Rechtbank GELDERLAND Sector kanton en handelszaken Locatie Apeldoorn Zaak-/Rolnummer: 3235524 CV EXPL 14-4931 Afschrift aan: gemachtigden Verzonden d.d.: vonnis van de kantonrechter van 15 maart 2017 inzake: de besloten vennootschap Dexia Nederland B.V., rechtsopvolgster onder algemene titel van Dexia Bank Nederland N.V. en op haar beurt volgtijdelijk rechtsopvolgster van Bank Labouchere N.V. en Legio Lease B.V. gevestigd te Amsterdam eisende partij gemachtigde USG Legal Professionals tegen [gedaagde] wonende te [woonplaats] ,gedaagde partij,gemachtigde Leaseproces. Partijen worden hierna Dexia en [gedaagde] genoemd. 1Het procesverloop Het verdere verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenvonnis van 1 juni 2016 - de akte na tussenvonnis van Dexia - de akte uitlating van [gedaagde] Ten slotte is vonnis bepaald.
- De verdere beoordeling 2.
- In het tussenvonnis is de procedure aangehouden in afwachting van ontwikkelingen in de jurisprudentie. Met de arresten van 2 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2012 en ECLI:NL:HR:2016:2015, heeft de Hoge Raad zich heeft uitgesproken over - kort gezegd - de (gevolgen van) advisering door een tussenpersoon zonder vergunning. Partijen hebben zich over deze arresten kunnen uitlaten en hun standpunten daarnaar kunnen aanpassen. 2.
- In het eerstgenoemde arrest heeft de Hoge Raad tot uitgangspunt genomen: “(…) dat Dexia in strijd heeft gehandeld met art. 41 NR 1999 en daarmee (niet alleen wegens schending van haar in het arrest [...] /Dexia vermelde zorgplichten, maar) ook op deze grond jegens [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld, indien - zoals het hof [eiser] heeft opgedragen om te bewijzen - SpaarSelect jegens [eiser] als financieel adviseur is opgetreden en Dexia hiervan op de hoogte was of behoorde te zijn. (…)”. In het tussenvonnis van 29 juli 2015 is voorshands geoordeeld dat Dexia ermee bekend moet zijn geweest dat de tussenpersoon ook op de persoonlijke situatie van [gedaagde] toegesneden adviezen verstrekte en adviseerde over concrete producten van Dexia. 2.
- De kantonrechter is van oordeel, en komt in zoverre terug op haar eerder gegeven oordeel, dat gelet op de stukken en het in de arresten gegeven uitgangspunt, thans zonder nadere bewijsvoering beslissingen genomen kunnen worden. De aanvankelijk aangekondigde bewijsopdracht, die met name ook zag op de gestelde ondeugdelijkheid van het advies, is in het licht van de nieuwe rechtspraak niet meer aan de orde. De gedetailleerde stellingen van [gedaagde] over de concrete gang van zaken rond de advisering door de tussenpersoon (Finplan B&K) zijn door Dexia slechts in zijn algemeenheid, en dus onvoldoende, weersproken, zodat daarvoor geen bewijsopdracht gegeven hoeft te worden. 2.
- Over de gevolgen van de advisering zonder vergunning zal Dexia zich concreet kunnen uitlaten. Zij krijgt daartoe de gelegenheid, waarbij zij tevens kan aangeven tot welk eindresultaat, in cijfers, dit, gelet op de arresten van de Hoge Raad hierboven zijn genoemd, volgens haar dient te leiden. [gedaagde] zal hierop bij akte kunnen reageren. 2.
- Bij de aktes dienen partijen zich tevens, eveneens in cijfers, over de buitengerechtelijke kosten uit te laten. De te nemen aktes zullen elk niet meer dan drie pagina’s A-4 mogen omvatten gezien de noodzaak een voortvarende procesvoering niet te belemmeren. 3De beslissing De kantonrechter 3.
- verwijst de zaak naar de rolzitting van 12 april 2017 voor het nemen van een akte door Dexia, zoals onder 2.5 en 2.6 omschreven, waarna [gedaagde] bij akte zal mogen reageren. 3.
- houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.