de vordering van benadeelde partij [naam] in de hoofdzaak toe te wijzen en de ontnemingsvordering af te wijzen. Subsidiair, indien de vordering van de benadeelde partij wordt afgewezen, heeft de officier van justitie gepersisteerd bij de ontnemingsvordering. Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft gesteld dat de vordering van benadeelde partij [naam] gelijkluidend is aan de vordering tot ontneming. De beoordeling van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden beoordeeld en zal de ontnemingszaak niet aanhouden. Bij de beoordeling van de onderhavige vordering heeft de rechtbank kennisgenomen van het op 17 januari 2017 tegen veroordeelde gewezen vonnis. De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten. De beslissing dat veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. In voornoemd, op 17 januari 2017 uitgesproken vonnis heeft de rechtbank – samengevat – bewezen verklaard dat verdachte in totaal een bedrag van € 123.544,- heeft verduisterd, toebehorende aan [naam] . De vordering van benadeelde partij [naam] is toegewezen tot een bedrag van € 123.544,-. De rechtbank brengt de vordering van de benadeelde partij in mindering op het wederrechtelijk verkregen voordeel en zal, gelet op het vorenstaande, vaststellen dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden geschat op nihil. 5De toegepaste wettelijke bepalingen De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. 6De beslissing Stelt vast dat het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op nihil en wijst de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel af. Aldus gegeven door mr. C.H.M. Pastoors (voorzitter), mr. D.R. Sonneveldt en mr. M.W. Stoet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Langstraat, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 januari 2017. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] van de politie Oost Nederland, Dienst Regionale Recherche, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2015239375, gesloten op 28 oktober 2015 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.