RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer : 05/760103-16 Datum uitspraak : 18 december 2017 Tegenspraak vonnis van de meervoudige militaire kamer in de zaak van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen [verdachte] geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] raadsvrouw: mr. T.H. ten Wolde, advocaat te Arnhem. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 17 juli 2017 en 18 december
- 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 14 februari 2016 te Stadskanaal [naam 1] heeft mishandeld door die [naam 1] , tijdens een waterpolo-wedstrijd een/of meermalen met kracht, opzettelijk, met gebalde vuist(en) op en/of tegen het hoofd te slaan en/of te stompen, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, althans enig letsel, te weten licht traumatisch schedel/hersenletsel(postcommotionele problemen zoals hoofdpijn, aandacht- en concentratiestoornissen) ten gevolge heeft gehad. 2Overwegingen ten aanzien van het bewijs De feiten Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld. Tijdens een waterpolowedstrijd op 14 februari 2016 in Stadskanaal behoorden verdachte en [naam 1] (hierna: [naam 1] ) elk tot het andere team. Op een moment tijdens die wedstrijd dat [naam 1] de bal in bezit had en verdachte probeerde de bal bij [naam 1] weg te krijgen, ontstond een aanraking tussen beiden. Hierbij werd [naam 1] tegen het hoofd geraakt. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling door meermalen tegen het hoofd van [naam 1] te stompen. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit. Beoordeling door de militaire kamer Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de militaire kamer gebleken dat [naam 1] tijdens de waterpolowedstrijd op 14 februari 2016 hoofdletsel heeft opgelopen, welk hoofdletsel voor hem langdurige en vervelende gevolgen heeft gehad. De militaire kamer heeft tijdens het onderzoek ter terechtzitting ook geconstateerd dat uit de inhoud van de wettige bewijsmiddelen naar voren komt dat dit hoofdletsel kan zijn ontstaan door drie verschillende oorzaken. Allereerst is door verschillende getuigen, die kunnen worden aangemerkt als aanhangers van het waterpoloteam van [naam 1] , verklaard dat verdachte die [naam 1] meermalen tegen het hoofd heeft geslagen of gestompt. Ten tweede is door verdachte en door andere getuigen, die kunnen worden aangemerkt als aanhangers van het waterpoloteam van verdachte, verklaard dat verdachte niet heeft geslagen/gestompt tegen het hoofd van [naam 1] , maar dat [naam 1] een kopstoot tegen het hoofd van verdachte heeft gegeven. Ten derde is - later in de tuchtprocedure bij de KNZB - door de scheidsrechter [naam 2] gerapporteerd dat [naam 1] de bal achter zich had en dat verdachte, die met zijn gezicht richting [naam 1] lag, onbeheerste slaande bewegingen richting het water heeft gemaakt. Op grond van het voorgaande komt de militaire kamer tot de conclusie dat het hoofdletsel van [naam 1] op verschillende manieren kan zijn veroorzaakt: door onbeheerste zwembewegingen, dan wel door slaan/stompen door verdachte, dan wel door een kopstoot door [naam 1] zelf. Geen van deze mogelijke oorzaken wordt in voldoende mate uitgesloten door de inhoud van de bewijsmiddelen. Dat betekent dat de militaire kamer niet de overtuiging heeft verkregen dat verdachte [naam 1] heeft geslagen en/of gestompt, zodat vrijspraak moet volgen.
- De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel [naam 1] heeft zich in het strafproces als benadeelde partij gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding tot een bedrag van € 1.598,98 ter zake van het ten laste gelegde feit. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft geadviseerd de vordering deels toe te wijzen en deels niet-ontvankelijk te verklaren, met vordering van de schadevergoedingsmaatregel. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in diens gehele vordering bepleit. Beoordeling door de rechtbank Nu de militaire kamer verdachte geheel zal vrijspreken van het ten laste gelegde, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard ten aanzien van de gehele vordering. 4De beslissingen De meervoudige militaire kamer: spreekt verdachte vrij van het ten laste gelegde. De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [naam 1] De meervoudige militaire kamer: verklaart de benadeelde partij [naam 1] niet-ontvankelijk. Dit vonnis is gewezen door mr. J.B.J. Driessen (voorzitter) en mr. P.C. Quak, rechters, en Kolonel mr. H.C.M. Snellen, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. L. Ruizendaal-van der Veen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 18 december 2017.