RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummer: AWB 17/5825 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 9 november 2017, op het verzoek van de burgemeester van de gemeente [woonplaats] , verzoeker, om opheffing op grond van artikel 8:87 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) van de bij uitspraak van 30 maart 2017, reg.nr. AWB 17/1169, getroffen voorlopige voorziening in het geding tussen: [verzoeker] en [verzoeker] , te [woonplaats] , hierna: belanghebbenden en de burgemeester van de gemeente Nunspeet. Procesverloop Bij besluit van 27 oktober 2016 heeft verzoeker op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet het bevel gegeven tot onvrijwillige in beslag name van [hond] , de hond van belanghebbenden en tot het laten beoordelen van [hond] door een gedragsdeskundige. Bij besluit van 6 februari 2017 (hierna: het bestreden besluit) heeft verzoeker besloten [hond] te herplaatsen en niet aan belanghebbenden terug te geven. Belanghebbenden hebben bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit en hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Bij uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 maart 2017 is dit verzoek toegewezen op de in deze uitspraak gestelde voorwaarden. Bij besluit van 21 juni 2017 heeft verzoeker de bezwaren van belanghebbenden ongegrond verklaard. Hiertegen hebben belanghebbenden beroep (zaaknummer: AWB 17/3937) ingesteld bij de rechtbank. Bij brief van 31 oktober 2017 heeft verzoeker verzocht om opheffing van de schorsing van het bestreden besluit. Dit verzoek is behandeld op de zitting van 9 november
- Verzoeker is verschenen bij [verzoeker]. Belanghebbenden zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Als derde belanghebbenden zijn verschenen [belanghebbende] , [belanghebbende] en [belanghebbende] en [belanghebbende] met echtgenote. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De voorzieningenrechter: heft de bij uitspraak van 30 maart 2017 getroffen voorlopige voorziening op onder de voorwaarde dat [hond] niet wordt herplaatst tot uitspraak is gedaan op het beroep (zaaknummer: AWB 17/3937) van belanghebbenden; bepaalt dat de griffier van de rechtbank het door verzoeker betaalde griffierecht ten bedrage van € 333 aan hem vergoedt. Overwegingen Een van de voorwaarden waaronder de voorzieningenrechter het bestreden besluit had geschorst was de voorwaarde dat belanghebbenden [hond] in overleg met [trainer] een (gedrags)training zouden laten volgen die voldeed aan de door [trainer] te stellen voorwaarden. Deze voorwaarde was noodzakelijk in het belang van de openbare orde. Bij brief van 30 oktober 2017 heeft [trainer] verzoeker gemeld dat hij de training met ingang van 24 oktober 2017 heeft stopgezet omdat belanghebbenden de afspraken structureel niet nakwamen en niet openstonden voor zijn adviezen. Er was al geruime tijd niet meer met [hond] getraind. [trainer] achtte het onverantwoord om de huidige situatie door te laten lopen. Op 26 oktober 2017 heeft P.J. Horstman, ambtenaar directie Vergunningen, Toezicht en Handhaving, een bezoek gebracht aan de woning van belanghebbenden. Hij heeft gesproken met [verzoeker] , die hem vertelde dat zij samen met [hond] haar huis was ontvlucht en elders verbleef. Zij gaf verder aan dat zij niet tevreden was met de manier van instructie geven van [trainer] en dat zij op zoek was naar een andere instructeur. Omdat belanghebbenden zich niet hebben gehouden aan de voorwaarde over de (gedrags)training van [hond] ziet de voorzieningenrechter in het belang van de openbare orde aanleiding de voorlopige voorziening op te heffen, zij het onder de beperking dat verzoeker niet overgaat tot herplaatsing van [hond] totdat op het beroep van belanghebbenden zal zijn beslist. De voorzieningenrechter heeft verder aanleiding gezien het door verzoeker betaalde griffierecht met toepassing van artikel 8:87, derde lid, van de Awb door de griffier van de rechtbank aan verzoeker te vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. Tj. Gerbranda, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van W.C. Knoester, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 november
- griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.