vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Apeldoorn zaakgegevens 4726142 \ CV EXPL 16-460 en 5062562 CV EXPL 16-3110 grosse aan: mr. Van Basten Batenburg en mr. Derksen/mr. Ter Horst afschrift aan: mr. Van der Vegt verzonden d.d.: vonnis d.d. 6 september 2017 van de kantonrechter in de zaak van [naam eiser] wonende te [woonplaats] eisende partij gemachtigde mr. M.J. van Basten Batenburg tegen de naamloze vennootschap Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V. gevestigd te Apeldoorn gedaagde partij gemachtigde mr. S. van der Vegt en in de vrijwaringszaak tussen de naamloze vennootschap Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V. gevestigd te Apeldoorn eisende partij gemachtigde mr. S. van der Vegt tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Baronie de Heer B.V., gevestigd te Rotterdam gedaagde partij, gemachtigde: mr. G.R. Derksen en mr. A. ter Horst. Partijen worden hierna [eiser] , Achmea en Baronie genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt in de hoofdzaak uit: - het tussenvonnis van 20 april 2016 waarin Achmea is toegestaan Baronie in vrijwaring op te roepen - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek - de conclusie van dupliek - de rolbeschikking van 28 december 2016 waarin partijen gelegenheid is geboden tot het houden van pleidooien; - de pleidooien, gehouden op 20 april 2017, waarbij mr. Van Basten Batenburg en mr. Van der Vegt pleitaantekeningen hebben overgelegd en waarvan overigens aantekening is gehouden door de griffier. 1.2. Het verloop van de procedure blijkt in de vrijwaringszaak uit: - de dagvaarding van waarin Baronie in vrijwaring is opgeroepen - de conclusie van antwoord - de conclusie van repliek - de conclusie van dupliek - de rolbeschikking van 28 december 2016 waarin partijen gelegenheid is geboden tot het houden van pleidooien - de pleidooien, gehouden op 20 april 2017, waarbij mr. Van der Vegt en mr. Derksen pleitaantekeningen hebben overgelegd en waarvan overigens aantekening is gehouden door de griffier. 1.3. Ten slotte is in beide zaken vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [naam] is op 1 maart 2000 in dienst getreden bij Baronie. 2.2. [naam] en Baronie hebben een pensioenovereenkomst gesloten. [naam] was verplicht deel te nemen in het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Zoetwarenindustrie en in aanvulling daarop zijn Baronie en [naam] een excedent pensioenregeling overeengekomen. 2.3. Baronie heeft ter uitvoering van de pensioenovereenkomst, een uitvoeringsovereenkomst (hierna: de uitvoeringsovereenkomst) gesloten met Achmea. In de uitvoeringsovereenkomst is onder meer het volgende opgenomen: “Doel en inhoud van de uitvoeringsovereenkomst Artikel 2 Het doel van deze uitvoeringsovereenkomst is uitvoering geven aan de verplichtingen van Baronie de Heer B.V., zoals deze voortvloeien uit de pensioenovereenkomsten. Het pensioenreglement, de Verzekeringsvoorwaarden Renteniersplan, de Betalingsvoorwaarden Renteniersplan en het tarief Renteniersplan, die als bijlage bij deze uitvoeringsovereenkomst zijn opgenomen, maken onderdeel uit van deze uitvoeringsovereenkomst. (…) Rechten en verplichtingen Artikel 4 6. Baronie de Heer BV is verplicht om de volgende informatie betreffende de deelnemers bij Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen NV te melden: - wijzigingen in de persoonlijke situatie (zoals burgerlijke staat en overlijden), voor zover die relevant zijn voor de pensioenregeling. (…) 9. Alle wijzigingen welke van belang zijn voor een juiste uitvoering van de pensioenregeling worden door Baronie de Heer B.V. binnen een periode van dertig dagen nadat de wijziging heeft plaatsgevonden, schriftelijk gemeld aan Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V. Baronie de Heer B.V. vrijwaart Achmea Pensioen- en Levensverzekeringen N.V. voor pensioenaanspraken en/of pensioenrechten van (gewezen) deelnemers, pensioengerechtigden en andere belanghebbenden als Baronie de Heer B.V. niet (tijdig) voldoet aan diens verplichtingen die uit deze uitvoeringsovereenkomst voortvloeien. Het gaat daarbij met name om de aanmeldings- en de informatieverplichtingen van Baronie de Heer B.V. ” 2.4. In het ‘Pensioenreglement Renteniersplan voor de werknemers van Baronie de Heer BV’ (hierna: het pensioenreglement), valt onder meer het volgende te lezen: “Paragraaf 1.1 Begripsbepalingen In dit reglement wordt verstaan onder: 20. Partner – (…) - (…) - de man of vrouw met wie de (gewezen) deelnemer: - duurzaam een gemeenschappelijke huishouding voert, en - met wie geen bloed- of aanverwantschap in de eerste graad bestaat, en - de (gewezen) deelnemer en de man of vrouw zijn beiden noch gehuwd noch zijn een geregistreerd partnerschap aangegaan, en - de (gewezen) deelnemer heeft aangetoond dat er gedurende vijf jaar een gezamenlijke huishouding wordt gevoerd of er is sprake van een tussen beide gesloten notarieel samenlevingscontract dat ten minste een half jaar geleden is gesloten. (…) Paragraaf 21.1. Pensioenaanspraken (…) Artikel 2.1.2 Pensioenaanspraken voor de deelnemer (…) 10 De deelnemer heeft voor zijn partner aanspraak op levenslang partnerpensioen ingaan bij overlijden van de aspirant deelnemer vóór de pensioendatum. (…) Paragraaf 5.1 Algemene bepalingen Artikel 5.1.1. Verplichtingen van de (aspirant, gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden De (aspirant, gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden die pensioenaanspraken aan dit reglement ontlenen zijn verplicht mee te werken aan een juiste uitvoering daarvan. Dit houdt onder meer in dat zij verplicht zijn alle inlichtingen en gegevens te verstrekken aan de werkgever en de pensioenuitvoerder die deze nodig achten voor een goede uitvoering van het reglement.” 2.5. [eiser] had een affectieve relatie met [naam] . Op 15 maart 2011 hebben [eiser] en [naam] en notariële samenlevingsovereenkomst gesloten. [naam] is op 11 augustus 2013 overleden. 2.6. [eiser] heeft aanspraak gemaakt op partnerpensioen. Achmea heeft deze aanspraak afgewezen. 3De vordering en het verweer In de hoofdzaak 3.1. [eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: a. voor recht zal verklaren dat aan [eiser] een partnerpensioen toekomt op basis van de pensioenovereenkomst tussen wijlen de heer [naam] en Achmea; b. Achmea zal veroordelen over te gaan tot betaling van het verschuldigde partnerpensioen aan [eiser] per datum overlijden van wijlen de heer [naam] ; c. Achmea zal veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over hetgeen verschuldigd is onder b.; d. Achmea zal veroordelen in de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van het te wijzen vonnis, tot aan de dag der algehele voldoening. 3.2. [eiser] heeft aan haar vordering - bezien in het licht van de vastgestelde feiten - zakelijk weergegeven het volgende ten grondslag gelegd. In het pensioenreglement is bepaald dat [naam] bij overlijden voor de pensioendatum aanspraak heeft op levenslang partnerpensioen voor zijn partner. [eiser] valt onder de definitie van partner zoals omschreven in het pensioenreglement. Zij heeft daarom vanaf het moment van overlijden van [naam] , recht op partnerpensioen zonder dat zij als partner bij Achmea was aangemeld. Voor het geval de rechtbank mocht aannemen dat er wel een aanmeldplicht bestond, heeft [eiser] gesteld dat Achmea haar zorgplicht heeft geschonden door daarop niet te wijzen. Ten slotte heeft [eiser] aangevoerd dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat zij geen partnerpensioen ontvangt, terwijl zij - nu zij immers onder de definitie van ‘partner’ zoals beschreven in het pensioenreglement valt - daarop wel gerechtvaardigd mocht vertrouwen. 3.3. Achmea heeft geconcludeerd dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiser] niet ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen, althans haar vorderingen af zal wijzen, althans haar haar vorderingen zal ontzeggen, zulks onder veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure. Op de inhoud van het verweer zal indien nodig in het navolgende worden ingegaan. In de vrijwaringszaak 3.4. Achmea vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: a. Baronie, zo mogelijk gelijktijdig met het te wijzen vonnis in de hoofdzaak, aanhangig onder rolnummer 4726142 CV EXPL 16-460, zal veroordelen tot betaling van een koopsom, benodigd om de pensioenuitkering waartoe Achmea in de hoofdzaak wordt veroordeeld, aan Achmea te voldoen binnen 30 dagen na betekening van dit vonnis; b. Baronie zal veroordelen in de kosten van het geding in de hoofdzaak en in de vrijwaring, een en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis en – voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening, een en ander zoor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad. 3.5. Achmea heeft - bezien in het licht van de vastgestelde feiten - zakelijk weergegeven het volgende aan haar vordering ten grondslag gelegd. In de dagvaarding heeft Achmea aan haar vordering te grondslag gelegd dat Baronie toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenis uit de uitvoeringsovereenkomst door aan Achmea niet te melden dat [naam] een partner had. Als in de hoofdzaak zal worden geoordeeld dat Achmea gehouden is aan [eiser] partnerpensioen te betalen, dan lijdt Achmea door deze tekortkoming van Baronie schade. In de conclusie van repliek heeft Achmea de primaire grondslag van haar vordering gewijzigd, in die zin dat zij haar vordering primair baseert op het bepaalde in artikel 4 lid 9 van de uitvoeringsovereenkomst. Daarin is bepaald dat Baronie Achmea dient te vrijwaren voor pensioenaanspraken van (gewezen) deelnemers als Baronie niet voldoet aan haar verplichtingen uit de uitvoeringsovereenkomst. 3.6. Baronie heeft geconcludeerd dat de kantonrechter Achmea niet ontvankelijk zal verklaren in haar vorderingen, dan wel deze vorderingen zal afwijzen, met veroordeling van Achmea in de kosten van het geding, zulks uitvoerbaar bij voorraad. Op de inhoud van het verweer zal indien nodig in het navolgende worden ingegaan. 4De beoordeling In de hoofdzaak 4.1. Vooropgesteld wordt dat de vordering van [eiser] een vordering is die voortvloeit uit het pensioenreglement, in dit geval het door Achmea opgestelde ‘Pensioenreglement Renteniersplan voor de werknemers van Baronie de Heer BV’. Het pensioenreglement regelt immers de verhouding tussen Achmea en (onder andere) [naam] . Voor zover [eiser] in haar petitum van de dagvaarding vordert te verklaren voor recht dat haar een partnerpensioen toekomt op basis van de ‘pensioenovereenkomst’ tussen [naam] en Achmea, gaat de kantonrechter er - gelet op hetgeen zij aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd - van uit dat zij bedoeld heeft te vorderen te verklaren voor recht dat zij recht heeft op partnerpensioen op basis van het door Achmea opgestelde ‘pensioenreglement’ (dat is gebaseerd op de pensioenovereenkomst tussen [naam] en Baronie). 4.2. Centraal in dit geding staat de vraag of [eiser] recht heeft op een partnerpensioen. [eiser] heeft aangevoerd dat zij onder het begrip ‘partner’ valt zoals omschreven in het pensioenreglement en dat in het pensioenreglement is bepaald dat indien de deelnemer ( [naam] ) voor de pensioendatum overlijdt, de deelnemer aanspraak heeft op levenslang pensioen voor zijn partner. 4.3. Achmea heeft zich op het standpunt gesteld dat [eiser] geen recht heeft op partnerpensioen. In de kern komt het verweer van Achmea er op neer dat [naam] [eiser] had moeten aanmelden als partner. Omdat dat niet is gebeurd, en [eiser] daardoor niet als partner bekend was bij Achmea, heeft zij geen recht op partnerpensioen. Volgens Achmea volgt deze aanmeldplicht uit de algemene informatieverplichting zoals opgenomen in artikel 5.1.1 van het pensioenreglement, artikel 15 van de bij het pensioenreglement behorende verzekeringsvoorwaarden, de definitie van het begrip ‘partner’ in het pensioenreglement en de grondslag van de verzekering die wordt gevormd door de door de verzekeringnemer en de verzekerde aan Achmea verstrekte gegevens. De kantonrechter overweegt hierover als volgt. Uitleg pensioenreglement 4.4. In artikel 5.1.1 van het pensioenreglement is - kort gezegd - opgenomen dat de deelnemer verplicht is alle inlichtingen en gegevens te verstrekken die de pensioenuitvoerder nodig acht voor een goede uitvoering van het reglement. [eiser] heeft weersproken dat hierin is te lezen dat [naam] haar als partner aan had moeten melden bij Achmea. En uit het partnerbegrip volgt volgens Achmea dat alleen de deelnemer bij leven kan aantonen dat er sprake is van een partner in de zin van het pensioenreglement. Dat brengt volgens Achmea met zich dat er sprake is van een aanmeldplicht. Tussen partijen bestaat derhalve een geschil over de uitleg van artikel 5.1.1. en de definitie van het begrip partner uit het pensioenreglement. 4.4.1. Bij de uitleg van een pensioenreglement dat door Achmea is opgesteld en de rechtspositie van derden (waaronder [naam] / [eiser] ) beïnvloedt, komt het niet aan op een louter taalkundige uitleg, maar dient het te gaan om een uitleg naar objectieve maatstaven, waarbij onder meer acht kan worden geslagen op de elders in het pensioenreglement gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de afzonderlijke tekstinterpretaties zouden leiden. 4.4.2. Vast staat dat het pensioenreglement geen expliciete aanmeldingsplicht bevat, in die zin dat in dat in het pensioenreglement niet expliciet is opgenomen dat een partner moet worden aangemeld. Hoewel aan Achmea kan worden toegegeven dat artikel 5.1.1. op een [naam] de verplichting legde informatie aan Achmea te verschaffen, is de kantonrechter van oordeel dat deze informatieplicht zodanig ruim is omschreven, dat enkel daarin niet kan worden gelezen dat [naam] zijn partner aan had moeten melden. In de definitiebepalingen van het partnerbegrip is dat - zoals door Achmea betoogd - evenmin te lezen. Hoewel Achmea heeft aangevoerd dat hierin is opgenomen dat slechts de (gewezen) deelnemer kan aantonen dat sprake is van een notariële samenlevingsovereenkomst, hetgeen volgens Achmea impliceert dat dit slechts door [naam] had kunnen worden gedaan en niet achteraf door de partner, ziet Achmea hierbij over het hoofd dat het feit dat sprake is van een notarieel samenlevingscontract volgens de tekst van het pensioenreglement voldoende is. De deelnemer dient slechts in het geval sprake is van vijf jaar durende gezamenlijke huishouding aan te tonen dat daarvan sprake is. De kantonrechter leidt dat af uit het feit dat er na het woord “of” “er is sprake” staat en niet “er sprake is”. Indien dat laatste het geval was geweest, zou er hebben gestaan dat “de (gewezen) deelnemer heeft aangetoond dat er (…) of dat er sprake is van een tussen beide gesloten notarieel samenlevingscontract”. Nu dat er niet staat, dient er uit deze tekst te worden afgeleid dat de deelnemer niet aan hoeft te tonen dat er sprake is van een notarieel samenlevingscontract maar kan een ieder die er belang bij heeft stellen dat sprake is van een notarieel samenlevingscontract, ook achteraf. In ieder geval kan daaruit naar het oordeel van de kantonrechter niet worden afgeleid dat [naam] [eiser] als partner aan had moeten melden. 4.4.3. Achmea heeft voorts nog aangevoerd dat uit het pensioenreglement voortvloeit dat er voor het partnerpensioen een verzekering dient te worden afgesloten door de werkgever en dat er geen recht op pensioen bestaat indien het risico niet is aanvaard, maar heeft nagelaten te stellen waaruit een en ander concreet volgt. In zoverre heeft zij haar verweer onvoldoende onderbouwd. Ten aanzien van de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen hebben partijen geen stellingen betrokken. 4.4.4. Partijen hebben voorts over en weer een beroep gedaan op de Uniforme Pensioen Overzichten (UPO’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.