← Nederland

ECLI:NL:RBGEL:2018:1156

vonnis RECHTBANK GELDERLAND Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Arnhem zaaknummer / rolnummer: C/05/331598 / KG ZA 18-9 Vonnis in kort geding van 2 maart 2018 in de zaak van [eiser] IN HAAR HOEDANIGHEID ALS WETTELIJK VERTEGENWOORDIGSTER VAN HAAR MINDERJARIGE ZOON [naam minderjarige], wonende te Velp, eiser, advocaat mr. P.M. de Vries te Amsterdam, tegen de stichting STICHTING SINT MAARTENSKLINIEK, gevestigd te Ubbergen, gedaagde, advocaat mr. K. Mous te Nijmegen. Partijen zullen hierna [eiser] en de Sint Maartenskliniek worden genoemd. 1De verdere beoordeling van het geschil 1.

  1. Op 20 februari 2018 is in deze zaak een tussenvonnis gewezen. De voorzieningenrechter blijft daarbij en verwijst naar hetgeen in dat vonnis is overwogen. In het tussenvonnis is bepaald dat de Sint Maartenskliniek het medisch dossier van [naam 1] met betrekking tot de periode 19 januari 2016 tot en met 31 januari 2016 binnen een week na de datum van dat vonnis aan de voorzieningenrechter diende toe te zenden, met een voorstel voor passages in het dossier die zij onzichtbaar wenst te maken met een beroep op artikel 7:457 BW. De Sint Maartenskliniek heeft vervolgens tijdig een afschrift van het betreffende dossier met gemarkeerde passages aan de voorzieningenrechter toegestuurd. 1.
  2. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Artikel 7:457 BW bepaalt in welke situatie een medisch dossier aan een ander dan de patiënt ter beschikking kan worden gesteld. Dit artikel maakt duidelijk dat daarbij in geen geval informatie mag worden vrijgegeven waardoor de persoonlijke levenssfeer van een ander wordt geschaad. De passages die de Sint Maartenskliniek heeft gemarkeerd, hebben voor het overgrote deel betrekking op de persoonlijke levenssfeer van een ander dan [naam 1]. Voor een ander deel gaat het om passages die betrekking hebben op de persoonlijke levenssfeer van [naam 1] zelf, maar die op zichzelf niet relevant zijn voor de beoordeling van de medische (gezondheids)toestand van [naam 1] in de periode rondom het verlijden van zijn testament op 20 januari
  3. Inzage door [eiser] in de hiervoor bedoelde passages zou de persoonlijke levenssfeer van [naam 1] en een derde schaden. Daarom staat de voorzieningenrechter toe dat de gemarkeerde passages uit het medisch dossier van [naam 1] met betrekking tot de periode 19 januari 2016 tot en met 31 januari 2016 onzichtbaar worden gemaakt, alvorens dit dossier aan [eiser] wordt verstrekt. De Sint Maartenskliniek zal daartoe hierna dan ook worden veroordeeld en de vordering die [eiser] in dat verband heeft ingesteld zal aldus worden toegewezen. Voor het opleggen van een dwangsom ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding, omdat verwacht mag worden dat de Sint Maartenskliniek dit vonnis vrijwillig zal naleven. 1.
  4. De Sint Maartenskliniek zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Deze kosten worden aan de zijde van [eiser] tot de uitspraak van dit vonnis begroot op: griffierecht € 79,00 salaris advocaat € 816,00 Totaal € 895,00 Wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag is een kostenveroordeling met de verplichting tot betaling van de exploot- en/of advertentiekosten aan de griffier niet mogelijk. 2De beslissing De voorzieningenrechter 2.
  5. veroordeelt de Sint Maartenskliniek binnen één week na de datum van dit vonnis aan [eiser] afschrift van het bij haar aanwezige medisch dossier van [naam 1], geboren op [datum] te [woonplaats], met betrekking tot de periode 19 januari 2016 tot en met 31 januari 2016, waarin de door haar gemarkeerde passages onzichtbaar zijn gemaakt, aan [eiser] te verstrekken, 2.
  6. veroordeelt de Sint Maartenskliniek tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 895,00, waarin begrepen € 79,00 aan griffierecht en € 816,00 aan salaris advocaat, 2.
  7. bepaalt dat de Sint Maartenskliniek deze kosten moet betalen aan de advocaat van [eiser]; 2.
  8. verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad, 2.
  9. wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.H.J. Krijnen op 2 maart 2018.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.