← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2017:3799

RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer : 05/720311-15 Datum uitspraak : 18 juli 2017 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] . raadsman: mr. M.W.J. Rosendaal, advocaat te Arnhem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 04 juli 2017. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 25 januari 2015 te Velp, gemeente Rheden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(

  1. en)wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [naam bedrijf] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), die [slachtoffer] omstreeks middernacht nabij een afstortkluis van de [naam bank] onverhoeds en/of rennend heeft/hebben benaderd, waarbij verdachte en/of zijn mededader geheel, althans gedeeltelijk, in het donker was/waren gekleed en/of een (zogenaamde) hoodie over het hoofd droegen en/of die [slachtoffer] door verdachte of zijn mededader bij haar linkerarm is vastgepakt/vastgehouden en/of die [slachtoffer] is toegevoegd "Geef me je geld" althans woorden van die strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt: hij op of omstreeks 25 januari 2015 te Velp, gemeente Rheden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, weg te nemen een geldbedrag geheel of ten dele toebehorende aan [naam bedrijf] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(
  2. s)hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, die [slachtoffer] omstreeks middernacht nabij een afstortkluis van de [naam bank] onverhoeds en/of rennend heeft/hebben benaderd, waarbij verdachte en/of zijn mededader geheel, althans gedeeltelijk, in het donker was/waren gekleed en/of een (zogenaamde) hoodie over het hoofd droegen en/of die [slachtoffer] door verdachte of zijn mededader(
  3. s)bij haar linkerarm is vastgepakt/vastgehouden en/of die [slachtoffer] is toegevoegd "Geef me je geld" althans woorden van die strekking, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2Overwegingen ten aanzien van het bewijs Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot afpersing. De officier van justitie heeft daartoe aangevoerd dat aangeefster beroepsmatig geld heeft vervoerd. Het was midden in de nacht en de vrouw was alleen. Op dat moment kwamen twee mannen – in het donker gekleed – op haar afgerend en werd zij vastgepakt. Er werd meteen tegen haar gezegd ‘geef je geld’. Dit is gelet op alle omstandigheden objectief gezien een bedreiging met geweld. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Beoordeling door de rechtbank Aangeefster [slachtoffer] heeft verklaard dat zij rond 23.50 uur de zaak [naam bedrijf] heeft afgesloten en dat zij daarna naar de [naam bank] is gereden om het geld in een kluis te deponeren. Op het moment dat aangeefster na het storten van het geld weer in de auto wilde stappen, stond er een man naast haar en ongeveer drie meter verderop nog een man. De man naast aangeefster sprak haar aan met ‘Hee’ en pakte haar bij haar linkerarm. Hierbij kneep de man niet. De man zei vervolgens ‘geef me je geld’. Aangeefster heeft gezegd dat zij het geld al gestort had. De man liet haar vervolgens los en beide mannen zijn vertrokken. Aangeefster heeft verklaard dat de mannen rustig zijn weggelopen. Hierbij merkt de rechtbank op dat uit het dossier niet is gebleken dat de mannen op aangeefster af zijn gerend, zoals de officier van justitie heeft gesteld. De rechtbank maakt uit de aangifte op dat de man/mannen geld wilde(
  4. n)van aangeefster. Voor een poging tot afpersing (primair) of een poging tot diefstal met geweld (subsidiair) moet sprake zijn van het gebruik van geweld of van een bedreiging met geweld. Een bedreiging met geweld moet van dien aard zijn en onder zodanige omstandigheden zijn geschied dat in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat geweld zou worden uitgeoefend. Aangeefster heeft verklaard niet te zijn mishandeld of te zijn bedreigd. Naar het oordeel van de rechtbank is het enkele vastpakken van de arm en daarbij zeggen ‘geef mij je geld’ onvoldoende om te spreken van geweld of een bedreiging met geweld. De rechtbank acht dan ook de poging tot afpersing en de poging tot diefstal met geweld niet bewezen. De rechtbank acht eveneens niet bewezen dat door het zeggen ‘geef mij je geld’ sprake is van een poging tot diefstal nu daarmee wordt gevraagd om afgifte van het goed en er geen sprake is van het zelfstandig wegnemen van het goed. De rechtbank zal de verdachte dan ook vrijspreken van het primair en subsidiair tenlastegelegde. 3De beslissing De rechtbank: Spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit. Dit vonnis is gewezen door mr. I.D. Jacobs (voorzitter), mr. L.C.P. Goossens en mr. T.N. Ritzer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.G.A. Luijckx, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 juli 2017.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.