RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummer : 05/760110-17 Datum zitting : 05 maart 2018 Datum uitspraak: 19 maart 2018 Verstek Uitspraak van de meervoudige militaire kamer in de zaak van de officier van justitie van het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen naam : [veroordeelde] (hierna te noemen: veroordeelde), geboren op : 7 [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] , [adres] . 1De inhoud van de vordering De officier van justitie vordert dat de rechtbank, conform artikel 36 e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel voorlopig wordt geschat op € 9034,
- 2De procedure Ter terechtzitting van 5 maart 2018 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aanhangig gemaakt. 3Het onderzoek ter terechtzitting De zaak is op 5 maart 2018 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is veroordeelde niet verschenen. De officier van justitie, mr. S. Wiarda, heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering. 4De beoordeling van de vordering Bij de beoordeling van de onderhavige vordering heeft de militaire kamer kennisgenomen van het op 19 maart 2018 tegen veroordeelde gewezen vonnis. De militaire kamer is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten. De beslissing dat veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Anders dan de officier van justitie is de militaire kamer van oordeel, dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden geschat op € 8528,
- Hiertoe is van belang dat het gaat om de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel met betrekking tot een auto die verdachte zelf zou hebben gehad. Het gaat niet om de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel met betrekking tot de voertuigen die verdachte daadwerkelijk heeft gebruikt. Gelet op zijn financiële situatie is aannemelijk dat verdachte een kleine auto (mini klasse) zou hebben gehad, die zo min mogelijk zou kosten in het gebruik. Verdachte heeft 23.691,6 kilometer op kosten van zijn werkgever gereden. Uitgaande van € 0,36 per kilometer, hetgeen in het algemeen gehanteerd wordt voor een miniklasse voertuig, bedraagt het wederrechtelijk verkregen voordeel €8528,
- 5De toegepaste wettelijke bepalingen De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. 6De beslissing Stelt vast het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op een bedrag van € 8528,98 (zegge: achtduizendvijfhonderdachtentwintig euro en achtennegentig cent). Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 8528,98 (zegge: achtduizendvijfhonderdachtentwintig euro en achtennegentig cent). Aldus gegeven door mr. J.B.J. Driessen (voorzitter), mr. I.D. Jacobs, rechter en kolonel mr. H.C.M. Snellen, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. A. Bril, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 maart
- Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de Koninklijke Marechaussee, district Noord-Oost, brigade Veluwe, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27NV/17-000668, gesloten op 15 juni 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.