RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Arnhem Parketnummers : 05/862577-13, 05/985001-14 (ttz gev.) en 05/780122-16 (ttz gev.) Datum uitspraak : 5 april 2018 Tegenspraak vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland tegen [verdachte 1] , geboren op [geboortedatum 1] 1959 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] raadsvrouw: mr. W. Oosterbaan-Van Veen, advocaat te Ede. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 20 oktober 2016, 13 maart 2018, 15 maart 2018 en 22 maart 2018. 1De inhoud van de tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: Parketnummer 05/862577-13 (onderzoek 08 Geld) hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 maart 2009 tot en met 31 december 2013, te Heerewaarden, gemeente Maasdriel en/of Hoenzadriel, gemeente Maasdriel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk a.
- a)1196,90 Euro, althans 810,09 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
- b)7095,51 Euro, althans 4242,72 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of
- c)3983,09 Euro, althans 2864,09 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of
- d)1274,47 Euro, althans 89,00 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of
- e)1789,49 Euro, althans 1411,85 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of
- f)6468,17 Euro, althans 4924,82 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] en/of
- g)446,60 Euro, althans 93,68 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of
- h)2896,22 Euro, althans 1697,33 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] en/of i.
- i)3015,99 Euro, althans 1467,10 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of
- j)656,34 Euro, althans 136,34 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13] en/of
- k)6923,73 Euro, althans 3557,90 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] en/of
- l)5295,71 Euro, althans 4471,55 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 16] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(
- e)geld verdachte en/of zijn mededader(
- s)(telkens) anders dan door misdrijf, te weten in het kader van (schuld)hulpverlening/bemiddeling en/of budgetbeheer, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt: de [naam 1] en/of [naam 2] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 maart 2009 tot en met 31 december 2013, te Heerewaarden, gemeente Maasdriel en/of Hoenzadriel, gemeente Maasdriel, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk a.
- a)1196,90 Euro, althans 810,09 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of
- b)7095,51 Euro, althans 4242,72 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of
- c)3983,09 Euro, althans 2864,09 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of
- d)1274,47 Euro, althans 89,00 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of
- e)1789,49 Euro, althans 1411,85 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of
- f)6468,17 Euro, althans 4924,82 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] en/of
- g)446,60 Euro, althans 93,68 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] en/of
- h)2896,22 Euro, althans 1697,33 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] en/of i.
- i)3015,99 Euro, althans 1467,10 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of
- j)656,34 Euro, althans 136,34 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13] en/of
- k)6923,73 Euro, althans 3557,90 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] en/of
- l)5295,71 Euro, althans 4471,55 Euro, in elk geval geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 16] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan voornoemde Stichtingen, welk(
- e)geld verdachte en/of die Stichtingen (telkens) anders dan door misdrijf, te weten in het kader van (schuld)hulpverlening/bemiddeling en/of budgetbeheer, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; tot het plegen van welk(
- e)bovenomschreven strafbare feit(
- en)verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(
- en)verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven; meer subsidiair hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 maart 2009 tot en met 31 december 2013, te Heerewaarden, gemeente Maasdriel en/of te Hoenzadriel, gemeente Maasdriel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, a.
- a)[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 1196,90 Euro, althans 810,09 Euro, in elk geval geld en/of
- b)[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 7095,51 Euro, althans 4242,72 Euro, in elk geval geld en/of
- c)[slachtoffer 5] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 3983,09 Euro, althans 2864,09 Euro, in elk geval geld en/of
- d)[slachtoffer 6] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 1274,47 Euro, althans 89,00 Euro, in elk geval geld en/of
- e)[slachtoffer 7] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 1789,49 Euro, althans 1411,85 Euro, in elk geval geld en/of
- f)[slachtoffer 8] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 6468,17 Euro, althans 4924,82 Euro, in elk geval geld en/of
- g)[slachtoffer 9] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 446,60 Euro, althans 93,68 Euro, in elk geval geld en/of
- h)[slachtoffer 10] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 2896,22 Euro, althans 1697,33 Euro, in elk geval geld en/of i.
- i)[slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 3015,99 Euro, althans 1467,10 Euro, in elk geval geld en/of
- j)[slachtoffer 13] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 656,34 Euro, althans 136,34 Euro, in elk geval geld en/of
- k)[slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 6923,73 Euro, althans 3557,90 Euro, in elk geval geld en/of
- l)[slachtoffer 16] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 5295,71 Euro, althans 4471,55 Euro, in elk geval geld, hebbende verdachte en/of zijn mededader(
- s)toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid -zich voorgedaan als bonafide (schuld)hulpverleners/bemiddelaars en/of budgetbeheerder(
- s)en/of -aangegeven dat de rekeningen en/of de vaste lasten en/of het huishoudgeld voor voornoemde personen zou worden beheerd en/of geregeld en/of -dat alle betalingen/rekeningen door verdachte en/of verdachte's mededaders(
- s)en/of de stichting budgetbeheersdienst zouden worden verricht voor bovengenoemde personen en/of -dat voornoemde personen hun inkomsten moesten overmaken naar verdachte en/of verdachte's mededader(s), althans hun inkomsten op een door de verdachte(n)beheerde rekening van de [naam 3] moesten overmaken en/of -(telkens) aan voornoemde personen aangegeven dat er een regeling was getroffen met de schuldeiser(
- s)en/of de vaste lasten waren betaald, waardoor voornoemde personen (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte; meest subsidiair: de [naam 1] en/of [naam 2] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 maart 2009 tot en met 31 december 2013, te Heerewaarden, gemeente Maasdriel en/of te Hoenzadriel, gemeente Maasdriel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(
- en)wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, a.
- a)[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 1196,90 Euro, althans 810,09 Euro, in elk geval geld en/of
- b)[slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 7095,51 Euro, althans 4242,72 Euro, in elk geval geld en/of
- c)[slachtoffer 5] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 3983,09 Euro, althans 2864,09 Euro, in elk geval geld en/of
- d)[slachtoffer 6] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 1274,47 Euro, althans 89,00 Euro, in elk geval geld en/of
- e)[slachtoffer 7] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 1789,49 Euro, althans 1411,85 Euro, in elk geval geld en/of
- f)[slachtoffer 8] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 6468,17 Euro, althans 4924,82 Euro, in elk geval geld en/of
- g)[slachtoffer 9] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 446,60 Euro, althans 93,68 Euro, in elk geval geld en/of
- h)[slachtoffer 10] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 2896,22 Euro, althans 1697,33 Euro, in elk geval geld en/of i.
- i)[slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 3015,99 Euro, althans 1467,10 Euro, in elk geval geld en/of
- j)[slachtoffer 13] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 656,34 Euro, althans 136,34 Euro, in elk geval geld en/of
- k)[slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 6923,73 Euro, althans 3557,90 Euro, in elk geval geld en/of
- l)[slachtoffer 16] heeft/hebben bewogen tot afgifte van 5295,71 Euro, althans 4471,55 Euro, in elk geval geld, hebbende voornoemde stichting(
- en)toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid -zich voorgedaan als bonafide (schuld)hulpverlener(s)/bemiddelaars en/of budgetbeheerder(
- s)en/of -aangegeven dat de rekeningen en/of de vaste lasten en/of het huishoudgeld voor voornoemde personen zou worden beheerd en/of geregeld en/of -dat alle betalingen/rekeningen door voornoemde Stichting(
- en)zouden worden verricht voor bovengenoemde personen en/of -dat voornoemde personen hun inkomsten moesten overmaken naar de bankrekening van voornoemde Stichting(
- en)en/of -(telkens) aan voornoemde personen aangegeven dat er een regeling was getroffen met de schuldeiser(
- s)en/of de vaste lasten waren betaald, waardoor voornoemde personen (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte; tot het plegen van welk(
- e)bovenomschreven strafbare feit(
- en)verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(
- en)verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven; uiterst subsidiair: hij in of omstreeks de periode van 12 maart 2009 tot en met 31 december 2013, te Heerewaarden, gemeente Maasdriel en/of te Hoenzadriel, gemeente Maasdriel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een voorwerp, te weten (in totaal) 15.834,20 Euro en/of 27.142,17 Euro, althans een hoeveelheid geld, heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp, te weten (in totaal) 15.834,20 Euro en/of 27.142,17 Euro, althans een hoeveelheid geld, gebruik heeft gemaakt, terwijl hij wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf; Parketnummer 05/985001-14 (onderzoek Arend) De besloten vennootschap [naam 4] (hierna ook te noemen de B.V.), zich op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2013 tot en met 26 mei 2014 in de gemeente Maasdriel en/of 's-Gravenhage, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) heeft beziggehouden met schuldbemiddeling als bedoeld in artikel 47 lid 2 van de Wet op het consumentenkrediet, immers heeft/hebben, de B.V. en/of (één of meer van) haar medeverdachte(n), toen aldaar - zakelijk weergegeven - (telkens) in de uitoefening van [naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 6] , anders dan door het aangaan van krediettransacties, (telkens) diensten verricht, waaronder het voeren van (een) intakegesprek(ken) en/of het (schriftelijk) benaderen van schuldeisers en/of inventariseren van de schulden, welke diensten waren gericht op de totstandkoming van (een) regeling(
- en)met betrekking tot de bestaande schuldenlast(
- en)van de natuurlijke perso(o)n(
- en)[slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 19] en/of [slachtoffer 20] en/of [slachtoffer 21] en/of [slachtoffer 22] en/of [slachtoffer 23] en/of [slachtoffer 24] en/of [slachtoffer 25] en/of [slachtoffer 26] en/of één of meer andere natuurlijke perso(o)n(en), welke schuldenlast(
- en)geheel of gedeeltelijk voortvloeiende(
- n)uit één of meer krediettransactie(s), tot het plegen van welk(
- e)bovenomschreven strafbare feit(
- en)verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(
- en)verdachte (telkens) feitelijk leiding heeft gegeven. Parketnummer 05/780122-16 (onderzoek Kiekendief) 1. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 30 januari 2015, te Zevenaar en/of te Voorthuizen, gemeente Barneveld, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (in totaal ongeveer) 11.784 Euro, in elk geval (telkens) een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 27] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(
- e)geld verdachte en/of zijn mededader(
- s)(telkens) anders dan door misdrijf, te weten op basis van (schuld)hulpverlening/bemiddeling en/of budgetbeheer, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt: [naam 4] en/of [naam 5] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 30 januari 2015, te Zevenaar en/of te Voorthuizen, gemeente Barneveld, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (in totaal) (ongeveer) 11.784 Euro, in elk geval (telkens) een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 27] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan [naam 4] en/of [naam 5] , welk geld [naam 4] en/of [naam 5] (telkens) anders dan door misdrijf, te weten op basis van (schuld)hulpverlening/bemiddeling en/of budgetbeheer, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; tot het plegen van welk bovenomschreven strafbaar feit verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan wel bovenomschreven verboden gedraging(
- en)verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven; meer subsidiair: hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 30 januari 2015, te Zevenaar en of te Voorthuizen, gemeente Barneveld, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 27] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 14.876,69 Euro, althans van een hoeveelheid geld, hebbende verdachte en/of zijn mededader(
- s)toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid -zich voorgedaan als bonafide (schuld)hulpverleners/bemiddelaars en/of budgetbeheerder(
- s)en/of -aangegeven dat de rekeningen en/of de vaste lasten en/of het huishoudgeld voor voornoemde [slachtoffer 27] zou worden beheerd en/of geregeld en/of -dat alle betalingen/rekeningen door verdachte en/of verdachte's mededaders(
- s)en/of de [naam 7] zouden worden verricht voor bovengenoemde [slachtoffer 27] en/of -dat voornoemde [slachtoffer 27] zijn inkomsten moest overmaken naar verdachte en/of verdachte's mededader(s), althans zijn inkomsten op een door de verdachte(
- n)beheerde rekening van de [naam 7] moest overmaken en/of -(telkens) aan voornoemde [slachtoffer 27] aangegeven dat er een regeling was getroffen met de schuldeiser(
- s)en/of de vaste lasten waren betaald, waardoor voornoemde [slachtoffer 27] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n); meest subsidiair: [naam 4] en/of [naam 5] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 30 januari 2015, te Zevenaar en/of te Voorthuizen, gemeente Barneveld, in ieder geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 27] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal) 14.876,69 Euro, althans van een hoeveelheid geld, hebbende [naam 4] en/of [naam 5] toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid -zich voorgedaan als bonafide (schuld)hulpverleners/bemiddelaars en/of budgetbeheerder(
- s)en/of -aangegeven dat de rekeningen en/of de vaste lasten en/of het huishoudgeld voor voornoemde [slachtoffer 27] zou worden beheerd en/of geregeld en/of -dat alle betalingen/rekeningen door de [naam 7] zouden worden verricht voor bovengenoemde [slachtoffer 27] en/of -dat voornoemde [slachtoffer 27] zijn inkomsten moest overmaken naar de rekening van de [naam 7] en/of -(telkens) aan voornoemde [slachtoffer 27] aangegeven dat er een regeling was getroffen met de schuldeiser(
- s)en/of de vaste lasten waren betaald, waardoor voornoemde [slachtoffer 27] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(
- n)tot het plegen van welk bovenomschreven strafbaar feit verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan wel bovenomschreven verboden gedraging(
- en)verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven; 2. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks in de periode van 20 mei 2015 tot en met 11 maart 2016, te Zevenaar en/of te Dordrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (in totaal ongeveer) 7575,22 Euro, in elk geval een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 28] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, en welk geld verdachte en/of zijn mededaders (telkens) anders dan door misdrijf onder zich hadden, te weten in het kader van (schuld)hulpverlening/bemiddeling en/of budgetbeheer, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt: [naam 8] en/of [naam 5] en/of [naam 9] op een of meer tijdstippen in of omstreeks in de periode van 20 mei 2015 tot en met 11 maart 2016, te Zevenaar en/of te Dordrecht, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (in totaal ongeveer) 7575,22 Euro, in elk geval een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 28] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan [naam 8] en/of [naam 5] en/of [naam 9] , en welk geld [naam 8] en/of [naam 5] en/of [naam 9] , (telkens) anders dan door misdrijf onder zich had(den), te weten in het kader van (schuld)hulpverlening/bemiddeling en/of budgetbeheer, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; tot het plegen van welk bovenomschreven strafbaar feit verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan wel bovenomschreven verboden gedraging(
- en)verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven; meer subsidiair: hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks in de periode van 20 mei 2015 tot en met 11 maart 2016, te Zevenaar en/of te Dordrecht, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 28] heeft bewogen tot afgifte van (in totaal ongeveer) 7575,22 Euro, althans een hoeveelheid geld, hebbende verdachte en/of zijn mededader(
- s)toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid -zich voorgedaan als bonafide (schuld)hulpverleners/bemiddelaars en/of budgetbeheerder(
- s)en/of -aangegeven dat de rekeningen en/of de vaste lasten en/of het huishoudgeld voor voornoemde [slachtoffer 28] zou worden beheerd en/of geregeld en/of -dat alle betalingen/rekeningen door verdachte en/of verdachte's mededaders(
- s)en/of de [naam 7] zouden worden verricht voor bovengenoemde [slachtoffer 28] en/of -dat voornoemde [slachtoffer 28] haar inkomsten moest overmaken naar verdachte en/of verdachte's mededader(s), althans haar inkomsten op een door de verdachte(
- n)beheerde rekening van de [naam 7] moest overmaken en/of -(telkens) aan [slachtoffer 28] aangegeven dat er een regeling was getroffen met de schuldeiser(
- s)en/of de vaste lasten waren betaald, waardoor voornoemde [slachtoffer 28] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n); meest subsidiair: [naam 8] en/of [naam 5] en/of [naam 9] op een of meer tijdstippen in of omstreeks in de periode van 20 mei 2015 tot en met 11 maart 2016, te Zevenaar en/of te Dordrecht, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 28] heeft bewogen tot de afgifte van een hoeveelheid geld (in totaal ongeveer) 7575,22 Euro, hebbende verdachte en/of zijn mededader(
- s)toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid -zich voorgedaan als bonafide (schuld)hulpverleners/bemiddelaars en/of budgetbeheerder(
- s)en/of -aangegeven dat de rekeningen en/of de vaste lasten en/of het huishoudgeld voor voornoemde [slachtoffer 28] zou worden beheerd en/of geregeld en/of -dat alle betalingen/rekeningen door [naam 4] en/of de [naam 7] en/of [naam 9] zouden worden verricht voor bovengenoemde [slachtoffer 28] en/of -dat voornoemde [slachtoffer 28] haar inkomsten moest overmaken op de rekening van de [naam 7] en/of [naam 9] moest overmaken en/of -(telkens) aan voornoemde [slachtoffer 28] aangegeven dat er een regeling was getroffen met de schuldeiser(
- s)en/of de vaste lasten waren betaald, waardoor voornoemde [slachtoffer 28] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n); tot het plegen van welk bovenomschreven strafbaar feit verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan wel bovenomschreven verboden gedraging(
- en)verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven; 3. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 juli 2012 tot en met 31 december 2015, te Zevenaar en/of te Tilburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (in totaal ongeveer) 25.600,00 Euro, althans (telkens) een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 29] en/of [slachtoffer 30] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk(
- e)geld verdachte en/of zijn mededader(
- s)(telkens) anders dan door misdrijf, te weten op basis van (schuld)hulpverlening/bemiddeling en/of budgetbeheer, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling leidt: [naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 10] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 juli 2012 tot en met 31 december 2015, te Zevenaar en/of te Tilburg, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk (in totaal ongeveer) 25.600 Euro, althans een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 29] en/of [slachtoffer 30] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan [naam 4] en/of [naam 5] , welk geld [naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 10] (telkens) anders dan door misdrijf, te weten op basis van (schuld)hulpverlening/bemiddeling en/of budgetbeheer, onder zich had(den), wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; tot het plegen van welk bovenomschreven strafbaar feit verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan wel bovenomschreven verboden gedraging(
- en)verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven; meer subsidiair: hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks in de periode van 27 juli 2012 tot en met 31 december 2015, te Zevenaar en/of te Tilburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 29] en/of [slachtoffer 30] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 25.600 Euro, althans een hoeveelheid geld, hebbende verdachte en/of zijn mededader(
- s)toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid -zich voorgedaan als bonafide (schuld)hulpverleners/bemiddelaars en/of budgetbeheerder(
- s)en/of -aangegeven dat de rekeningen en/of de vaste lasten en/of het huishoudgeld voor voornoemde [slachtoffer 29] en/of van [slachtoffer 30] zou worden beheerd en/of geregeld en/of -dat alle betalingen/rekeningen door verdachte en/of verdachte's mededaders(
- s)en/of de [naam 7] zouden worden verricht voor bovengenoemde [slachtoffer 29] en/of van [slachtoffer 30] en/of -dat voornoemde [slachtoffer 29] en/of van [slachtoffer 30] hun/zijn inkomsten moest overmaken naar verdachte en/of verdachte's mededader(s), althans hun/zijn inkomsten op een door de verdachte(
- n)beheerde rekening van de [naam 7] moest overmaken en/of -(telkens) aan voornoemde [slachtoffer 29] en/of van [slachtoffer 30] aangegeven dat er een regeling was getroffen met de schuldeiser(
- s)en/of de vaste lasten waren betaald, waardoor voornoemde [slachtoffer 29] en/of van [slachtoffer 30] (telkens) werd(
- en)bewogen tot bovenomschreven afgifte(n); meest subsidiair: [naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 10] op een of meer tijdstippen in of omstreeks in de periode van 27 juli 2012 tot en met 31 december 2015, te Zevenaar en/of te Tilburg, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 29] en/of [slachtoffer 30] heeft bewogen tot de afgifte van (in totaal ongeveer) 25.600 Euro, althans een hoeveelheid geld, hebbende verdachte en/of zijn mededader(
- s)toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid -zich voorgedaan als bonafide (schuld)hulpverleners/bemiddelaars en/of budgetbeheerder(
- s)en/of -aangegeven dat de rekeningen en/of de vaste lasten en/of het huishoudgeld voor voornoemde [slachtoffer 29] en/of van [slachtoffer 30] zou worden beheerd en/of geregeld en/of -dat alle betalingen/rekeningen door verdachte en/of verdachte's mededaders(
- s)en/of de [naam 7] zouden worden verricht voor bovengenoemde [slachtoffer 29] en/of van [slachtoffer 30] en/of -dat voornoemde [slachtoffer 29] en/of van [slachtoffer 30] hun/zijn inkomsten moest overmaken naar verdachte en/of verdachte's mededader(s), althans hun/zijn inkomsten op een door de verdachte(
- n)beheerde rekening van de [naam 7] moest overmaken en/of -(telkens) aan voornoemde [slachtoffer 29] en/of van [slachtoffer 30] aangegeven dat er een regeling was getroffen met de schuldeiser(
- s)en/of de vaste lasten waren betaald, waardoor voornoemde [slachtoffer 29] en/of van [slachtoffer 30] (telkens) werd(
- en)bewogen tot bovenomschreven afgifte(
- n)tot het plegen van welk bovenomschreven strafbaar feit verdachte (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan wel bovenomschreven verboden gedraging(
- en)verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven. 2Overwegingen ten aanzien van het bewijs Parketnummer 05/862577-13 (onderzoek 08 Geld) Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gesteld dat er een nauw samenwerkingsverband was tussen de [naam 1] en de [naam 3] . Beide stichtingen kregen anders dan door misdrijf gelden van cliënten onder zich. Een deel van die gelden zijn niet aangewend voor de afgesproken diensten, maar hebben de Stichtingen zich wederrechtelijk toegeëigend. Daarnaast zijn kosten in rekening gebracht, wat bij schuldbemiddeling niet is toegestaan. Volgens de officier van justitie hebben de Stichtingen door zo te handelen geld verduisterd van de cliënten en hebben verdachte en medeverdachte [medeverdachte] daaraan feitelijk leiding gegeven. De officier van justitie acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich meermalen schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair tenlastegelegde. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit. Zij heeft betoogd dat verdachte bij iedere cliënt die hij heeft bezocht, direct heeft aangegeven dat de schuldhulpverlening gratis was en dat voor alle andere handelingen kosten in rekening zouden worden gebracht. Het budgetbeheer en het aflossen van schulden werden administratief gescheiden. Bij het versturen van de facturen werden de kosten voor schuldenregeling niet meegenomen. De Belastingdienst heeft geconstateerd dat geen sprake was van een overtreding van de Wet op het Consumentenkrediet en ook een medewerkster van de NVVK heeft aangegeven dat het in rekening brengen van kosten zoals de Stichting deed, wettelijk was toegestaan. De kosten die in rekening zijn gebracht door de Stichtingen zijn dan ook niet verduisterd. De raadsvrouw heeft verder naar voren gebracht dat verdachte tot eind 2010 verantwoordelijk is geweest voor de Stichting. In december 2010 heeft hij de verantwoordelijkheid overgedragen aan [naam 14] en is hijzelf uitgeschreven als voorzitter. Feiten die na december 2010 hebben plaatsgevonden, kunnen dan ook niet aan verdachte worden toegerekend. Voor zover verdachte na december 2010 nog cliënten heeft bezocht, heeft hij niets van doen gehad met hun financiën en hun zaken direct overgedragen aan [naam 14] . Tot slot heeft de raadsvrouw aangevoerd dat het feit dat een aantal personen nog geld heeft te vorderen van de Stichting, niet maakt dat sprake is van verduistering. Nergens blijkt uit dat verdachte deze gelden immers heeft verduisterd. Betalingen die aan hem zijn gedaan vanuit de Stichting zijn verklaarbaar. De contante opnames die verdachte heeft verricht, heeft hij gedaan om dat als leefgeld aan diverse cliënten uit te betalen. Hij heeft niet meer geld opgenomen dan aan leefgeld is uitbetaald. Er is onvoldoende bewijs dat verdachte dan wel de Stichting geld heeft verduisterd in de periode dat verdachte voorzitter was van de Stichting. Ook voor feitelijk leiding geven aan verduistering is onvoldoende bewijs, aldus de raadsvrouw. Beoordeling door de rechtbank De rechtspersonen De [naam 1] is op 12 maart 2009 opgericht door verdachte en op 23 maart 2009 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Het bedrijf was toen gevestigd op het adres [adres 2] te Heerewaarden. Als eerste bestuurders werden ingeschreven: verdachte als voorzitter, [naam 12] , als secretaris/penningmeester en [naam 13] (geboren [geboortedatum 2] 1980) als bestuurslid. [naam 12] is op 20 mei 2010 uitgeschreven als secretaris/penningmeester. Als gezamenlijk bevoegd zijn op 18 december 2010 ingeschreven [naam 14] als voorzitter en [medeverdachte] (medeverdachte) als secretaris/penningmeester. Verdachte is per 18 december 2010 uitgeschreven als voorzitter. Per 1 november 2011 zijn [medeverdachte] als secretaris/penningmeester en [naam 13] als algemeen bestuurslid uitgeschreven en is de bevoegdheid van [naam 14] gewijzigd naar ‘alleen bevoegd’. De [naam 3] is op 12 maart 2009 opgericht door verdachte en op 23 maart 2009 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Het bedrijf was toen gevestigd op het adres [adres 2] te Heerewaarden. Als bestuurder is verdachte ingeschreven. Op 16 februari 2011 is het postadres gewijzigd in [adres 3] te Zaltbommel en op 20 september 2012 is het postadres gewijzigd in [adres 4] te Hoenzadriel. Op 17 oktober 2012 is de Stichting ontbonden. Werkzaamheden [naam 1] en [naam 3] Aangeefster [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij en haar partner [slachtoffer 2] in april 2011 op internet zochten naar een bedrijf dat hen kon helpen met hun financiële zaken. Ze waren het overzicht kwijt over hun schulden. Ze kwamen uit op de site [naam 15] . Op de site stond dat ze mensen konden helpen met financiële zaken. Het kwam over als een betrouwbaar bedrijf. [slachtoffer 1] heeft telefonisch contact gehad met een vrouw die verklaarde [medeverdachte] te zijn. Ze heeft een afspraak gemaakt en begin mei 2011 kwam verdachte bij haar en [slachtoffer 2] thuis. Hij vertelde voorzitter te zijn van [naam 1] . Verdachte zou hun administratie doen, hun uit de schulden helpen en hun budget beheren. Hij zou de schuldeisers aanschrijven en een regeling treffen. Dat zou in een traject van drie jaren gebeuren. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben een ‘Opdracht tot dienstverlening schuldhulpverlening’ ondertekend en een ‘Machtiging Financieel beheer’, waarin ze de [naam 1] onvoorwaardelijk en volledige machtiging gaven om beheer te voeren over alle inkomsten en uitgaven. Van [medeverdachte] moesten ze ook aanvragen ondertekenen om de bankrekeningen voor de inkomsten/subsidies/toeslagen te wijzigen naar [nummer] op naam van [naam 3] . In juni/juli kregen zij deurwaarders aan de deur. Als zij verdachte probeerden te bellen, had hij een smoesje en kon hij niets voor hun betekenen. Eind september hebben ze het contract per aangetekende brief opgezegd. Verdachte is ook bij aangeefster [slachtoffer 3] en haar man [slachtoffer 4] thuis geweest. Afgesproken werd dat de salarissen per 1 januari 2011 naar de Stichting zouden gaan en dat de Stichting hun maandelijkse vaste lasten en telkens een gedeelte van de schulden zou betalen. Op 19 oktober 2010 hebben ze een contract getekend bij de [naam 1] . Het contract met de Stichting ging in op 1 januari 2011, maar ze moesten vanaf de dag van ondertekening hun inkomen naar de rekening van de Stichting overmaken. Het contact met verdachte verliep moeizaam. Hij nam zijn telefoon niet op of had het te druk en zou terugbellen. Twee keer is hun telefoon afgesloten, terwijl verdachte had gezegd dat hij de vaste lasten zou betalen. Op 30 september 2011 zijn [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] naar het kantoor van verdachte gegaan. Verdachte heeft toen een briefje getypt inhoudend dat de verleende machtiging kwam te vervallen. [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] zijn bij [naam 1] weggegaan, omdat ze brieven kregen dat vaste lasten niet werden betaald. Aangever [slachtoffer 5] heeft in april 2011 op internet gezocht naar een oplossing om uit de schulden te komen. Op Marktplaats.nl zag hij een advertentie staan van [naam 1] , waarin zij hun bemiddeling aanboden bij het oplossen van schulden. Hij heeft op 15 april 2011 gemaild naar [naam 16] . en een week later een gesprek bij hem thuis gehad met verdachte. Daarna hebben [slachtoffer 5] en verdachte op 19 mei 2011 nog een gesprek gehad in aanwezigheid van de werkgever van [slachtoffer 5] . Toen is een opdracht tot dienstverlening schuldhulpverlening getekend. Ook heeft hij een formulier ondertekend genaamd “Wijziging bankrekening”, waarmee hij akkoord ging met het overmaken van zijn salaris naar de [naam 17] . Zij zouden dan zorgdragen voor het aflossen van zijn schulden. Hij heeft daar ook een Machtiging financieel beheer voor getekend. [slachtoffer 5] hoorde na enige tijd dat zijn huur niet werd betaald en dat hij een huurachterstand had. Zijn huurcontract werd opgezegd. Het lukte hem niet met verdachte in contact te komen. Hij heeft toen het contract met de Stichting opgezegd. Begin juni 2011 heeft aangeefster [slachtoffer 6] gebeld met [naam 18] (naar de rechtbank begrijpt [naam 14] ) van de [naam 1] en een afspraak met hem gemaakt. Eind juli 2011 moest ze een contract ondertekenen. De Stichting zou de vaste lasten gaan betalen. Ze zouden schuldeisers benaderen, een regeling treffen en schulden gaan aflossen. Eind augustus 2011 is haar studiefinanciering naar [naam 1] gegaan en heeft ze gesproken met [medeverdachte] , die steeds de telefoon oppakte en overkwam als de administratief medewerkster van de Stichting. Het contact met [naam 14] verliep stroef. Hij verwees iedere keer naar de directeur [verdachte 1] . Op 15 september 2011 heeft ze het contract schriftelijk opgezegd. Op 22 september 2011 werd ze gebeld door verdachte, die aangaf directeur te zijn van [naam 1] . Begin augustus 2011 heeft aangever [slachtoffer 7] een afspraak gemaakt met [naam 20] en is hij bezocht door [naam 19] (naar de rechtbank begrijpt [naam 14] ). Die vertelde dat het bedrijf zijn UWV-uitkering zou ontvangen en daarmee zijn vaste lasten en schulden zou verrekenen. Hij heeft een contract getekend, maar daarvan geen kopie gekregen. Toen [slachtoffer 7] van zijn huisbaas kreeg te horen dat zijn huur niet werd betaald en bleek dat ook andere schulden niet werden betaald, hebben hij en zijn moeder een gesprek gehad met verdachte. [slachtoffer 7] heeft per aangetekende brief verzocht om een bewijs van betaling, maar kreeg geen reactie op zijn brief. [slachtoffer 8] heeft in 2009 via de mail contact met de [naam 1] opgenomen. Verdachte nam daarna telefonisch contact met haar op en is een paar dagen later bij haar thuis geweest. Hij heeft verteld wat hij voor haar kon betekenen en heeft alle rekeningen en correspondentie van schuldeisers meegenomen. In december 2009, begin januari 2010 heeft [slachtoffer 8] een overeenkomst ondertekend met de [naam 1] voor schuldhulpverlening. Vanaf eind 2009 zijn al haar inkomsten overgemaakt naar de [naam 3] . [slachtoffer 8] heeft ook regelmatig telefonisch contact gehad met [medeverdachte] . [medeverdachte] is een paar keer samen met verdachte bij haar thuis geweest. Volgens [slachtoffer 8] ging het in het begin van 2010 goed met de betaling van haar vaste lasten en schulden. Vanaf eind 2010 is het volgens haar misgegaan en kreeg ze steeds meer brieven thuis dat haar schulden opliepen in plaats van afnamen. [slachtoffer 8] heeft verder verklaard dat ze een schuld van € 30.000,- had toen ze met verdachte in zee ging en dat haar schuld in maart 2012 € 50.000,- bedroeg. Sommige betalingen hadden nooit plaatsgevonden en met sommige schuldeisers heeft verdachte nooit contact gehad. [slachtoffer 8] had geen huurachterstand toen ze bij de stichting kwam. Vanaf oktober 2011 bleek geen huur meer te zijn betaald, waardoor ze een huurachterstand had en er een woninguitzetting dreigde. Aangeefster [slachtoffer 9] is in september 2011 gebeld door een vriendin dat een medewerker van [naam 1] haar kon helpen met haar schulden. Die man, [naam 14] , is direct gekomen. Ze heeft twee documenten ondertekend, waarmee ze zich aan de Stichting bond. Ze heeft ook ervoor getekend dat haar uitkering op de rekening van de Stichting zou worden gestort. Haar vaste lasten werden betaald door de sociale dienst. Het resterende bedrag werd overgemaakt aan de Budgetbeheerstichting. Ze heeft nooit geld van de Stichting ontvangen. Na lang bellen kreeg ze een keer verdachte aan de telefoon. Hij is toen bij haar thuis geweest. Verdachte zou alles in gang zetten zodat er geen incasso’s meer kwamen. Hij zou betalingsregelingen treffen en ze zou weekgeld krijgen. Het traject zou drie tot vijf jaar duren. Ze heeft echter nooit meer iets van de Stichting gehoord. Aangever [slachtoffer 10] is in mei 2011 via Google op zoek gegaan naar een schuldhulpverleningsbedrijf, omdat hij al een paar jaar financiële problemen had. Via Google kwam hij op de site van [naam 1] uit Heerewaarden. Deze internetsite kwam professioneel over en daarom besloot hij contact op te nemen met de Stichting. Met [medeverdachte] heeft hij een afspraak gemaakt. Op 7 juni 2011 zijn [medeverdachte] en verdachte bij hem thuis gekomen. Aan het eind van het gesprek heeft verdachte gezegd dat hij [slachtoffer 10] kon helpen van zijn schulden af te komen. Tijdens het eerste gesprek heeft [slachtoffer 10] een overeenkomst getekend met de [naam 1] . Ook heeft hij andere documenten ondertekend waarin hij toestemming aan de Stichting verleende dat al zijn inkomsten werden gestort op de ING-rekening van de Stichting. Toen hij bij de Stichting kwam had hij twee maanden huurachterstand, toen hij er weg ging had hij zes maanden huurachterstand. Ook rekeningen van Nuon en UPC waren niet betaald. [slachtoffer 10] heeft verklaard niet te weten welke rekeningen of schulden er wel zijn betaald. Op 13 oktober 2011 ontving hij van zijn huisbaas de mededeling dat hij zijn huis uit moest vanwege de huurachterstand van zes maanden. Hij heeft contact opgenomen met de Stichting en een bericht achtergelaten, maar nooit meer iets gehoord. [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] zijn via hun verhuurder, [naam 21] , in contact zijn gekomen met verdachte en de [naam 1] . Toen verdachte bij [naam 21] thuis was, zijn ze aan hem voorgesteld. Verdachte heeft kort met hen gesproken en gelijk hun papieren meegenomen. Op 25 maart 2010 kwam hij bij hun thuis en liet hij hun diverse contracten tekenen. Zij hebben een opdracht tot dienstverlening schuldhulpverlening ondertekend. Tot oktober 2011 zijn ze bij de Stichting gebleven. Ze kwamen er achter dat verdachte bijna niets had gedaan om hun kosten af te lossen. Toen hij in oktober 2011 zelf zijn schulden ging regelen, bleek niemand iets af te weten van regelingen. Op het moment dat ze met verdachte en de Stichting in zee gingen, hadden ze ongeveer € 20.000,- schuld. In anderhalf jaar tijd is door toedoen van verdachte hun schuld met € 7.000,- toegenomen door het niet afbetalen van bestaande schulden, het niet betalen van vaste lasten en verzuimboetes, omdat verdachte geen aangifte inkomstenbelasting heeft ingediend. Verdachte had gezegd dat er meer dan 100 man op het kantoor werkten, maar ze kregen altijd verdachte of [medeverdachte] aan de telefoon. Aangeefster [slachtoffer 13] heeft in april 2011 gehoord dat er een Antilliaanse vrouw was die mensen hielp om van hun schulden af te komen. [slachtoffer 13] heeft een afspraak met deze vrouw, genaamd [naam 22] , gemaakt. [naam 22] is bij haar thuis gekomen. Volgens haar was het mogelijk om binnen niet al te lange tijd van de schulden af te komen; bij de [naam 1] zaten hele kundige mensen die dat voor haar konden regelen. [slachtoffer 13] zou haar inkomsten naar de rekening van de Stichting overmaken en de Stichting zou dan haar vaste lasten betalen en schulden aflossen. Op 13 april 2011 is [naam 22] voor de tweede keer bij haar geweest. [slachtoffer 13] heeft toen de laatste bladzijde van de Opdracht tot dienstverlening in handen gekregen met het verzoek dat te ondertekenen. Een paar dagen later kreeg ze het gehele document per post. Op dit document stond ook een handtekening namens de [naam 1] . Op 16 april 2011 is [naam 22] nogmaals bij haar geweest en heeft ze de Machtiging financieel beheer ondertekend. [slachtoffer 13] is met de Stichting gestopt, omdat [naam 22] zei dat ze moest stoppen, omdat volgens haar niet klopte wat ze deden. De Stichting heeft niets voor haar gedaan. Haar schulden zijn opgelopen in plaats van afgenomen. De Stichting heeft in de periode dat ze aan de stichting verbonden was geen vaste lasten voor haar betaald. Aangeefster [slachtoffer 14] heeft verklaard dat zij en [slachtoffer 15] via een collega in contact zijn gekomen met verdachte. Ze hebben telefonisch contact gehad met verdachte en hij is omstreeks juni 2009 bij hun thuis geweest. Ze moesten toestemming geven dat hun inkomsten op de rekening van de Stichting zouden worden gestort. De betaling van de vaste lasten en de aflossing van hun schulden zou door de Stichting worden gedaan. Ze hebben formulieren getekend voor wijziging van het bankrekeningnummer in het rekeningnummer [nummer] van [naam 3] . Dat was in september 2009. Het contract met de Stichting ging in op 11 september 2009. In de periode dat ze aan de Stichting waren verbonden, zijn bij haar weten geen vaste lasten betaald en geen aflossingen gedaan. Ze kregen van allerlei instanties brieven met daarin een achterstand. Ze zijn bij de Stichting weggegaan omdat er niets werd betaald. Na beëindiging van het contract was hun financiële toestand een puinhoop. Aangeefster [slachtoffer 16] is via internet met de [naam 1] in contact gekomen. Er stonden goede referenties op internet. Ze had eerst contact met [naam 23] , bemiddelaar, en daarna met verdachte die de financiën deed. Verdachte heeft bij haar thuis afgesproken dat hij schuldeisers zou benaderen, regelingen zou treffen en betalingen zou doen, zowel schulden als gewone rekeningen. Het contract is ingegaan in juli/augustus 2009. In het begin ging de hulpverlening redelijk goed. Na een paar maanden kwamen er rekeningen binnen en bleef het weekgeld achter. De stichting is haar afspraken niet nagekomen. Rekeningen werden niet betaald, contact was vrijwel onmogelijk en afspraken werden niet nagekomen. Daarom heeft ze per email opgezegd. Ze nooit meer iets gehoord. Haar schuldenlast is opgelopen waardoor ze nu in de schuldsanering zit. Overweging rechtbank De rechtbank leidt uit voormelde verklaringen af dat de aangevers/getuigen/betrokkenen schulden hadden en zelf op zoek gingen naar iemand die hun kon helpen bij het aflossen daarvan. Via derden of via internet kwamen zij uit bij de [naam 1] . Op eigen initiatief namen zij contact op met de [naam 1] . De (meeste) aangevers/getuigen/betrokkenen hebben verklaard dat de Stichting de vaste lasten zou betalen, regelingen zou treffen met schuldeisers en schulden zou aflossen. Daartoe hebben zij contracten ondertekend, waarmee zij zich verbonden aan de [naam 1] en toestemming gaven dat hun inkomsten rechtstreeks op de rekening van de Stichting Derdengelden Budgetdienst werd overgemaakt. De rechtbank leidt hieruit af dat de aangevers/getuigen/betrokkenen ervan uitgingen te doen te hebben met een betrouwbaar schuldhulpverleningsbedrijf. Zij vertrouwden hun geld toe aan de Stichting met de intentie dat de [naam 1] dan wel de [naam 24] daarvan hun vaste lasten en schulden zou betalen. De [naam 3] dan wel de [naam 1] hadden het geld dus anders dan door misdrijf onder zich. Uit de bewijsmiddelen komt naar voren dat de Stichting (bijna) geen schulden afloste en ook niet steeds de vaste lasten van klanten betaalde, waardoor schulden opliepen en/of nieuwe schulden ontstonden. De schuldhulpverlening op de wijze zoals de Stichting deed, verdient naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet de schoonheidsprijs. Dat maakt echter niet dat de Stichtingen het geld onrechtmatig onder zich hadden. Dat de Stichtingen niet gerechtigd waren om kosten in rekening te brengen voor schuldhulpverlening maakt ook niet dat zij het geld niet rechtmatig onder zich hadden. Op het moment dat de kosten in rekening werden gebracht, hadden de Stichtingen het geld immers al rechtmatig onder zich. Het is – in het kader van een overeenkomst – vrijwillig door de aangevers/getuigen/betrokkenen verstrekt. Ontvangsten van- en uitgaven voor cliënten Uit afschriften van de bankrekening van de [naam 3] komt het volgende naar voren: Naam Ontvangen Uitgaven Waarvan kosten Verschil [slachtoffer 1] * € 9.172,50 € 9.926,31 € 1.196,90 -/- € 753,81 [slachtoffer 3] / [slachtoffer 4] € 27.661,05 € 23.418,33 € 2.852,79 € 4.242,72 [slachtoffer 5] € 7.260,78 € 4.396,69 € 1.119,58 € 2.864,09 [slachtoffer 6] € 2.493,94 € 2.404,94 € 1.185,47 € 89,00 [slachtoffer 7] € 4.209,04 € 2.797,19 € 377,64 € 1.411,85 [slachtoffer 8] € 17.263,05 € 14.666,72 € 1.343,35 € 2.596,33 [slachtoffer 8] ** € 3.496,10 € 1.167,61 € 200,00 € 2.328,49 [slachtoffer 9] € 239,88 € 592,40 € 446,20 -/- € 352,52 [slachtoffer 10] € 4.033,07 € 2.335,74 € 1.198,89 € 1.697,33 [slachtoffer 11] € 23.866,03 € 22.398,93 € 1.548,89 € 1.467,10 [slachtoffer 13] € 656,34 € 0,00 € 520,00 € 136,34 [slachtoffer 14] / [slachtoffer 15] *** € 16.347,46 € 12.789,56 € 3.365,83 € 3.557,90 [slachtoffer 16] € 11.097,13 € 6.625,58 € 824,16 € 4.471,55 * Uit afschriften van de bankrekening van de [naam 3] blijkt dat een bedrag van € 367,- is doorgestort als deelbetaling lening [slachtoffer 1] - [slachtoffer 2] . De rechtbank overweegt dat niet is gebleken dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] een geldlening hebben afgesloten bij de [naam 1] . Stukken dan wel verklaringen die hierop wijzen, ontbreken in het dossier. De rechtbank zal er dan ook vanuit gaan dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] geen geld verschuldigd waren aan de [naam 1] voor een beweerde lening. Dit brengt met zich dat de rechtbank de in het overzicht genoemde bedragen zal corrigeren in die zin dat de uitgaven € 9.559,31 zijn en het bedrag dat de Stichting meer heeft uitgegeven voor [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] € 386,81 is. ** Uit onderzoek van bankrekeningnummer [rekeningnummer 15] van [naam 1] (en dus niet: [naam 3] ) blijkt dat op deze rekening ook inkomsten zijn ontvangen en betalingen ten behoeve van [slachtoffer 8] zijn gedaan. De factuur betreffende gemaakte kosten is gericht aan het [naam 25] (het oude bedrijf van verdachte). De rechtbank neemt ook deze gelden mee in de bewezenverklaring. *** De Stichting heeft 7 facturen in rekening gebracht ten laste van [slachtoffer 15] en [slachtoffer 14] , voor een bedrag van in totaal € 1.365,83. Dit bedrag werd gestort op bankrekeningnummer [rekeningnummer 15] ten name van [naam 1] . Tevens werden twee facturen geïnd ten behoeve van het [naam 25] met een bedrag van € 2.000,-. Dit bedrag werd gestort op de bankrekening van [naam 25] . Ook deze gelden worden meegenomen in de bewezenverklaring. In rekening brengen van kosten De rechtbank leidt uit het dossier af dat meerdere aangevers/getuigen/betrokkenen hebben verklaard dat niet met hen is gesproken over het in rekening brengen van de kosten van de Stichting, dan wel dat tegen hen is gezegd dat voor de kosten van de Stichting bijzondere bijstand kon worden aangevraagd. Zo heeft [slachtoffer 1] verklaard dat er niets is afgesproken over kosten verband houdend met schuldbemiddeling. Op een overzicht zagen ze dat er kosten werden berekend. Wetend dat dit niet mocht, hebben ze aan de bel getrokken. [medeverdachte] zei toen dat ze dat wel mochten, omdat het een stichting was. Ook over hun salariëring is niets afgesproken. Verdachte vertelde dat hij een soort van subsidie van de Staat kreeg. Hoe meer klanten hij aan zich bond, hoe meer subsidie hij zou krijgen. Ook [slachtoffer 8] heeft verklaard dat met haar nooit afspraken zijn gemaakt over kosten voor de werkzaamheden van de Stichting. Ze heeft nooit een factuur ontvangen of een overzicht van de in rekening gebrachte kosten. Begin 2010 heeft verdachte haar erop gewezen dat ze bijzondere bijstand kon aanvragen en dat dat bedrag toereikend zou zijn om de kosten van de Stichting te dekken. [slachtoffer 8] ging ervan uit dat de werkzaamheden gratis waren en dat al haar inkomsten ten goede kwamen aan de betaling van haar vaste lasten en de aflossing van haar betalingsachterstanden. Tegen [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] heeft verdachte gezegd dat hij bijzondere bijstand zou aanvragen waarmee ze de kosten van de Stichting konden betalen. [slachtoffer 13] heeft verklaard dat haar niets is verteld over kosten die de Stichting maakte. Pas toen ze had gezegd dat ze ging stoppen, kreeg ze een brief thuis met gemaakte kosten. Die kosten waren ongeveer € 1.300,-. Wat betreft de salariëring, had [naam 22] gezegd dat ze het gratis zou doen. In een aantal gevallen is kennelijk wel over kosten gesproken. Zo hebben [slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] verklaard dat ze alleen aanmeldingskosten (€ 400,-) moesten betalen. Volgens verdachte werd de Stichting door de overheid betaald. [naam 14] (lees: [naam 14] ) heeft tegen [slachtoffer 6] gezegd dat de kosten voor hun diensten € 47,50 per maand zouden zijn. Hij wilde daarvoor bijzondere bijstand voor haar aanvragen. [slachtoffer 11] heeft van verdachte Algemene voorwaarden ontvangen, waarin de kosten werden beschreven. Volgens [slachtoffer 11] hebben ze geen rekeningen van de Stichting gekregen. Ze hebben daar wel om gevraagd, omdat het zulke hoge bedragen waren, rond de € 1.500,-. Verdachte zei dan dat hij het op kantoor moest nakijken, waarna ze er nooit meer iets van hoorden. Ze kregen ook geen aangepaste rekening. Ze hebben in anderhalf jaar tijd nooit een juiste rekening ontvangen voor de werkzaamheden van de Stichting. Wat ze aan de Stichting hebben betaald, weet [slachtoffer 11] daarom niet. De rechtbank is van oordeel dat onterecht kosten aan de aangevers/getuigen/betrokkenen in rekening zijn gebracht. De [naam 1] heeft geen, dan wel onvoldoende informatie aan cliënten verstrekt over kosten die aan haar diensten waren verbonden. Cliënten gingen er daarom vanuit dat de diensten gratis waren, dan wel verkeerden in onzekerheid over hoeveel de kosten bedroegen. Dat verdachte bij het bezoeken van cliënten heeft aangegeven dat de schuldhulpverlening gratis was en dat voor de andere diensten moest worden betaald, is gelet op de voormelde bewijsmiddelen niet aannemelijk geworden. Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de [naam 1] en de [naam 3] geen kosten in rekening hadden mogen brengen. Er is sprake van een nauwe verwevenheid tussen de beide Stichtingen. Zo maakt de [naam 1] gebruik van een formulier “Opdracht tot dienstverlening schuldhulpverlening”. De [naam 1] heeft daarnaast onder meer brieven verstuurd naar werkgevers en uitkeringsinstanties, waarin zij vraagt betalingen over te maken op bankrekeningnummer [nummer] ten name van [naam 3] . Ook stuurde de [naam 1] brieven naar schuldeisers waarin zij aangaf dat zij in het kader van schuldhulpverlening gemachtigd was de belangen van de betreffende cliënt te behartigen. In de brieven werd de schuldeiser verzocht alle incassoactiviteiten te staken en geen juridische stappen te ondernemen gedurende de tijd die nodig was om alle financiële gegevens van de cliënt in kaart te brengen. Onder de brieven stonden de naam van [medeverdachte] , dan wel van verdachte. Gelet op het voorgaande moet worden geconcludeerd dat de [naam 1] en de [naam 3] zodanig nauw met elkaar verweven waren dat zij op elkaar waren aangewezen, en dat zij samenwerkten om tot een oplossing van de schuldenproblematiek van de cliënten te komen. Ingevolge de artikelen 47 en 48 van de Wet op het consumentenkrediet dient schuldhulpverlening om niet te zijn en mocht de [naam 1] geen kosten in rekening brengen. Het voorgaande brengt met zich mee dat de bedragen die de aangevers/getuigen/betrokkenen van de Stichtingen tegoed hebben, dienen te worden vermeerderd met de in rekening gebrachte kosten. Naam Kosten Aanvankelijk verschil Tegoed van stichting [slachtoffer 1] * € 1.196,90 -/- € 386,81 € 810,09 [slachtoffer 3] / [slachtoffer 4] € 2.852,79 € 4.242,72 € 7.095,51 [slachtoffer 5] € 1.119,58 € 2.864,09 € 3.983,67 [slachtoffer 6] € 1.185,47 € 89,00 € 1.274,47 [slachtoffer 7] € 377,64 € 1.411,85 € 1.789,49 [slachtoffer 8] € 1.343,35 € 2.596,33 € 3.939,68 [slachtoffer 8] ** € 200,00 € 2.328,49 € 2.528,49 [slachtoffer 9] € 446,20 -/- € 352,52 € 93,68 [slachtoffer 10] € 1.198,89 € 1.697,33 € 2.896,22 [slachtoffer 11] € 1.548,89 € 1.467,10 € 3.015,99 [slachtoffer 13] € 520,00 € 136,34 € 656,34 [slachtoffer 14] / [slachtoffer 15] € 3.365,83 € 3.557,90 € 6.923,73 [slachtoffer 16] € 824,16 € 4.471,55 € 5.295,71 * Bedrag na correctie door de rechtbank. ** Totaalbedrag tegoed van stichting door [slachtoffer 8] is dus € 6.468,17. Wederrechtelijke toe-eigening De rechtbank overweegt dat vervolgens dient te worden beoordeeld of de hiervoor berekende tegoeden nog onder de Stichting(
- en)zijn. Uit het dossier is niet gebleken dat op de rekeningen van respectievelijk de [naam 3] en de [naam 1] positieve saldi staan. De rechtbank zal er daarom vanuit gaan dat de gelden van de cliënten er niet meer zijn. De vraag die dan dient te worden beantwoord, is of de gelden van de cliënten wederrechtelijk zijn toegeëigend. Uit het dossier kan niet anders worden geconcludeerd dan dat het de bedoeling was met de werkzaamheden van de stichtingen geld te verdienen. Verdachte en [medeverdachte] beschikten over onvoldoende andere inkomsten om in hun levensonderhoud te voorzien. De geregistreerde inkomsten van [medeverdachte] bedroegen in 2011 € 11.595, in 2012 € 8.851 en in 2013 € 841 en daarnaast aan toeslagen € 5.394 in 2012 en € 3.524 in 2013. De totale geregistreerde inkomsten van verdachte bedroegen in de periode van 2009 tot en met 2014 € 49.933. In de periode van 2012 tot en met 2014 ontving verdachte aan toeslagen in totaal € 3.865. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij met zijn werk voor de Stichtingen niets verdiende. Hij heeft een periode parttime voor een detacheringsbureau gewerkt bij de SNS-bank. De kosten die de Stichtingen voor hun werkzaamheden in rekening hebben gebracht bij de genoemde aangevers, hebben zij zich naar het oordeel van de rechtbank wederrechtelijk toegeëigend. De aangevers hadden hier immers geen toestemming voor gegeven en waren hier over het algemeen niet mee bekend, toen zij een contract aan gingen met de [naam 1] en hun geld toevertrouwden aan die Stichting. Daar komt nog bij dat de Stichting wettelijk gezien geen kosten in rekening mocht brengen voor haar diensten, zoals hiervoor is overwogen. Ook van de overige gelden die de aangevers nog tegoed hebben van de Stichting(en), is de rechtbank van oordeel dat deze wederrechtelijk zijn toegeëigend door de Stichting(en), verdachte en [medeverdachte] . De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Uit onderzoek is gebleken dat verdachte en [medeverdachte] beschikten over betaalpassen behorende bij de rekening van [naam 3] . De pas met nummer 007 is afgegeven aan verdachte. Met de pas zijn 46 transacties gedaan. In de periode van 27 mei 2009 tot en met 9 maart 2012 hebben er contante opnames en pinbetalingen plaatsgevonden tot een bedrag van € 4.741,36. Dat verdachte deze opnames heeft gedaan om leefgeld contant aan cliënten uit te keren, zoals hij zelf ter terechtzitting heeft verklaard, is niet gebleken. Er is geen enkele aangever die verklaart leefgeld contant van verdachte ontvangen te hebben. Op 15 augustus 2010 en 17 augustus 2011 hebben er betalingen plaatsgevonden in Edinburgh, voor een totaal bedrag van € 187,79. Onderzoek heeft uitgewezen dat er in die periode een evenement voor doedelzakspelers heeft plaatsgevonden in Edinburgh. In een verslag van “The Crossed Swords Pipes & Drums” over dit evenement zijn foto’s gevonden waarop verdachte voorkomt. De betaalpas met nummer 008 is afgegeven aan [medeverdachte] . Met deze betaalpas zijn 194 transacties gedaan. In de periode van 7 juni 2011 tot en met 18 mei 2012 hebben er contante opnames en pinbetalingen plaatsgevonden tot een bedrag van € 6.985,48. De betalingen werden veelal gedaan voor dagelijkse benodigdheden. Er waren veel betalingen aan supermarkten en detailhandelaren zoals Blokker en Marskramer. De transacties vonden tot begin november 2011 veelal plaats in de omgeving van ’s-Gravenhage en daarna veelal in de omgeving van Zaltbommel. Uit onderzoek is gebleken dat [medeverdachte] tot 28 oktober 2011 ingeschreven stond op het adres [adres 5] te ’s-Gravenhage. Op 28 oktober 2011 heeft zij zich ingeschreven op het adres [adres 4] te Hoenzadriel, in de omgeving van Zaltbommel. Op 31 oktober 2011 en 7 november 2011 hebben transacties plaatsgevonden aan Hans Anders. Deze transacties, voor een bedrag van € 164,-, zijn gedaan door [medeverdachte] . Op 25 november 2011 en 30 december 2011 hebben twee betalingen plaatsgevonden aan Beter Bed voor een bedrag van in totaal € 660,15. De transactie van 25 november 2011 is gedaan door verdachte. Van de andere transactie was geen klantnaam bekend. Het afleveradres was [adres 4] te Hoenzadriel. Verder is op 30 november 2011 een bedrag van € 317,87 overgeboekt van de rekening van [naam 3] naar de rekening van garagebedrijf Hooijkaas voor reparatie van een auto van verdachte. Er zijn bedragen betaald aan [naam 26] , de (ex-)man van [medeverdachte] , en aan hun twee kinderen tot een bedrag van € 3.735,36. Van de rekening van [naam 26] is een bedrag van € 550,- teruggestort. Ook zijn betalingen gedaan ten behoeve van verdachte en [naam 12] . Dit betreffen onder meer een deel van het eigen risico van de ziektekosten, een nota van het CJIB en een huurbetaling ten behoeve van het pand [adres 4] in Hoenzadriel. Tijdens de periode van 18 december 2009 tot en met 15 mei 2010 waren er drie bestuursleden actief binnen de [naam 1] . Naast verdachte als voorzitter, waren zijn ex-vrouw [naam 12] en zijn zoon [naam 13] jr. aangewezen in een functie binnen de Stichting. Beide verklaren onafhankelijk van elkaar, nooit in het bezit te zijn geweest van een ING- betaalpas op naam van de [naam 3] . In de periode van 18 december 2009 tot en met 9 maart 2012 was verdachte als enig bestuurder actief voor de [naam 3] . Uit het voorgaande blijkt dat verdachte en [medeverdachte] gelden, toebehorend aan cliënten aanwendden voor privédoeleinden. Zij hebben de gelden zich daarmee wederrechtelijk toegeëigend. Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat de Stichtingen het geld van de cliënten rechtmatig onder zich hadden, is sprake van verduistering. De rollen van verdachte en [medeverdachte] De rechtbank dient ten slotte nog de vraag te beantwoorden wat de rollen van verdachte en [medeverdachte] zijn geweest. Getuige [naam 14] heeft in dit verband verklaard dat verdachte en [medeverdachte] over de Stichting gingen en dat hij de administratie en de formulieren aan hen overdroeg. Als verdachte er niet was, dan was [medeverdachte] gemachtigd om geld van de rekening te halen. Zij haalde het meeste geld van de rekening. In eerste instantie was verdachte alleen verantwoordelijk voor de werkzaamheden op kantoor, zoals het treffen van regelingen met schuldeisers en het verzorgen van de betalingen aan schuldeisers en de diverse vaste lasten van cliënten. Pas later zijn deze werkzaamheden overgenomen door [medeverdachte] . In eerste instantie verrichtte zij deze werkzaamheden vanuit haar woning aan de [adres 5] te Den Haag. Vanaf het moment dat [medeverdachte] bij de Stichting betrokken raakte, nam ze steeds meer taken over van verdachte. Hij werd steeds meer de persoon op de achtergrond, maar die nog steeds de touwtjes in handen had en die de feitelijke leiding binnen de Stichting had. Verdachte was vanaf het begin voorzitter van de Stichting. Op een gegeven moment vertelde hij aan [naam 14] dat hij geen voorzitter meer kon zijn, omdat hij persoonlijk failliet was verklaard. Samen met [naam 14] is verdachte op 18 december 2010 naar de Kamer van Koophandel gegaan om [naam 14] te laten inschrijven als voorzitter. In de tijd dat hij voorzitter was, heeft [naam 14] nooit taken als voorzitter uitgevoerd. Het feit dat hij voorzitter was, was puur een papieren kwestie. Op papier was verdachte eruit gestapt, maar in werkelijkheid is dat nooit gebeurd. Toen [naam 14] in december 2011 terugkwam van vakantie, vond hij een brief van de Kamer van Koophandel in zijn post, waarin stond dat hij vanaf november 2011 enig bestuurslid was van de [naam 1] . Verdachte vertelde dat [medeverdachte] niets meer met de Stichting te maken wilde hebben, maar dat bleek gelogen te zijn. [medeverdachte] verrichtte nog steeds werkzaamheden voor de Stichting. [naam 14] heeft gezien dat verdachte en [medeverdachte] gebruik hebben gemaakt van de betaalpassen van de Stichtingen. Ze gebruikten de passen om geld af te romen van de cliënten voor reisjes, het doen van boodschappen, etentjes en andere leuke dingen. [naam 14] heeft regelmatig tegen verdachte gezegd dat er problemen waren met de betalingen van cliënten. Verdachte had steeds een ander verhaal over deze cliënten en hun klachten. In het begin geloofde [naam 14] dat, later niet meer. Als een klant belde dat er iets niet was betaald, dan probeerde hij eerst met verdachte te bellen. Als die niet opnam, ging hij bellen met de schuldeiser om een oplossing te zoeken. Hij kon dan geen oplossing bieden, omdat er al maanden niet bleek te zijn betaald. In het onderzoek naar de telefoon van [naam 14] is een sms-bericht aangetroffen van 11 februari 2012 afkomstig van [telefoonnummer] (verdachte). In het bericht staat dat de belasting op maandag de dossiers en rekeningen komt controleren en dat ze ook [naam 14] willen spreken. Verdachte zal zeggen dat [naam 14] naar de begrafenis van zijn zus is en onbereikbaar is. Verder is er een sms-bericht van 13 februari 2012, afkomstig van verdachte, waarin hij [naam 14] zegt die dag niet te bellen en geen telefoon op te nemen met nummers die hij niet kent. De Belasting heeft het nummer van [naam 14] gevonden. Het telefoonnummer [telefoonnummer] dat in de telefoon van [naam 14] hoort bij het contact “ [verdachte 1] ”, komt ook voor in het dossier van de Belastingdienst. Verbalisant ontving een sms-bericht van dit telefoonnummer met de tekst: “Geachte heer [naam 27] . Er is a.s. maandag een afspraak gepland voor de [naam 28] ivm overlijden van mijn zus graag verzetten. Belt u mij aub na de begrafenis? Mvrgq. L. [naam 14] .” Toen de verbalisant terugbelde hoorde hij: “ [verdachte 1] kan de telefoon niet aannemen”. Later ontving verbalisant een voicemailbericht van verdachte met de mededeling dat hij zich onterecht had uitgegeven voor [naam 14] . De rechtbank overweegt dat uit het voorgaande naar voren komt dat verdachte vanaf de oprichting tot 18 december 2010 formeel voorzitter is geweest van de [naam 1] . Daarna is [naam 14] ingeschreven als voorzitter van de Stichting. In het dossier zijn geen aanknopingspunten die erop wijzen dat [naam 14] zich op enig moment heeft gemanifesteerd als voorzitter dan wel leidinggevende van de Stichting. Op grond van de verklaring van [naam 14] acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich ook na 18 december 2010 als voorzitter en feitelijk leidinggevende van de Stichting heeft gedragen. Dit vindt onder meer ook bevestiging in de verklaring van [slachtoffer 1] dat verdachte vertelde dat hij voorzitter van de [naam 1] was, en de verklaring van [slachtoffer 6] dat zij op 22 september 2011 werd gebeld door verdachte die aangaf directeur te zijn van de [naam 1] . Verder blijkt ook van zijn betrokkenheid uit de sms-berichten die hij naar [naam 14] heeft gestuurd op 11 en 13 februari 2012, waarin hij [naam 14] waarschuwt geen telefoon op te nemen als hij het nummer niet kent, omdat de Belastingdienst dossiers en rekeningen komt controleren en ze [naam 14] ook willen spreken. Verdachte heeft met zijn telefoon een sms-bericht naar de Belastingdienst gestuurd en zich daarbij voorgedaan als [naam 14] . Naar het zich laat aanzien heeft hij hiermee proberen te verhullen dat hij zelf nog actief bij de Stichting betrokken was en geprobeerd heeft [naam 14] te beïnvloeden niet mee te werken met de Belastingdienst. Dat verdachte niet verantwoordelijk kan worden gehouden voor de periode na 18 december 2010 volgt de rechtbank dan ook niet. Vanaf december 2010 is [medeverdachte] ingeschreven als penningmeester van de Stichting. De rechtbank ziet geen bewijs voor betrokkenheid van [medeverdachte] bij de Stichting in de periode voor december 2010. [medeverdachte] kan gelet hierop niet geacht worden betrokken te zijn geweest bij de cliënten [slachtoffer 14] / [slachtoffer 15] . Vanaf december 2010 zijn dus zowel verdachte als [medeverdachte] actief geweest voor de Stichtingen in die zin dat beiden verantwoordelijk waren voor de administratie, het benaderen van schuldeisers, het treffen van regelingen en het doen van betalingen voor cliënten. Zowel verdachte als [medeverdachte] beschikte over bankpassen van de [naam 1] en beiden maakten ook gebruik van die bankpassen. Ook de uitschrijving van [medeverdachte] , waardoor [naam 14] enig bestuurder werd in november 2011 veranderde niets aan de gang van zaken. Uit de verklaring van [naam 14] komt naar voren dat [medeverdachte] bij de werkzaamheden van de Stichtingen betrokken bleef. Uit de bewijsmiddelen komt verder naar voren dat verdachte op huisbezoek bij ging cliënten, dat hij met hen sprak over budgetbeheer en schuldbemiddeling, dat hij ze formulieren liet ondertekenen en hun administratie meenam. Dat hij dit na december 2010 incidenteel deed als [naam 14] verhinderd was, zoals verdachte ter terechtzitting heeft verklaard, is in strijd met de hiervoor genoemde bewijsmiddelen waaruit volgt dat hij ook na die periode zich heeft voorgedaan als voorzitter. Bij een aantal huisbezoeken werd verdachte vergezeld door [medeverdachte] . Verder komt uit de bewijsmiddelen naar voren dat wanneer cliënten naar de stichting belden, zij altijd verdachte of [medeverdachte] aan de telefoon kregen. [medeverdachte] deed daarnaast administratief werk, waaronder het versturen van brieven naar schuldeisers. De rechtbank is van oordeel dat verdachte en [medeverdachte] niet alleen namens de Stichtingen handelden, maar ook uit een persoonlijke belang om geld te trekken uit de Stichtingen. Uit de bewijsmiddelen volgt, zoals hiervoor overwogen, dat zij privé-uitgaven hebben gedaan met geld dat cliënten aan de stichting(
- en)hadden toevertrouwd. Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank daarom medeplegen van verduistering bewezen, zoals primair is ten laste gelegd. Parketnummer 05/985002-14 (onderzoek Arend) De feiten Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat niet ter discussie staat, vastgesteld. [naam 4] De besloten vennootschap [naam 4] is op 29 juni 2012 gestart. [medeverdachte] was vanaf die datum algemeen directeur en alleen/zelfstandig bevoegd. De bedrijfsomschrijving betrof onder meer: particulieren alsmede ondernemers inzicht te laten verkrijgen in hun inkomsten en uitgaven en vaardigheid in het planmatig omgaan met geld; het administreren van inkomsten, uitgaven, crediteuren en schuldeisers; het bieden van budgetbegeleiding. Het bezoekadres was [adres 4] Hoenzadriel. De bijbehorende website betrof: [naam 29] . Op de website [naam 29] stond onder meer het volgende: ‘U ziet door de bomen het bos niet meer. Uw financiële situatie is niet meer te overzien en alle regeltjes zijn voor u een ondoordringbare jungle. [naam 4] reikt u de helpende hand! Wij inventariseren samen met u uw situatie. Wij kijken waar wij u kunnen helpen om weer een totaal overzicht te krijgen over uw inkomsten en uitgaven.’ ‘Wie zijn wij? [naam 4] is een jong bedrijf waar oude rotten in de financiële dienstverlening werken. Door de verschillende vakgebieden uit de financiële wereld zoals boekhouding, administratie, fiscaal recht enzovoort, onder één dak samen te brengen, zijn wij voor u de ideale gesprekspartner om uw persoonlijke situatie in kaart te brengen en oplossingen te bieden voor uw financiële huishouding. (…)’ ‘Werkwijze (…) Het gesprek en bet plan van aanpak Tijdens het gesprek bij u thuis of in uw bedrijf zullen wij wie benodigde gegevens in uw persoonlijke dossier opnemen. Zo zal er gekeken worden naar uw gezinssituatie, inkomsten, vaste lasten en verplichtingen. Na dit gesprek presenteren wij u een plan van aanpak, toegespitst op uw persoonlijke situatie. Alle particulieren, bedrijven en instellingen die van belang zijn voor uw persoonlijke financiële situatie worden door ons benaderd zodat zij op de hoogte zijn van onze bemiddeling om uw financiële huishouding in beeld te krijgen. Kleine moeite, groot plezier Wanneer wij voor u aan de slag gaan, krijgt u weer de mogelijkheid om te leven zoals u wilt! Besteedt uw zorgen uit aan ons zodat u uw aandacht weer kunt richten op uw gezin en uw werk.’ [naam 5] De [naam 5] is op 2 juli 2012 opgericht. [medeverdachte] was vanaf die datum de bestuurder en alleen/zelfstandig bevoegd. De activiteiten betroffen: het behartigen en veiligstellen van de belangen van cliënten van [naam 4] , dit in de meest uitgebreide zin van het woord. Het bezoekadres was [adres 4] Hoenzadriel. [naam 6] is op 15 januari 2013 opgericht. [naam 26] (hierna: [naam 26] ) was vanaf 14 januari 2013 de voorzitter en verdachte was vanaf 1 maart 2013 secretaris en penningmeester. Zij waren gezamenlijk bevoegd op te treden namens de Stichting. De activiteiten van de Stichting betroffen: het behartigen en veiligstellen van de belangen van cliënten, het bemiddelen bij schulden en het verbeteren van de (financiële) positie van deze cliënten. De bijbehorende website betrof: [naam 30] . Op de website [naam 30] stond ‘Uw hulp bij minnelijke schuldhulpbemiddeling’ onder de kop. Verder stond onder meer het volgende op de website: ‘(…) U hebt meer betalingsafspraken dan geld om deze na te komen. De ene rekening is nog niet betaald of de andere ligt weer op de mat. Kortom, u ziet door de bomen het bos niet meer! Geef uw zorgen aan ons zodat u weer op een normale manier kunt leven! ‘Wie zijn wij? [naam 6] een jonge organisatie. Bestuur en medewerkers zijn afkomstig uit diverse vakgebieden in onze maatschappij, gaande van grafische, IT en commerciële sectoren tot en met de bankwereld en ervaren schuldbemiddelaars.’ ‘Hoe werken wij? Wij analyseren de financiële situatie van particulieren, ZZP'ers en MKB'ers met (problematische) schulden. Dit doen wij in samenwerking met een financieel adviesbureau. (…) Zodra het financieel adviesbureau een akkoord van u als cliënt heeft ontvangen gaan wij, [naam 6] !, direct voor u aan de slag. Om de rust in uw huishouding of zaak terug te krijgen worden direct alle schuldeisers aangeschreven om aan te geven dat er hulp wordt geboden bij de ontstane schulden. [naam 6] ! maakt (betalings)afspraken met de schuldeisers en doet vervolgens ook de betalingen conform de gemaakte afspraken. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie meent dat er een nauw samenwerkingsverband is tussen [naam 4] , [naam 6] en [naam 5] . Via dit samenwerkingsverband is de Wet op het Consumentenkrediet omzeild door schuldbemiddeling tegen betaling aan te bieden. Volgens de officier van justitie is sprake van een schijnconstructie. Nu de overtreding van de Wet op het Consumentenkrediet plaatsvond binnen de invloedsfeer van [naam 4] , in het kader van de bedrijfsactiviteiten van de BV, kan [naam 4] als pleger worden aangemerkt. Verdachte en de medeverdachten [medeverdachte] en [naam 26] hebben feitelijk leiding gegeven aan de strafbare handelingen van de BV, aldus de officier van justitie. Zij acht daarom het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft primair vrijspraak bepleit. Zij heeft aangevoerd dat [naam 4] zich niet heeft bezig gehouden met schuldbemiddeling en de Wet op het Consumentenkrediet niet heeft overtreden. [naam 6] hield zich bezig met schuldbemiddeling. [naam 4] regelde financiële zaken, zoals het bijhouden van de financiële administratie, het inventariseren en het reduceren van vaste lasten, etc. Het is toegestaan daarvoor kosten in rekening te brengen. Er is wel sprake van samenwerking tussen [naam 4] , de [naam 31] (op wiens rekening het inkomen van cliënten werd gestort) en [naam 6] . Daarbij werden het regelen van schulden, het beheren van geld en het bijhouden van financiële administratie strikt gescheiden gehouden. Samenwerking maakt nog niet dat sprake is van een en dezelfde organisatie. Voor zover de rechtbank zou aannemen dat er sprake is van een zodanige samenhang tussen de ondernemingen dat ook de handelwijze van de [naam 6] zou moeten vallen onder de paraplu van [naam 4] , heeft de raadsvrouw ook subsidiair vrijspraak bepleit. Zij heeft aangevoerd dat verdachte niet als feitelijk leidinggever van [naam 4] kan worden aangemerkt. Verdachte was geen voorzitter of bestuurder en ook niet anderszins financieel verantwoordelijk voor het handelen van [naam 4] . Hij heeft [naam 4] af en toe een helpende hand geboden. Hij heeft zich niet bezig gehouden met financiële zaken en zich niet bemoeid met zaken die betrekking hebben op het bestuur of het beleid van [naam 4] . Meer subsidiair heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat uit het dossier naar voren komt dat in een aantal gevallen cliënten voor werkzaamheden € 275,- dienden te betalen aan de [naam 6] . In het onderzoek is ervan uitgegaan dat 39 cliënten dit bedrag hebben betaald. Bij bestudering van de bankrekening van [naam 6] blijkt dat het om een beperkter bedrag gaat. Beoordeling door de rechtbank Werkwijze verschillende rechtspersonen Op 17 februari 2014 zijn verbalisanten naar het vestigingsadres van [naam 4] en [naam 5] te Hoenzadriel ( [adres 4] ) gegaan. Dit betrof (tevens) het woonadres van verdachte en medeverdachte [medeverdachte] . Verdachte deelde aan verbalisanten mee dat: hij meer de persoon was die bij hun cliënten op huisbezoek gaat en [medeverdachte] meer de persoon was die de administratie van de onderneming verwerkte. Met name vanwege problemen met zijn vorige compagnon, hij samen met [medeverdachte] , die uit een uitkeringssituatie kwam, op 1 juli 2012 met [naam 4] en [naam 5] is begonnen, waarna later op 1 januari 2013 [naam 6] is opgestart. [naam 26] , die binnen de [naam 6] naast verdachte in het handelsregister stond ingeschreven als medebestuurder, verder geen taak had. Een enkele keer deed hij wel eens een huisbezoekje of beantwoordde hij een mailtje, maar verder deed hij niks. [naam 4] de cliënten binnenhaalde en [naam 6] vervolgens de schuldbemiddeling deed. De betalingen voor deze werkzaamheden komen binnen bij [naam 5] , waarbij de cliënten een deel van hun inkomen beschikbaar stelden. Klanten van [naam 4] ook klant van [naam 6] en [naam 5] waren. De diverse betalingen aan schuldeisers en [naam 4] werden in opdracht van [naam 4] door [naam 5] gedaan. De niet-schulden, zoals betaling van vaste lasten (huur, gas, water en licht) werden door de cliënten zelf betaald. De administratie bij dit alles door [naam 4] werd verwerkt, die betaald kreeg vanuit [naam 5] . [naam 6] kreeg niet betaald. Deze scheiding van rechtspersonen wettelijk nodig was om de binnenkomende gelden van cliënten in een aparte onafhankelijk stichting ( [naam 5] ), onder te brengen en de daadwerkelijk schuldbemiddelende activiteiten door een andere stichting ( [naam 6] ) te laten doen, die hiervoor geen geld in rekening bracht. Verbalisanten hebben de volgende stukken van [naam 4] aangetroffen, dan wel ter beschikking gekregen: - een klantenlijst met 53 namen; - een oningevuld intakeformulier; - een formulier ‘Berekening maandlast’ met de vermelding van betalingen van 14 series van zes maanden van € 151,15 per maand, waarvan € 114,95 aan ‘Administratiekosten [naam 4] ’ en € 36,20 aan ‘Kosten van de beschermingsconstructie’. Verder stond op het formulier dat in de eerste twee maanden € 498,24 per maand van de betaling wordt aangewend voor de beschermingsconstructie; - een formulier ‘Overeenkomst betaling beschermende constructie’, waarop onder meer de betaling van de constructie van € 36,20, inclusief BTW, staat. Dit werd volgens verdachte bij de cliënt maandelijks in rekening gebracht voor de akte van cessie; - een formulier van [naam 4] ‘Opdracht om diverse werkzaamheden te verzorgen’, waarop onder meer stond dat de cliënt voor de werkzaamheden een bedrag van € 114,95 verschuldigd is. Op het formulier stond verder dat de werkzaamheden onder meer kunnen bestaan uit: het overmaken van betalingen naar diverse instanties en rekeninghouders, het boeken van deze betalingen, het bijhouden van overzichten van deze betalingen, het verzenden van deze overzichten naar cliënt, de contacten onderhouden met diverse instanties waarnaar de gelden worden overgemaakt; - een formulier ‘Een wegwijzer die voor u en ons belangrijk is (Algemene Voorwaarden)’, met daarop onder meer het volgende: ‘ Administratiekantoor [naam 4] (HFV) 1. U dient zelf zorg te dragen voor de eenmalige betaling naar het bureau waar wij mee samenwerken. Deze Stichting zal alles in het werk stellen om een goede betalingsregeling te treffen die voor alle partijen aanvaardbaar is. Zie de voorwaarden van de Stichting die aan u uitgereikt zijn. 2. Uw contactpersoon is [medeverdachte] .* (…) 7. Per kwartaal ontvangt u een overzicht van de betalingen die de [naam 5] namens en eventueel aan u gedaan heeft in de voorgaande periode [naam 5] (SBC) (…) 9. Het verschil tussen het inkomen en uw vaste lasten (inclusief leef- en kleedgeld wordt gebruikt om uw schulden te betalen. (…) De schuldbemiddelaar: [naam 6] (STITL) 14. U dient te stoppen met het nakomen van eerder gemaakte betalings-afspraken. Deze worden vervangen door nieuwe afspraken in het kader van de schuldbemiddeling. (…) 18. Er wordt altijd een rentestop gevraagd aan de schuldeisers. (…) Algemeen 21. Bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken tussen u, ons kantoor en/of stichtingen zullen wij de dienstverlening eenzijdig opzeggen. De crediteuren en schuldeisers zullen daarvan in kennis gesteld worden. Tevens zullen wij de bescherming opheffen die d.m.v. de Akten van Verpanding en Cessie gelegd is.’ * In een paar gebruikte formulieren stonden als contactpersonen genoemd: ‘ [verdachte 1] en [medeverdachte] ’. Verbalisanten zagen de volgende stukken van [naam 6] : - een formulier ‘Opdracht tot dienstverlening, machtiging financieel beheer en volmacht’, waarop onder meer stond dat de cliënt de Stichting de opdracht geeft om alle schulden en rekeningen te inventariseren en te overleggen met alle bekende schuldeisers. Verder wordt aan de Stichting een volmacht gegeven voor (het verrichten van handelingen teneinde) het in ontvangst nemen van de gelden die betaald worden via uitkerende instanties zoals het UWV, pensioenfondsen, uitkeringen van verzekeringen e.d.; - een formulier ‘Algemene Voorwaarden [naam 6] ’, waarop onder meer stond: ‘Op verzoek van de cliënt kan de Stichting helpen bij het bemiddelen tussen de cliënt en diens crediteuren om te bewerkstelligen dat de cliënt tegen zo passelijk mogelijke afspraken binnen de overeengekomen termijn de crediteuren afbetaald. De Stichting doet dit uit naam en namens de cliënt. Om aan deze doelstelling te voldoen verbindt de cliënt zich onvoorwaardelijk aan de Stichting om de in de opdracht tot dienstverlening omschreven begrippen tot uitvoer te brengen.’; - een formulier ‘Stabilisatieovereenkomst’; Verder zagen de verbalisanten nog stukken van [naam 5] : - een formulier ‘De akte van cessie’, met daarop onder meer een uitleg over wat een dergelijke akte inhield: ‘Met een akte van cessie wordt een deel van uw inkomen uit of in verband met arbeid door de werkgever overgedragen aan de Stichting. Dit deel van het inkomen wordt gebruikt voor de betaling aan schuldeisers, voor de betaling van de administratie en om, indien mogelijk, een stukje te sparen voor onvoorziene uitgaven. Indien van toepassing ook de betaling van de huur van de woning of hypotheeklasten en de basis ziektekostenverzekering.’ ; - een formulier ‘Akte van cessie’, zijnde een voorbeeld van een dergelijke akte. Op de akte stond onder meer vermeld dat per salarisbetaling alles boven een bedrag van 833,72 euro overgeboekt dient te worden naar [naam 5] . Dit betrof alles boven de belastvrije voet, waaronder ook vakantiegeld, 13e maand en bonussen. Werkgever zal voornoemd bedrag overmaken op IBAN-nummer [rekeningnummer 1] ten name van [naam 5]; - een brief gericht aan de werkgever met daarin onder meer opgenomen het verzoek om over te gaan tot uitvoering van de akte van cessie per eerstkomende salarisronde. In het onderzoek Kiekendief heeft één van de aangevers een document van [naam 4] ontvangen. Op dat document stond onder meer het volgende: ‘Wie zijn wij? [naam 4] is een landelijk werkend financieel administratiekantoor. Wij richten ons op MKB, ZZP en particulieren. Behalve voor de reguliere financiële administratie, belastingaangiften en aanvragen voor toeslagen leveren wij nog een bijzondere dienst. Daar de economische ontwikkelingen en daarmee gepaard gaande financiële problemen die steéds meer mensen treffen hebben wij van deze ontwikkelingen ons speerpunt gemaakt om creatieve en pragmatische oplossingen te bieden in lastige situaties. Wat doen wij? Tijdens het intakegesprek wordt tot en met twee cijfers achter de komma de volledige financiële situatie letterlijk en figuurlijk in beeld gebracht. De werknemer krijgt op dat moment een helder inzicht over zijn of haar situatie, ook is dan duidelijk wat de mogelijke oplossingen voor de problemen kunnen zijn en hoe lang het traject maximaal gaat duren. In de meeste gevallen zijn schulden op te lossen via de minnelijke weg. Hiervoor moet dan onderhandeld worden met schuldeisers, incassobureaus en deurwaarders. Uitgangspunt hierbij is dat de cliënt in ieder geval in staat moet zijn om de normale vaste lasten te kunnen betalen en op een normale manier moet kunnen leven. (…) Opzet het creëren van een structureel langdurig en stijgend inkomen. Deze opzet omvat drie partijen: 1) De ZZP’-er: deze bezoekt de klanten thuis, maakt met behulp van de aangeleverde software een definitieve analyse, laat de benodigde papieren tekenen en scant de originele stukken van de klant in de cloud, waarna hij deze terug stuurt naar de klant. 2) [naam 44]: De stichting regelt de beschermingsconstructie tegen loonbeslag en beslag op inboedel. Ook ontvangt de stichting een klein bedrag van het salaris waarmee de ZZP’er en de schuldeisers betaald worden. Eventueel te veel ontvangen salaris wordt aan de klant betaald. 3) [naam 6]: Deze stichting heeft de contracten met de schuldeisers, verifieert de openstaande bedragen, rekent uit of er niet te veel kosten in rekening gebracht zijn en maakt de betalingsafspraken die dan aan [naam 44] gecommuniceerd worden voor de uitvoering hiervan.’ Getuigenverklaringen [slachtoffer 17] en [slachtoffer 18] [slachtoffer 17] heeft verklaard dat hij en zijn echtgenote [slachtoffer 18] samen een schuldenlast hadden. Ze hebben bewust gekozen om niet naar de gemeente te gaan voor hulp, omdat ze dan nog maar € 50,- leefgeld zouden krijgen om van te leven. In augustus 2012 kwam [slachtoffer 17] op de website van [naam 4] terecht. De man aan de telefoon stelde zich voor als ‘ [verdachte 1] ’. Op 3 september 2012 kwam verdachte bij hen thuis. Hij had een laptop mee, waarop hij een aantal formulieren invulde. [slachtoffer 17] heeft zes formulieren ondertekend, waaronder een akte van cessie. Alles boven het bedrag van € 518,28 zou worden overgemaakt naar [naam 5] . Volgens het formulier ‘Berekening Maandlast’, dat door verdachte is ingevuld, werd de eerste twee maanden een bedrag van € 490,- per maand aangewend voor de beschermingsconstructie. Per maand moest € 42,35 aan bankkosten, € 72,60 aan kosten van de beschermingsconstructie en € 114,95 aan administratiekosten betaald worden. Ze kregen geen maandelijks overzicht van hun schulden of spaartegoed. Als [slachtoffer 17] en zijn echtgenote vragen hadden, belden ze naar het nummer op het visitekaartje van verdachte. Dan kregen zij meestal een vrouw aan de telefoon die zich voorstelde als [medeverdachte] . [slachtoffer 20] en [slachtoffer 19] [slachtoffer 20] heeft verklaard dat zij en met haar echtgenoot [slachtoffer 19] samen een schuldenlast hadden en daarom rond juli/augustus 2013 contact hebben gezocht met [naam 4] . Eerst had zij telefonisch contact met verdachte en daarna kwam hij bij haar thuis. Verdachte kwam namens [naam 4] en [naam 6] . De stichting was voor het onderbrengen van de huisraad om te voorkomen dat daar beslag op gelegd zou worden en [naam 4] was voor het regelen van de schulden, zo vertelde verdachte haar. Verdachte inventariseerde de schulden op een formulier en aan de hand daarvan werd een intakeformulier door hem opgesteld. Dat ondertekenden zij en haar man. De overige formulieren, waaronder de overeenkomst betaling beschermende constructie, kregen zij later per mail opgestuurd. Deze hebben zij ondertekend en teruggestuurd. Het salaris van haar en haar man zou direct door hun werkgevers worden overgemaakt aan [naam 5] . Op 2 oktober 2013 betaalden zij een bedrag van € 275,- aan [naam 6] , omdat verdachte bij het intakegesprek had gezegd dat zij dit bedrag moesten overmaken. De kosten die [naam 4] verder in rekening zou brengen waren € 114,95 aan administratiekosten, € 72,60 aan kosten van de beschermingsconstructie en € 21,- aan bankkosten. Als ze naar het kantoor van [naam 4] belden, kregen zij 9 van de 10 keer verdachte aan de lijn, een enkele keer een vrouw. [slachtoffer 22] en [slachtoffer 21] [slachtoffer 22] heeft verklaard dat hij en [slachtoffer 21] samen een schuldenlast hadden en daarom in de zomer van 2012 contact hebben gezocht met [naam 4] . Ze hadden eerst telefonisch contact met verdachte en daarna kwam hij bij hen thuis. Hij vertelde hen wat hij met zijn organisatie voor hen kon betekenen met betrekking tot het oplossen van hun schulden. Er zou door hem contact worden opgenomen met schuldeisers om een regeling tot stand te brengen voor de schuldenlast. De schulden werden door verdachte op een formulier geïnventariseerd, waarna door verdachte een intakeformulier werd opgemaakt en dit door hen werd ondertekend. Op 4 augustus 2012 hebben zij van verdachte een brief van [naam 4] gekregen waarin de afspraken waren vastgelegd. De [naam 10] was inmiddels gewijzigd in [naam 6] . Deze Stichting zou de schulden regelen met de schuldeisers. Het salaris zou gestort worden op de rekening van [naam 5] en [naam 4] zou de financiële administratie bijhouden. In principe verliep alle correspondentie met schuldeisers via [naam 4] . Op 8 augustus 2012 hebben [slachtoffer 22] en [slachtoffer 21] een formulier berekening maandlast ondertekend. De kosten die [naam 4] aan hen in rekening zou gaan brengen betroffen € 113,05 aan administratiekosten, € 71,40 aan kosten van de beschermingsconstructie en € 95,20 aan bankkosten. Daarnaast heeft verdachte bij de intake gezegd dat zij € 380,- aan administratie- en opstartkosten moesten overmaken. Dat bedrag is ook betaald. De vaste contactpersoon van [naam 4] was verdachte. Af en toe werd de telefoon opgenomen door een vrouw die zich [medeverdachte] noemde. Ze hebben nooit overzichten ontvangen van wat er met de schuldenlast gebeurde. [slachtoffer 23] heeft verklaard dat zij een schuldenlast had en daarom begin 2014 contact heeft gezocht met [naam 4] . Ze had een contactformulier op de website [naam 29] ingevuld en opgestuurd. Ze werd eerst telefonisch te woord gestaan door een man die zich voorstelde als ‘ [verdachte 1] ’ en in januari 2014 is hij thuis langsgekomen. Hij vertelde dat zijn organisatie bestond uit [naam 4] , [naam 6] en [naam 5] . Hij vertelde dat vanuit [naam 6] brieven naar schuldeisers werden verstuurd en dat [naam 4] het aanspreekpunt was. Hij zou namens [naam 4] contact opnemen met schuldeisers om een regeling tot stand te brengen voor haar schuldenlast. Verdachte inventariseerde de schulden, waarna hij een intakeformulier opmaakte en dit door [slachtoffer 23] werd ondertekend. Alle formulieren, waaronder een overeenkomst betaling beschermende constructie, werden door haar in het bijzijn van verdachte ondertekend. De kosten die [naam 4] in rekening zou gaan brengen betroffen € 114,95 aan administratiekosten, € 31,20 aan kosten van de beschermingsconstructie en € 3,03 aan bankkosten. Op 26 maart 2014 heeft zij verdachte verzocht te stoppen met zijn werkzaamheden. Ze had telefonisch contact gehad met haar schuldeisers en hoorde dat er helemaal geen regeling was getroffen voor haar schulden. Als [slachtoffer 23] naar het kantoor van [naam 4] belde, kreeg zij bijna altijd verdachte aan de lijn. Ze heeft één keer met een vrouw gesproken. [slachtoffer 25] en [slachtoffer 24] [slachtoffer 25] heeft verteld dat zij en haar (toenmalige) partner [slachtoffer 24] een schuldenlast hadden en daarom contact hebben gezocht met [naam 4] . Verdachte kwam begin februari 2013 op bezoek om hun financiële situatie te bespreken. [naam 4] was het aanspreekpunt. Met andere rechtspersonen hebben zij niets te maken gehad. Verdachte vertelde dat door hem namens [naam 4] contact met schuldeisers zou worden opgenomen om een regeling tot stand te brengen voor hun schuldenlast. Ze hadden op dat moment een schuld van ongeveer € 27.000,-. Op 2 februari 2013 inventariseerde verdachte hun schulden. Alle formulieren hebben zij per post toegestuurd gekregen. Op 3 februari 2013 hebben zij de formulieren, waaronder een overeenkomst betaling beschermende constructie, ondertekend en teruggestuurd. [naam 26] , die onder de stabilisatieovereenkomst staat, kende zij niet. Ze hebben enkel zaken gedaan met verdachte. Ze moesten een eenmalig bedrag van € 275,- overmaken aan [naam 5] . De kosten die [naam 4] verder in rekening zou gaan brengen betroffen € 114,95 aan administratiekosten, € 72,60 aan kosten van de beschermingsconstructie en € 30,25 aan bankkosten. Ze hebben nooit een stand van zaken van hun schuldenpositie gehad. Overeenkomst betaling en uitleg van de werkzaamheden Het dossier bevat een formulier ‘Overeenkomst betaling en uitleg van de werkzaamheden’ ten aanzien van [slachtoffer 23] (D-061), [slachtoffer 19] en [slachtoffer 31] (D-116), A. [slachtoffer 22] en [slachtoffer 21] (D-122) en [slachtoffer 24] en [slachtoffer 25] (D-129). De formulieren zijn van [naam 6] dan wel diens voorganger [naam 10] (in het geval van D-122). Uit de overeenkomst volgt dat de Stichting niet eerder dan na ontvangst van een betaling van € 275,- dan wel € 357,- (in het geval van D-122) met de werkzaamheden zal starten. De werkzaamheden bestonden uit het aanmaken van de administratie, het invoeren van de schuldeisers en de kenmerken van de schuldeisers en het verzenden van de eerste brieven aan de schuldeisers om de hoogte van de schulden op te geven. Op de formulieren D-061 (2 januari 2014) en D-116 (31 januari 2013) stond dat de betaling binnen 30 dagen diende te worden gedaan op rekening [rekeningnummer 2] van [naam 6] . Onderzoek naar de geldstromen Bankrekening van [naam 4] Het bankrekeningnummer [rekeningnummer 3] ten name van [naam 4] is onderzocht, voor wat betreft de periode van 30 juni 2012 tot en met 28 februari 2014. Te zien was dat regelmatig geldbedragen werden bijgeschreven afkomstig van de bankrekening [rekeningnummer 4] van [naam 5] met vermelding van onder meer de volgende natuurlijke personen: ‘ [slachtoffer 21] en [slachtoffer 22] ’, ‘ [slachtoffer 17] ’, ‘ [slachtoffer 32] ’, ‘ [slachtoffer 26] ’, ‘ [slachtoffer 19] ’ en ‘ [slachtoffer 19] - [slachtoffer 20] ’. Verder stonden op de bankafschriften van bankrekening [rekeningnummer 3] van voornoemde periode ook regelmatig afschrijvingen van geldbedragen vermeld naar bankrekening [rekeningnummer 5] ten name van [medeverdachte] onder vermelding van ‘de klantnaam’, ‘(betaling) werkzaamheden’ dan wel ‘brandstofkosten’, ‘telefoonkosten’ en ‘internetkosten’. De afschrijvingen werden naar het nieuwe bankrekeningnummer [rekeningnummer 6] van [medeverdachte] voortgezet, onder vermelding van ‘werkzaamheden’, ‘voorschot salaris’, ‘voorschot benzine’, ‘benzinekosten’, ‘brandstofkosten’, ‘(voorschot) kilometervergoeding’, ‘deel salaris’, ‘voorschot loon’, ‘(voorschot) autokosten’, ‘kilometerdeclaratie’, ‘salaris en gedeelte autokosten’. Van genoemde bankrekening van [naam 4] vonden in de periode van 25 oktober 2012 tot en met 20 december 2012 meerdere afschrijvingen plaats van geldbedragen naar de bankrekening [rekeningnummer 7] ten name van verdachte, met daarbij de klantnaam. Verder is geconstateerd dat deze bankrekening van [naam 4] ook regelmatig werd aangewend voor geldopnames bij banken en (pin)betalingen aan onder meer pompstations, eetgelegenheden, groothandels en (web-)winkels. Bankrekening [naam 5] Het bankrekeningnummer [rekeningnummer 4] ten name van [naam 5] is onderzocht, voor wat betreft de periode van 24 juli 2012 tot en met 28 februari 2014. Te zien was dat regelmatig geldbedragen werden bijgeschreven met vermelding van ‘salaris’ dan wel ‘UWV’ en de cliëntennamen, zoals weergegeven op de klantenlijst (D-019), waaronder [slachtoffer 22] , [slachtoffer 17] , [slachtoffer 25] , [slachtoffer 24] , [slachtoffer 19] , [slachtoffer 19] , [slachtoffer 26] . Soms werd een deel van het gestorte bedrag weer teruggestort naar de bankrekening van de betreffende cliënt. Verder is op de bankafschriften van bankrekeningnummer [rekeningnummer 4] van voornoemde periode te zien dat regelmatig geldbedragen werden afgeschreven naar de bankrekening [rekeningnummer 8] ten name van [naam 4] onder vermelding van de betreffende cliëntnamen. Verder werd de rekening regelmatig aangewend voor betalingen aan schuldeisers dan wel betalingen namens cliënten, voor wat betreft vaste lasten als huur, gas en licht. Tot slot werd de bankrekening van [naam 5] ook regelmatig aangewend voor geldopnames bij banken, opladen chipknip en (pin) betalingen aan pompstations, eetgelegenheden, groothandels en (web)winkels. Bankrekening [naam 6] Tijdens het huisbezoek van de verbalisanten op 17 februari 2014 aan verdachte en [medeverdachte] kregen verbalisanten bankafschriften van de bankrekening [rekeningnummer 2] van [naam 6] overhandigd door [medeverdachte] , over de periode van 1 januari 2013 tot en met 16 februari 2014. De verbalisanten zagen dat [medeverdachte] inlogde op de website van de ING-bank en deze bankafschriften uitprintte. Op de bankafschriften was te zien dat er regelmatig bedragen werden bijgeschreven afkomstig van bankrekeningnummer [rekeningnummer 4] van [naam 5] met vermelding van cliëntnamen. Verder waren er meerdere personen die rechtstreeks € 275,- of andere bedragen hebben overgemaakt naar de rekening van de stichting. Op 24 januari 2013 is € 500,- naar bankrekening [rekeningnummer 9] van verdachte overgemaakt met omschrijving ‘Vergoeding conform statuten’. Schuldbemiddeling Over de periode van 4 augustus 2012 tot en met 4 februari 2014 heeft de [naam 6] ten behoeve van onder meer [slachtoffer 17] , [slachtoffer 19] en [slachtoffer 20] , [slachtoffer 21] en [slachtoffer 22] , [slachtoffer 23] , [slachtoffer 24] en [slachtoffer 25] en [slachtoffer 26] diverse brieven gericht aan schuldeisers, waaronder kredietinstellingen zoals banken, financierings- en postorderbedrijven. Hierin waren onder meer voorstellen opgenomen gericht op de totstandkoming van regelingen met betrekking tot de bestaande schuldenlasten. In de brieven was onder meer te lezen dat aan de schuldeisers werd verzocht om opgave te doen van de openstaande vorderingen en dat er voorstellen werden gedaan ter afbetaling van de schulden. Diverse schuldeisers van voornoemde personen hebben brieven gericht aan [naam 6] . Conclusie rechtbank De rechtbank stelt vast dat de cliënten contact zochten met [naam 4] voor een oplossing voor hun schuldenlast. De cliënten hebben, onafhankelijk van elkaar, verklaard dat zij voornamelijk contact hadden met verdachte. In de gesprekken met de diverse cliënten maakte hij kenbaar dat hij handelde namens [naam 4] . Door verdachte werd tijdens het huisbezoek de werkwijze van zijn organisatie aan de cliënten uitgelegd. De getuigen verklaarden onder meer dat de intake en alle contacten via [naam 4] verliepen, waarbij door [naam 4] dan wel [naam 6] contact werd gelegd met de schuldeisers om regelingen met hen tot stand te brengen voor aflossing van de schulden. Door [naam 4] werd de administratie bijgehouden. Via de bankrekening van [naam 5] kwamen de (deel)salarissen of uitkeringen van de cliënten binnen en werden de diverse maandelijkse betalingen naar de schuldeisers gedaan en werden de maandelijkse kosten voor de werkzaamheden van [naam 4] betaald. Verdachte en [medeverdachte] hebben deze werkwijze bevestigd, waarbij zij tevens aangaven dat de klanten van [naam 4] tevens klant bij [naam 6] en [naam 5] waren. De hele organisatie werd aangestuurd vanuit Hoenzadriel (het woonadres van verdachte en [medeverdachte] destijds), waar ook de administratie werd bijgehouden. Verdachte en [medeverdachte] hadden, zo stelden zij, de schuldbemiddeling in een aparte stichting ( [naam 6] ) ondergebracht om aan de wettelijke eisen te voldoen. Er was echter sprake van een nauwe verwevenheid tussen de rechtspersonen, zodat niet aan de wettelijke eisen werd voldaan. Hierover overweegt de rechtbank in het bijzonder als volgt. Naast uit wat hiervoor al is vastgesteld, volgt de nauwe verwevenheid tussen de rechtspersonen duidelijk uit het document (beginnend met ‘wie zijn wij’) uit onderzoek Kiekendief en ook uit het formulier ‘wegwijzer die voor u en ons belangrijk is (Algemene Voorwaarden)’ van [naam 4] . In het door cliënten van [naam 4] te ondertekenen formulier staan algemene voorwaarden geformuleerd ten aanzien van alle drie de rechtspersonen, waaruit al valt te concluderen dat de rechtspersonen onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Onder de eerst genoemde voorwaarde staat immers dat de cliënt dient zorg te dragen voor een eenmalige betaling aan het bureau waarmee [naam 4] samenwerkt en dat deze Stichting (dus ‘het bureau’) alles in het werk zal stellen om een goede betalingsregeling te treffen die voor alle partijen aanvaardbaar is. Vervolgens wordt verwezen naar de voorwaarden van de stichting die aan de cliënt zijn uitgereikt. In het standaardpakket aan formulieren, zoals hiervoor al opgesomd, zat ook een formulier met algemene voorwaarden van [naam 6] . Aldus moest eerst [naam 6] betaald worden, alvorens [naam 4] met de werkzaamheden zou aanvangen. Dit past bij de strekking van het formulier ‘Overeenkomst betaling en uitleg van de werkzaamheden’ dat sommige cliënten hebben ondertekend. Verder staat in de wegwijzer van [naam 4] (onder punt 14 onder het kopje van ‘ [naam 6] ’) dat de cliënt in het kader van schuldbemiddeling moest stoppen met het nakomen van eerder gemaakte betalingsafspraken. Uit de verklaringen van de getuigen valt af te leiden dat zij de bedrijven [naam 4] , [naam 5] en [naam 6] als één en dezelfde organisatie zagen. Verdachte kwam volgens hen namens al deze rechtspersonen. Hij vertelde aan de cliënten dat voordat de werkzaamheden van zijn organisatie gestart konden worden, er eerst een bedrag aan de stichting moest worden betaald. Ook dit past bij het vorenstaande. Verder is gebleken dat via de bankrekening van voornoemde rechtspersonen namens de diverse cliënten gelden werden overgemaakt naar de bankrekeningen van verdachte en [medeverdachte] . Tot slot is gebleken dat [medeverdachte] , zijnde bestuurder van [naam 4] en [naam 5] , ook de beschikking over de bankrekening van [naam 6] had. De rechtbank concludeert dat de rechtspersonen [naam 4] , [naam 5] en [naam 6] zodanig nauw verweven waren dat zij feitelijk één onderneming vormden, gericht op schuldbemiddeling. Gezien het voorgaande, is het volgens de rechtbank niet mogelijk om de financiële administratie (en het eventuele budgetbeheer) van [naam 4] los te zien van de schuldbemiddeling, waarvoor geen vergoeding in rekening mag worden gebracht. Het verweer van de verdediging daartoe faalt. Aldus is het verbod op schuldbemiddeling zoals opgenomen in artikel 47, eerste lid, van de Wet op het consumentenkrediet overtreden en doet de uitzondering van artikel 48 lid 1, te weten schuldbemiddeling om niet, zich niet voor. [naam 4] samen met de [naam 5] en [naam 6] heeft zich daaraan schuldig gemaakt. Uit het vorenstaande volgt, naar het oordeel van de rechtbank, verder dat verdachte en [medeverdachte] feitelijk hebben leidinggegeven aan de door [naam 4] gepleegde verboden gedragingen. Verdachte was de persoon die ten overstaan van cliënten [naam 4] vertegenwoordigde. [medeverdachte] werd – soms samen met verdachte – in de formulieren genoemd als contactpersoon van [naam 4] . Verdachte en [medeverdachte] verdienden beiden, zo volgt uit de overgelegde bankafschriften, aan hun werkzaamheden voor [naam 4] . [medeverdachte] was de bestuurder van het bedrijf en had in die hoedanigheid de verantwoordelijkheid en bevoegdheid om maatregelen te treffen ter voorkoming van strafbare gedragingen, maar zij heeft dat niet gedaan. Verdachte en [medeverdachte] hebben er beiden bewust voor gekozen om in strijd met de regelgeving te handelen. Om misstanden - zoals het in rekening brengen van zeer hoge kosten - tegen te gaan, heeft de wetgever schuldbemiddeling voorbehouden aan de personen en instellingen die in artikel 48, eerste lid, sub b en c, van de Wet op het consumentenkrediet worden genoemd of krachtens dat eerste lid sub d van dat artikel zijn aangewezen. Niet is gebleken dat één van de verdachten in de bewezenverklaarde periode tot die personen of instellingen behoorde. Parketnummer 05/780123-16 (onderzoek Kiekendief) De feiten Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat niet ter discussie staat, vastgesteld. [naam 4] , [naam 32] en [naam 6] De in onderzoek Arend vastgestelde feiten gelden onverkort ten aanzien van het onderzoek Kiekendief en dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. Op de online inzage van de uittreksels van de Kamer van Koophandel van 8 juni 2016 van [naam 4] en [naam 32] staat (anders dan in de vorige zaak) als bezoekadres genoemd [adres 6] te Zevenaar. [naam 8] De eenmanszaak [naam 8] was per 1 oktober 2015 tot 30 november 2015 gevestigd op het adres [adres 6] te Zevenaar. De eigenaar was [slachtoffer 29] e/v [slachtoffer 30] (hierna: [slachtoffer 29] ). Geregistreerde inkomsten Er is onderzoek gedaan naar de inkomsten van verdachten. De totaal geregistreerde inkomsten van [medeverdachte] betroffen vanaf 2009 tot en met 2013 € 58.057,-. Van 2014 en 2015 is er geen informatie bekend. Er is door [medeverdachte] geen opgave gedaan van omzetbelasting ten aanzien van de bij dit onderzoek betrokken rechtspersonen, ook niet door verdachte. De geregistreerde inkomsten van verdachte betroffen vanaf 2009 tot en met 2014 totaal € 53.798,-. Over het jaar 2014 betrof het nettoloon nul euro. Over het jaar 2015 was geen informatie bekend. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 bewezen dat geld is verduisterd. Wat betreft feit 1 is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [naam 4] , [naam 32] , [naam 6] en/of [naam 10] . Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] hebben feitelijk leiding gegeven aan de strafbare handelingen. Bij feit 2 is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [naam 8] , [naam 9] en [naam 32] . Verdachte en [medeverdachte] gaven feitelijk leiding aan de strafbare handelingen en waren feitelijk de motor achter de werkzaamheden van [slachtoffer 29] en zijn bedrijf [naam 8] . Wat betreft feit 3 is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [naam 4] , [naam 32] en [naam 10] . Verdachte en [medeverdachte] hebben feitelijk leiding gegeven aan de strafbare handelingen. De officier van justitie acht daarom steeds het subsidiair tenlastegelegde bewezen. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit. Zij heeft betoogd dat verdachte heeft verklaard dat hij geen eigenaar, aandeelhouder of bestuurder was binnen [naam 4] . In beginsel moet er daarom vanuit worden gegaan dat hij niet verantwoordelijk was voor de handelwijze van [naam 4] . Verdachte heeft [medeverdachte] geholpen door bij klanten op bezoek te gaan en de financiële situatie te inventariseren. De schuldbemiddeling werd vervolgens uitbesteed aan een stichting die dit om niet deed. Verdachte was niet gemachtigd bij de bank en beschikte niet over een pinpas. Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat het financieel onderzoek zich heeft beperkt tot een korte periode en dat niet is gekeken wat er van eerdere jaren nog diende te worden verrekend. Als er al geld is verduisterd, dan heeft [naam 4] dat gedaan. [slachtoffer 27] heeft de overeenkomst gesloten met [naam 4] en het geld is door [naam 4] , dan wel [naam 31] ontvangen. Verdachte heeft het geld niet onder zich gehad. Ook kan verdachte niet worden aangemerkt als feitelijk leidinggever. Met betrekking tot feit 2 heeft de raadsvrouw betoogd dat er geen bewijs is dat verdachte betrokken is geweest bij de zaak [slachtoffer 28] . De overeenkomst is gesloten tussen [slachtoffer 28] en [naam 8] , een bedrijf waaraan verdachte niet verbonden is geweest. [naam 8] heeft misbruik gemaakt van formulieren van [naam 6] . Verdachte heeft die formulieren niet ondertekend. Wat betreft feit 3 heeft de raadsvrouw betoogd dat uit het dossier geen betrokkenheid van verdachte blijkt. [naam 4] heeft kennelijk wel geld van [slachtoffer 29] beheerd, maar verdachte stond daarbuiten. Voor zover er al geld is verduisterd, kan verdachte hiervoor niet verantwoordelijk worden gehouden. Beoordeling door de rechtbank Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3 Bankrekening [naam 5] Van de bankrekening [rekeningnummer 4] heeft alleen [medeverdachte] een bankpas. Het volgende is gebleken: - In de periode van 2 juli 2014 tot en met 30 januari 2015 werden op deze bankrekening meerdere salarissen van cliënten bijgeschreven, maar ook huurtoeslagen van de Belastingdienst en WW- en Wajong-uitkeringen van het UWV. Verder waren een grote hoeveelheid afschrijvingen te zien ten behoeve van horecagelegenheden, winkels, parkeren, tankstations en contante bankopnames. Dat betrof over de genoemde periode een bedrag van € 16.671,68. Bij deze afschrijvingen stonden geen omschrijvingen van cliënten van de Stichting; - In de periode van 1 mei 2015 t/m 31 maart 2016 werd vanaf deze bankrekening een bedrag van € 22.988,38 overgemaakt naar de bankrekening [rekeningnummer 3] op naam van [naam 4] . Er kwam in de periode in totaal € 85.442,- binnen uit betalingen van verschillende bedrijven (salarissen). Verder zijn vanaf de bankrekening van de Stichting een grote hoeveelheid betalingen gedaan bij tankstation, hotels, boodschappen, eetgelegenheden en geldopnames. Er waren nagenoeg geen transacties te vinden die op een afbetaling van een of andere schuldaflossing sloegen. Een totaalbedrag van € 38.418,07 is terugbetaald aan de personen waarvan het loon is gestort. Dit komt er op neer dat er een bedrag van € 47.023,93 overbleef om schulden af te lossen. Bankrekening [naam 4] De bankafschriften van de bankrekening [rekeningnummer 3] van [naam 4] zijn onderzocht, voor wat betreft de periode 28 augustus 2012 tot en met 31 maart 2016. Het volgende is gebleken: De inkomsten van deze rekening waren voor 99 procent afkomstig van de rekening van [naam 32] ( [rekeningnummer 4] ). Er waren op de bankafschriften (532 pagina’
- s)nauwelijks overboekingen te zien die konden duiden op afbetalingen van een schuld. Een groot aantal betalingen was verricht bij supermarkten en restaurants; Naar de privérekening [bankrekeningnummer] van [medeverdachte] is in totaal een bedrag van € 12.908,51 overgeschreven. Bij de omschrijvingen werd onder andere vermeld ‘vergoeding auto kosten’, ‘voorschot benzine’ en ‘deelbetaling werk’. Er waren geen terugboekingen van de rekening van [medeverdachte] naar de ondernemersrekening; Naar de privérekening [rekeningnummer 10] van verdachte is in totaal een bedrag van € 4.210,- overgeschreven. Er is eenmaal € 770,- teruggestort; Naar de gezamenlijke privérekening [rekeningnummer 11] van verdachte en [medeverdachte] is totaal een bedrag van € 9.175,- overgeschreven. Er waren geen terugboekingen naar de ondernemersrekening. Privé bankrekeningen verdachte en [medeverdachte] Het volgende is gebleken: Van de (gezamenlijke) privérekeningen van verdachte en [medeverdachte] zijn geen afbetalingen van schulden voor cliënten van de stichting gedaan. Op de privérekening van verdachte ( [rekeningnummer 10] ) werd op 14 augustus 2015 een bedrag van € 4.000,- gestort vanaf het rekeningnummer van [naam 4] . Op 15 en 17 augustus 2015 werd € 900,- respectievelijk € 500,- contant opgenomen. Op 16 augustus 2015 werd er € 1.750,- per pin bij ‘Kasteel café Heeren’ in ’s Heerenberg betaald. Dat betrof een locatie voor (bruilofts)feesten. Op 18 augustus 2015 is € 675,- per pin betaald. Verklaring verdachte Verdachte heeft verklaard dat hij en [medeverdachte] in gemeenschap van goederen zijn getrouwd. Hij ging bij de klanten van [naam 4] op bezoek om de financiële situatie te inventariseren. Om te kijken of ze er iets mee konden en wat de klant wilde. [naam 6] hield zich bezig met schuldhulpverlening. [medeverdachte] kreeg, als het goed was, salaris uit de BV. Verdachte was financieel afhankelijk van [medeverdachte] . De financiële administratie van [naam 4] en de Stichting werd bijgehouden op kantoor in Zevenaar. Dat werd door [medeverdachte] gedaan. Verder heeft verdachte verklaard hij en [medeverdachte] twee of drie keer per week uiteten gingen en dat [medeverdachte] dan betaalde. In hun huishouden betaalde [medeverdachte] alle rekeningen. Ze betaalde wel eens met de bankpas van [naam 4] en zei dan dat ze dat later wel weer recht zou zetten. Ten aanzien van feit 1 – [slachtoffer 27] Aangifte heeft verklaard dat hij eind augustus 2012 een overeenkomst met [naam 4] heeft gesloten. Hij had op dat moment schulden van ongeveer 38.000 euro. Na eerst telefonisch contact te hebben gehad met verdachte, kwam verdachte vervolgens bij hem thuis. [naam 4] zou zijn schulden in kaart brengen en regelingen treffen met schuldeisers. Verdachte vertelde dat hij werkte met meerdere stichtingen en dat je als schuldhulpverlener geen kosten mag declareren. Daarom moest hij een soort donatie doen aan de stichting. Er werd een akte van cessie opgemaakt. Deze heeft [slachtoffer 27] samen met verdachte ondertekend. [slachtoffer 27] gaf toestemming dat zijn werkgever [naam 33] zijn salaris overmaakte naar de bankrekening [rekeningnummer 12] van de [naam 5] . Dit gebeurde met ingang van september 2012. Elke maand werd gemiddeld 2.000 euro door zijn werkgever gestort op de bankrekening van [naam 4] . Verdachte zou ervoor zorgen dat de schuldeisers van [slachtoffer 27] werden betaald. Tot en met januari 2014 is alles betaald. Daarna zijn er betalingsachterstanden ontstaan. Soms belde [slachtoffer 27] waarom een schuldeiser nog geen geld had ontvangen. Dan zei verdachte zoiets van ‘Heeft ze dat nog niet gedaan?’ en dan verwees hij naar [medeverdachte] . [slachtoffer 27] heeft van verdachte een jaaroverzicht 2013, opgemaakt op 20 januari 2014, gekregen. Boven het document stond [naam 6] . Die Stichting kende hij niet. Verdachte had elke keer een verhaal over een nieuwe stichting en [slachtoffer 27] geloofde dat dan. Met [medeverdachte] heeft hij alleen telefonisch contact gehad. Akte van cessie Op 23 augustus 2012 hebben (cedent) [slachtoffer 27] en (cessionaris) verdachte, namens [naam 5] , een akte van cessie getekend. In de akte is overeengekomen om alles boven een bedrag van € 901,83 over te maken naar de bankrekening van [naam 5] , [rekeningnummer 4] . Verder staat in de akte dat de ontvangen bedragen zullen worden aangewend om alle nu bekende schuldeisers op gelijke en wettelijke basis te betalen. Op de salarisstrookjes van [slachtoffer 27] over de maanden september 2012 tot en met januari 2015 is te zien dat telkens (een deel van het) salaris is overgemaakt naar de bankrekening [rekeningnummer 4] . In totaal is € 65.569,92 overgemaakt. In 2014 is door [naam 33] € 14.876,69 aan salaris overgemaakt. Er zijn door [naam 4] verschillende bedragen overgemaakt naar schuldeisers van [slachtoffer 27] . Er zat geen regelmaat in de overschrijvingen. In de periode van augustus 2014 tot en met januari 2015 heeft [naam 4] € 3.0002,69 overgemaakt naar de schuldeisers van [slachtoffer 27] . Het resterende bedrag van € 11.874,- is in die periode niet naar de schuldeisers overgemaakt. Op 17 september 2012 stuurde [medeverdachte] een e-mailbericht aan [naam 34] van [naam 33] betreffende een afspraakbevestiging tussen verdachte en [slachtoffer 27] dat het gehele salaris op de rekening van Behartiging Cliëntenbelangen [naam 4] kan worden gestort. Aangetroffen stukken op de laptop Op 10 juni 2016 is de laptop, aangetroffen in de auto van [medeverdachte] , onderzocht. Daarin zijn onder meer de volgende stukken aangetroffen: - een e-mailbericht van verdachte aan mevrouw [naam 35] als bevestiging van gemaakte afspraken, waaronder dat [slachtoffer 27] een stabilisatieovereenkomst heeft getekend en dat deze door [naam 10] aan de zorgverzekeraar is verzonden; - een e-mailwisseling tussen [naam 34] , de contactpersoon van de salarisadministratie van [naam 33] , en verdachte in mei 2013, juni 2014 en september 2014. In de mailwisseling van mei 2013 laat verdachte aan [naam 34] weten dat nieuwe, onbekende rekeningen van [slachtoffer 27] boven water zijn gekomen en dat er een nieuwe herberekening van zijn schulden en maandtermijn gemaakt gaat worden; - een e-mailbericht van verdachte aan mevrouw [naam 36] , waarin verdachte bevestigde dat zijn organisatie de salarisbetalingen uitvoert voor [slachtoffer 27] . Ook liet hij weten dat de schuldbemiddelaar voor [slachtoffer 27] [naam 10] is; - een e-mailwisseling tussen [slachtoffer 27] en [medeverdachte] vanaf het e-mailadres van [naam 4] van 22 oktober 2012, waarin zij [slachtoffer 27] laat weten dat voor dringende zaken contact kan worden opgenomen met verdachte; - een drietal brieven van [naam 4] over de financiële situatie van [slachtoffer 27] , met [medeverdachte] als ondergetekende. Eén van die brieven is gericht aan [naam 37] en ziet op een voorstel voor een betalingsafspraak voor aflossing van de schulden van [slachtoffer 27]; - een formulier van [naam 4] ‘Overeenkomst betaling beschermende constructie’ van 23 augustus 2012, waarin overeengekomen wordt dat [slachtoffer 27] maandelijks € 71,40 betaalt voor de constructie; - een formulier van [naam 10] ‘Overeenkomst betaling