← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2017:6088

vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaakgegevens 6195988 \ CV EXPL 17-10429 \ 693 \ 32568 uitspraak van 15 november

  1. vonnis in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Direct Pay Services B.V. gevestigd te Barendrecht eisende partij gemachtigde Webcasso B.V. tegen [gedaagde partij] wonende te [woonplaats] gedaagde partij procederend in persoon Partijen worden hierna Direct Pay en [gedaagde partij] genoemd. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 8 juni 2017 met producties - de mondelinge conclusie van antwoord - de schriftelijke aanvullende conclusie van antwoord met producties - de conclusie van repliek met producties, tevens houdende vermindering van eis - de schriftelijke conclusie van dupliek met producties - de mondelinge aanvullende conclusie van dupliek. 2De feiten 2.
  2. Direct Pay heeft bij brief van 17 februari 2017 [gedaagde partij] geïnformeerd dat zij een vordering met een bedrag van € 130,99 van Essent heeft overgenomen. Hierbij wordt ook verzocht om betaling van de vordering. 2.
  3. Bij brief van 14 juni 2017 heeft Direct Pay een specificatie van haar vordering aan [gedaagde partij] gezonden. 2.
  4. [gedaagde partij] heeft op 15 juni 2017 een bedrag van € 130,99 betaald aan Direct Pay. 3De vordering en het verweer 3.
  5. Direct Pay vordert, na vermindering van eis, dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde partij] veroordeelt om aan haar te betalen € 41,24, met veroordeling van [gedaagde partij] in de proceskosten. De vordering bestaat uit een bedrag van € 130,99 aan hoofdsom, € 1,24 aan verschenen rente en € 40,00 aan buitengerechtelijke kosten. Dit bedrag is verminderd met € 130,99 door de betaling van [gedaagde partij] van 15 juni
  6. 3.
  7. Direct Pay baseert haar vordering, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, op de volgende – zakelijk weergegeven – stellingen. [gedaagde partij] heeft de factuur van € 130,99 pas voldaan nadat hij gedagvaard was, waardoor hij nog wel de verschenen rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten moet vergoeden. 3.
  8. [gedaagde partij] voert gemotiveerd verweer dat – beknopt weergegeven – neerkomt op het volgende. Na contact met Essent is toegezegd dat er geen schuld meer was, aldus . Nadat Direct Pay een aanmaning heeft gezonden, was niet duidelijk waar deze overgenomen vordering van Essent op zag. Vanwege de onduidelijkheid is er meerdere keren om een specificatie gevraagd, onder andere bij mail van 2 maart
  9. De specificatie is pas bij brief van 14 juni 2017 gekomen, waarna het openstaande bedrag van € 130,99 de dag erna is overgemaakt, aldus [gedaagde partij] . 4De beoordeling 4.
  10. Na de betaling van de hoofdsom door [gedaagde partij] spitst het geschil zich toe op de beantwoording van de vraag of [gedaagde partij] buitengerechtelijke kosten, proceskosten en verschenen rente verschuldigd is. 4.
  11. Ten aanzien van de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten overweegt de kantonrechter als volgt. Teneinde de gevorderde hoofdsom van € 130,99 te incasseren van [gedaagde partij] heeft Direct Pay een aanmaningsbrief gestuurd op 17 februari
  12. Hierin staat geen specificatie van de vordering. Gesteld noch gebleken is dat Direct Pay de vordering – ondanks herhaalde verzoeken van [gedaagde partij] – heeft gespecificeerd voordat zij [gedaagde partij] heeft gedagvaard. Gelet op het voorgaande en het feit dat Direct Pay zelfs bij dagvaarding nog geen stukken heeft overgelegd waardoor de vordering overzichtelijk wordt gemaakt, terwijl zij hiertoe volgens de regels van het procesrecht wel gehouden is, komt het de kantonrechter naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geraden voor om Direct Pay de gevorderde proceskosten en buitengerechtelijke kosten zelf te laten dragen. Dit gedeelte van de vordering wordt afgewezen. 4.
  13. Omdat Direct Pay pas bij brief van 14 juni 2017 duidelijkheid heeft verschaft over de vordering, wordt de gevorderde verschenen rente afgewezen. 4.
  14. [gedaagde partij] vraagt om een vergoeding van de gemaakte kosten om zijn verweer op te stellen. Op grond van artikel 238 Rv heeft [gedaagde partij] in dit verband alleen recht op de noodzakelijke reis- en verblijfkosten en noodzakelijke verletkosten. Aangezien [gedaagde partij] de rolzittingen in persoon heeft bijgewoond, worden deze kosten begroot op € 100,
  15. 5De beslissing De kantonrechter 5.
  16. wijst de vordering af; 5.
  17. veroordeelt Direct Pay in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [gedaagde partij] begroot op € 100,00 aan reis- en verletkosten. Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. A.J. Weerkamp-Beens en in het openbaar uitgesproken op

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.