de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid RVC NEDERLAND B.V., statutair gevestigd te Eibergen, kantoorhoudende te Enschede, eiseres, voorheen advocaat mr. G.J. van de Wetering te Deventer (onttrokken), thans mr. R. van Cooten te Deventer, tegen de publiekrechtelijke rechtspersoon PROVINCIE GELDERLAND, zetelend te Arnhem, gedaagde, advocaat mr. D. van Tilborg te Breda. Partijen zullen hierna RVC en de Provincie genoemd worden. 1De procedure 1.
het bij deze aanbesteding behorende bestek is onder meer het volgende opgenomen: A.1 Achtergrond Regiotaxi Gelderland is van start gegaan op 1 januari 2007 en heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een gewaardeerde vorm van openbaar vervoer van een kwalitatief hoog niveau. (…) Regiotaxi Gelderland kenmerkt zich door een scheiding tussen callcenter en vervoer. Het callcenter is voor regiotaxi Gelderland verantwoordelijk voor de ritaanname, rittoedeling, rituitgifte, de
formatievoorziening aan de reiziger onder andere bij de afstemming tussen Regiotaxi Gelderland en het reguliere openbaar vervoer. De vervoerder is verantwoordelijk voor de planning en de uitvoering van de ritten. (…) Het callcenter en vervoer worden tegelijk aanbesteed.
schrijvers op het bestek callcenter mogen ook
schrijven op het bestek vervoer.
eerste
stantie worden de vervoerspercelen gegund. De partij die het vervoer van één of meerdere percelen gegund krijgt, wordt uitgesloten voor de gunning van het callcenter. A.4 Perceelindeling Met
gang van 1 januari 2013 treden de volgende veranderingen of wijzigingen op
de perceelindeling ten opzichte van de huidige contracten: (…) Deze ontwikkelingen leiden tot de volgende vervoerspercelen: Achterhoek; De Vallei; Rivierenland; Noord Veluwe; Stedendriehoek.
bijlage 4 is een
deling opgenomen van de gemeenten per vervoersperceel. Dit bestek beschrijft aan welke eisen het callcenter van Regiotaxi Gelderland moet voldoen en hoe de provincie en het callcenter tijdens de looptijd van het contract samen zullen werken aan de ontwikkeling van het vervoersproduct. B.1.8 Onvolkomen- of tegenstrijdigheden Dit bestek met alle bijbehorende bijlagen is met zorg samengesteld. Mocht u desondanks tegenstrijdigheden en/of onvolkomenheden tegenkomen, dan moet u de opdrachtgever hiervan zonder uitstel, en
elk geval vóór
schrijving, schriftelijk op de hoogte stellen op het
dit hoofdstuk vermelde emailadres. Als naderhand blijkt dat dit bestek tegenstrijdigheden en/of onvolkomenheden bevat en deze niet door
schrijvers zijn opgemerkt, is de door de opdrachtgever gegeven
terpretatie van het bestek doorslaggevend. De eventuele (nadelige) gevolgen hiervan komen voor risico van de
schrijver. Overeenkomstig de rechtspraak ter zake moeten (potentiële)
schrijvers tijdens de aanbestedingsprocedure een proactieve houding hebben en moeten zij vooraf tegen eventuele onduidelijkheden en onvolkomenheden opkomen, zodat de aanbestedingsdocumenten zo nodig nog bijgesteld kunnen worden
de aanbestedingsfase. Als een (potentiële)
schrijver eventuele bezwaren, onduidelijkheden of onvolkomenheden niet zonder uitstel na ontvangst van het betreffende aanbestedingsdocument – doch
ieder geval vóór het einde van de
schrijvingstermijn – aan de opdrachtgever meldt, verspeelt de (potentiële)
schrijver daarmee zijn belang om hiertegen
een later stadium bezwaar te maken. B.2 Beoordelingsprocedure
schrijvingen Eerst worden de vervoerspercelen beoordeeld en gegund.
schrijvers die een vervoersperceel gegund krijgen, worden uitgesloten van de beoordelingsprocedure van het perceel callcenter. C Programma van Eisen callcenter Regiotaxi Gelderland Dit Programma van Eisen beschrijft de eisen waaraan het callcenter van Regiotaxi Gelderland dient te voldoen. C.2 Ontwikkelingen Deze paragraaf beschrijft een aantal ontwikkelingen binnen regiotaxi Gelderland gedurende de contractperiode die
vloed kunnen hebben op het vervoersvolume. Vervoerder(s) en callcenter dienen tijdens de looptijd van het contract rekening te houden met deze ontwikkelingen. C.2.1 Beheersbaarheid vervoersvolume Het beheersen van het vervoersvolume is een belangrijke uitdaging voor de opdrachtgever en gemeenten. Dit zal met name plaatsvinden door maatregelen van gemeenten op het gebied van hun Wmo-beleid en door de
tegratie van Regiotaxi
het gewone openbaar vervoer. Voor zowel de opdrachtgever als gemeenten geldt dat
ieder geval niet meer budget beschikbaar is. Beschikbare budgetten en het aanbestedingsresultaat zullen leidend zijn voor het vervoersvolume dat de gemeenten en opdrachtgever afnemen. Niet uitgesloten is dat deze budgetten
de toekomst door bezuinigingen verder naar beneden worden bijgesteld. Algemeen Als basis is het vervoersvolume 2008-2011 per perceel beschikbaar (bijlage 2). De opdrachtgever behoudt zich het recht voor om gedurende de contractperiode het vervoer te beperken dan wel uit te breiden, danwel maatregelen te nemen die
direct leiden tot een beperking danwel uitbreiding van het vervoersvolume. De directe aanleiding hiervoor kan ontstaan door wijzigingen
wet- en regelgeving, jurisprudentie of de financiële situatie van gemeenten of opdrachtgever. Dit kan gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de reizigersgroepen die gebruik mogen maken van Regiotaxi Gelderland, de reikwijdte van het vervoer, openingstijden, het aantal toegekende zones/kilometers per reiziger. Onder andere de volgende ontwikkelingen kunnen
vloed hebben op het vervoersvolume: Gemeentelijk Wmo-beleid (…) Provinciaal beleid (…) Vervoersvolume Op basis van de hiervoor genoemde ontwikkelingen dienen vervoerder(s) en callcenter
2013 rekening te houden met een daling van het vervoersvolume ten opzichte van de gerealiseerde volumes. Per perceel is
bijlage 2 ter
dicatie aangegeven met welk vervoersvolume
2013
schrijvers rekening moeten houden.
schrijvers kunnen aan de vervoersvolumes en
dicaties geen rechten ontlenen. Een aantal maatregelen wordt door gemeenten en opdrachtgever al
2011/2012
gevoerd. Na gunning ontvangen vervoerders en callcenter een actueel overzicht van de maatregelen die gemeenten en opdrachtgever hebben genomen en die zij nog gaan nemen. De opdrachtgever is zich ervan bewust dat te nemen maatregelen flexibiliteit en aanpassingsvermogen vraagt van vervoerder(
voering van een maatregel vervoerder(s) en callcenter op de hoogte van die maatregel. Bij maatregelen die naar verwachting een volume-effect hebben van meer dan 10% op het vervoersvolume
een perceel per jaar geldt een termijn van ten minste zes maanden.
dien de combinatie van maatregelen leidt tot een afname van het vervoersvolume van meer dan 20% per perceel per jaar, kunnen partijen met elkaar
overleg treden als ze daartoe aanleiding zien. Als referentie geldt voor 2013 de beschreven ontwikkeling per perceel. Daarna geldt als referentie het vervoersvolume
het voorgaande jaar. C.11.2 Vergoeding aan het callcenter Het callcenter ontvangt een vergoeding: Op basis van het aantal uitgevoerde en declarabele personenritten.(…) Op basis van het aantal afgegeven en geregistreerde OV-adviezen. (…) Een declarabele rit is een verplaatsing van een declarabele reiziger die door het callcenter als rit is
geboekt, doorgestuurd is aan de vervoerder en ook door de vervoerder is uitgevoerd. Ritten die loosgemeld zijn of zijn geannuleerd, kortom ritten die niet zijn uitgevoerd, zijn niet declarabel. Een declarabele personenrit is de declarabele rit maal het aantal declarabele reizigers. Een declarabele rit kan meervoudig declarabel zijn. 2.3. Op 27 januari 2012 is een eerste Nota van
lichtingen verschenen. Hierin is onder meer de volgende vraag gesteld en door de Provincie beantwoord: 9. vraag van geïnteresseerde: U wilt flexibel omgaan met het
dexjaar als norm voor het vervoersvolume. Ons voorstel is, om 2013 gedurende de looptijd van het contract te hanteren als
dexjaar. Met de door u voorgestelde
dex kunnen de uitvoerende partijen onevenredig veel benadeeld worden, bijvoorbeeld met 2 opvolgende jaren met 15% daling van volume. Gaat u akkoord met ons voorstel? Zo nee, waarom niet? antwoord provincie: De opdrachtgever gaat niet akkoord met dit voorstel. Gemeenten en provincie hebben het verwachte vervoervolume geschetst op basis van huidige
zichten en maatregelen die zij gaan nemen en die het vervoervolume beïnvloeden. De opdrachtgever past deze passage aan: ‘
dien de combinatie van maatregelen gedurende de eerste drie contractjaren leidt tot een afname van het vervoersvolume per jaar van meer dan 20% per perceel, kunnen partijen met elkaar
overleg treden als ze daartoe aanleiding zien. Als referentie geldt voor 2013 de beschreven ontwikkeling per perceel’. M.a.w. als het vervoervolume niet lager is
enig jaar dan de prognose minus 20% kan een
schrijver geen aanspraak maken op compensatie. Het gaat dus niet over een maximale afname per jaar.
de opgegeven vervoervolumes is rekening gehouden met het effect van de maatregelen. De opdrachtgever monitort de ontwikkelingen
het vervoervolume actief. 2.4. Op 10 februari 2012 is een tweede Nota van
lichtingen verschenen. 2.5. De Provincie heeft vervolgens een werkbestek opgesteld. Dit werkbestek, zo staat vermeld op het voorblad, is een extra service en heeft geen juridische status.
het werkbestek zijn “zoveel mogelijk de wijzigingen voorkomend uit de Nota’s van
lichtingen verwerkt”. 2.
het bestek vermelde aantal ritten. Die werden vóór aanvang zelfs nog door de destijdse manager van uw bureau naar boven bijgesteld, omdat hij juist nog meer ritten verwachtte. (…) Wij achten dat er voor ons wel degelijk wettelijke gronden zijn om een compensatie af te dwingen. Zo staat voor ons onmiskenbaar vast dat van een verkeerde veronderstelling van zaken is uitgegaan, namelijk een niet-gerealiseerd volumeniveau. Deze veronderstelling was van doorslaggevend belang bij de beoordeling hoe ons regiecentrum
te richten voor het project Regiotaxi Gelderland en onze bedrijfsvoering daarop verder af te stemmen. Wij zijn van oordeel dat u, door een verkeerde voorstelling van zaken te geven, onzorgvuldig hebt gehandeld en dat mede als gevolg daarvan het financiële nadeel, zoals
ons overzicht gespecificeerd, heeft kunnen ontstaan. Als gevolg hiervan achten wij het aannemelijk dat een vordering gebaseerd op een zogenoemde onrechtmatige daad toegekend zal worden. Destijds gaf u de kans op enige volumedaling wel aan, maar niet van deze extreme omvang. De eerste maanden van dit jaar laten wederom, zoals u kunt vaststellen, een sterke daling zien ten opzichte van 2014. (…) Gezien het vorenstaande vinden wij het niet meer dan billijk dat u ons alsnog een compensatievoorstel doet en zien een dergelijk voorstel graag op korte termijn tegemoet om deze kwestie
der minne te kunnen afsluiten. 2.9.
reactie op voornoemde brief heeft
g. [Naam 1] ) namens de Provincie bij brief van 27 mei 2015 onder meer het volgende aan RVC bericht: Vanaf 2013 is de provincie als opdrachtgever van de Regiotaxi met u
overleg geweest over de (onvoorziene) daling van het vervoervolume, het aantal calls en de eventueel hierbij behorende vergoeding van de door u aangegeven schade. Wij hebben toen meermalen geconstateerd en aan u gecommuniceerd dat de daling bleef binnen de
het bestek en de nota’s van
lichtingen beschreven risico’s en onzekerheden en dat die derhalve binnen het u komende risico bleef. (…) De basis voor uw claim ligt daarbij
het feit dat u van mening bent dat door de provincie (als opdrachtgever) een verkeerde voorstelling van zaken is gegeven en dat daarmee onzorgvuldig zou zijn gehandeld
zake de opgegeven prognose
het bestek, waardoor het callcenter schade heeft geleden. Deze ‘onmiskenbare vaststelling’ zou u recht geven op een schadevergoeding. Deze stelling is onderbouwd met de feitelijke constatering dat de
dicatie/prognose meegegeven
het bestek afwijkt van het
werkelijkheid gerealiseerde volumeniveau. Dit feit alleen vormt echter voor ons onvoldoende grond om de vergaande conclusie te trekken dat vaststaat dat de provincie, bij het opstellen van deze prognose, onzorgvuldig heeft gehandeld en derhalve aangesproken kan worden op de eventueel hieruit volgende schade. Dat dit onvoldoende grond is blijkt ook uit het vonnis van 17 december 2014 van de rechtbank Arnhem ten aanzien van dezelfde door ons opgegeven prognoses bij de vervoerspercelen voor dezelfde periode Regiotaxi als waar uw bestek op ziet. (…)
het licht van het gewezen vonnis wensen wij niet
te gaan op uw verzoek tot compensatie van de extra kosten
verband met de volumedaling. 2.10. Bij brief van 3 juli 2015 heeft de advocaat van RVC de Provincie verzocht om binnen veertien dagen te bevestigen dat zij conform hoofdstuk C.2 van het bestek met RVC
overleg zal treden over compensatie en RVC
dat verband een redelijk compensatievoorstel zal doen. 2.11. Daarop hebben partijen met elkaar gecorrespondeerd en is 15 juli 2015 gekozen als datum om met elkaar
overleg te treden. Partijen zijn het
die correspondentie niet eens geworden of het overleg (ook) dient om te komen tot een redelijke omvang van compensatie. 2.
zicht van de provincie de 20%-drempel niet zou zijn overschreden. Voor
ieder geval de percelen Rivierenland en Noord-Veluwe staat toch vast dat al vanaf contractjaar 1 de afname van het vervoersvolume meer dan 20% is en dat die afname nadien alleen nog maar meer is geworden? De provincie beschikt ook over alle relevante cijfers waaruit dit blijkt. Ik verzoek u mij daarom deugdelijk te motiveren op grond waarvan de provincie niettemin van mening is dat de 20%-drempel niet zou zijn overschreden.
perceel Rivierenland sprake was van een afwijking van iets meer dan 20% van het vervoersvolume
2013 t.o.v. het vervoersvolume dat opgegeven was
het bestek. Uit deze gegevens blijkt echter ook dat er gemiddeld genomen over alle 5 de vervoerspercelen sprake is van een afname van 9,87% van het vervoersvolume. De
passage C.2 van het bestek genoemde 20%-drempel wordt derhalve niet gehaald. Antwoord op vraag 2: Zoals ook al
eerdere gesprekken aan RVC is medegedeeld is het bestek t.b.v. het vervoer Regiotaxi Gelderland verdeeld
5 separate percelen terwijl het bestek ten behoeve van het callcenter Regiotaxi Gelderland bestaat uit 1 overeenkomst (perceel). Aangezien er
het werkaanbod ten behoeve van het callcenter nooit een daling van meer dan 20%
enig jaar heeft plaatsgevonden is er sprake van een andere werkelijkheid dan t.o.v. de vervoerders. De werkelijkheid voor het callcenter is dat de daling van het werkvolume binnen de
het bestek genoemde daling van 20%,
ieder geval voor rekening van de opdrachtnemer blijft. Wellicht ten overvloede; het eventueel overschrijden van de 20% drempel ten gevolge van door of namens opdrachtgever genomen maatregelen genereert een gerechtvaardigde wens tot overleg, geen garantie op compensatie. Antwoord op vraag 3: De provincie staat als redelijke contractpartij altijd open om het gesprek aan te gaan. Dit blijkt ook uit het feit dat uw client de afgelopen jaren al diverse malen met het beheersbureau Regiotaxi Gelderland over het onderwerp ‘afname vervoersvolume’ heeft gesproken, terwijl wij hiertoe formeel (passage C.2) niet verplicht zijn / waren. Wij willen echter op voorhand geen uitspraken doen of verwachtingen scheppen over de uitkomst van ons gesprek. Daarenboven valt het ons zwaar te begrijpen waarom onze uitnodiging tot een gesprek niet voldoet aan het begrip redelijke contractpartij. Dat zou u op grond van de bestektekst, de feitelijke vervoervolumes en het rechterlijk vonnis van 17 december 2014
zake vordering Willemsen de Koning niet moeten verbazen. Wij achten het
het licht van deze feiten een onredelijke wens van uw klant, om van ons, voorafgaand aan een overleg, een aanbod tot compensatie te verwachten dat dan onderwerp van gesprek zou moeten zijn. Dat miskent
hoge mate de feitelijke situatie en zet de verhouding tussen u en de opdrachtgever reeds op voorhand (onnodig) op scherp. 2.15. De advocaat van RVC heeft bij e-mail van 28 augustus 2015 onder meer het volgende aan de Provincie bericht: Het Bestek Callcenter (zoals gewijzigd bij nota van
lichtingen) bepaalt: “
dien de combinatie van maatregelen gedurende de eerste drie contractjaren leidt tot een afname van het vervoersvolume per jaar van meer dan 20% per perceel, kunnen partijen met elkaar
overleg treden als ze daartoe aanleiding zien. Als referentie geldt voor 2013 de beschreven ontwikkeling per perceel. Tot twee keer toe staat dus
het Bestek Callcenter “per perceel”. Duidelijk is dus dat ook voor het callcenter de volumeafname per perceel moet worden bezien. RVC heeft opnieuw de verschillen
kaart gebracht tussen de
het bestek gegeven prognose 2013 en de daadwerkelijke volumes
2013, 2014 en 1e helft 2015. Bijgaand treft u dat aan (
excel en PDF). De geel gekleurde vakken zijn volumedalingen van meer dan 20%. Dat betreft de volgende percelen: 2013 Rivierenland: -35% Noord-Veluwe: -23% 2014 Rivierenland: -44% Vallei/Foodvalley: -24% Noord-Veluwe: -32% 2015 (t/m juni) Achterhoek: -26% Stedendriehoek: -22% Rivierenland: -52% Vallei/Foodvalley: -38% Noord-Veluwe: -35% Er is dus bij veel percelen sprake van meer dan 20% volumedaling. Vanaf 2015 zelfs bij alle vijf percelen. 20% daling is al veel. Maar het loopt
een aantal gevallen zelfs op tot meer dan 30% en 40% of zelfs meer dan 50% volumedaling. Op bovenstaande cijfers zijn de
2012 geoffreerde prijzen uiteraard niet berekend. Daarnaast geldt dat ook als een en ander niet per perceel beschouwd zou worden, het totaalvolume
2014 een daling van 23% kent en
de eerste helft van 2015 van 34% ten opzichte van de besteksprognoses over 2013. Ook
dat geval is dus sprake van (forse) overschrijdingen van de 20% volumedaling. 2.16. Daarop heeft [Naam 1] bij e-mail van 10 september 2015 onder meer als volgt gereageerd: Zoals aangegeven
onze mail van 21 juli jl. is er ten behoeve van het callcenter sprake van één overeenkomst waarbinnen alle vervoerspercelen van Regiotaxi Gelderland zitten vervat. Daarnaast dient voor de berekening van de volumeafname het voorgaande jaar als referentiejaar te worden genomen. Voor een andere onderbouwing van de gesignaleerde afname van 9.87% van het vervoersvolume nodigen wij u nogmaals uit voor een gesprek. 2.
de jaren 2013-2015. Vergelijking daarvan levert een duidelijk beeld op van de volumeafname zonder dat omrekenfactoren nodig zijn. Dit beeld is als volgt: 2013 Rivierenland: -36% (
de vorige berekening was dit -35%) Noord-Veluwe -27% (
de vorige berekening was dit -23%) 2014 Rivierenland: -45% (
de vorige berekening was dit -44%) Vallei/Foodvalley: -24% (
de vorige berekening was dit -24%) Noord-Veluwe: -36% (
de vorige berekening was dit -32%) 2015 (nu geheel 2015) Achterhoek: -24% Rivierenland: -51% Vallei/Foodvalley: -35% Noord-Veluwe: -41% Bijgaand treft u het volledige overzicht aan (
excel en PDF). De rood gekleurde vakken zijn volumedalingen van meer dan 20%. Bovendien blijkt uit de bijlage dat –
dien een en ander niet per perceel beschouwd zou worden – het totaalvolume
2014 een daling van 25% kent en
2015 van 33% ten opzichte van de prognose 2013. Ook
dat geval is dus sprake van (forse) overschrijdingen van de 20% volumedaling. 2.
overleg te treden over de omvang van een redelijke compensatie. De gekozen formulering dient zodanig te zijn dat daaruit geen enkele onduidelijkheid of misverstand kan voortvloeien ten aanzien van het feit dat de Provincie RVC redelijke compensatie zal bieden en dat over de omvang daarvan redelijk overleg wordt gevoerd. Enkel voor het geval niet reeds sprake zou zijn van verzuim stel ik de Provincie namens RVC bij deze
gebreke en dient voorgaand verzoek tevens beschouwd te worden als aanmaning als bedoeld
artikel 6:82 BW om § C.2 van het bestek na te komen. Onduidelijkheden dan wel voorbehouden leiden ertoe dat aan deze aanmaning niet voldaan wordt.
dat geval zal RVC die mededeling tevens opvatten als (nogmaals) een mededeling van de Provincie waaruit RVC moet afleiden dat de Provincie
de nakoming van haar verplichting zal tekortschieten, zoals bedoeld
artikel 6:83 sub c BW. Een en ander zou meebrengen dat de Provincie
ieder geval vanaf 14 dagen na heden
verzuim komt te verkeren, voor zover niet reeds sprake is van verzuim. 2.21. De Provincie is niet
gegaan op voornoemd verzoek van RVC. 3Het geschil 3.
verband met de volumedaling, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW, althans de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW, vanaf 20 april 2016, althans vanaf de datum van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening, 2. bij (tussen)vonnis de Provincie gebiedt om met RVC overleg te voeren over de omvang van een redelijke compensatie, 3.
dien partijen niet binnen zes weken na (tussen)vonnis de rechtbank schriftelijk hebben bericht dat partijen tot overeenstemming zijn gekomen, de Provincie bij (eind)vonnis veroordeelt tot het betalen van een bedrag van € 159.457,90, althans € 136.369,59, althans € 101.671,61, althans € 55.494,99, althans een door de rechtbank
goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met btw en te vermeerderen met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW, althans de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW, vanaf 20 april 2016, althans vanaf de datum van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening, subsidiair 1. zodanig uitspraak doet als zij
goede justitie vermeent te behoren, zowel primair als subsidiair
de kosten van het geding, de kosten van rechtsbijstand van RVC daaronder begrepen, te vermeerderen met de nakosten, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis, en – voor het geval voldoening van deze kosten binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over voornoemde bedragen vanaf bedoelde termijn tot aan de dag van algehele voldoening. 3.2. De Provincie voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader
gegaan. 4De beoordeling 4.1. De aan RVC door de Provincie gegunde opdracht ziet op het uitvoeren van werkzaamheden van een callcenter
het kader van Regiotaxi Gelderland. Het callcenter is verantwoordelijk voor de ritaanname, rittoedeling en rituitgifte, alsmede de
formatievoorziening aan de reiziger. RVC ontvangt krachtens de callcenterovereenkomst een vergoeding op basis van het aantal uitgevoerde en declarabele personenritten. RVC heeft
het kader van de aanbestedingsprocedure op basis van de gegevens uit het bestek een
schatting gemaakt van het callvolume en daarop haar
schrijfprijs gebaseerd. 4.2.
de kern genomen gaat het
deze zaak om de vraag of de Provincie tekortschiet
de nakoming van haar verplichting tot overleg over compensatie als bedoeld
§ C.2 van het bestek onder het kopje ‘Vervoersvolume’ (later aangevuld/uitgebreid
de eerste Nota van
lichtingen). Volgens RVC is dat het geval, nu volgens haar aan alle voorwaarden voor overleg omtrent compensatie is voldaan. Vast staat immers, zo stelt RVC, dat
veel gevallen sprake is van een afname van het vervoersvolume per jaar van meer dan 20% per perceel. RVC heeft dan ook recht op overleg, waarbij een redelijke compensatie zal moeten worden toegekend door de Provincie. De Provincie betwist dat sprake is van enige op haar rustende overlegverplichting, omdat niet aan de daaraan
het bestek gestelde voorwaarden is voldaan. 4.3. De eerste vraag die partijen verdeeld houdt, is, kort gezegd, of het gebied waarvoor de callcenterovereenkomst geldt, één perceel betreft, dan wel vijf afzonderlijke percelen, te weten Achterhoek, De Vallei, Rivierenland, Noord-Veluwe en Stedendriehoek. RVC stelt
dit verband dat het vijf afzonderlijke percelen betreft. De volumedalingen moeten volgens haar dan ook per (vervoers)perceel worden berekend. Zij verwijst naar de betreffende overlegbepaling, waarin twee keer de woorden ‘per perceel’ zijn opgenomen, alsmede naar enkele andere passages
de aanbestedingsstukken, waarin telkens ook de woorden ‘per perceel’ staan vermeld. Daartegenover stelt de Provincie met verwijzing naar de aanbestedingsstukken dat de betreffende bepaling voor iedere behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende
schrijver aldus dient te worden uitgelegd dat met ‘perceel’ wordt gedoeld op het gehele werkgebied van Regiotaxi Gelderland. Anders dan bij het verzorgen van het vervoer is bij het verzorgen van het callcenter geen uitsplitsing
verschillende percelen gemaakt. Er functioneert één callcenter met als werkgebied de gehele provincie. Er is één aanbestedingsprocedure gevoerd met één perceel, welke procedure heeft geleid tot één callcenterovereenkomst, aldus de Provincie. 4.4. Bij het antwoord op deze vraag moet allereerst
ogenschouw worden genomen hetgeen het Europese Hof van Justitie
de zaak Succhi di Frutta (HvJ 29 april 2004, zaak C-496/99 PbEG 2004 C 118) en de Hoge Raad
de zaak Van der Stroom/Staat (HR 4 november 2005, LJN AU 2806, NJ 2006, 204) hebben overwogen en als uitgangspunt voorop hebben gesteld, te weten dat het aanbestedingsrecht twee centrale beginselen kent: het beginsel van gelijke behandeling van
schrijvers en het daarvan afgeleide transparantiebeginsel. Het beginsel van gelijke behandeling van
schrijvers beoogt de ontwikkeling van een gezonde en daadwerkelijke mededinging tussen de aan de aanbestedingsprocedure voor een overheidsopdracht deelnemende ondernemingen te bevorderen en vereist dat alle
schrijvers bij het opstellen van het
hun offerte gedane voorstel dezelfde kansen krijgen: voor alle mededingers moeten dezelfde voorwaarden gelden. Het transparantiebeginsel strekt,
samenhang daarmee, ertoe te waarborgen dat elk risico van favoritisme en willekeur door de aanbestedende dienst wordt uitgebannen en impliceert dat alle voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure
het aanbestedingsbericht of
het bestek worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, opdat enerzijds alle behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende
schrijvers de juiste draagwijdte kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde wijze kunnen
terpreteren, en anderzijds de aanbestedende dienst
staat is om daadwerkelijk na te gaan of de offertes van de
schrijvers beantwoorden aan de criteria die op de betrokken opdracht van toepassing zijn. Dat brengt niet alleen mee dat alle aanbieders gelijk worden behandeld, maar ook dat zij
gelijke mate, mede met het oog op een goede controle achteraf, een duidelijk
zicht moeten hebben
de voorwaarden waaronder de aanbesteding plaatsvindt, zoals de selectiecriteria. 4.5. Daarnaast geldt dat acht dient te worden geslagen op de bewoordingen van de overlegbepaling, gelezen
het licht van de gehele tekst van alle relevante aanbestedingsstukken. Daarbij komt het aan op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin die stukken zijn gesteld. Bij die uitleg kan onder meer worden gekeken naar de elders
de aanbestedingsstukken gebruikte formuleringen. 4.6. De rechtbank constateert dat
§ A.1 van het bestek is opgenomen dat het callcenter en vervoer tegelijk worden aanbesteed.
schrijvers op het bestek callcenter mogen ook
schrijven op het bestek vervoer.
eerste
stantie worden de vervoerspercelen gegund. De partij die het vervoer van één of meerdere percelen gegund krijgt, wordt uitgesloten voor de gunning van het callcenter. Voorts is
§ A.4 opgenomen dat
bijlage 4 een
deling is opgenomen van de gemeenten per vervoersperceel en dat dit bestek beschrijft aan welke eisen het callcenter van Regiotaxi Gelderland moet voldoen en hoe de provincie en het callcenter tijdens de looptijd van het contract samen zullen werken aan de ontwikkeling van het vervoersproduct.
§ B.2 is onder meer bepaald dat eerst de vervoerspercelen worden beoordeeld en gegund en dat
schrijvers die een vervoersperceel gegund krijgen, worden uitgesloten van de beoordelingsprocedure van het perceel callcenter. § C opent met de opmerking dat dit Programma van Eisen de eisen beschrijft waaraan het callcenter van Regiotaxi Gelderland dient te voldoen.
§ C.2.1 is opgenomen dat vervoerders en callcenter na gunning een actueel overzicht ontvangen van de maatregelen die gemeenten en opdrachtgever hebben genomen en die zij nog gaan nemen. De rechtbank stelt vast dat
het bestek dus telkens onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds vervoerders/vervoerspercelen (meervoud) en anderzijds het callcenter (enkelvoud), waarbij
§ B.2 letterlijk wordt vermeld het perceel callcenter. 4.7. Een meer concreet voorbeeld hiervan is te vinden
§ C.4 van het bestek. Daarin wordt voorop gesteld dat het callcenter de
die paragraaf opgenomen passages met betrekking tot de reismogelijkheden
het geautomatiseerde systeem moet kunnen verwerken en op basis van die
formatie de ritgegevens moet vaststellen en doorsturen aan de vervoerders.
§ C.4.2 (Vervoersgebied) wordt vervolgens opgemerkt dat het vervoersgebied bestaat uit het grondgebied van de gemeenten binnen een perceel (bijlage 4) en een aantal OV-zones erom heen en dat er een aantal afwijkingen geldt voor de percelen Stedendriehoek en Achterhoek. 4.8. De rechtbank wijst ook nog op § C.8 (Uitvoering door callcenter). Daarin is
§ C.8.1 opgenomen dat het callcenter
zichtelijk dient te hebben hoeveel ritten per vervoersperceel
een tijdblok zijn gereserveerd.
§ C.8.2 is opgenomen dat voor ritten vanaf een aantal ziekenhuizen, stations of mogelijk andere drukke afspreekpunten binnen een vervoersperceel een vooraanmeldtijd geldt van 15 minuten. Betreffende ritten worden door het callcenter op 15 minuten
geboekt. Vervolgens is per perceel een aantal specifieke locaties opgesomd. 4.9. Met
achtneming van het voorgaande zal naar het oordeel van de rechtbank een normaal oplettende en goed geïnformeerde
schrijver de overlegbepaling aldus begrijpen dat het gebied waarvoor de callcenterovereenkomst geldt, één perceel betreft, en niet, zoals RVC betoogt, vijf afzonderlijke percelen. De Provincie stelt
zoverre dus terecht dat er sprake is van één callcenter met als werkgebied de gehele provincie. Dit betekent dat de overlegbepaling aldus moet worden begrepen dat partijen met elkaar
overleg kunnen treden als ze daartoe aanleiding zien,
dien de combinatie van maatregelen bij het perceel callcenter leidt tot een afname van het vervoervolume van meer dan 20% per jaar. De rechtbank overweegt
dit verband nog dat de Provincie onweersproken heeft gesteld dat RVC zelf
haar
schrijving ook geen onderscheid heeft gemaakt tussen de verschillende vervoerspercelen. Zij is uitgegaan van 1.448.279 declarabele personenritten. Dit aantal heeft RVC afgeleid van de optelsom van de
het bestek met betrekking tot de verschillende vervoerspercelen gegeven prognoses. Zo komt RVC uiteindelijk tot één tarief van € 0,63 voor het gehele werkgebied van Regiotaxi Gelderland. 4.
de eerste Nota van
lichtingen. Om de daling van het vervoersvolume te berekenen dient volgens RVC dan ook het aantal gerealiseerde zones per perceel per jaar te worden vergeleken met de prognose 2013. De Provincie stelt dat er sprake dient te zijn van een afname van het vervoersvolume van meer dan 20% per jaar, waarbij als referentie voor 2013 de gegeven prognose geldt en voor de daarop volgende jaren het vervoersvolume
het voorafgaande jaar. 4.11. De rechtbank overweegt met
achtneming van hetgeen hiervoor onder 4.4 en 4.5 is overwogen het volgende.
het bestek is de overlegbepaling aanvankelijk als volgt geformuleerd:
dien de combinatie van maatregelen leidt tot een afname van het vervoersvolume van meer dan 20% per perceel per jaar, kunnen partijen met elkaar
overleg treden als ze daartoe aanleiding zien. Als referentie geldt voor 2013 de beschreven ontwikkeling per perceel. Daarna geldt als referentie het vervoersvolume
het voorgaande jaar. Dit is dus
overeenstemming met hetgeen de Provincie betoogt. 4.12. Vervolgens heeft een van de (potentiële)
schrijvers
dit verband de volgende vraag gesteld: U wilt flexibel omgaan met het
dexjaar als norm voor het vervoersvolume. Ons voorstel is, om 2013 gedurende de looptijd van het contract te hanteren als
dexjaar. Met de door u voorgestelde
dex kunnen de uitvoerende partijen onevenredig veel benadeeld worden, bijvoorbeeld met 2 opvolgende jaren met 15% daling van volume. Gaat u akkoord met ons voorstel? Zo nee, waarom niet? Dit voorstel komt overeen met de stelling van RVC. 4.13. Het door de Provincie
de eerste Nota van
lichtingen gegeven antwoord is op het eerste gezicht niet geheel duidelijk: De opdrachtgever gaat niet akkoord met dit voorstel. Gemeenten en provincie hebben het verwachte vervoervolume geschetst op basis van huidige
zichten en maatregelen die zij gaan nemen en die het vervoervolume beïnvloeden. De opdrachtgever past deze passage aan: ‘
dien de combinatie van maatregelen gedurende de eerste drie contractjaren leidt tot een afname van het vervoersvolume per jaar van meer dan 20% per perceel, kunnen partijen met elkaar
overleg treden als ze daartoe aanleiding zien. Als referentie geldt voor 2013 de beschreven ontwikkeling per perceel’. M.a.w. als het vervoervolume niet lager is
enig jaar dan de prognose minus 20% kan een
schrijver geen aanspraak maken op compensatie. Het gaat dus niet over een maximale afname per jaar.
de opgegeven vervoervolumes is rekening gehouden met het effect van de maatregelen. De opdrachtgever monitort de ontwikkelingen
het vervoervolume actief. Enerzijds geeft de Provincie namelijk aan dat zij niet akkoord gaat met het voorstel van de vraagsteller, anderzijds schrapt zij de zinsnede “Daarna geldt als referentie het vervoersvolume
het voorgaande jaar.” De Provincie handhaaft echter wel de zinsnede “Als referentie geldt voor 2013 de beschreven ontwikkeling per perceel.”, waarna vervolgens meteen een verduidelijking volgt: “M.a.w. als het vervoervolume niet lager is
enig jaar dan de prognose minus 20% kan een
schrijver geen aanspraak maken op compensatie.” 4.14. Gelet op het feit dat de Provincie de hiervoor weergegeven zinsnede schrapt, de zinsnede over de referentie voor 2013 handhaaft, alsmede dat zij daarbij
de verduidelijking de woorden ‘
enig jaar’ en de ‘prognose minus 20%’ gebruikt, is het naar het oordeel van de rechtbank voor een normaal oplettende en goed geïnformeerde
schrijver duidelijk dat ook voor de jaren 2014 en 2015 de prognose voor 2013 als referentie heeft te gelden. De rechtbank overweegt hierbij nog dat RVC terecht erop heeft gewezen dat
de prognose voor 2013 (productie 7 bij dagvaarding) expliciet staat vermeld dat
de
schrijving van die volumes dient te worden uitgegaan en dat nergens staat vermeld dat voor latere jaren dient te worden uitgegaan van de daadwerkelijke volumes van het voorafgaande jaar. 4.15. De Provincie stelt nog dat de
de overlegbepaling opgenomen zinsnede “een afname van het vervoersvolume per jaar van meer dan 20% per perceel” aldus moet worden opgevat dat slechts aan de voorwaarde uit de betreffende bepaling wordt voldaan
dien er zowel
2013, 2014 als
2015 sprake is geweest van een afname van 20% van het vervoersvolume. De woorden ‘per jaar’ brengen naar normaal spraakgebruik met zich mee dat ieder jaar sprake moet zijn van een daling van 20%, aldus de Provincie. 4.16. De rechtbank volgt de Provincie hierin niet. Zoals RVC terecht stelt, gaat het erom dat per jaar moet worden bekeken of sprake is van 20% daling ten opzichte van de referentie. Dat ‘per jaar’ hier moet worden opgevat als ‘ieder jaar’ is onvoldoende door de Provincie onderbouwd. Zij heeft dit standpunt ook niet eerder
genomen. Dit volgt
ieder geval niet uit de
het geding gebrachte correspondentie tussen partijen. Ook
de aanbestedingsstukken zijn geen aanknopingspunten te vinden voor het door de Provincie
genomen standpunt.
tegendeel, uit de zinsnede “M.a.w. als het vervoervolume niet lager is
enig jaar dan de prognose minus 20% kan een
schrijver geen aanspraak maken op compensatie”, en met name uit de woorden ‘enig jaar’, kan juist worden afgeleid dat per jaar moet worden gekeken naar de omvang van de daling. Een andersluidende uitleg zou ook tot het ongewenste resultaat leiden dat bij een afname van het vervoersvolume van 19%
één van de jaren 2013, 2014 of 2015, terwijl de twee andere jaren wel een afname van meer dan 20% laten zien, RVC desondanks geen beroep kan doen op de overlegbepaling. Dat kan
alle redelijkheid niet de bedoeling zijn geweest. 4.17. Resumerend betekent een en ander dat de overlegbepaling aldus moet worden begrepen dat partijen met elkaar
overleg kunnen treden als ze daartoe aanleiding zien,
dien bij het perceel callcenter
de periode 2013-2015 de combinatie van maatregelen leidt tot een afname van het vervoervolume van meer dan 20%
enig jaar, waarbij voor alle jaren de gegeven prognose voor 2013 als referentie heeft te gelden. 4.18. Met deze conclusie als uitgangspunt komt de rechtbank al doorrekenend tot de volgende volumedalingen, waarbij de rechtbank uitgaat van het aantal gerealiseerde declarabele personenritten
2013, 2014 en 2015 afgezet tegen het aantal declarabele personenritten volgens de prognose 2013: jaar referentie
% 2013 1.448.279 1.323.610 -124.669 - 8,61 % 2014 1.448.279 1.185.200 -263.079 -18,16 % 2015 1.448.279 1.053.650 -394.629 -27,25 % 4.19. Hieruit volgt dat alleen
het jaar 2015 de combinatie van maatregelen heeft geleid tot een afname van het vervoersvolume van meer dan 20%, namelijk 27,25%. 4.20. De Provincie stelt dat,
dien sprake is van een afname van het vervoersvolume als bedoeld
de aanbestedingsstukken, de Provincie niet is gehouden tot het voeren van overleg, althans de Provincie
het kader van dat overleg niet is gehouden tot het toekennen van een financiële vergoeding aan RVC. Een normaal oplettende en behoorlijk geïnformeerde
schrijver kan het bestek
redelijkheid niet zo uitleggen dat de Provincie is gehouden compensatie toe te kennen
dien sprake is van een afwijking van het vervoersvolume van meer dan 20% per jaar, gelet op het feit dat
het bestek uitsluitend wordt gesproken over de voor partijen bestaande mogelijkheid om met elkaar
overleg te treden, zonder dat over de
houd en de uitkomst van dat overleg iets is bepaald, terwijl bovendien de duidelijke en kenbare strekking van het bestek is dat
schrijvers aan de prognoses geen enkele zekerheid kunnen ontlenen, rekening dienen te houden met zeer forse afwijkingen en de risico’s daarvan zelf dienen te dragen. 4.21. De rechtbank is van oordeel dat
geval van een afname van het vervoersvolume van meer dan 20%
enig jaar, partijen gehouden zijn om met elkaar
overleg te treden en dat dat overleg
ieder geval ook dient te leiden tot (enige) compensatie. De
de overlegbepaling opgenomen zinsnede “kunnen partijen met elkaar
overleg treden als ze daartoe aanleiding zien” kan hierbij niet zo worden uitgelegd dat de Provincie ondanks een afname van het vervoersvolume van meer dan 20%
enig jaar eenzijdig van overleg kan afzien omdat zij daartoe geen aanleiding ziet. Dan zou sprake zijn van een zinledige bepaling. Naar het oordeel van de rechtbank heeft RVC
dit verband dan ook met juistheid gesteld dat een
schrijver geen kostencalculatie kan maken en verantwoord een prijs kan offreren wanneer volumedalingen die voor haar rekening komen onbegrensd zijn. Juist door het opnemen van een dergelijke overlegbepaling wordt dat risico begrensd. Een andere uitleg zou
strijd zijn met de
het aanbestedingsrecht geldende beginselen van proportionaliteit, gelijkheid en transparantie,
dien zoals de Provincie betoogt, zij het geheel
eigen hand zou hebben of en zo ja met wie zij bereid zou zijn over compensatie
gesprek te gaan. 4.
overleg moeten treden, waarbij verschillende omstandigheden en aspecten
ogenschouw moeten worden genomen. 4.23. Daarbij is
de eerste plaats van belang dat naar het oordeel van de rechtbank de compensatie zich niet dient te beperken tot de afname die de 20% overschrijdt,
dit geval dus 7,25%. Een onderneming heeft vaste en variabele kosten en ergens ligt een grens waarop break-even wordt gedraaid. Het is allerminst uitgesloten dat dat punt (veel) eerder wordt bereikt dan de grens van 20%. Bovendien moet niet uit het oog worden verloren dat
2014 ook al bijna de grens van 20% is bereikt (18,16%).
beginsel dient dan ook de gehele afname van het vervoersvolume over 2015 (27,25%)
zet te zijn van het overleg tot compensatie. Daarbij komt de door RVC voorgestelde verdeling van 50%-50% de rechtbank op voorhand niet onredelijk voor. 4.24. Anderzijds moet acht worden geslagen op de effecten van de daling van de vervoersvolumes op de bedrijfsvoering van RVC.
dat kader is relevant
hoeverre RVC de mogelijkheid heeft gehad en daadwerkelijk benut om haar bedrijfsvoering aan te passen aan de gewijzigde situatie. Immers, ook
2013 had zij al te maken met een afname van de vervoersvolumes. RVC had daarop voor de volgende jaren kunnen en moeten anticiperen. Zij had bijvoorbeeld overtollig geworden personeel kunnen laten afvloeien. Ook had zij de (eventuele) overbodige capaciteit die bestemd was voor de uitvoering van de opdracht
zake Regiotaxi Gelderland kunnen gebruiken voor andere projecten. De Provincie heeft
dit verband onweersproken gesteld dat bij RVC sprake is van een flexibele technische
frastructuur waardoor medewerkers op elke gewenste locatie
Nederland kunnen werken met de systemen van RVC. De Provincie stelt dan ook terecht dat zij niet is gehouden om RVC 100% te compenseren voor de gederfde overhead en winst gerelateerd aan de omzetderving
verband met het verschil tussen het geprognosticeerde en het gerealiseerde aantal declarabele personenritten. Ook over de hoogte van dit percentage zullen partijen nader overleg moeten voeren. 4.25. Een ander aspect waarmee naar het oordeel van de rechtbank rekening moet worden gehouden betreft het door RVC verrichte meerwerk met een substantiële omvang. Dit meerwerk hield
de eerste plaats verband met het feit dat een van de vervoerders, [naam vervoerder] , per 11 februari 2015 het vervoer met betrekking tot de percelen De Vallei, Rivierenland, Stedendriehoek en Achterhoek met onmiddellijke
gang heeft gestaakt. Volgens de Provincie heeft RVC voor dit meerwerk een vergoeding ontvangen van € 31.567,39.
de tweede plaats zag dit meerwerk op werkzaamheden die noodzakelijk waren
verband met de overgang per 1 januari 2014 van het vervoer met betrekking tot het perceel Noord-Veluwe naar een andere vervoerder. 4.26. Ten slotte stelt de Provincie dat RVC
2015
verband met het staken van het vervoer door [naam vervoerder] een bedrag van € 10.511,14 heeft ontvangen als gevolg van de daling van het aantal declarabele personenritten
februari 2015. Daarbij heeft de Provincie een vergelijking gemaakt tussen het aantal ritten
februari 2014 en het aantal ritten
februari
de gelegenheid stellen om met
achtneming van de hiervoor onder 4.22 tot en met 4.26 uitgezette piketpalen met elkaar
overleg te treden ten einde te komen tot een redelijke compensatie van RVC voor het jaar 2015. Partijen kunnen daar de komende periode voor benutten. Zij kunnen vervolgens bij akte uitlating aangeven of de zaak kan worden doorgehaald op de rol (omdat zij onderling tot een redelijke compensatie zijn gekomen), dan wel of zij wensen voort te procederen.
dat laatste geval zal de rechtbank zelf de knoop doorhakken en een bedrag aan compensatie voor het jaar 2015 vaststellen. Gelet op de komende zomerperiode en het feit dat partijen met elkaar
overleg moeten treden over een kwestie waarbij verschillende aspecten en omstandigheden
ogenschouw moeten worden genomen, zal de rechtbank deze procedure geruime tijd aanhouden en de zaak naar de rol verwijzen van 18 oktober
het openbaar uitgesproken op 12 juli 2017. Coll.: MvG
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.